|
Wie honing zegt, denkt aan bijen: zij doen alleen het werk. Iedere bloem
zorgt voor "zijn" vari�teit van kleur en smaak die duidelijk
verschilt van elke andere soort honing.
Het proces van nectar tot honing :
Een bij vliegt soms 2 km ver. Ze heeft dan ook
allerlei bloemen bezocht. De honing wordt in de vorm van
nectar opgezogen uit de bloemen, die met deze zoete stof
de voor hen noodzakelijke bestuivers tot zich lokken.
Tijdens de vlucht naar de woning wordt de nectar in de
honingmaag omgezet naar honing, met een tweemaal zo groot
suikergehalte. De bijen stockeren de honing in de
raten
, die raten of ook wel
ramen
genoemd
neemt de imker
uit de
bijenkorf of -kast
. De bijtjes hebben de raten verzegeld met was, zodat de honing er niet uit
loopt, dit wil natuurlijk zeggen dat de imker eerst de ramen moet
ontzegelen
en
dan pas kan
slingeren
.Na een tijdje zal de imker de
honing in potjes
gieten.
Alle honing is vloeibaar als hij uit
de raten geslingerd wordt. En alle honing stijft ook op en
kristalliseert na een zekere tijd. Het verschil zit nu
juist in DIE TIJD van opstijven. Zo zijn er soorten die
kristalliseren na een paar weken, andere na een paar
maanden, een jaar of zelfs langer. Het
zijn nu juist die soorten waarvan de handelaar bij
ondervinding weet dat ze lang vloeibaar blijven, -
minstens 6 maanden-, die hij onder vloeibare vorm kan
verkopen.
De verkoper kan 3 soorten honing verkopen : vloeibare, vaste en
raathoning
,
d.i. een potje honing met een stukje raat erin.
Honing wordt voor veel doeleinden gebruikt maar toch vooral in de keuken; bv in
koffie, melk of thee, op de boterham, in yoghurt, op platte kaas, op
pannenkoeken, op wafels, in gerechten enz.
|