Welkom op Nakdimons Page
Reactie 2 op Al-Yaqeen – Muhammad in de Bijbel.
Het zou van eerlijkheid getuigen als Al-Yaqeen de brieven
van christenen zou plaatsen op hun website in plaats van alleen hun reactie. Zo
krijgt de lezer een compleet beeld van wat de schrijver zegt en waar Al-Yaqeen
op reageert. Wellicht dat Al-Yaqeen een specifieke reden heeft om dit niet te doen. Nadat ik had gereageerd op het stukje van Al-Yaqeen, plaatsten zij
het volgende berichtje op hun website en daaruit kwam de volgende reactie van
mij. Hun bericht is weer blauw.
In
Mattheüs 21: 42-44 zegt Jezus tegen het nageslacht van Israël:
“Hebt
u dit nooit in de Schriften gelezen: De steen die de Bouwers afkeurden is de
hoeksteen geworden. Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te
zien. Daarom zeg ik u: het Koninkrijk van God zal u worden ontnomen en gegeven
worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen…”
Volgens
sommige christenen, die de broeders van al-Yaqeen een brief hebben geschreven
als reactie op een door hun geschreven stuk met de titel: “Mohammed in de
Bijbel”, doelt Jezus met deze tekst op zichzelf en niet op een Profeet buiten
Israël en zeer zeker niet op Mohammed (vrede zij met hem). Het andere volk dat
hier ter sprake komt wordt volgens hen vertegenwoordigd door de religieuze
leiders. Echter bewijst dit nogmaals hun gebrek aan kennis op het gebied van
exegese. Zij zijn kennelijk niet in staat een behoorlijke verklaring te geven
voor deze bijbelse teksten die het fundament vormen van hun geloof. De
veronderstelling dat Jezus deze woorden heeft gesproken om aan te geven dat de
kerk in de plaats van Israël is gekomen is niet juist en verre van onderbouwd.
Gebrek aan kennis
op het gebied van exegese? Wat jullie van Al-Yaqeen blijkbaar niet begrijpen is
dat “de kerk” het gelovige deel van Israël is en dat de gelovigen uit de
volken degenen zijn die zich aansluiten bij het gelovige deel van Israël. De
kerk is dus NIET in de plaats van Israël. Dit wordt duidelijk wanneer
men Romeinen 9 tot en met hoofdstuk 11 leest. Ook is Paulus hier duidelijk over
in Efeziers 2:
11 Bedenk daarom dat u – u die eigenlijk door uw afkomst heidenen bent en
onbesnedenen genoemd wordt door hen die door mensenhanden besneden zijn – 12 bedenk
dat u destijds niet verbonden was met de Messias, geen deel had aan het
burgerschap van Israël en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de
beloften die daarbij hoorden. U leefde in een wereld zonder hoop en zonder God. 13 Maar
nu bent u, die eens ver weg was, in de Messias Yeshua dichtbij gekomen, door
zijn bloed…
19 Zo bent u
dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar mede-burgers,
van de heiligen, en huisgenoten van God, 20 gebouwd
op het fundament van de apostelen en profeten, met de Messias Yeshua zelf als de
hoeksteen.
Duidelijker zal dit
worden in het volgende gedeelte.
Als
men de tekst leest, lijkt het overduidelijk dat het koninkrijk wordt weggenomen
van het ene volk -Israël, waartoe ook Jezus behoort - en gegeven zal worden aan
een ander volk. Als wij de Griekse tekst raadplegen, vinden wij het woord ethnos,
een woord dat meestal wordt gebruikt voor een “heidens” volk, en de
Arabieren werden destijds beschouwd als een heidens volk. In het christendom
gebruikt men de term ‘ethnos’ om niet-christenen aan te duiden, meer
specifiek de groep van ongelovigen of van een totaal andere religie en cultuur.
Er staat dus ethnos in plaats van Laos; het woord dat meestal specifiek voor
Gods volk Israël wordt gebruikt. Dus als wij de Griekse tekst raadplegen, dan
staat er: ‘het koninkrijk van God zal gegeven worden aan een volk dat
tegenover Israël staat.’ Bij het uitleggen van dit soort teksten moeten de
christenen oppassen dat zij niet vanuit eigen perspectief, een vertekend beeld
gaan geven van deze woorden. Nu is mijn vraag aan hen; behoort Jezus zelf tot
het volk dat het koninkrijk van God heeft mogen ontvangen of niet? Zij zullen
allen zeggen dat hij zelfs de brenger en stichter is van dit koninkrijk en
natuurlijk behoort hij tot dit verkozen volk.
