Ren� Descartes, geboren in 1596 en leefde in verschillende Europese landen. Hij had een sterk verlangen om inzicht te krijgen in de natuur van de mens en het universum, maar na z�n studie filosofie werd hij zich sterk bewust van zijn eigen onwetendheid, vergelijkbaar met Socrates.
Hij was er ook van overtuigd dat bepaalde kennis alleen verkrijgbaar is door redeneren, we kunnen nooit vertrouwen wat de oude boeken of de zintuigen ons vertellen. Hij startte dus zijn eigen filosofie.

Zijn eerste zorg was, wat we kunnen weten, de andere grote vraag die hem bezig hield was de relatie tussen lichaam en geest.
Z�n doel was om zekerheid te krijgen over de natuur van het leven, en hij begint met de gedachte dat je aan alles moet twijfelen, hij wilde niet op zand bouwen. Hij zei zelfs dat we niet op onze zintuigen kunnen vertrouwen. Als we dromen, hebben we het gevoel dat we realiteit beleven. Hoe weet je zeker dat het leven niet ��n grote droom is? E�n ding was waar en dat was dat hij aan alles twijfelde, als hij twijfelde, dacht hij na, en omdat hij nadacht was hij een denkend wezen. Dus zoals hij dat zelf uitdrukte: �Cogito, ergo sum� dit betekent : �Ik denk, dus ik ben�

Hij vroeg zich vervolgens af of er nog meer was dat hij met zekerheid kon zeggen. Hij kwam tot de conclusie dat hij in zijn gedachten altijd een helder en duidelijk idee had van een perfect wezen. Dit idee kon niet van hem zelf komen omdat, een idee als het perfecte wezen niet van een niet-perfect persoon kan komen. Dit idee moet dus van iets komen dat wel perfect is, dus God. God bestaat dus, zoals de denkende mens ook bestaat.
Het perfecte wezen zou niet perfect zijn, als het de meest essenti�le eigenschap, namelijk het bestaan zou missen.

Over het bestaan van de wereld. De natuur heeft karakteristieken die we kunnen beredeneren, dit zijn de wiskundige, of meetbare dingen. Maar kleur, geur en smaak daarintegen zijn alleen waar te nemen met onze zintuigen en beschrijven de realiteit dus niet.
De natuur is dus geen droom, hierbij verwijst Descartes weer naar de perfectie. Een perfecte God zou ons niet bedriegen, hij garandeert ons, dat wat we waarnemen met onze redenering ook de werkelijkheid is.

Maar de realiteit van de werkelijkheid is essentieel anders dan de realiteit van de gedachte. Descartes onderscheidt twee vormen van realiteit, of twee substanties. De ene substantie is de gedachte of de geest, de ander is materie. De gedachte en de materie functioneren onafhankelijk van elkaar. Volgens Descartes is het menselijk lichaam een perfecte machine, maar de mens heeft ook een geest die los van het lichaam kan functioneren. De lichamelijke processen hebben niet dezelfde vrijheid, die hun eigen wetten. Alleen het lichaam wordt oud, de geest niet.
Descartes
Hosted by www.Geocities.ws

1