Storey, David (2001) Territory: The
claiming of space. Harlow: Pearson Education Limited
storeyd2001boek
Samenvatting:
Territory: the claiming of space
H2
Territory and territoriality
Het huidige denken over terriorialiteit richt zich op twee
soorten theorieën:
A Biologische/genetische verklaringen voor
terriorialiteit: Terriorialiteit is een kenmerk van alle levende wezens, het is
een vorm van natuurlijk gedrag en daarom ook biologisch bepaald
B Terrioritaal gedrag ontstaat vanuit sociaal-politieke
omstandigheden
A Biologische en genetische benaderingen
2 verschillende opvattingen:
1 deterministisch: het verkrijgen van territorium is een
natuurlijk fenomeen het is biologisch bepaald
2 adaptieve, behaviouristische: men bepaalt uiteindelijk
zelf over terriorialiteit
1 Agressie is een natuurlijk fenomeen en dat kan
gebruikt worden om een bepaald territorium te krijgen, vervolgens zal het
verdedigd worden.
Gedragspatronen zijn genetisch bepaald, zo ook de behoefte aan
een territorium en de verdediging daarvan. Dit geldt voor zowel het individuele
als het groepsniveau (verdediging tegen groepen mensen) (Ratzel).
Territoriaal gedrag is meer een gevolg van ons evolutionair
verleden dan van cultuur.
Maar hier is kritiek op:
-Het is slechte wetenschap: Er is te weinig empirisch bewijs,
de voorbeelden zijn te selectief en er wordt verondersteld dat menselijk gedrag
geëxtrapoleerd kan worden vanuit het gedrag van dieren. Er is echter geen
aandacht voor de cognitieve verschillen en menselijke capaciteiten als cultuur
en taal.
-Tegenstrijdige argumenten: Bewijs van gedrag is nog geen
bewijs dat dit gedrag biologisch bepaald is. Het kan ook geconditioneerd wezen.
-Door biologische verklaringen ontstaat er een rechtvaardiging
van geweld.
2 Mensen maken uiteindelijk zelf de keuzes. Biologie
geeft mogelijkheden en geen beperkingen.
B Sociaal-politieke theorieën
In plaats van de aangeboren behoefte aan een territorium wordt
deze behoefte bepaald door economische, sociale politieke en culturele
factoren: aangeleerde zaken (dit hoofdstuk gaat eigenlijk over het
nature-nurture debat).
Gottman: Er is een relatie tussen een politiek
georganiseerde groep en de geografische ruimte. Terriorialiteit is geografische
ruimte onder gezag van een bepaalde groep, er is dus een scheiding van andere
groepen. Het is een vorm van macht.
Er zijn twee redenen voor terriorialiteit:
-veiligheid
-ruimte kan zo economisch georganiseerd worden
Sach: Terriorialiteit is de reflectie van macht. Door
controle over geografische ruimte kan een groep macht uitoefenen over mensen en
verschijnselen. Het is een geografische expressie van sociale macht. Dit geldt
ook op individueel niveau.
Op kaarten wordt territorialiteit duidelijk: kaarten zijn niet
altijd neutraal, ze worden vaak politiek gebruikt
In werkelijkheid is het zo dat zowel biologische als sociale
factoren een rol spelen bij terriorialiteit.
Mensen willen zich vaak identificeren mat een territorium. Het
is belangrijk voor de identiteit. Mensen hebben gevoelens ten opzichte van een
plaats.
Boek ‘Territory’ - hoofdstuk 3; The
territorial state - samenvatting
·
·
Natie: een collectie van mensen, verbonden door een bepaald gevoel of
door solidariteit, gemeenschappelijke cultuur en gezamenlijke geschiedenis;
meestal komt dit tot uiting in een verbondenheid aan een bepaald gebied of
thuisland (sociale samenhang).
·
·
Staat: rechtskundige en politieke organisatie met macht over zijn
inwoners (mensen die binnen de grenzen leven)
Een staat is ’s-werelds meest dominante vorm van politieke organisatie; men
ziet indeling in staten als iets vanzelfsprekends dat niet verandert. Echter,
(aantal en) aard van staten verandert voortdurend.
·
·
Origine van staten: een menselijke creatie, bestaat al erg lang; staten
groeiden en verdwenen ook weer door de geschiedenis heen.
·
·
Twee theorieën over staat-formatie en evolutie:
1. ‘Developmentalist’ (ontwikkelingstheorie)
2. ‘Functionalist’ (functioneel)
|
1. Developmentalist |
2. Functionalist |
|
·
·
Staat: organisme dat territorium nodig heeft (Friedrich Ratzel),
breidt zich uit om grootte en macht te vermeerderen en heeft een natuurlijke
behoefte aan meer territorium (Lebensraum), die koloniale uitbreiding overzee
rechtvaardigt (vgl. Hitler’s Nazi-ideologie). ·
·
Van Valkenburg (1939): staten doorlopen een aantal fasen (jeugd,
adolescent, volwassenheid en bejaard) => staten veranderen in de tijd,
worden sterker, stabieler en veerkrachtiger. |
Hartshorne (1950): staten staan onder twee soorten druk: 1.
1.
Centrifugale krachten: deze ‘trekken’ de staten uiteen;
in-stabiliseren de staat. (Bijv: te grote staten, regionale ongelijkheden,
etnische diversiteit, taalverschillen, etc.) 2.
2.
Centripetale krachten: binden de staat samen en werken stabiliserend.
(Bijv. gemeenschappelijke taal, zelfde religie, geen regionale ongelijkheden,
etc.) |
Kritiekpunten:
·
·
Beide theorieën gaan uit van een bestaande
politieke realiteit en stellen voorop wat gebeurd zou kunnen zijn. Ze
leggen dus niet uit waarom bijzondere politieke gedaanten/
formaties eerder verrijzen dan anderen.
·
·
Ontwikkelingstheorie (development): houdt geen rekening met andere
staten en dat uitbreiding van de ene staat vaak ten koste gaat van één of
meerdere andere staten.
·
·
Verklaringen komen nauwelijks aan bod.
·
·
Relatieve machtsverhoudingen moeten meegenomen worden om de evolutie van
het wereld-staten-systeem te begrijpen => staten zijn elementen in een
breder kapitalistisch systeem in plaats van een geïsoleerd iets.
·
·
Staten zijn ruimtelijke entiteiten, bestaande uit 4 essentiële
kenmerken:
1. Territorium/ gebied
2. Mensen
3. Grenzen (zijn veranderlijk) =>
Door een opgelegde grens ontstaan
economische,
sociale en culturele verschillen aan weerszijden van de
grens, ook verschillen in
overheidsbeleid hebben hier invloed
op.