Ik denk dat degene
die hier moet oppassen de moslim is. De moslim laat de Bijbel zichzelf namelijk
niet uitleggen. De moslim pikt dingen uit de Bijbel die hij denk te kunnen
islamiseren en zegt vervolgens dat de Bijbel vervalst is wanneer de Bijbel iets
zegt dat niet in de islamitische leer past. Maar dit betekent dat als wat de
moslim zegt waar is dat bijna de gehele Bijbel vervalst moet zijn.
Maar om in te gaan
op wat u hier zegt over het Griekse woord "ethnos", als u, nogmaals, de Bijbel toestaat om zichzelf uit te
leggen, dan had u het volgende gezien. Ik heb in mijn vorige reactie op uw
artikel 1 Petrus 2 al geciteerd. Maar om u te laten zien dat uw uitleg van
Bijbels taalgebruik de plank volledig misslaat zal ik het nog eens citeren met
de Griekse tekst erbij:
9 Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een
heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom, om de grote daden te
verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar
licht:
umeiV de genoV eklekton
basileion ierateuma eqnoV agion laoV eiV
peripoihsin opwV taV aretaV exaggeilhte tou ek skotouV umaV kalesantoV eiV to
qaumaston autou fwV
Hier is dus
duidelijk dat “ethnos hagion” slaat op de gelovigen, die God voor Zichzelf
heeft gekozen. Petrus schrijft hier aan gelovige Joden, zoals is vermeld aan het
begin van zijn brief, “aan de
vreemdelingen, die in de diaspora zijn in Pontus, Galatië, Kappadocië, Asia en
Bitynië, de uitverkorenen naar de voorkennis van God, de Vader, in heiliging
door de Geest, tot gehoorzaamheid en besprenging met het bloed van Yeshua de
Messias”. Wij, die de
Messias geaccepteerd hebben, zijn dat volk waarop gedoeld wordt in Mattheus 21.
En, wederom, geen Arabisch volk, dat geen enkele rol van betekenis speelt in de
gehele Bijbel.
Maar
laten wij nu de gelijkenis aanhalen die Jezus als inleiding presenteerde op het
verhaal van de bouwlieden. Hij zei namelijk:
“Luister
naar een andere gelijkenis. Er was eens een landheer die een wijngaard aanlegde
en hem omheinde. Hij groef er een kuil voor de wijnpers en bouwde een
uitkijktoren. Toen verpachtte hij hem aan wijnbouwers en ging op reis. Tegen de
tijd van de druivenoogst stuurde hij zijn knechten naar de wijnbouwers om zijn
vruchten in ontvangst te nemen. Maar de wijnbouwers grepen de knechten, ze
mishandelden er een, doodden een ander en stenigden een derde. Daarna stuurde de
landheer andere knechten, een grotere groep dan eerst, maar met hen deden ze
hetzelfde. Tenslotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe, met de gedachte: Voor
mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben. Toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden
ze onder elkaar: ,,Dat is de erfgenaam! Kom op, laten we hem doden en zo zijn
erfenis opstrijken”, en ze grepen hem vast, gooiden hem de wijngaard uit en
doodden hem. Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt, wat moet hij dan met
die wijnbouwers doen? Zij antwoordden: ,,De onmensen! Laat hij ze op een
mensonwaardige manier ombrengen en de wijngaard verpachten aan andere
wijnbouwers, die de vruchten wel aan hem afdragen wanneer het daar de tijd voor
is.” (Mattheüs 21: 33-41)
Deze
vergelijking die door Jezus wordt gemaakt, leert ons dat de heer van de
wijngaard veel geduld heeft met de huurders en knechten blijft sturen. Hiermee
wordt het parallel getrokken met God. Hij heeft meerdere profeten gestuurd naar
de kinderen van Israël en stuurde volgens de christenen uiteindelijk Zijn Eigen
zoon naar hen toe. Verheven is Allah boven het hebben van een zoon. De pachters
kozen ervoor om de zoon eveneens te vermoorden, zodat zij de wijngaard zouden
erven en geen huurprijs meer hoefden te betalen. Zij wilden zijn dood dus
gebruiken voor hun eigen voordeel. En dit is precies wat er volgens hun valse
overtuiging gebeurd is met Jezus.
