|
| 18460 km |
| We vertrokken vanuit het prachtige viewpoint in Feilashi met een strakblauwe hemel en een uitzicht op de schitterende witte toppen. Een goed begin is het halve werk. En ook nog eens een lange afdaling. Maar al snel hield het asfalt op en de komende 345 km kwam het niet meer terug. En dat was afzien. Soms ging het nog wel, maar soms was het afschuwelijk. Stof, heel veel stof. De tweede dag gingen we officieel de grens van Tibet over, nadat we onze eerste checkpoint waren ontdoken (er op klaarlichte dag onderdoor gefietsts). De grens was alleen een paaltje in het Chinees, maar het voelde toch speciaal. Dat kan gelegen hebben aan het feit dat 4 fotografen een reportage van ons maakten, haha. Oftewel, Chinese toeristen die ons interessant vonden. Toen begon de HELLL! De 114 KM Die volgden hebben we onze fietsen letterlijk over de keien (ter grootte van voetballen) moeten sleuren. Omdat het ook nog eens omhoog was, maakten we op 1 dag maximaal 27 kilometer!!! En dan waren we echt de hele dag bezig. Overal waren bouwers bezig met dynamiet. Af en toe passeerden er Chinese toeristen in jeeps om een lift aan te bieden. Toen we na zo'n dramatische dag op een verschrikkelijke plek onze tent hadden opgezet, stopte er een jeep. We zaten 600 hoogtemeters voor de pas ( we waren er dus bijna) maar de weg was afschuwelijk. Toen ze ons dus vroegen of we de laatste 60 km naar Markham mee wilden rijden, zeiden we geen nee. We propten alles in de jeep en waren superblij, ook al was de autorit ook een hel over deze weg. Markham is een berucht link punt, er is veel politie en dus kun je er beter als fietser zonder vergunning niet gezien worden. We wilden ook niet dat onze aardige Tibetanen van de auto door ons in de problemen zouden komen, dus probeerden we uit te leggen dat de politie misschien een probleem was voor ons. 'Ach, welnee' zei de jongeman en zette zijn sirene aan!!! Bleek ie zelf een politie agent!!! Super!! We werden in het donker afgezet bij het beste hotel van de stad. Toch besloten we om 04.00 's nachts te vertrekken om zo de zwaar bewaakte checkpoints te ontwijken. En zo kwam het dat we in het pikkedonker in de vrieskou (0.7 graden) op een natuurlijk onverharde weg een pas aan het beklimmen waren van 4300 meter! Het was enorm spannend en we waren bloednerveus ( ik meer voor de wilde honden die daar zouden zitten, we hebben er geen gezien). We waren nu officieel langs het gevaarlijkste punt en boven op de pas zagen we de zon opkomen boven de prachtige vallei. We hadden het ijskoud, maar in de afdaling werden we door de zon gewarmd en door de prachtige vallei waar we doorkwamen. Mannen met vlechten met rood stof erin en vrouwen met lange rokken die yaks aan het hoeden waren. Mooie Tibetaanse huizen en grote witte vogels. De dagen die volgden werden vooral gekenmerkt door klimmen. Veel klimmen. De pas die volgde was 5050 meter en we kwamen vanaf 2600. We hadden gemerkt dat het klimmen best gaat tot de 4000 meter, maar daarboven wordt het afzien. Echt afzien. Tot 4600 kun je af met elke kilometer stoppen, maar daarboven moet je elke 100 meter op adem komen. Daarom wordt de top, die zo dichtbij lijkt, zo ontzettend ver weg!!! Aangezien deze pas nog steeds in het geheel geen asfalt bezat, hebben we er 3 dagen over gedaan. De laatste nacht brachten we door op 4500 meter hoogte in onze tent, in het prettige gezelschap van Stephan, een Duitse fietser. Ons water was de volgende morgen bevroren!!! Weinig last gehad van hoogteziekte, tot we weer begonnen te fietsen. Het was nog maar 16 km, we hebben er 4 uur over gedaan!!!! Wat een overweldigend gevoel was het om eindelijk boven te zijn. We besloten dat we een hotel verdiend hadden en daalden af naar Zuogong. We belandden in een prima hotel, totdat bleek dat Pat mee moest naar het politiebureau om zich te registreren. ' Ik denk het niet' zei Pat en wist zich recht voor de deur van het politiebureau te ontdoen van de hoteleigenaar. We maakten dat we weg kwamen en zo moesten we toch nog kamperen, net buiten de stad. Een plek vinden valt hier niet altijd mee. Soms is het alleen een steile bergwand waar de weg langs loopt, een andere keer zijn er teveel huizen of mensen. Het bevalt ons helaas niet goed. Eindelijk hadden we de dag erna een topdag. Asfalt!!!!! En redelijk (Tibetaans) vlak. We reden meteen 100 kilometer en vonden zelfs een schattig guesthouse ( natuurlijk zonder plee, zoals bijna altijd hier.) Inmiddels hadden we al 5 dagen niet gedoucht. De volgende pas was een kleintje, slechts 4600 meter, maar we kwamen vanaf 4100. En we waren omringd door sneeuw. Het was de mooiste pas tot nu toe, met een fantastisch uitzicht over de kale, besneeuwde bergen en in de verte gigantische kammen. Geweldig.De afdaling die volgde had de beste ter wereld kunnen zijn, het werd de ergste. Het asfalt was weer verdwenen en er kwamen stenen en zand voor terug, mul zand. 53 afschuwelijke km lang. Het lijkt hier in Tibet vaak zo te gaan, zit het even mee, komt er weer een giga tegenslag. Zoals helse tegenwind op een vlak stuk.We passeerden weer een checkpoint zonder problemen, gewoon overdag en reden naar Bashe. Eindelijk een plek waar we zonder problemen een hotel konden pakken. LEES VERDER!! |