4. Soevereiniteit => Onafhankelijkheid, herkenning
door anderen/ andere staten
·
·
Staten zijn niet statisch, maar dynamisch en veranderlijk; gevormd en
hervormd door de interactie van menselijke politieke-/ beleidsactiviteiten.
·
·
Functie van een staat: staat zorgt voor een wettelijk raamwerk,
infrastructuur en service waarvan de inwoners gebruik kunnen maken. De taken
van een staat:
1. Economie reguleren
2. Zorgen voor publieke goederen (gezondheidszorg, transportdiensten)
3. ‘Raamwerk’ dat het gedrag van de inwoners stuurt.
4. Verdediging van het gebied en de mensen tegen externe agressie en
interne
bedreigingen
Tegenwoordig veel de-nationalisatie:
diensten worden geprivatiseerd; terugtrekkende overheid. Ondanks dit blijft de
staat echter altijd aanwezig, geeft nl. de kaders aan, interventie, regulatie,
etc.
·
·
Drie vormen van theorie van een staat:
1. Meervoudige (‘pluralist’) theorie
Staat is neutraal; democratie, staat
handelt in de geest van de inwoners.
2. Elite theorie
Staat wordt gecontroleerd door kleine elite, die staat tegenover de massa.
Meerdere elite-groepen strijden vaak om de macht. (Als kritiekpunt op deze
theorie wordt vaak gevraagd waarom er noodzakelijkerwijs een elite bestaat, is
dit wel iets natuurlijks?)
3. Marxistische theorie
De gemeenschap is ingedeeld in
klassen(klassenstructuur): de kapitalistische klasse die de productie
controleert en de werkende klasse/ arbeiders, die werken voor de
kapitalistische klasse. (instrumentalist)
Marxisten vinden de andere twee theorieën te oppervlakkig.
Staat kan niet neutraal zijn volgens hen, maar is zélf een belang, diep ingebed in socio-economische relaties. De staat is de
‘agent’ van de regerende klasse en houdt de machtsongelijkheden in stand. (Functionalist)
|
Pluralist |
Elite |
|
Marxist |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Controlled
by small elite |
Instrumentalist |
|
Functionalist |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Class
composition of ‘controllers’ |
|
State serves
the needs of capital |
·
·
Sommige zaken worden nooit onderwerp van het politieke debat, komen
nooit op de agenda = ‘non-decision-making’
(Bachrach/ Baratz)
·
·
Voortbestaan van de staat, ondanks tegenstellingen met de belangen van
het volk; Gramsci’s ideeën van hegemonie (overwicht) => resultaat van twee
vormen van controle:
1. Afgedwongen hulpmiddelen (instituties als politie, leger, rechterlijke
macht); houden
mensen in een rechte lijn.
2. Ideologische hulpmiddelen (subtieler; algemene gevoelens, spontane
toestemming voor
de richting van het sociale leven)
·
·
Relatie staat als territoriaal
apparaat van macht ó
mensen over wie de staat macht uitoefent (inwoners).
- Hobbes (1651): mensen verlenen al hun macht/ kracht aan één regering die
daarmee de
persoonlijkheid van het volk draagt.
- Rousseau (1973): individuelen geven ttoeeestemming om geregeerd te worden;
mensen
worden het onderwerp van de
soevereine regel.
·
·
Nationaliteit: iemands’ relatie met de staat (burgerschap) bevat de
rechten en plichten van dat persoon als lid van de staatsinrichting.
- Marshall (1950): drie verschillende rreccchten: burgerlijke rechten (vrijheid van meningsuiting, rechtvaardigheid),
politieke rechten (stemrecht) en sociale rechten (recht op minimale
levensstandaard)
·
·
Burgerschap: was vroeger een voorrecht voor de elite, nu voor bijna
iedereen (in sommige staten heersen bepaalde eisen voor het burgerschap,
waardoor veel mensen zich geen volwaardig burger voelen)
·
·
Baubock (1994): Burgerschap in een wereld van internationale migratie
moet in liberale democratieën verleend worden voor de tevredenheid van het
verkrijgen van residentie.
H4 Naties en nationalisme
In dit hoofdstuk worden de verschillende verschijningsvormen van
naties en nationalisme besproken. Er wordt gezocht naar de wortels van het
nationalisme, de positieve en de negatieve kanten worden belicht en er wordt
een afweging gemaakt over de territoriale ideologie van het nationalisme.
Natie en staat
Staten zijn organisaties met macht over inwoners in een afgebakend
gebied.
Naties zijn sociale collectiviteiten met een binding aan een
zekere geschiedenis. Bovendien zijn naties niet alleen fysieke realiteit, maar
ook mentale constructies. De overeenkomst tussen natie en staat kan vrijwel
volledig zijn. Naties streven immers naar een wettige verschijningsvorm door
het oprichten van eigen politieke instituties en het afbakenen van een eigen
gebied.
Frankrijk is een goed voorbeeld van een land waarbij natie en
staat in grote lijnen samenvallen, uitgezonderd minderheden en
afscheidingsbewegingen (bv. De Basken).
Hoewel wordt erkend dat in feite elke nationaliteit recht heeft op
zelfbeschikking, zijn er toch veel naties zonder staat. Bijvoorbeeld de
Koerden, die verspreid leven over Irak, Turkije en Syrie.
Er zijn ook voorbeelden van één natie die meerdere landen bevolkt.
Denk aan de Arabische natie: Saudi Arabië, Irak, Koeweit en Egypte.
In veel landen wonen minderheden die een eigen nationaliteit
hebben.
De wortels van de natie
Naties hebben niet altijd hun huidige verschijningsvorm gehad,
maar zijn in de loop der tijd ontstaan. Hoe? Daar zijn drie theorieën over.
1. Primordialist theories
Deze theorie ziet naties als natuurlijke entiteiten die eigenlijk
altijd bestaan hebben. De natie heeft historische wortels. Hieruit zijn taal,
religie, ras en etniciteit voortgekomen. Als gevolg van dit idee spreekt het
voor zich dat er een diepe verbondenheid is met de grond waarop de natie
voorkomt. Verschillende etniciteiten in voormalig Joegoslavië hebben zich op
deze theorie gebaseerd.
2. Perennialist theories
Enerzijds accepteert men dat naties geconstrueerde natuurlijke
eenheden zijn, maar anderzijds ziet men de historische ontwikkeling van naties
als minstens even belangrijk.