Ja, dit zet meteen
de vinger op de zere plek van Islam, “verheven is Allah boven het hebben van
een zoon”. De Qur’an leert namelijk dat
Als 1 waar is dan
is Allah niets anders dan wij zijn en dus een incompetente god, die niet op
eigen kracht een zoon kan verwekken, maar blijkbaar afhankelijk is van de wetten
der natuur. Aangezien Christenen nooit hebben geloofd in 2, kan de Qur’an niet
geopenbaard zijn aan Muhammad door Yahweh, want Die had wel beter geweten.
Wat de gelijkenis
betreft, kan ik alleen maar zeggen dat u juist de clue van deze gelijkenis
weglaat. Zoals ik al in mijn vorige reactie laten zien heb, zegt het Nieuwe
Testament een paar verzen later het volgende:
Yeshua had het
tegen de religieuze leiders van die dag. Zij weerhielden mensen het koninkrijk
binnen te gaan en daarom werd het hen afgenomen (zie ook Mattheus 23:13) en aan
anderen gegeven die het koninkrijk wel op waarde wisten te schatten. De
religieuze leiders wisten dat Hij het over hen had. Dit kan dus niet over
Muhammad gaan, omdat hij er toen niet was om afgekeurd te worden. Yeshua is wel
door hen afgewezen en dus kan deze tekst alleen maar op Hem worden toegepast en
niet op iemand waarvan men geen enkel benul had. Dus, als we de Bijbel zichzelf
laten uitleggen kom je tot een hele andere conclusie dan de moslim, die dat
expliciet niet doet, om duidelijke redenen. Doet de Moslim dat wel, dan blijft
er niets over van Islam omdat er nu eenmaal niets over Islam wordt gezegd in de
Bijbel.
Het
gevolg hiervan is dat deze slechte pachters, middels het doden van de zoon, door
de Heer uit de wijngaard worden gegooid en er nieuwe mensen komen om deze te
beheren. Mensen die de Heer zullen dienen en die wel zullen luisteren.
Aansluitend op het verhaal zegt Jezus: “Het koninkrijk van God zal u worden
ontnomen en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen.” Dus
hoe kan Jezus de stichter en voorman zijn van de nieuwe huurders van de
wijngaard, terwijl de overdracht pas plaatsvond na de dood van de zoon van de
heer, oftewel na de dood van Jezus? Uit het verhaal is ook op te maken dat
de komst van de zoon niets aan de situatie heeft veranderd. En ik kan mij
werkelijk niet voorstellen dat er een christen bestaat die zich in deze
opvatting kan vinden, namelijk dat de komst van Jezus niets heeft opgeleverd.
Christenen geloven daarentegen dat met de komst van Jezus het koninkrijk van God
haar intrede heeft gedaan en de verhalen over Jezus die zieken genas, demonen
verdreef en een nieuwe levensethiek onderwees, worden door hen als een
demonstratie van dat koninkrijk van God beschouwd.
Tevens
verwijst het koninkrijk van God, volgens de christenen, naar de veranderende
staat van ziel of gedachte binnen het Christendom. Ook dit fenomeen was ten
tijde van Jezus volop aanwezig onder zijn apostelen en volgelingen. Dit
bevestigt nogmaals dat de nieuwe huurders van de wijngaard, welke als metafoor
dient voor het koninkrijk van God, niet Jezus en zijn volgelingen kunnen zijn.
Dit omdat de overdracht van de wijngaard en dus van het koninkrijk pas op gang
komt als de zoon reeds de dood heeft gevonden en niet eerder. Om dit
bevestigd te krijgen is het voldoende om nogmaals de woorden van Jezus aan te
halen, hij zegt namelijk: “Het koninkrijk van God zal jullie worden ontnomen
en gegeven worden aan een volk dat wel vrucht laat dragen.” Hij zegt: “Het
zal jullie worden ontnomen.” En we weten allemaal dat het werkwoord “zal”
gebruikt wordt om uit te drukken dat iets in de toekomst staat te gebeuren en
niet in de tegenwoordige tijd. Dus het afnemen van het koninkrijk en dit
vervolgens aan anderen geven, deed zich niet voor ten tijde van Jezus, maar
daarna.
