Revalidatie bij Sympatische reflexdystrofie
Onderstaand artikel is geschreven door: dr. A.J. van Dijk revalidatie arts in Het Roessingh te Enschede. Dit artikel komt uit: Bijblijven 8/1992 nr. 7/8
Zelf heb ik deze man ook al een paar keer gesproken waardoor ik inmiddels wel het een en ander over deze arts kan vertellen. Alleen is deze site niet bedoeld om mijn eigen verhaal te vertellen. Als je toch belangstelling hebt voor mijn ervaring stuur mij dan even een mailtje met de dingen die je graag wilt weten.
Dr. van Dijk heeft samen met Prof. Goris en Prof. Zuurmond in de maatschap gezeten en is ook ��n van de Pd kenners is ons land. Dit artikel is verdeeld over 2 pagina's het volgende deel vind je door op de titel link op deze pagina te klikken, deze staat onder de button "Home"
Introductie

Sympathische reflexdystrofie (SRD), ook wel aangeduid met Sudeckse of posttraumatische dystrofie, wordt vaak geassocieerd met pijn, verlies van functie, zwelling en verkleuring, optredend na een ongeval of operatie. Het pathofysiologisch mechanisme is niet geheel duidelijk. Ten onrechte wordt ook wel aanstellerij of een �psychisch� oorzaak veronderstelt. Een schadeprikkel leidt normaliter tot lokale reacties, die de schade zulle beperken of ongedaan maken. Deze reacties komen tot stand via diverse meganismen. O.a. lokale ontstekingsreacties regulaties van het vegetatieve en animale zenuwstelsel, endocrinologische regulaties. Het gegeven dat de reactie plaatsvindt in hetzelfde deel van het lichaam waar zich ook de schade bevindt, berust op de lokale regulaties, maar ook op het feit dat de neurologische regulaties deels segmentaal verlopen. Ontsporing van deze schaderegulerende reacties kan men dysregulatie noemen. Dit manifesteert zich als een stoornis in de werking van bepaalde systemen zoals pijnregulatie, de sensorische en motorische regulaties, de vegetatieve regulatie en de ontstekingsregulatie. Het is aannemelijk dat datgene wat sympathische reflexdystrofie wordt genoemd, in feite de manifestatie is van de ontspoorde regulaties. De term �dystrofie� is nog steeds in gebruik, maar is gelet op de betekenis �voedingsstoornis of degeneratie van weefsel en cellen�  in feite meer van toepassing op de late gevolgen van dysregulaties. Deze late gevolgen zijn onder andere spierverval, verminderde werking de gewrichten en atrofie van huid en nagels. De term �dystrofie� wordt hier overigens als synoniem van SRD gebruikt.

Klachten en verschijnselen

Voor het optreden van SRD is een uitlokkende factor nodig. Deze kan een direct trauma zij, of iets anders dat door het lichaam als schadeprikkel wordt ervaren, zoals operatie, infectie, trombose, maligniteit. Over het algemeen zullen deze schadeprikkels in de ledematen gelokaliseerd zijn. Opmerkelijk is dat ook een hartinfarct, longaandoening of CVA een schadeprikkel kunnen vormen met een manifestatie in de ledematen. SRD uit zich in een meer of minder uitgesproken mengeling van klachten en verschijnselen. Deze laten zich voor de praktijk in dysregulaties van vijf regelsystemen indelen:

pijn

� over het algemeen brandend van karakter;
� neemt toe bij activiteit maar soms ook bij passief doorbewegen; neemt af met rust;
� is gelokaliseerd in een gebied dat groter is dan met de oorspronkelijke schade overeenkomt binnen een
  segment; (meestal niet huidinnervatie of dermatoom volgend);
� niet of niet volledig te herleiden tot andere aandoeningen; Perifere zenuwbeknelling kan soortgelijke pijn geven,
  maar is beter afgegrensd en gaat vaak gepaard met hypesthesie in het bijpassende gebied.


Autonome verschijnselen


� Veranderde en wisselende vaattonus: blauwe of rode huid; dit lijkt mede het subjectieve koude of warme
  (gloeiende) gevoel te veroorzaken;
� veranderde zweetsecretie; zowel meer als minder dan de gezonde kant; 
� hyperemie of cyanose niet berustend of andere aandoeningen zoals osteomyelitis, neuropathie, tumoren,
  trombose of arthritis.


Somatosensorische verschijnselen


� Gestoorde sensibiliteit, niet berustend op perifere zenuwbeschadigingen;
� Soms de klachten dat men de arm of het been �kwijt� is;
� Uitval meestal niet volgens dermatoom, maar sok- of handschoenvormig; hetgeen overeenkomt met een segment of
  metameer.

Somatimotorische verschijnselen


� in de vorm van kramp;
� (centrale) parese;
� tremoren;
� vertraagd starten van bewegingen;
� hypertonie;
� spasme;
� focale dystonie
� myoclonie;
� dysbalans tussen agonisten en antagonisten; niet te herleiden tot andere aandoeningen;
� soms als klacht dat arm of been �niet doet wat ik wil�;
� vaak normaal EMG (de aandoening kan centraal gelokaliseerd zijn)

Ontstekingsachtige verschijnselen

� veel van de macroscopische manifestaties van ontstekingsverschijnselen zijn vaak niet goed te scheiden van de
  autonome verschijnselen (overigens worden ontstekingsmechanismen vaak benoemd op cellulair niveau)
� niet te herleiden tot infectie (flegmone), arthritis, trombose, e.d.


De diagnose wordt vaak bemoeilijkt door de van persoon tot persoon wisselende combinaties van genoemde 5 verschijnselen, en door het verschil in de ernst er van.  Dit is ook begrijpelijk vanuit de opvatting  dat SRD een verstoorde regulering is.
Speciale rolstoelkleding
Revalidatie bij dystrofie deel 2
Hosted by www.Geocities.ws

1