3. Modernist theories
deze theorie gaat er vanuit dat naties pas vanaf de 18de eeuw zijn
ontstaan. Ze voorzagen in een systeem waardoor kapitalistische samenlevingen
konden worden geordend. In verschillende perioden zijn mensen loyaal geweest
aan God of de koning. Nu is men loyaal aan elkaar en ontstaan naties.
Modernisten zien naties meer als sociale krachten en minder als onafhankelijke
entiteiten. Het begrip nationalisme is in ieder geval pas sinds de 19de eeuw in
zwang.
Nationale identiteit
Er zitten twee componenten in het begrip nationale identiteit
(Verdery, 1996):
- Een collectieve identiteit die refereert aan nationale kenmerken
en gewoonten en bv. Taal en kleedgewoonten bevat.
- Ieder individu ziet als lid van de nationaliteit. Over het
algemeen hangt dit samen met het geboorteland.
Volgens Guibernau, 1996) bevat nationale identiteit vijf
kenmerken:
- psychologisch: bewustwording van het behoren tot een natie
- cultureel: delen in de gemeenschappelijke cultuur
- territorium: natie bevind zich in een afgebakend gebied
- historisch: bezit van gemeenschappelijke geschiedenis
- politiek: het recht om zichzelf te besturen
Verder valt op dat de nationale identiteit sterk wordt beïnvloedt
door externe relaties: 'wat vinden anderen van ons?'
Voor veel mensen is de nationale identiteit belangrijk. Voor een
deel wordt er de eigen identiteit aan ontleent. Identiteit blijft echter per
definitie subjectief.
Nationaliteit en etniciteit
Op basis van het voorgaande zou kunnen worden geconcludeerd dat
een natie hetzelfde is als een etnische groep. Een etnische groep is een groep
mensen die bij elkaar horen op basis van cultuur en door de zelfperceptie het
gevoel hebben een afgescheiden groep te vormen. Toch is er een verschil.
Etnische groepen leven vaak redelijk vreedzaam in een grotere staat. De wens
van onafhankelijkheid is vaak niet aanwezig. Het belangrijkste doel is dan ook
om de rechten van de leden van de etnische groep te beschermen. Bovendien is
een etnische groep vaak onderdeel van een grotere nationaliteit. Sommige
etnische groepen ontwikkelen zich in de loop der tijd tot naties.
Nationalisme
Het zich verbonden voelen met een land noemen we nationalisme. Dit
verbindt alle inwoners van een land aan elkaar. Het is niet alleen een gevoel
van het vormen van een sociale eenheid, maar ook de gehechtheid aan de grond
waarop men leeft.
Types van nationalisme
1. nationalisme op basis van burgerschap: in veel West-Europese
landen is het vanzelfsprekend dat men zich verbindt met de nationaliteit van
het land van geboorte. Dit type zou meer progressief zijn, meer gericht op orde
en democratie. Daarnaast kent dit type een top-down structuur. De regering
versterkt het nationale gevoel.
2. nationalisme op basis van etniciteit: in veel Oost-Europese
landen is het vanzelfsprekend dat men zich tot de nationaliteit van het
voorgeslacht rekent. Dit type zou irrationeel en ongestructureerd zijn.
Daarnaast kent dit type een bottom-up structuur. Vanuit de etnische groepen
komen bepaalde geluiden uiteindelijk bij de politiek terecht.
Nationalisme: progressief of regressief
De laatste jaren heeft nationalisme een negatieve klank gekregen.
Het kan immers zeer bloedige consequenties hebben. Toch kan nationalisme
vreedzaam bestaan, vooral in staten waar het grootste gedeelte van de bevolking
zich tot dezelfde natie rekent.
Functies van het nationalisme
1. Nationalisme is in een goed
functionerende staat een middel om de bevolking te mobiliseren.
2. Nationalisme kan gebruikt worden
voor het in stand houden van de politieke hegemonie.
3. Nationalisme kan gebruikt worden om
de mensen aan de rand van de samenleving aan te spreken. Werklozen en armen
kunnen trots zijn op hun land.
4. Nationalisme kan gebruikt worden om
sociale onrechtvaardigheden aan de kaak te stellen. Bijvoorbeeld de koerden die
hun benarde positie in Irak benadrukken.
5. Nationalisme is een voorwaarde voor
een goed functionerend democratisch bestel. Wanneer een land zich als natie
verbonden voelt is er meer discussie mogelijk
Hoofdstuk 5
Nationalisme en het
belang van een plaats
Naast het belang van de geschiedenis voor het bijeen houden van
een natie, is er behoefte aan een nationale geografie. Mensen, gebeurtenissen
en plaatsen kunnen betrokkenheid bij een natie bewerkstelligen.
Het belang van geschiedenis
Alle naties hebben een verleden nodig om hun huidige bestaan
aan te rechtvaardigen en beweegredenen voor ruimtelijke claims te verschaffen.
Vaak is een nationale geschiedenis niet gelijk aan de
werkelijke geschiedenis. Voor het betrekken van de mensen bij de natie is een
geschikte geschiedenis nodig. Indien deze er niet is, moet er een worden
verzonnen.
Mensen worden gebruikt om de nationale mythe te verspreiden.
Hiervoor worden niet alleen politici of overwinnaars gebruikt, maar ook bv.
sportmensen.
Ook gebeurtenissen worden gebruikt om een land te
vertegenwoordigen.
Niet de individuen, gebeurtenissen of plaatsen op zich zijn
belangrijk voor de betrokkenheid van het volk, als wel de lading die het volk
er aan geeft.
Territorium en natie
Een gebied is niet alleen een basiselement voor het bestaan van
een natie, maar ook voor de nationale mythe. Mensen en gebeurtenissen worden
meestal gekoppeld aan een plaats.
Daarnaast zijn toespelingen op de nationale bodem en het
hechten van belang aan een bepaald gebied ruimtelijke elementen. In dit begrip
past ook de term ontstaanszone of het originele kernland.
Territoria en specifieke gebieden worden dikwijls toegezongen
in nationale liederen. Een vrij gewoon ogend landschap wordt daarin verheven
tot iets heiligs.
Territorium en nationalisme op de Balkan
Na de WO I is Joegoslavië ontstaan tussen, in het zuiden het
Ottomaanse Rijk en in het noorden Oostenrijk-Hongarije. De regio bevat veel
verschillende etnische groepen die tot het uiteenvallen van de staat soms
strijdig, maar ook vredig met elkaar konden leven. Op een gegeven moment wilden
de niet-Serven zich afscheiden van de Belgrado-georiënteerde staat.
Het Dayton-akkoord uit 1995, met een oplossing voor het
conflict, resulteert in een onstabiel gebied. Voor het akkoord waren alle
etnische groepen verdeeld over Joegoslavië. Het akkoord erkent echter twee
verschillende gebieden: een Moslim-Kroatische Federatie en een Bosnisch
Servische Republiek. Elke etnische groep eist het gebied op waar zij recht op
denkt te hebben. De Serven hebben nu een eigen republiek, maar zingen in
liederen over gebieden die liggen in vroeger Servisch gebied, huidig Macedonië.
Voor de oorlog viel Kosovo onder Joegoslavië, maar bezat het
autonomie. Tegenwoordig valt Kosovo, met hoofdzakelijk Albanese bevolking,
onder Servisch gezag. Dit leidt voor de Albanezen opnieuw tot strijd. De Serven
aan de andere kant zijn eensgezind het gezag over Kosovo te behouden. Zij
hebben daar ooit een slag verloren en hun nationalisme wordt gevoed door deze
geschiedenis.
Ook Macedonië is een gebied dat opgeëist wordt door meerdere
groepen. Alexander de Grote, een Griekse Held, en Prins Marko, een Servische én
Bulgaarse held, komen uit dit gebied. Zo zijn er drie groepen die vanuit de
geschiedenis aanspraak willen maken op Macedonië.
Engels nationalisme en territoriale beeldspraak
Er is een verschil tussen Brits en Engels. Engelsen zien dit
verschil minder goed dan Schotten en bewoners van Wales. Als Engelsen
beeldspraken maken over Groot-Brittannië, hebben deze meer betrekking op
Engeland.
Tijdens de industrialisatie en urbanisatie in Engeland werd het
platteland als idyllisch beschouwd, terwijl de stad vervuilend was. Veel mensen
denken nu nog dat Engeland hoofdzakelijk uit rurale gebieden bestaat.
Ierland
De identiteit van Ierland is gevormd door het beeld van rust en
bekendheid in de moderne samenleving. Dit beeld is mede gevormd door het verzet
tegen de stedelijke kolonisator Engeland. Ook hierdoor is het westen van
Ierland het puurst en meest rustgevend.
In 1921 is het eiland in tweeën verdeeld. In verhalen en
liederen wordt de bezetting door Engeland gezien als de verstoring van de
eenheid op het eiland. Protestanten in Noord-Ierland houden jaarlijks
Oranjemarsen, ten eerste ter nagedachtenis aan de Slag van Boyne aldaar, ten
tweede om de protestantse religie en cultuur te verdedigen en als laatste als
symbool van onderdrukking door nationalisten uit het zuiden. Het gevolg is dat
republikeinen zich niet gewild en niet veilig voelen. De protestanten laten zo
merken dat het hun gebied is.
Palestina-Israël
Israël werd in 1948 gesticht om de Joden te huisvesten. Juist
Israël is als locatie gekozen vanwege de historische achtergrond als het
Beloofde Land. Het probleem is dat ook Palestijnen het gebied bewonen.
Aanvankelijk was Israël opgesplitst in twee gebieden. Israël eigende zich
echter het grootste deel van het land op van de in minderheid zijnde
Palestijnen. Palestijnen die nog in Israëls grondgebied woonden, werden
simpelweg de grens over gezet en Israël werd gezuiverd(...). Nederzettingen in
Israël worden aangeduid met ‘Joods’, ‘Arabisch’ en ‘Gemengd’. De term Palestina
mocht in Israël niet meer vertoond worden. Daardoor werd het een symbool voor
het Palestijnse nationalisme.
Hoofdstuk
6 De toekomst van de soevereine staat
De huidige wereld met staten staat onder druk. Deze druk komt
zowel van onder als van boven.
Druk van onder: nationalisme en fragmentatie
Druk van boven: globalisering, dit maakt nationale verschillen
en staatsgrenzen steeds minder belangrijk.
Druk van onder
Interne druk leidt tot het uiteenvallen van staten of het doen
van concessies aan etnische minderheden.
Bv: de voormalige Sovjet-Unie die uiteengevallen is in vijftien
onafhankelijke republieken. Daarnaast is Moskou nog steeds in conflict met
Tsjetsjenië waar ze wel al concessies aan hebben gedaan.
Muir (1997): sommige staten hebben geen volledige of effectieve
beheersing over (delen van) hun gebied. In een aantal landen, speciaal Derde
Wereldlanden, staan delen onder militaire controle en groepen om de orde effectief
te handhaven.
Deze gaten zijn het resultaat van verschillende factoren:
-
centrifugale krachten, zoals verschil in etniciteit, taal, regionale
ongelijkheid.
Bv: Colombia: heeft te maken met drugshandel en guerrillatroepen,
Sudan wordt gedeeltelijk beheerst door oorlogsleiders.
Nationalisme binnen staten
Er zijn landen waar nationale groeperingen een eigen politieke
eenheid wensen: een staat binnen een staat. Bv. Baskenland in Spanje en
Noord-Ierland in Groot-Brittannië.
Dit gaat vaak gepaard met gewelddadige en militaire acties.
(ETA in Spanje)
Dit leidt tot een instabiele staat.
Het kan ook vreedzamer.
Bv.: In Catalonië en Galicië in Spanje of onafhankelijkheids
besprekingen in Groot-Brittannië over
Schotland en Wales.
In Afrika is het Eritrea gelukt om onafhankelijk te worden maar
dit heeft wel lang geduurd. Binnen Afrika zijn er veel problemen. De oorzaak:
Afrika is grotendeel gekolonialiseerd (geweest) door externe machten. Het
concept en de vorm van een staat betekent voor de inwoners niet zoveel ondanks
pogingen van natievorming. Dit leidt tot veel burgeroorlogen en in feite zijn
de Afrikaanse staten daardoor onbeheersbaar (Wole Soyinka’s, 1996).
Forrest (1988) maakt onderscheid tussen harde en zwakke staten:
de zwakke staten hebben feitelijk nooit stabiele groepen gehad, eerder hadden
ze de kans om nationale groepen te construeren uit verschillende partijen en
groepen.
Twee risico’s bij dit idee:
1
Het gevaar aan te nemen dat alle Afrikaanse staten hetzelfde zijn of in
ieder geval de Derde Wereld landen. Dit negeert de verschillen in historie en
geografie van een complex gedeelte in de wereld.