Ik vind dit een
merkwaardige tegenwerping. De overdracht vond ook plaats na de uitstorting van
de Heilige Geest, 50 dagen na de Opstanding. Bovendien geloven christenen ook
niet dat de komst van de Messias niets heeft opgeleverd. Dat is ook niet het
doel van deze gelijkenis. De gelijkenis heeft niets te maken met of de komst van
de zoon iets opleveren zou of niet. Het doel van de gelijkenis is wat de
toehoorders te wachten staat als zij de Zoon net zo behandelen als de voorgaande
knechten van de Landheer.
Het feit dat Yeshua
in de toekomende tijd spreekt geeft inderdaad aan dat hij over iets in de
toekomst spreekt, maar dat kan ook over dingen zijn die een uur daarna gebeurde
of de volgende dag. Dat is ook toekomende tijd. Maar omdat moslims perse willen
dat dit over Muhammad MOET gaan, zegt u van Al-Yaqeen dat dit over iets moet
gaan dat eeuwen daarna komt, na de tijd van Yeshua. Maar wat voor bewijs heeft u
daarvoor? NIETS! Zoals u voor al het andere ook helemaal niets aan bewijs heeft.
Het enige waarom u dit zegt is theologische vooroordelen heeft en niets anders.
Als u dit zegt, dan moet u met bewijs komen en de Bijbel voor zichzelf laten
spreken. Maar, zoals eerder gezegd, dat zal u dus niet doen, want dan zou Islam
geen beroep kunnen doen op de Bijbel.
Wij
lezen bovendien in de Bijbel dat Johannes de Doper zegt: “Komt tot inkeer,
want het koninkrijk van de hemel is nabij!” (Matteüs 3 : 2)
Het
gegeven dat Johannes de Doper het koninkrijk van God verkondigde als zijnde iets
dat nog komen zal, is het onomstotelijke bewijs dat dit koninkrijk niets te
maken heeft met Jezus die toentertijd reeds aanwezig was.
Ook
stuurde Jezus zijn leerlingen er op uit met de volgende boodschap: “Als jullie
een stad binnengaan waar je niet welkom bent, trek dan door de straten en zeg:
“Zelfs het stof van uw stad dat aan onze voeten kleeft, vegen we van ons af
als aanklacht tegen u; maar bedenk wel: het koninkrijk van God is nabij!” (Lucas
10:10-11)
Uit
deze en andere teksten is duidelijk op te maken dat het koninkrijk van God ten
tijde van Johannes en Jezus (vrede zij met hen beiden) niet zichtbaar is
geworden. Het bestond zelfs niet in de tijd van de apostelen die zich moesten
beperken tot het zeggen van de volgende woorden: “het koninkrijk van God is
nabij!”
Het koninkrijk van
God is niet volledig zichtbaar geweest in de tijd van de apostelen, omdat Israël
de uitnodiging heeft afgeslagen. Maar het koninkrijk van God is ook zeker niet
zichtbaar geweest ten tijde van Muhammad. De tekenen van het Koninkrijk van God
was het genezen van zieken, blinden het zicht teruggeven, de lammen laten lopen,
het bevrijden van bezetenen, etc. Dit is allemaal op geen enkele wijze gebeurd
in de dagen van Muhammad. Dus was is eigenlijk de bedoeling van deze
tegenwerping? U gooit uw eigen glazen in met de argumenten die u tegen
Christenen gebruikt.
In
het licht van het voorgaande kunnen wij niet anders concluderen dan dat de
genoemde Hoeksteen die door de bouwlieden is verworpen niet Jezus maar Mohammed
is. Dit ook om de volgende reden, namelijk het feit dat deze gekozen hoeksteen
wonderbaarlijk is in de ogen van de kinderen van Israël. Dit geeft duidelijk
aan dat deze voort zal komen uit een onverwachte hoek. Namelijk uit het
nageslacht van Ismael, die door de Israëlieten als een verworpeling wordt
beschouwd. En gelet hier op het verband tussen de steen die door de bouwlieden
wordt verworpen en Ismael die in Israëlitische kringen als verworpeling wordt
beschouwd, omdat hij de zoon wasvan een Egyptische slavin en dus volgens de
lieden van het boek niet als wettelijke erfgenaam werd gezien van het Verbond
tussen God en Abrahams nakomelingen. Jezus daarentegen is van joodse komaf en
zijn profeetschap kan niet als vreemd worden ervaren door de Israëlieten.
