2Mail is een van
de beste sites
op het gebied
van geld via
het internet
verdienen. De
mail krijg je op
de site en niet
in jouw eigen
mailbox. Ideaal
zo blijft jouw
mailbox schoon.
Op deze pagina bespreekt dr. van Dijk een aantal dingen die bij Pd horen. Zoals de psyche, criteria, beloop en behandelingen. Op de vorige pagina heb je het eerste deel van dit artikel kunnen lezen. Door op de titel link (Revalidatie bij dystrofie door dr. van Dijk) te klikken kom je weer bij het eerste deel.
De psyche

Een zeker onbegrip bij behandelaars voor pati�nten met SRD is verklaarbaar op basis van onbekendheid met SRD, en op basis van wat ongebruikelijke reactie (toename van pijn) op gebruikelijke fysiotherapie. Het is echter niet juist om de klachten en verschijnselen als �psychisch�, in het bijzonder als conversie, te duiden. Er is immers sprake van een duidelijke lichamelijke aandoening. Soms wordt een voor SRD predisponerende persoonlijkheid verondersteld. Echter, studies die gedaan zijn met betrekking tot andere chronische aandoeningen, laten ofer het algemeen zien dat psychische predispositie all��n niet voorspellend is. Bovendien wordt beschreven dat emotionele problemen bij SRD-pati�nten verdwijnen door succesvolle behandeling van de SRD. Wel is aangetoond dat de wijze van omgaan met stress de kans op lichamelijk ziek worden be�nvloedt.
In de psychosociale anamnese bij SRD-pati�nten zal men letten op de beperkingen en handicap, maar ook op de wijze van omgaan met stress (coping). Stress lijkt mede het beloop van de SRD te be�nvloeden. Een pati�nt met SRD kan stress ervaren op grond van:
- chronische pijn en ongemak;
- onbegrip bij hulpverleners van deze pati�nt;
- de frustratie over de beperking van activiteiten
Er is , zoals bij andere ziekten, natuurlijk de mogelijkheid van simuleren. Uit de voorgeschiedenis blijkt:

- de wijze van coping zoals de v��r het optreden van de SRD bestond, met name of er gemakkelijke ziektewinst kan optreden
- de eventuele aanwezigheid van �life-events�.


Criteria

We spreken van sympathische reflex dystrofie als aan de volgende vier voorwaarden is voldaan:
1. aanwezigheid van een plausibele uitlokkende factor (primaire aandoening;
2. aanwezigheid van een of meer van bovengenoemde vijf dysregulaties;
3. de uitgebreidheid van de klachten en verschijnselen is groter dan wat verwacht wordt op grond van de primaire aandoening;
4. de duur van klachten en verschijnselen is langer dan normaal voor de primaire aandoening. Herstel van bijvoorbeeld een polsfractuur neemt ��n of twee maanden; bij SRD kan de reactie maanden of zelfs jaren duren, en kan men niet meer met goed recht van een herstelreactie spreken.
Soms vermoedt men een sympathische reflex dystrofie maar kan men de diagnose niet zeker stellen omdat een primaire aandoening niet direct aanwijsbaar is. Dat kan een reden zijn om de pati�nt voor verdere diagnostiek te verwijzen.


Beloop

De klassieke indeling in fasen, namelijk vasodilatatie, vasolabiliteit en vasoconstrictie lijkt niet erg praktisch. De indeling biedt weinig houvast voor de behandeling. Bovendien doet zich niet bij elke pati�nt elke fase voor. Wij gebruiken daarom een indeling die gebaseerd is op de aanwezigheid van dystrofie enerzijds en de dreiging of aanwezigheid van de structurele weefselveranderingen als een complicatie van de SRD anderzijds:
- SRD vanzelf  herstellend, zonder risico van secundaire weefselveranderingen zoals contracturen. Dit is waarschijnlijk vaker het geval dan men denkt. Deze pati�nten melden zich dan niet of niet meer na enige tijd. Soms zal men het natuurlijke herstel toch met behandeling willen ondersteunen.
- SRD niet herstellend, waardoor structurele weefselveranderingen dreigen. Hierbij is behandeling van SRD aangewezen, en dienen preventieve maatregelen te worden genomen.
- SRD niet herstellend, en reeds structurele weefselveranderingen aanwezig. In dit geval is behandeling aangewezen van zowel SRD als de contracturen. Als er weinig reactie van de SRD op therapie is, zal men ondanks nog aanwezige klachten en verschijnselen een eindtoestand moeten accepteren. Soms is vrij uitgebreide revalidatiebehandeling nodig, met name bij persisterende pijn.
- SRD niet meer aanwezig, maar wel structurele weefselveranderingen. Vaak is er dan al sprake van een eindtoestand. De weefselveranderingen zonder SRD kunnen ook nopen tot revalidatiebehandeling.
Behandeling