2
Het aannemen van het probleem dat het wezenlijk Afrikaans is. (het ontbreken
van een goede civiele cultuur en de onmogelijkheid om over Afrika te regeren)
Het probleem zou namelijk wel eens ergens anders kunnen liggen. Muir: de
Europese cultuur kun je niet zomaar overbrengen in een kolonie.
Bovendien is de politieke realiteit: zowel in Europa als in
Afrika zijn er instabiele staten.
Verschil in taal
Culturele verschillen zijn belangrijk. Een taal is een
centrifugale kracht die instabiliteit veroorzaakt.
De identificatie kan sterker zijn met het taalgebied waar je
vandaan komt dan met de staat waarin je woont (bv: België, waar een Frans
sprekend gedeelte is en een Vlaams sprekend gedeelte). De interne verschillen
kunnen verschillen creëren.
In de Canadese staat Quebec is een tweetalige politiek
aangenomen om de mensen tevreden te stellen. De meerderheid verzette zich in
1990 bij een referendum tegen afscheiding van Canada. Ondanks dat is er een
scheiding tussen Frans Canada en Engels Canada die nog steeds doordringt in het
politieke en culturele leven.
Kern-periferie contrasten
Interne kolonialisering: regio’s die dominant zijn en zich
ontwikkelen ten koste van de periferie. Dit leidt tot sociaal-economische
verschillen. (Hechter, 1975)
Deze spanningen kunnen druk zetten op de staat met de roep om
afscheiding die voortvloeit uit enerzijds de periferie of minder voorkomend, de
kern.
Perifeer nationalisme heeft te maken met regionale ongelijkheid
en een aangeboren natiegevoel. De periferie is vaak afhankelijk van de kern en
dit kan leiden tot bepaalde boosheid jegens deze kernen: dit kan weer leiden
tot de roep om afscheiding.
Antwoorden van staten op afscheidingsbewegingen
Aantal mechanismen om disintegratie te weerstaan:
-
-
Dwingend: met geweld, militaire acties in combinatie met het
rechtsysteem. De intentie: het verminderen van de weerstand door openlijke
pressie, executie of gevangenneming. Dit moet een sfeer van angst creëren zodat
de mensen geen actie meer ondernemen.
-
Iets subtieler: het verbieden
van vrijheid van mening en media. Doel: het behoeden van de politieke en
territoriale integriteit van de staat. De staat is natuurlijk en alles wat zich
daar tegen verzet is onnatuurlijk.
-
-
Aanpassend: het geven van beperkte vrijheden zoals zelfbestuur om
verdere afscheiding te voorkomen. Doel: het verminderen van de druk en kracht.
Belangrijk punt: deze druk van afscheidende nationalisten en
van de periferie kunnen worden gezien als bedreigingen tegen het bestaan en
legitimatie van de bestaande staat of ten bedrage van het bereik van de staat
maar ze zijn niet veelbetekenend voor de overdracht van de staat als een
concept.
Druk van boven
Globalisering: toenemende onderling afhankelijke wereld waar
kennis over ander landen constant beschikbaar is voor iedereen en er contact is
over de hele wereld.
Anthony Giddens: Globalisering is de wereldwijde intensivering
van sociale relaties die een schakel vormen met verder verwijderde locaties op
zo’n manier dat lokale activiteiten en gebeurtenissen worden gevormd door
gebeurtenissen die ver weg voorkomen.
® ® verbreding en
verdieping van sociale relaties over ruimte: de wereld wordt kleiner door
verschillende mechanismen en processen: economische transacties,
telecommunicatie, informatietechnologie, televisie, snelleren en goedkopere
luchtvaart.
Tijd - ruimte: in een toenemende onderling afhankelijke wereld
verspreiden mode en andere trends zich snel over de wereld en verdringen ze
politieke en culturele grenzen (Harvey/Massey).
Wereldsteden worden belangrijker dan individuele staten.
Grenzen, natie en staat steeds minder belangrijk.
Verschillende elementen binnen globalisatieproces (Held 1989):
1. 1. groei
internationale handel, kapitaalstromen
2.
2.
Verbeterde communicatie en technologie
3.
TNC’s: handelsblokken (hebben ook invloed
op de politiek)
4.
Internationale instituten (UN, IMF, Wereldbank)
5.
Regionale economische blokken (bv EU)
6.
Defensieve en militaire verbonden
7.
Processen gericht op harmonieus internationaal
recht
8.
Culturele verspreiding
®
Economische, politieke, culturele en milieu dimensies. Maar het hangt allemaal
met elkaar samen en kan niet los van elkaar gezien worden.
Economische dimensies:
Toename internationale handel en groei buitenlandse
investeringen, TNC’s, en handelsblokken zoals de EU.
EU: oorspronkelijke doel: verbreding economie, gecentreerd op
de markt van zes landen. Sindsdien is het uitgebreid tot 15 landen en een
wachtlijst. Nu heeft het ook een politiek doel. Desondanks blijven de
verschillende staten trouw aan hun eigen nationale symbolen en cultuur.
Politieke dimensies:
Einde Koude oorlog: Het uiteenvallen van het communisme en het
omschakelen naar het kapitalisme worden gezien als homogeniserende krachten die
leiden tot het einde van een ideologie en belangrijke conflicten.
Toenemende politieke samenwerking is gedeeltelijk oorzaak van
de verminderde belangrijkheid van alleenstaande staten.
Andere denkbeelden over politieke integratie: anarchisten die
het liefste een wereld zouden zien waarin grenzen niet bestaan.
Cultureel:
Steeds meer uniform in kleding, muziek en gebruiken.
Bijvoorbeeld 1 wereldtaal.
Daarentegen wel meer nadruk op andere vormen van identiteit
zoals homorechten, die grensoverstijgend zijn.
Omgeving:
Sinds 1960 steeds meer aandacht voor milieuproblematiek
wereldwijd: is niet gebonden aan staten.
Doen staten er nog toe?
Toekomst: grenzen minder belangrijk maar:
1. 1. Globalisering
vindt al heel lang plaats
2. 2. Globalisering
wordt niet door iedereen of op dezelfde manier waargenomen
3. 3. Tegen
globalisering wordt actief weerstand geboden
4. 4. Staten
en grenzen zullen doorgaan met bepaalde functies en blijven bestaan.
Globalisering is niet nieuw en niet universeel
Globalisering is niet nieuw en heeft altijd al geleid tot de
verbinding van plaatsen en mensen. Bv: het imperialisme en kolonialisering. De
VOC zou nu een TNC genoemd kunnen worden. Het gaat nu alleen sneller.
Het is ongelijk verdeeld en niet alle mensen ervaren het
hetzelfde. Vooral in arme landen weten mensen vaak weinig over het gebied
buiten hun eigen leefomgeving. Kortom: het schetst geen compleet beeld maar het
betekent niet dat de buitenwereld geen invloed heeft. Rijke, westerse landen
kunnen d.m.v. het vestigen van een fabriek wel veel invloed uitoefenen.
Weerstand tegen globalisatie
Locale actiegroepen kunnen zich verzetten tegen TNC’s hoewel ze
wel veel macht hebben.
In de politieke sfeer: tegen stemmen bij bijv. aansluiting bij
een groter geheel.
Een wereld zonder staten ligt nog ver weg: nationale identiteit
en fragmentatie is aan de orde van de dag, vooral in Oost-Europa.
Zijn staten noodzakelijk?
Ja, hoewel grenzen steeds minder belangrijk worden zijn staten
nog steeds noodzakelijk. Anders problemen met bv concurrentie.
De grenzen veranderen: in de EU verharden de buitengrenzen en
worden de binnengrenzen zwakker.
Meer verandering in vorm van de staten maar niet in een
fundamentele verandering in het idee van de beheersing van staten.
Het wereldsysteem van staten is nog niet dood: ondanks of
misschien dankzij globalisering, lijken staten en grenzen voort te bestaan in
hun functioneren als belangrijke elementen in ons alledaagse leven en in de
toekomst.
Conclusie
Twee soorten druk die de huidige wereld met staten bedreigen:
1. 1. Druk van
onder (binnenuit): interne scheidingen binnen staten zoals nationaliteit,
ruimtelijke ongelijkheid en verschil in taal.
2. .
2. Druk
van boven: globalisering van politiek, economie, sociaal-cultureel, en milieu.
De druk bestaat maar die wil nog niet leiden tot het verdwijnen
van de staat. De meeste interne druk centreert zich rond de herplaatsing van de
huidige staat met een of meer nieuwe. Veel tendensen van globalisering worden
tegengehouden: gesuggereerd dat nationale perspectieven en begrenzingen
belangrijk zullen blijven.
Dit alles suggereert dat een op hande zijnde bedreiging van de
staat overdreven is en dat plaats, en met zijn bestrijding over beheersing van
gebied, er zeker toe blijft doen.
Samenvatting hoofdstuk 7 Substate territorial divisions
Boek: Territory, the claiming of space; eerste druk 2001
Auteur: David Storey; hoogleraar geografie aan de
universiteit van Worcester, Verenigd
Koninkrijk
In de eerste zes hoofdstukken worden hoofdzakelijk territoria
en territoriaal gedrag besproken op macro – niveau gericht op discussies m.b.t.
nationalisme, vorming van staten en territoriale relaties tussen staten.
Territoriale strategieën en territoriaal gedrag kunnen ook op een kleiner /
lager ruimtelijk schaalniveau plaatsvinden.
Dit hoofdstuk en het volgende hoofdstuk zullen zich richten op
andere territoriale vormen en de benutting van territoriale strategieën op het
niveau van de substaat. Aan de orde komen informele territoria ( rassen,
volkeren en geslachten ). Het gaat dus om geformaliseerde territoria onder het niveau van de staat.
Welke interne territoriale verdelingen / mogelijkheden gebruiken regeringen of
hun instellingen om de staat te besturen.
Bij deze interne territoriale verdeling kunnen we twee
mogelijkheden onderscheiden, territoria
die vrijwel krachteloos zijn en zwak ontwikkeld tot vrij machtige, hoog ontwikkelde
gebieden. Een aanvulling op deze verdeling zijn een aantal quasi – staten of
halve staatsorganen met bijzondere verantwoordelijkheden met betrekking tot hun
toegekende gebied.
Je kunt dit opvatten als verlengstukken van de staat met
regionale verantwoordelijkheden.
Vb. Verenigd Koninkrijk: overheid laat steeds meer organen
privatiseren. Door het toegenomen aantal locale voorzieningen wordt de locale
“staat” steeds meer gefragmentariseerd.
Hoofdzaak is niet zo zeer om vast te leggen welke specifieke
territoriale afspraken er zijn, maar meer om te benadrukken hoe de ruimte wordt
gebruikt in betrekking tot besturen en controle.
Formele politiek – territoriale verdelingen
De meeste landen hebben een interne politieke – territoriale
indeling. Dit zijn geografische eenheden, die een beperkte mate van macht
hebben over hun eigen aangelegenheden. De mate waarin staten de macht
overdragen aan locale autoriteiten is ruimtelijk divers.
Binnen landen kan de mate van autonomie van gebieden in de loop
van de tijd veranderen.
Op basisniveau kan er
een onderscheid gemaakt worden tussen gecentraliseerde staten en federale
staten. In federale staten zoals de VS en de BRD hebben regionale regeringen
een grote mate van zelfstandigheid en kunnen ze zelf wetten vaststellen. In
sterk gecentraliseerde staten is de regionale invloed minimaal. Uiteraard
bestaan er vele tussenvormen.
Federale staten
De federale staat is een politiek – territoriaal systeem,
waarbij de meeste macht is overgedragen aan het locale niveau.
Federalisme vinden we vaak in multi – etnische staten. Doel
hiervan is om een redelijke balans te vinden tussen nationale en regionale
belangen, vaak ook tussen verschillende etnische groepen binnen de grenzen van
een land. Federale staten zijn vaak een praktisch antwoord op spanningen die
het voortbestaan van de staat zouden kunnen ondermijnen. Deze federale staten
onderscheiden zich van volledig onafhankelijke staten, door hun gebrek aan
kracht in de buitenlandse politiek en hun gebrek aan complete soevereiniteit
over hun grondgebied (b.v. voormalige Sovjet – Unie).
Voorbeeld VS: elke
staat heeft een bepaalde mate van macht maar ze blijven allemaal onderdeel van
de federale regering (Washington).
Voorbeeld Spanje: bestaat
uit 17 provincies, die een beperkte mate van zelfregulering bezitten ®
asymmetrisch: Baskenland en Catalonië hebben meer autonomie dan de andere
provincies.
Een speciale vorm van decentralisatie vinden we in het Zuid –
Afrika van de apartheid.