U hebt mijn reactie op de zogenaamde uitverkiezing van Ismael niet op uw
website geplaatst. Ik stel voor dat u om waarheidsgehalte van uw reacties wel
doet. Ismael speelt geen enkele rol van betekenis in de Bijbel en van hem wordt
ook geen enkele profetie gedaan aangaande een latere rol van betekenis. Het
wonderbaarlijke is dat het Jodendom niet verwachtte dat de Messias, de zoon van
David, zou sterven en zeker niet voor onze zonden. Dit is de hoeksteen van de
Tenach, het zogenaamde Oude Testament.
Daarom
wil ik jullie herinneren aan de volgende woorden van onze Profeet (vrede zij met
hem), die een afstammeling is van Ismael. Hij zegt namelijk het volgende: “Waarlijk,
ik en de profeten voor mij zijn te vergelijken met een bouwwerk dat door een man
gebouwd wordt, een mooi aanzien wordt gegeven, behalve de plaats van één
hoeksteen die leeg is blijven staan. De mensen die dit gebouw kwamen
bezichtigen, vonden het ontzettend mooi, maar zeiden steeds: ,,Was die laatste
hoeksteen maar ook geplaatst.” Toen zei de Profeet (vrede zij met
hem): “Ik ben die laatste steen en ik ben de laatste der profeten.”
(al-Boekhaari)
Dit is een hele
slechte parabel. De hoeksteen is het belangrijkste steen die geplaatst moet
worden. De hoeksteen is daarom de eerste steen die geplaatst wordt.
Muhammad plaatst die steen echter als laatst. Echter, de hoeksteen in de
Bijbel heeft niets te maken met de volgorde van de bouw van het huis, maar het
feit dat de belangrijkste bouwsteen (de Zoon van God) niet werd geaccepteerd
door de bouwlieden, de religieuze leiders van die tijd.
Ook
wil ik toevoegen dat de overdracht van het profeetschap naar een ander volk, ook
ergens anders in de bijbel ter sprake komt. Zo lezen wij in Genesis 49: 10 dat
Jacob zijn kinderen verzamelde en tegen hen zegt:
“De
scepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten,
totdat Silo komt die er recht op heeft, die alle volkeren zullen dienen.”
Een
scepteris een stok die geldt als machtssymbool van een koning en Juda is de
stamvader van één van de twaalf stammen van Israël waaruit de meeste joden
voortkomen. En ‘Silo’ betekent volgens de christenen de ‘rustbrenger’ of
‘hij die het (uiteindelijk) allemaal toekomt’.
Uit
de voorgaande tekst is dus duidelijk op te maken dat de scepter, die hier
symbool staat voor het profeetschap, in het bezit van de kinderen van Israel zal
blijven totdat Silo, oftewel de rustbrenger, komt. Ook kunnen wij concluderen
dat Silo geen onderdeel uitmaakt van het nageslacht van Juda. Hij is dus geen
Jood, want met zijn komst verdwijnt volgens Jacob de scepter uit de handen van
de kinderen van Israel en wordt deze aan anderen overhandigd waartoe Silo
behoort. De christenen menen dat met ‘Silo’ Jezus wordt bedoeld. Maar dit is
onmogelijk, want Jezus is van Joodse komaf en zorgde juist voor het aanblijven
van de scepter binnen het nageslacht van Israël. Ook heeft hij te kennen
gegeven in Matteus 5:17 de wet die toentertijd onder de Joden gold niet te
willen opheffen, maar juist deze te vervullen.
Nee, dat is niet wat er staat. Een scepter is een teken van koninklijke
autoriteit en macht en niet van profeetschap. Hoe komt u daarbij? Er staat dat
de scepter bij Juda blijft totdat Shilo komt, omdat het Shilo toebehoort. Shilo
komt dus uit Juda! Nergens staat er dat de scepter bij Juda weggehaald zal
worden. De scepter werd aan Juda gegeven in de persoon van David, die een
nakomeling van de stam van Juda was en werd doorgegeven aan al zijn nakomelingen
en uiteindelijk aan Yeshua, de zoon van David. Aan hem behoort die scepter, het
symbool van koninklijke macht, toe! Dit gaat helemaal niet om een overdracht van
profeetschap, maar om de overdracht van koninklijke heerschappij.