Bij het vermoeden op een SRD is het van belang om naar de uitlokkende factor te zoeken om deze zo mogelijk alsnog weg te nemen. Bekend is dat intern fixatiemateriaal een SRD kan onderhouden. Niet alleen een behandelbare primaire aandoening maar ook het niet kunnen vinden van een primaire aandoening vormt een reden tot verwijzing.
De behandeling van SRD in de eerste lijn kan bestaan uit een combinatie van:
a. segmentale bindweefselmassage door een hiermee vertrouwde fysiotherapeut, frequentie 3 � 4 x per week;  3 tot 4 weken volhouden; bij baat voort zetten, en eventueel pogen te verminderen op geleide van de klachten: eventueel ook TENS.
b. Anticontractuurbehandeling is verband met de dreigende structurele weefselveranderingen. Deze bestaan uit passief doorbewegen maar ook uit actief oefenen. Voor beide oefenvormen geldt dat deze dienen te geschieden binnen de pijngrens. Pijn versterkt waarschijnlijk de noceceptieve prikkel en daarmee de SRD;
c. Lokale applicatie van DMSO (dimethylsulfoxide) 50% in water, 5x daags; 5 � 10 minuten laten intrekken, dan afspoelen of afdeppen. Effect binnen circa drie weken te verwachten, echter grote interindividuele spreiding (stoppen bij lokale bijverschijnselen; bij zwangerschap niet gebruiken wegens onvoldoende onderzocht effect op de foetus);
d. Fluimucil 600 mg, 3x daags. Niet goed bekend binnen welke termijn effect optreedt; men kan eveneens drie weken aanhouden.
De eerste 2 therapievormen werken waarschijnlijk via remming van de nocisensorische transmissie in de achterhoorn en via de demping van de orthosympatiscus. DMSO en fluimucil weken beide als opruimers van zuurstof- en hydroxylradicalen die bij een aantal dysregulaties versterkt vrijkomen.
Indien na 6 weken geen of onvoldoende effect wordt gezien is dit een reden tot verwijzing. Het vermoeden op een stoornis in de coping kan in de eerste lijn worden bekeken maar kan ook reden tot verwijzing zijn. Het is niet uitgesloten dat als de pati�nt stress aanvaart, de therapie van SRD minder effectief is dan zonder deze ervaring.
Specialistische poliklinische behandeling van thidineblok, lumbale sympathicusblokkade (bijv. guanethideblok, stellatumblokkade) maar ook calciumantagonisten, ketanserine. Klinische behandeling omvat gebruik van mannitol-infuus, en diverse neurologische blokkades. Spalken kunnen gegeven worden voor rust, voor bescherming, en voor actief oefenen (dynamische spalk). Vooral dit laatste vraagt een ervaren ergotherapeut.
Afhankelijk van de mate van de beperking van activiteiten en der ervaren handicap zal revalidatiebehandeling nodig zijn. Voor langbestaande SRD is soms een zeer uitgebreid voorzieningenpakket nodig in de vorm van rolstoelen, vervoersvoorzieningen, huisaanpassingen. Soms is omscholing aangewezen.
Fluimucil een van de behandelingen bij Pd. De fluimucil op het plaatje is injectie vloeistof bij Pd pat�enten wordt het niet ge�njecteerd maar oraal gebruikt.
Pijnstillers zijn veelal noodzakelijk voor mensen met Pd.
Een epidurale injectie ook wel sympathicusblokkade genoemd wordt veel gedaan om de benen weer warm te krijgen en er voor te zorgen dat de bloedtoevoer zich weer hersteld verder kan dit ook doeltreffend zijn tegen de pijn. Op een van de andere pagina's vind je een r�ntgenfoto terug waar te zien is hoe de sympathiscusblokkade wordt gezet.
Revalidatie bij dystrofie door dr. van Dijk deel 1
Verschillende aanpassingen
Hosted by www.Geocities.ws

1