|
Stuifmeelpollen |
Bij het bezoeken van de bloemen blijven er veel stuifmeelkorrels aan de
haartjes van de bij hangen. De bij strijkt aan het eind van zijn tocht de
korrels bij elkaar tot een klompje van ongeveer 15 mg van bij benadering 1
miljoen korrels. Om dat klompje te vervoeren heeft de werkbij aan de
achterpoten een soort korfje. De kleur van dat klompje is homogeen. Het bewijs
dat de bij maar een soort bloem heeft bezocht. Stuifmeel heeft afhankelijk van
de bloemsoort allerlei kleuren, van heel lichtgeel tot bijna zwart
Als de imker het stuifmeel wil oogsten plaatst hij een
traliewerkje voor de ingang van de kast. Daar kan de bij
juist door maar het bolletje stijfmeel blijft er
achterhaken en wordt in een kistje opgevangen.
Elke stuifmeelkorrel heeft zijn karakteristieke vorm. Met stuifmeelanalyse van honing (in honing komen veel stuifmeelkorrels voor) kan worden bepaald welke soort honing men voor zich heeft.
In stuifmeelpollen zitten o.a.:
Eiwitten: 30% waarvan een derde als vrije aminozuren.
Koolhydraten: 30%
Vetten: 20% waarvan de helft meervoudig onverzadigde vetzuren.
Mineralen: calcium, fosfor, kalium, zwavel, slilicum, molybdeen, zink,
magnesium, ijzer, mangaan, koper en jodium.
Vitaminen in pollen:
vitamine A (retinol),
vitamine B1 (thiamine),
vitamine B2 (riboflavine),
vitamine B3 (nicotinamide),
vitamine B6 (pyridoxide),
vitamine B8 (biotine),
vitamine B9 (foliumzuur),
vitamine B12 (kobalamine), vitamine C (ascorbinezuur),
vitamine D (ergosterol),
vitamine E (tocoferol),
vitamine K (fytomenadion) en
rutine
Een belangrijke voedselbron dus, ook voor de mens. Het is verkrijgbaar als "pollen" (zie foto bovenaan), maar ook verwerkt in rozijnkoeken, "bijtjes" genaamd.
uitleg foto: