Marcellus Emants (1848-1923)

Marcellus Emants wordt op 12 augustus 1848 in Voorburg geboren. Na zijn eindexamen aan het Haags gymnasium wil Emants ingenieur worden, maar hij gaat overeenkomstig de wens van zijn vader rechten studeren in Leiden. Hij publiceert in deze periode essays, beschouwingen en poëzie in het mede door hem opgerichte tijdschrift Quatuor.

Wanneer zijn vader in 1871 overlijdt, stopt Emants, vlak voor zijn doctoraalexamen, met zijn studie. Door de erfenis van zijn vader is hij financieel onafhankelijk geworden en hij besluit te gaan reizen en zich geheel aan de literatuur te wijden. In 1872 is hij medeoprichter van het tijdschrift Spar en Hulst. In de eerste aflevering van het tijdschrift publiceert hij zijn belangrijke essay Bergkristal en enkele gedichten. De tweede en tevens laatste aflevering bevat zijn eerste toneelstuk Jonge harten.

In 1874 verschijnt Emants' toneelstuk (en zijn eerste boek) Juliaan de afvallige, dat overigens nooit werd opgevoerd. In 1875 richt hij samen met Smit Kleine het tijdschrift De Banier op. Emants verkeert in die periode in de Haagse kunstkringen, een groep die grote belangstelling toont voor stromingen als het wagnerisme, het impressionisme en het naturalisme.

De dialoog van het theater boeit Emants – in totaal schrijft hij zo'n vijfentwintig stukken – maar zijn kracht schuilt in zijn proza. In 1878 publiceert Emants zijn eerste prozabundel, Monaco. Een jaar later verschijnt Een drietal novellen, waarin Emants in de inleiding zijn opvattingen over literatuur uiteenzet.

Eveneens in 1878 verschijnt het epische gedicht Lilith, waarmee Emants bewijst hij aanleg te hebben voor psychologische analyse. Door middel van Lilith wordt de lezer ook voor het eerst geconfronteerd met Emants' pessimistische levensgevoel, dat daarna in veel van zijn werken aanwezig zal zijn. In een van zijn belangrijkste studies, Toergenjef (1880), over de bekende Russische schrijver, zet hij deze pessimistische filosofie uiteen. Emants noemt het onmogelijk "eenig batig saldo in geluk" te bereiken. De toon van de teksten die hij nu schrijft is onderkoeld en zijn waarnemingen zijn genadeloos. Dit wordt wel eens als verklaring gegeven voor het feit dat zijn werk nooit echt populair werd.

Albert Verwey schreef dat Emants met Lilith, evenals met het in 1883 verschenen dichtwerk Godenschemering, "als eerste de poging waagde om de poëzie boven het tijdelijk wereldgebeuren uit te stellen in de sfeer van eeuwigheid en goddelijkheid waarin een nieuw geslacht haar wenschte". Over Emants' epische en dramatische vermogens zei hij dat "niemand na hem die in zulke mate heeft gehad".

Voorloper

Zowel Albert Verwey als Willem Kloos zien in Emants de voorloper van de Tachtigers. Emants is het daar slechts ten dele mee eens: ook hij eist een volstrekte autonomie voor de kunst op, maar hij deelt het standpunt van de l'art pour l'art en de voorliefde voor de zogenaamde woordkunst niet met de tachtigers. Zijn voorkeur gaat uit naar een zakelijke en onversierde stijl, die van overtolligheden is ontdaan.

Belangrijke romans van Emants zijn Een nagelaten bekentenis (1894), Inwijding (1901, 2 delen) en Liefdeleven (1916). In 1904 trouwt Emants voor de derde keer (zowel zijn eerste als zijn tweede vrouw is overleden), dit keer met een Duitse actrice. Vanaf deze periode schrijft hij vrijwel nog uitsluitend toneel. In 1923 sterft Emants na een lang ziektebed. Overeenkomstig zijn levensfilosofie stond aanvankelijk op zijn grafsteen: 'Beklaag nooit de verloste uit de krankzinnigheid die leven heet.' Deze tekst is later verwijderd, omdat niet zeker was of Emants die tekst werkelijk als grafschrift gewenst had.

Genuanceerd naturalisme

Emants wordt meestal als een naturalist beschouwd. Maar al zijn er kenmerken aan te wijzen in zijn werk die aansluiten bij deze stroming, en al noemt Emants zichzelf in zijn voorrede van Een drietal novellen naturalist, toch is het niet juist hem zonder meer bij de naturalisten in te delen.

