Kaarsen trekken is een gezellige bezigheid in de kersttijd.
Je hebt er voor nodig:
bijenwas of resten van kaarsen
katoenen draad als lont
een hoog smal blikje
een oude pan
In het smalle blik doen we de bijenwas of resten van kaarsen.
Het smalle blik verwarmen we "au bain marie" in de pan met water op het
fornuis. Onder het kleine blikje een stukje lap ter voorkoming van "hobbelen"
van het blik in de pan. Blik en pan afdekken met aluminiumfolie om de warmte
goed te benutten.
Als de bijenwas na een tijdje in het blikje gesmolten is houden we de bijenwas
warm op een kleine warmtebron. We dopen de lont in de bijenwas en trekken de
draad recht.
Voor we een volgende keer indopen laten we de was geheel afkoelen - anders zou
de was weer smelten.
Af en toe tussen het dopen door de onderkant iets afsnijden.
Het restje weer bij de was in het blik doen.
De kamer vult zich met de geur van de bijenwas en heel langzaam wordt de kaars
dikker.
Uit iets ouds ontstaat iets nieuws.
In verschillende klassen dopen we ��n of twee maal per dag onze kaarsjes
tijdens de adventstijd.
Langzaam worden de kaarsjes dikker. Met de viering van het kerstfeest zijn de
kaarsjes klaar om te branden.