| BERICHT VAN CUBA NETTY LE BLANC - NOVEMBER 2001 |
| Cuba: de ultieme cocktail |
| De Russische Yak-42 van La Cubana stijgt met angstige traagheid op van het vliegveld van San Jos�. Zou het oude beestje het over de bergen halen? Ik heb het krapste plekje aan boord bemachtigd: helemaal achterin, oorverdovend naast de stuurboordmotor en ruikbaar vlakbij het toilet. Onze stoelen waren bezet en de bezetters niet van plan in het overvolle vliegtuig van plaats te veranderen. Nou ja, het is maar voor twee�nhalf uur. Eindelijk lijkt de Yak voldoende hoogte te hebben gemaakt en zwaait in een wijde bocht naar het noordoosten. Cuba, we komen eraan! |
| Het loopt tegen zonsondergang wanneer we het eiland bereiken, het land is vlak, de aarde rood. Wanneer we op het moderne vliegveld eindelijk door de douane gaan, is het na zessen en pikdonker. Het eerste wat me opvalt is de typische geur, het ruikt ouderwets als Engeland of als het Oostblok in de winter. Alsof alle gezinnen kleumend om een kolenkomfoor zitten waarop een ketel koolsoep al uren staat te koken. En dat bij gemiddeld 25� C! Het zal wel iets anders zijn. La Cubana, de luchtvaartmaatschappij, geeft drie gratis hotelovernachtingen weg bij een ticket. We blijken te wonen in het luxueuze Neptuno op de 19de verdieping. We kunnen in de diepte het zwembad zien, de witte brekers van de zee en de ontelbare lichtjes van Havana. Balkondeur open voor wat frisse lucht, maar nee, ook op dit niveau hangt een luchtje. Wel is er water, en heet ook, ondanks de tropische storm Michelle die hier twee weken eerder heeft huisgehouden. Zo hier en daar zien we omgewaaide bomen liggen, maar de kranten bezweren dat de schade aan essenti�le zaken, zoals elektriciteit en watervoorziening, alweer is verholpen. Hoewel, het is nogal donker op straat, niet alle lantarens doen het. Onze eerste avondmaaltijd in een paladar (lees Kip met voelsprieten) is een groot succes. Een mooie besloten tuin, romantische traditionele son (Cubaanse muziek) door levende artiesten, die heel modern hun muziek op CD te koop aanbieden. Heerlijk eten, onze eerste mojitos, mmmm. Maandagochtend, felle zon, blauwe lucht en een laag grauwe smog boven Havana. We besluiten naar de stad te lopen, op de kaart lijkt het maar een klein stukje. Oude, koloniaal aandoende gebouwen staan langs de brede, groenomzoomde straten in �onze� wijk. Dichter bij de haven staan er wat woonflats, somber en kaal. Als bewijs van de invloed van het Europese communisme zien we een paar gebouwen van een onbeschrijfelijk treurige oostblokkerigheid. Zou hier die koollucht vandaan komen? Maar nee hoor, de passerende auto�s geven een duidelijke hint, ze stinken als Trabanten in Budapest. Het is ons gelukt het water tussen ons en de Malecon onder te steken. De tunnel leidt ons naar de beroemde zeeboulevard. Er liggen wat grote schepen op de rede, er tuffen wat vissersbootjes langs, de zee is kalm. Dat het hier flink kan spoken, getuigen de door zeewater zwart uitgeslagen en groen aangegroeide betonnen muur en promenade. Na een flinke uitglijer nemen we een knalgele concha, een rijdende schelp. Voor $10 rijdt de praatgrage, jonge Cubaan ons een uur door de stad. Het is duidelijk dat Havana vroeger een prachtige, bruisende metropool is geweest. Langs de Malecon staan kapitale panden, vele nu gestut door palen en andere in restauratie. Over een paar jaar moet dit de mooiste boulevard van de wereld zijn! Ook in de rest van het centrum wordt er hard gewerkt aan het opknappen van huizen en parken. Het toerisme is een belangrijke inkomstenbron voor het eiland. We kachelen over het enorme Plaza de la