De “Group Areas Act” en verenigde wetgeving vonden dat mensen
moesten leven in gebieden, die gevormd waren voor hun raciale groep. Blanke
macht werd ruimtelijk uitgedrukt. Eén van de meest duidelijke ruimtelijke
openbaringen was het creëren van de zelfbesturende “homelands”. In de praktijk
waren het niet meer dan regio’s met een beperkte mate van zelfregulering.
Lokaal bestuur
Staten hebben nog steeds mechanismen nodig om hun soevereine
territorium te beheren. In het Verenigd Koninkrijk is er een complex systeem
van lokale bestuursvormen (tussen Engeland, Wales, Schotland en Noord – Ierland
zijn er verschillen; zelfs in Engeland en Wales zijn verschillen). Lokaal
bestuur in het Verenigd Koninkrijk werkt op verschillende niveaus binnen een
ruimtelijke hiërarchie.
Onder het niveau van het graafschap zijn verschillende groepen
van districtsraden en door heel Groot – Brittannië een twee – rangen systeem van lokaal bestuur,
dat werkt met verantwoordelijkheden gescheiden tussen graafschap en
districtsraden.
In 1998 is de situatie nog complexer geworden door de invoering
van eenheidsgezag in sommige graafschappen. Onder het graafschap en het
district hebben we nog een orgaan, namelijk die van de parochies.
Wanneer we kijken naar het lokale bestuur en we zien dat er bij
sommige gebieden ogenschijnlijke overlapping is tussen de organen, dan is de
situatie nog ingewikkelder door de aanwezigheid van talrijke quasi –
bestuurlijke niet gekozen organen, die verantwoordelijk zijn voor bepaalde
functies.
Terwijl het systeem in het Verenigd Koninkrijk voor het
grootste gedeelte is gebaseerd op een historische indeling, is het Franse
systeem van departementen gevormd omwille van administratieve redenen na de
revolutie in de 19e eeuw ® rationeel systeem van lokaal bestuur. De departementen
werden gesticht om een territoriale basis te vormen van waaruit de nieuwe
republiek kon worden bestuurd. Alhoewel er veranderingen hebben plaatsgevonden
in de mate van macht, is de verdeling nog steeds van kracht.
Terwijl veel landen deze interne territoriale verdeling
hanteren, laten recente ontwikkelingen in de dienstensector op lokaal niveau
zien dat de verdeling tussen publieke sector en private sector wordt
verdoezeld.
De rol van de lokale autoriteiten is de laatste jaren
substantieel gewijzigd. Centraal hierin is de verkleining van de rol van de
staat als verzorger van diensten en de toename van het aantal organen die op
één of andere manier een rol spelen in de lokale diensten voorziening.
Rolling back the state …….. het terugdringen van de
staatsbemoeienis
De opkomst van een nieuwe rechtse politiek in het Verenigd
Koninkrijk (1970) en elders, heeft geresulteerd in een verandering in denken
waarop lokaal bestuur wordt opgevat.
De grote onderscheid is
die van het leveren van diensten / voorzieningen voor iedereen, naar de
mogelijk bieden om gebruik te maken van voorzieningen door lokale autoriteiten.
Dit onderscheid vertoont een vrije markt–ideologie met als doel
een minimum ingrijpen van de staat. Dit leidt tot privatisering. Bij deze strategie
hoort een ideologische component. Ingrijpen van de staat in de dienstverlening
werd als negatief gezien. De invloed van het individu stond voorop.
Collectivisme werd afgewezen.
De rol van zowel het centrale bestuur als het lokale bestuur
als dienstverleners werd aanzienlijk verminderd. De privatisering is door velen
bekritiseerd. De privatisering wordt gezien als een vermindering van de
democratie door macht te verplaatsen van lokaal gekozen autoriteiten en
verleende krachten naar niet gekozen quasi – autonome niet bestuurlijke
organen.
Volgens Hill (1994) heeft er een decentralisatie plaatsgevonden
naar individuen en gemeenten terwijl er een centralisatie van macht heeft
plaatsgevonden in de handen van niet gekozen organisaties. Hill (1994):
welvaart is bepalend in plaats van politieke doelen en machtsinvloeden
.
Theorieën over decentralisatie
Vanuit het perspectief van de liberaal – pluralisten
kunnen vormen van lokaal bestuur worden gezien als een verzameling van
mechanismen, waardoor lokale wensen en behoeftes kunnen worden bepaald en
worden gerealiseerd. Lokale besturen moeten een acceptabele oplossing kunnen
vinden voor lokale problemen. Ze moeten ook de oplossingen voor tegenstrijdige
beelden op lokaal niveau vergemakkelijken.
De besturen van lokale regeringen kunnen worden gezien als een
filter tussen nationale belangen en lokale belangen aan de ene kant en aan de
andere kant tussen wedijverende belangen groepen op lokaal niveau.
Lokale regeringen moeten ervoor zorgen dat de ruimtelijke
“blindheid” van het nationaal beleid op lokaal niveau wordt voorkomen door op
het lokale niveau ruimtelijke invulling te geven aan dat nationale beleid.
Vanuit dit liberaal – pluralistische standpunt wordt de
lokale staat gezien als een middel, waardoor de centrale staat meer kan
participeren in de oplossing van lokale wensen en behoeftes. Daarnaast kan door
het scheppen van een verzameling van mechanismen een grotere politieke
betrokkenheid bereikt worden. Dit houdt ook in dat zulke afspraken de staat de
mogelijkheid geven op een meer efficiëntere manier te werken.
Vanuit een meer structurele visie wordt de territoriale
onderverdeling gezien als een mechanisme, waardoor de staat zichzelf beter kan
organiseren. Om de territoriale integriteit te behouden, moet de staat z’n
overwicht over alle geografische deelgebieden in standhouden.
Door interne territoriale afspraken kan de staat zijn
legitimiteit over de gehele geografische ruimte verzekeren. Zelfs in hoog
ontwikkelde staten is het doel niet een grotere democratie of gevoeligheid voor
lokale behoeften, maar het verzekeren van binnenlandse hegemonie van de staat.
Federalisme of andere hoog ontwikkelde structuren kunnen worden
gezien als politiek territoriale strategieën, uitgevoerd in een poging de
heersende centrifugale en centripetale krachten waar staten onderdeel van zijn,
overeen te brengen. Het toegeven aan
een veelbetekenende autonomie kan worden gezien als een andere manier om met
krachten van b.v. separatisten om te gaan (bijv. Spanje, Basken).