Uit
de voorgaande teksten is duidelijk op te maken dat het profeetschap bij de
kinderen van Israël zal worden weggenomen en gegeven zal worden aan een volk
dat weinig eerbied en respect geniet bij de kinderen van Israël. En ik kan mij
werkelijk geen ander volk dan de Arabieren bedenken die afstammelingen zijn van
Ismael en die in de ogen van de Israëlieten als verworpeling werd beschouwd.
Dit komt puur om
het feit dat u de Bijbel zichzelf niet laat uitleggen maar koste wat kost uw
eigen interpretatie erin projecteert waardoor op dubieuze wijze Islam
verschijnt. Uit de vorige tekst blijkt dat u een behoorlijke vergissing maakt.
Muhammad en Islam
zijn echt niet vertegenwoordigd in de Bijbel als aanstormende vertegenwoordigers
van de God van Israël. Er is totaal geen grond voor.
In
Genesis 32:21 lezen wij:
“Met
niet-goden hebben zij Mij getart, met hun goden van niets Mij getergd. Nu tart
Ik hen met een niet-volk en terg hen met een volk van niets.”
Dus
als gevolg van hun aanhoudende en steeds groter wordende ongehoorzaamheid jegens
God. En daarbij moet men denken aan zaken zoals het aanbidden van het kalf, het
vereren van andere goden, het schenden van het verbond en het verwerpen van de
religieuze voorschriften. Als vergelding hiervoor doet God de belofte dat hij de
kinderen van Israël zal tergen met een volk van niets. En het waren de
Arabieren die toentertijd, in tegenstelling tot andere volkeren, als een volk
van niets werden beschouwd, als dwazen omdat zij onwetend en ongeordend waren op
alle gebieden. De bewijzen spreken dus voor zich.
Dit soort selectief citeren uit de Bijbel door moslims weerhoud mij ervan om de beweringen van moslims serieus te nemen. Uw citaat komt trouwens uit Deuteronomium 32 en niet uit Genesis. Laten we het hebben over hoe uw oneigenlijk gebruik van de Bijbel, om dingen te bewijzen die het niet zegt, strookt met wat de profeten leren over Israël en de eindtijd en zien hoe dit strookt met de Islamitische ideologie dat Ismael en zijn nakomelingen vervangers zijn van Isaak en zijn nakomelingen. Ik adviseer u om deze teksten nauwkeurig te lezen:
En ik zou zo wel
door kunnen gaan tot in het oneindige. Het bewijs in de Bijbel is inderdaad
overweldigend, maar dan TEGEN de zaak van Islam. Israël is nog altijd Gods
volk. Er is Bijbels gezien geen enkele reden om te denken dat Israël dat niet
is. Het enige wat er voor moslims rest is om te beweren dat de aangehaalde
gedeelten van de Bijbel vervalst zijn. Maar dan ligt de bewijslast natuurlijk
geheel en volledig bij de moslims om te bewijzen dat dit zo is. Het bewijs
hiertegen is echter zo
overweldigend, dat de positie van de moslim totaal niet te benijden is.
Tenslotte
wil ik zeggen dat deze woorden van mij aangaande de tekst van Mattheüs 21:
42-44 in eerste instantie bedoeld waren als reactie op de vraag van een
christen, maar nog belangrijker is dat hiermee met de toestemming van Allah de
weg geopend wordt voor eenieder die zoekende is naar de Waarheid om deze te
leren kennen. De waarheid die slechts te vinden is in de Islam. De Waarheid die
alleen tot haar recht komt door het volgen van de Profeet (vrede zij met hem) en
daarom vraag ik Allah om iedereen naar deze bevrijdende Waarheid te leiden.
Sorry, maar u is
nooit iets gevraagd. U hebt iets beweerd op uw website en ik heb slechts daarop
gereageerd. U heeft dus getracht om mijn reactie te weerleggen. Het is aan de
lezers om te bepalen of dit u werkelijk is gelukt. Ik kan, in alle oprechtheid,
alleen maar met het hoofd schudden wanneer ik een moslim de Bijbel zie uitleggen
en het probeert aan te passen aan de leer van Islam. .
Groet en shalom,
Nakdimon