Revoluci�n, waar in de beste communistische traditie een bombastisch monument opgericht is en waar duizenden mensen de toespraken van Fidel Castro kunnen aanhoren. Che Guevara is er trouwens ook bij, zijn gezicht is te zien op een gebouw aan de noordkant. Che is trouwens enorm populair op Cuba, overal zie je zijn gelaat: op borden met revolutionaire leuzen, op posters, t-shirts, kaarten en in de krant. Hij is de man die zich vocht met het volk, voor het volk. De oude Fidel heeft zijn companero Che slim ingezet als eeuwige volksheld. We rijden langs de haven, een stukje door Habana Vieja, langs het chique Hotel Nacional de Cuba (1930), langs het caf� waar Hemmingway zichzelf geregeld van de wereld dronk met mojitos. Duizelig rollen we uit de concha (half bedwelmd door de heftige uitlaatgassen). We zoeken een plekje op de trappen van het Capitolio om bij te komen van onze eerste indruk van Havana. En eerlijk gezegd is die overweldigend. Oude glorie, vervallen krotten, gigantische moderne hotels, armoedige volkswijken, Amerikaanse slee�n uit de 50-er jaren en het historische Habana Vieja, waar de restauratie op enkele plaatsen al voltooid is. Na herhaalde fluitsignalen van een guarda kijken we op. Hij wijst naar ons: het is VERBODEN op de trappen te zitten!! Het Capitolio is een exacte replica van het Capitool in Washington, beweren de Cubanen. In ieder geval hebben ze al hun vakmanschap uit de kast getrokken om een prachtig interieur te maken met tropische houtsoorten, natuursteen, hoge met goud beschilderde plafonds. Het is nu een museum, met als enige bezienswaardigheid het interieur. �s Middags zoeken we het treinstation op. Het blijkt lastig om aan harde gegevens te komen, heel vriendelijk geven de beambten niet terzake doende informatie. Alsof ze eigenlijk niet willen dat toeristen met de trein reizen. De trein naar Pinar del Rio blijkt eens per dag te gaan, laat in de middag en dat betekent met donker in een vreemde stad aankomen. Dat willen we niet, dus gaan we op zoek naar het busstation. En dat alles lopend en met (fiets)taxi�s, want het stadsvervoer is ondoorgrondelijk. De dame aan de algemene informatiebalie vertelt ons dat de bus om acht uur gaat en $6 dollar kost. In het kantoortje waar we de kaartjes moeten kopen blijkt dat de bus om 9.00 uur gaat en maar liefst $12 dollar kost. We kopen alvast boletas voor de volgende dag. Dinsdagochtend blijkt dat we reizen met een speciale toeristenbus, alsof ze ons niet in de gewone bussen willen hebben. En bovendien kunnen ze er zo meer aan verdienen, nietwaar. Het vervoer op Cuba is trouwens een apart verhaal (zie Alles op wielen). In Habana Vieja zijn de Europese �roots� duidelijk terug te vinden zijn in de archi- tectuur en de sfeer. We strijken dorstig neer op een pleintje dat bijna middeleeuws aandoet, een oude begroeide kerk, aan de drie andere zijden grote koloniale panden met hoge openslaande houten deuren en veranda�s langs de bovenverdieping. Boven de deuren glas in lood op zijn Cubaans, met grote kleurige vlakken. Het hout is geschilderd in lichtblauw, zachtgeel, oudroze, donkerblauw. Op het keien- plaveisel is een groot terras ingericht, het daglicht is aan zijn laatste kwartiertje bezig. Plotseling betreedt een groep potsenmakers het plein op hoge stelten. Hun zwierige gewaden flapperen, knotsen vliegen door de lucht. Blikkerige toetertjes en trommels zwepen de vuurvreters op. Het is volslagen donker wanneer ze verder trekken. Een scheut heimwee gaat door me heen, ik word herinnerd aan mijn eigen Europese afkomst. Zo�n tafereel zul je nooit en te nimmer aantreffen in Costa Rica. |
![]() |
![]() |