| Niek en Mariola -op reis- | |||||||||||||||||||||
| Kota Kinabalu & Mountain Kinabalu | |||||||||||||||||||||
| 14-02-2003 t/m 19-02-2003 | Lees Sepilok, Brunei of andere reisverslagen... | ||||||||||||||||||||
| We hebben een klein stadsplattegrondje, waar hotels op staan en het infocenter. het lijkt te lopen, dus we negeren de taxi's. Er waait ook een lekker windje aan de kade. We vinden het touristen infocenter al snel. Morgen is het de derde zaterdag dus zijn ze dicht, dus maar goed dat we nu gingen! We vragen informatie op over Mount KinaBalu, Sepilok en Sandakan (volgende bestemmingen), businfo, duikadressen en duikmogelijkheden bij Tunku Abdul Rahman, het marinepark voor KK, en backpackershostels. Een zooi folders en kaarten rijker marcheren we door, en bekijken drie guesthouses. Het voordeel van guesthouses is de kans op contact met andere reizigers in een vaak gezamelijke woonkamer. We krijgen een kamer met twee stapelbedden, de douches (koud water) en toiletten zijn gemeenschappelijk, maar erg schoon, man en vrouw gescheiden. We kiezen de bovenste bedden, omdat die dichter bij de plafond ventilatoren zijn (geen airco) en met ontbijt kost het ons 18 rm per persoon. Na de douche zitten we bij elkaar, en Niek realiseert zich dat we met Valentijnsdag best een leuk hotelletje hadden kunnen zoeken ipv dit warme en gescheiden slapen. We gaan maar eens kijken waar we kunnen eten, en of er restaurants zijn die een valentijnsdiner aanbieden, zoals we in Labuan wel zagen. We gaan eerst eens bij Little Italy kijken, een italiaans restaurantje dat we onderweg tegenkwamen. Nu hebben we niet al te beste ervaringen met Westers eten in Maleisie, behalve als het de bekende fastfoordketens zijn, dus we zijn voorzichtig. Op de deur hangt echter een leuk diner voor 2 inclusief een glas wijn. Wat aan de prijs, maar van Mariola's ouders kregen we een Valentijnsdonatie, dus het kan. We gaan naar binnen, kiezen een tafel bij het raam, en van de lucht van echte ovenpizza's worden we nostalgisch en emotioneel. We eten echt heerlijk, toast met knoflook en zalm, diverse pasta en pizza en tiramisu en zelfs de wijn is echt italiaans. En dat zijn we zo ontwent dat we een tikkeltje aangeschoten raken van dat ene glas. Voldaan (propvol) wandelen we terug. De nacht is minder geweldig, vooral warm. De volgende dag gaan we dus op zoek naar een betaalbaar hotel, er is nog geld over. We kiezen Capital hotel, naast Little Italy, en tegenover Merdeka, het shoppingcomplex, met uitzicht op zee. Niet dat we de hele dag uit het raam gaan kijken, we gaan de duikschooladressen af om te vergelijken. We kiezen toch Borneodivers en boeken een duikdagtocht naar het Marinepark; twee bootduiken en een kantduik inclusief transport en lunch voor 180 rm pp.= 45 euro. Dat is niet duur! We halen info bij het parkkantoor van Mount KK, en leren dat dit best prijzig gaat worden, toegang, bergbeklimprijs, gidsprijs, verzekering, en niet al te goedkope accomodatie. Toch willen we er graag heen, voornamelijk vanwege de vegetatie (moet zeer afwisselend zijn, en diverse orchideen en pitcherplanten). Verder verkennen we het winkelcentrum, vinden leuke souveniers voor onze prijsvraag (met welk dier gaan wij of een van ons op de foto (zie gastenboek)) en te grote Tshirts (die we dus niet kopen), en gaan eenmaal terug op de hotelkamer weer aan de handwas. Zondagmorgen worden we al om 8 uur opgehaald, en we gaan samen met nog twee zweedse en twee jonge Japanse duikers met een boot naar Menutik, het eiland waarop de duikschool gevestigd is. Kleding gepast en met alles aan terug naar de boot voor de eerste duik. Het water is wat troebel, maar het is te doen, er is veel koraal en vis. We zien echter geen bijzondere dingen. Na de duik gaan we naar het eiland Sapit, voor een intervalpauze, en op weg naar het toilet zien we een grote varaan in de struiken. Op dit eiland wordt gepicnict en geBBQt door dagjesmensen, de macacen alhier schijnen erg brutaal en aggressief te zijn, laat niks onbeheerd liggen. We zitten wat in de schaduw op een bankje als de divemaster ons komt halen, we zijn te laat. Wat blijkt, ons duikhorloge staat nog op de Thaise tijd, en dus een uur achter. De tweede duik is op Ron's reef, en we begrijpen dat de duiklocaties zijn gekozen omdat er whalesharks gesignaleerd zijn. Niet dat we die zien natuurlijk... na deze duik terug naar Mamutik, een lekkere lunch met mie, groenten en salade, en dan maken we ons op voor een duik vanaf de kant, het water in lopen met je uitrusting en gaan zwemmen. De Japanse gaat met ons mee, zij blijkt instructeur, en op zoek naar werk bij een duikschool. Die divemaster van de groep stelt niks voor, hij zwemt gewoon vooruit en een van de zweedse duiksters is zijn vriendinnetje, waar hij alleen maar oog voor heeft. We zijn dus op ons zelf aangewezen. En