Het pessimisme, de aandacht voor het pathologische, de wetenschappelijke benadering van de werkelijkheid, het streven om de werkelijkheid zo natuurgetrouw mogelijk weer te geven: al deze kenmerken van het naturalisme zijn terug te vinden bij Emants, maar een nuancering is zeker op zijn plaats. Daar waar de naturalisten de wetenschap als hulpmiddel tot de literaire creatie zien, ziet Emants wetenschap, los van literatuur, als verdieping van de menselijke kennis. Emants verdiept zich vooral in de filosofie. Daarnaast is de stijl van Emants voor het grootste deel onafhankelijk van de naturalistische stijlprocédés.

Wat Emants aantrok in het naturalisme was vooral het objectief weergeven van de waarneming. Maar in tegenstelling tot de naturalisten, zijn de waarnemingen van Emants niet oppervlakkig. Zijn personages zijn niet louter typen, maar ze geven elementen in een wereldbeschouwing weer.

Fanny

Fanny

In 1879 publiceert Emants Een drietal novellen. Van de drie novellen waaruit de bundel bestaat, zijn er twee, Najaarsstormen en Fanny al eerder gepubliceerd in De Banier. De derde novelle, Een avontuur, zou aanvankelijk als eerste van de drie novellen in De Banier verschijnen, maar Emants trekt deze, op dringend verzoek van zijn mederedacteuren terug. Zij zijn bang abonnees te verliezen vanwege het controversiële thema van de novelle, dat Emants zelf omschrijft als een voorbeeld van "den eenvoudigsten toestand van het gevoelsleven, [...] waarin de liefhebbende vrouw, zonder eenige bijgedachte aan den prikkel van verboden genot, zich geeft alleen omdat zij liefheeft".

Beide andere verhalen uit de bundel, Najaarsstormen en Fanny, geven volgens Emants een beeld van hoe hartstocht "door maatschappelijke banden bekneld en onder den invloed van een overwegend verstandsleven, zich in het openbaar voor den schepter van het conventioneel fatsoen buigt, om in het geheim zijn dorst naar genot te bevredigen, en hoe hij aldus ziekelijk wordt, verkwijnt of alle waardigheid verliest en zich in het slijk wentelt".

Hoewel Fanny net als de twee andere novellen over de macht van de wellust gaat, oogst deze novelle de meeste lof. De reden hiervoor is waarschijnlijk dat de zielsziekte van de hoofdpersoon van het verhaal het minst bedreigend is voor het conventionele fatsoen.

Fanny is op zeer jeugdige leeftijd getrouwd met Jan. Jan is een goedhartig man, die zijn vrouw aanbidt. Fanny is een hysterische jonge vrouw nukkig is en vaak ziek. Om haar te ontzien geeft Jan haar in bijna alles toe. In feite is Fanny een onmogelijke vrouw; ze is pathetisch en tiranniek. Haar vader was krankzinnig, waarmee Emants aangeeft dat er sprake is van erfelijke invloeden.

Behalve deze abnormale factoren wordt het huwelijk ook beïnvloed door geldgebrek, ziekte en de kinderen. Het zachtaardige gemoed van Jan is tegen dit alles niet bestand. Fanny maakt het leven van het gezin tot een hel. Ze wordt gekweld door de onmacht de werkelijkheid te verzoenen met haar droombeeld. De psychische spanningen die hierdoor ontstaan, brengen haar tot waanzin. Wanneer een van haar kinderen sterft, drijven schuldgevoelens, wanhoop en extase haar tot zelfmoord.

Het thema van deze novelle sluit aan bij Emants visie op de werkelijkheid: het leven van de mens bestaat uit steeds nieuwe pogingen om – ook tegen beter weten in – zijn begeerten te bevredigen, zonder dat hij uiteindelijk de bevrediging bereikt.

De verteltrant en de stijl van deze novelle zijn weliswaar conventioneel, maar de manier waarop Emants erin slaagtindividuelepersonages te schetsen, onderscheidt het werk van het meeste proza uit zijn tijd. Door het zoeken naar het karakteristieke in de mens, geeft Emants zijn personages een eigen leven. Daardoor kan een individu symbolisch worden voor de mensheid in het algemeen.

Literatuur

Ton Anbeek, Over de romanschrijver Emants. Amsterdam 1981.

Pierre H. Dubois, Marcellus Emants. Een schrijversleven. Den Haag 1980. Hoofdstuk IV gaat over de periode van Een drietal novellen.

Nop Maas, Marcellus Emants publiceert Lilith en Een drietal novellen, in: M.A. Schenkeveld-van der Dussen e.a. (red.), Nederlandse Literatuur, een geschiedenis. Groningen 1993.

Verantwoording

Fanny is weergegeven volgens de eerste druk van Marcellus Emants, Een drietal novellen, Haarlem 1879.
De hoofdstuktitels in de inhoudsopgave (niet zichtbaar in de tekst) zijn ter verduidelijking toegevoegd.
Digitalisering en noten: IJme Woensdregt.
Inleiding: Machteld Stilting.

Hosted by www.Geocities.ws

1