Decentralisatie strategieën kunnen meer worden gezien als een
poging om de hegemonie van de staat te handhaven, dan hem te verzwakken.
Om de territoriale hegemonie te handhaven heeft de staat twee
methoden:
1.
assimilatie – beleid (alle regio’s op dezelfde manier behandelen)
2.
decentralisatie
Uiteindelijk zijn beide benaderingen ontworpen om territoriale
afscheiding te voorkomen en de controle van de staat voor alle regio’s te
handhaven.
Vb.: succesvolle
afscheiding: Eritrea « Ethiopië
Minder
succesvol: Noord – Ierland
Bewegingen naar een “Europa van de regio’s” gaan in de richting
van het overslaan van staatsstruc-turen. Regionale eenheden leggen hun eigen
contacten aan de andere zijde van de grens van hun eigen staat.
Territorialisering op basis van een gemeenschapsgevoel
Het nut van het lokale gemeenschapsgevoel en de betrokkenheid
bij een plek is bevorderlijk geweest voor de ontwikkeling van een nieuwe
dimensie in het zoeken naar nieuwe vormen van bestuur op lokaal niveau. Het
gaat er om gemeenschappelijke antwoorden te vinden op specifieke sociale of
economische problemen zoals criminaliteit, landelijke ontwikkeling en
dienstverlening.
Meer recentelijk binnen Europa is het idee om lokale personen
en organisaties toestemming te geven om mee te denken om hun eigen problemen op
te lossen (actief burgerschap). Dit is
echter geen nieuw fenomeen. Er bestaat een lange historie van lokale mobilisatie,
vooral in stedelijke gebieden (buurtverenigingen).
Post – modernistische benadering: benadrukt landelijke
diversiteit en lokale verschillen ® minimaliseren directe betrokkenheid van de staat.
Groepen met een gemeenschapsgevoel en lokale samenwerkingsverbanden
worden een onderdeel van het mechanisme van de lokale staat.
Zelfhulp en de aanpak van vrijwilligers en de ontwikkeling van
samenwerkingsverbanden zullen alleen stap voor stap een oplossing brengen en
zullen alleen die mensen helpen die erbij betrokken zijn, maar niet de
structuren wijzigen die de problemen in eerste plaats creëren.
Ray (1998) stelt, dat binnen een landelijke samenhang, zulke
strategieën alleen werken door het creëren en handhaven van een sterke
territoriale identiteit. Territoriale strategieën worden benut en
plaatsgebonden identiteiten worden gezien als het sleutelmechanisme bij het
kweken van een speciale innovatiegeest en samenwerking.
In een aanzienlijke mate is deze benutting van territoriale
strategieën meer een midden – klasse fenomeen, gesteund door diegene die zowel
tijd en geld ervoor hebben om bij deze coöperatieve projecten te worden
betrokken ®
transnationale dimensie
Dit wordt gecombineerd met een Europa van regio’s, door te
benadrukken dat er meer contact is tussen lokale regeringen en tussen
samenwerkingsverbanden.
De nationale regeringen worden overgeslagen, dit suggereert een
re – territorialisatie langs de internationale grenzen, in combinatie met een
vermindering van de belangrijkheid van nationale grenzen.
Het laat ook zien dat er een interactie is tussen lokaal en het
mondiale, waarbij kleinere territoriale eenheden in contact worden gebracht met
lokaliteiten ver buiten hun directe dagelijkse contacten. Deze ideeën van
gemeenschapsontwikkeling tonen de splitsing van lokale en regionale regeringen.
Gemeenschapsontwikkeling kan gezien worden als een lokaal gevoelige poging om
de democratie te verdiepen, maar ook een middel om behoud van de territoriale
hegemonie van de staat.
Administratieve verdeling en de zin van plaatsen
Het algemeen geschetste beeld, dat interne territorialisatie
een mechanisme is voor het behoud van politieke controle. Zoals we gezien
hebben in relatie tot nationale identiteit en vorming van een staat, leidt het
trekken van grenzen tot vorming en behoud van een territoriale identiteit.
Wanneer specifieke territoriale formaties een lange historie
hebben, of verondersteld worden die te hebben, dan zullen de mensen een sterke
band hebben met hun regio of ten minste met een bepaald gedeelte van hun
streek.
Het gevoel van betrokkenheid bij een plaats en de wijze waarop
grenzen ooit gevormd zijn, vormen krachtige elementen in het scheppen van een
identiteit.
Plaats en de private sector
De benutting van een territoriale strategie is geen voorrecht
van de regering, zowel in gecentraliseerde vorm als in vergaande
decentralisatie. De private sector zal ook territoriale strategieën ontwikkelen
om daarmee hun zaken beter te regelen.
Territorialiteit is een zinvolle organisatorische methode en
een middel waardoor bedrijven de efficiëntie kunnen verbeteren.
Samenvatting Territory Hoofdstuk 9
Conclusies
Dit boek heeft een aantal voorbelden gegeven van territoriaal
gevormde gebieden door de mens en strategieën, op verschillende schalen van
locaal naar globaal.
·
·
Een nu nog bepalend element in de huidige situatie is de territoriale
ideologie van nationalisme. Het bestaan van territoriale eenheden en de grenzen
ertussen geven de wereld van de politiek weer, waarin controle over het
territoriale gebied gezien kan worden als macht; de verdeling van de ruimte in
territoriale gebieden geven een ruimtelijke weergave van macht. Deze weergave
van macht en controle blijkt nog steeds van belang te zijn.
·
·
Niet alleen bestaat er de territoriale vorm van een staat, ook kan er op
basis van het weglaten van een bepaald gedeelte van de bevolking, bijvoorbeeld
op basis van ras, etniciteit, geslacht of seksuele oriëntatie, een nieuwe vorm
van territorialiteit ontstaan.
·
·
Een hoofdgedachte uit het boek is dat door territoriale gebieden macht
kan worden getoond of betwist. Territoriale gebieden worden gebruikt als
betekenis voor sociale, politieke en economische controle. Hieruit volgt dat
territoriale gebieden geen natuurlijke zijn maar door de mens zijn gemaakt!
Plaats is zeker van belang.
·
·
Allerlei verschillende groepen proberen het territoriale gebied te
veroveren en hierdoor ontstaan constante ‘ruzies’.
·
·
Geografen moeten niet alleen constateren dat er problemen zijn, maar het
is van belang dat ze de onderliggende oorzaken ervan te weten zien te komen.
Het zijn vooral de achterliggende gedachten van mechanismen die onderzoek
vragen dan de territoriale gebieden zelf.