Uit �De tien vingers van Sedna� van Anthony Horowitz (Facet, 1994)

Sint-Joris en de draak
(ENGELAND)
Er bestaan vandaag de dag geen draken meer - voornamelijk door de ridders en helden van vroeger die ze achteloos her en der overhoop staken. Dat is best jammer, want het moeten verbazingwekkende beesten zijn geweest, voor een deel slang en voor een deel krokodil, met nog wat brokjes leeuw en adelaar en havik op de koop toe. Ze konden niet alleen in de lucht springen en dan wegvliegen (wat een geweldige prestatie moet zijn geweest, als je alleen al denkt aan het gewicht van al die schubben), maar ze konden ook heel hard lopen. Niet dat een draak ooit ergens voor zou weglopen. Draken waren over het algemeen heel moedige schepsels. Als ze boos werden, of bang, kwam er met veel gesis rook uit hun neusgaten zetten. Als het echt ging spannen, kwamen er vlammenstoten uit hun bek. Maar een laffe draak, dat bestond eenvoudigweg niet.

Eigenlijk hebben alleen de Chinezen de draken ooit goed begrepen en bewonderd. Men zei daar dat de grootste Chinese keizers een draak tot vader hadden gehad. Drakenbeenderen en drakentanden werden gebruikt als medicijn. Een draak bewaakte steevast de onderkomens van de Chinese goden en bracht regen naar de aarde als het gewas er behoefte aan had. Daarom laten de Chinezen nog steeds drakenvliegers op en eren ze de draken door ze van papier na te maken voor het Chinese nieuwjaarsfeest. Ja, de Chinezen waren erg op draken gesteld.

Maar in het Palestina van de vierde eeuw van onze jaartelling - want daar werd Sint-Joris geboren - werden draken gevreesd en bepaald niet bewonderd. Het is ook wel zo dat ze er nogal onthutsende gewoontes op na hielden. Ze leefden doorgaans in akelige vochtige spelonken , bijvoorbeeld, en bewaakten daar enorme stapels schatten die ze vrijwel zeker van niemand anders gestolen hadden. Ze waren ook behept met een ongezonde voorliefde voor mensenvlees, het liefst prinsessen, maar andere jonge meisjes waren ook best. Ze waren echt niet de enige mensenverslindende schepsels die er op de wereld rondliepen, maar zij hadden nu eenmaal de naam.

Hoe dan ook, Sint-Joris werd de meest beroemde drakendoder van allemaal - wat op zich vreemd is, omdat hij nooit daadwerkelijk ook maar ��n draak heeft gedood. En wat ook vreemd is, is het feit dat hij in Palestina werd geboren, maar dat hij later de beschermeling werd van Engeland.

Zijn vader was een hoge officier in het Romeinse leger en een tijdje diende ook Joris als soldaat onder keizer Diocletianus. Hij werd bekeerd tot het christendom in een tijd dat de christenen van harde vervolgingen hadden te lijden. Daarna trok hij de wereld door om het evangelie te verbreiden en goed te doen.

Zijn ontmoeting met de draak vond plaats in een klein stadje dat Silne was genaamd. Vandaag de dag kennen we dat plaatsje als de grote stad Beiroet. En hier begint het verhaal.

De bevolking van Silne leefde al vele jaren in doodsangst voor een draak. Het schepsel huisde in een spelonk aan de rand van een lagune met stilstaand water, die een paar mijl buiten het stadje lag. De dampen van deze lagune werden dikwijls door de wind naar de stad toe gedreven en allengs begonnen de mensen te geloven dat de draak aansprakelijk was voor de stank van verrotting die door hun straten waarde. En dus begonnen ze hem alle dagen twee schapen toe te stoppen, in de hoop dat hij dan weg zou gaan. Maar toen de draak eenmaal gewoon was geraakt aan een gratis maaltje om klokke twaalf uur, besloot hij natuurlijk om lekker te blijven zitten waar hij zat. Misschien dacht hij zelfs dat de bewoners van het stadje echt op hem gesteld waren; ze behandelden hem immers goed. Hij had er geen flauw idee van dat ze bang voor hem waren.

Na een tijdje raakten de inwoners van Silne - die echt een beetje getikt moesten zijn geweest - door hun schapen heen. Dus werd er een raadszitting bijeengeroepen waarop de koning en alle vooraanstaande mensen van de stad moesten besluiten wat hen nu te doen stond

�We hebben de draak nu ��nduizend schapen gevoerd,� zei de minister van buitenlandse zaken. �En hij gaat maar niet weg.�
�Misschien wil hij niet weg omdat hij geen schapen belieft,� zei de minister van binnenlandse zaken.
�Daar sluit ik me bij aan,� zei de minister van ministeri�le zaken. �Maar wat moeten we hem dan geven?�

Toen nam de koning het woord met een grimmig gezicht.
�Het is algemeen bekend dat draken gesteld zijn op de smaak van kindervlees,� zei hij. �We zullen hem onze kinderen moeten geven. Eens per week zullen we de draak een van onze zonen en dochters voorzetten.�

Er ontstond geweldige opschudding als gevolg van dit koninklijke edict en het duurde en paar minuten voor alles weer bedaard was. Toen nam de koning opnieuw het woord.

�We zullen een loterij instellen,� vervolgde hij. �Elke week zal er een nummertje worden getrokken uit de hoed. Het kind dat het bewuste nummer bezit, zal aan de draak worden overgeleverd om de stad te redden.� Hij rees overeind. �Mijn woord is wet,� besloot hij. �Uitzonderingen zullen niet worden gemaakt.�
Terug
Verder
Hosted by www.Geocities.ws

1