dat moeten we kunnen. Aangezien we weer boven komen, kunnen we dat ook ;-) Die avond zijn we bekaf en slapen diep. De maandag erna lassen we in als rustdag, voordat we verder reizen naar het Park. Dinsdag vertrekken we al om 8 uur met een minibus, en om een uur of elf zijn we er. Het park is prachtig en er is nog weinig bewolking, dus de bergtop is goed zichtbaar. Dit verandert wel snel, al gauw hangen er wolken om de top heen. We vragen een twee persoonskamer/huisje, maar we kunnen pas om 14 uur inchecken. Geen probleem, we laten de bagage bij de receptie en snellen naar het parkrestaurant, vanwaar de guided walk om 11 uur begint. Tijdens deze korte trek vertelt een gids van alles over de planten en bomen die we zien.We ontdekken een bidsprinkhaan (valt uit de boom als Niek aan de bladeren zit) en een kever met erg lange sprieten (bijna op gestapt). Dan is er nog een rondleiding in de mountaingarden, waar bloemen en planten bij elkaar staan die op de berg groeien tot een bepaalde hoogte, daarna verandert de vegetatie. Vooral de slipper orchidee en de James Brooke Pitcherplant, die wel 3 liter vocht in zijn kelk kan hebben, zijn indrukwekkend. Er is best veel naar die James Brooke vernoemt, de eerste witte radja van Borneo. Nu ontdekken we een kikkertje, op een blad. Deze wordt gevangen door de parkwachter en weggebracht om te identificeren. Vermoedelijk is het een 'horned mos'(?). Daarna wonen we nog een film bij over de flora en fauna in het park en op de berg. Erg leerzaam allemaal, en nuttig, om straks dingen te herkennen. We lunchen een sandwich in de kantine (die wel wat prijzig is... ) en gaan de rugzak halen om naar onze kamer te brengen. Dat is weer een stuk lopen zeg. Het is een ruime kamer, wel wat donker, vanwege een klein raam en een badkamertje met een warmwater boiler, die je aan moet zetten een half uur voordat je gaat douchen. We gaan op het balkonnetje in de zon zitten, de temperatuur is hier erg Nederlands, vanwege de hoogte (1800 meter). We lezen de parkinfo, en ontdekken dat je als tourist drie keer zoveel betaalt voor alles. Maleiers betalen 30 rm, wij 100 rm om de berg te beklimmen. Wij betaalden 15 rm parktoegang, Maleiers 3 rm. Later leren we dat dit voor heel Sabah geldt, en niemand die het ons kan uitleggen. Als we uitgerust zijn, besluiten we zelf alvast een trekking te maken. Onderweg komen we niemand tegen, lekker hoor. De trail eindigt net buiten het park, en langs de weg is een Maleis restaurant. We gaan even kijken en besluiten er te eten, tegen lokale prijzen. Na het eten gaan we terug naar de kamer. Blijkbaar hebben we een lamp laten branden, en is het hutje ondanks muskietennetten voor alle raampjes niet insectdicht. Het wemelt er van de muggen, vliegjes en torretjes, net Erik of het klein insectenboek! We pakken onze spuitbus uit de tas, en spuiten in alle hoeken, boven de lampen, rond de ramen etc. Nu is het een chemisch stinkhok, dus we pakken een boek en een trui en gaan in het parkrestaurant bij de open haard zitten lezen, tot bedtijd. Dan kloppen we het bed uit, en vegen alles wat dood is neergevallen bij elkaar. De volgende dag gaan we al vroeg naar de receptie, we willen namelijk de berg voor een stuk beklimmen, maar niet naar de top. Helaas blijkt ook daarvoor een gids verplicht... omdat er ooit wat gebeurd is op de top, nemen ze geen risico's meer. Enerzijds begrijpelijk, maar zeker achteraf blijkt het bullshit. Het is een duidelijk pad, zonder risico's. We betalen de helft van de prijs voor de gids, en besluiten vanaf dit punt te lopen, ipv met een taxi naar Timpoton gate te gaan, wat de meeste klimmers doen. Zo 's morgens vroeg heb je de beste kans op het zien van vogels langs de weg, het zou zonde zijn dat met de auto te doen. We klimmen naar Lowi's shelter op 2100 meter hoogte, een tocht van 6 km. We ontdekken gelukkig veel pitcherplanten, voornamelijk monkey cups. De eekhoorntjes zijn redelijk tam en lusten sultana.... Na de afdaling besluten we die middag met de minibus naar Poring te gaan. eerst de bus naar Ranau en dan een naar Poring. Geen entree, omdat we al een Mountaintoegansbewijs hebben. Hier zijn hot springs, een leftover van de Japanners toen ze dit gebied bezetten. Het zijn kleine betegelde badkuipen, waar je heet water uit de grond in laat lopen, en mengt met koud water, tot de gewenste temperatuur. Heerlijk ontspannen, na al die kliminspanningen. Als de lol eraf is, gaan we weer terug met de minibus, en in Ranau worden we opgepikt door een tourbus, die ons afzet bij de ingang van het park. We eten weer bij het wegrestaurant, lezen de krant bij het haardvuur en gaan naar bed. |
|||||||||||||||||||||
| Contact Info: | |||||||||||||||||||||
| URL: | http://www.geocities.com/niekenmariola | ||||||||||||||||||||
| Email: | [email protected] | ||||||||||||||||||||