Omgaan met agressie
We worden elke dag geconfronteerd met agressie : op het nieuws, in films, in de krant, maar ook in het eigen leven maken veel mensen regelmatig vormen van agressie mee bvb in het verkeer, diefstal, inbraak, beschadigingen aan de auto, handtasroof, fraude enz.
In Amerika zit 1 op 32 mensen in de gevangenis. Dichter bij huis, in Antwerpen worden er elk jaar zo’n 50.000 criminele feiten gepleegd bij een inwonertal van ong. 450.000. Dit zou statistisch betekenen dat elk jaar 1 op 9 inwoners slachtoffer is van een crimineel feit en dat op 9 jaar tijd iedereen slachtoffer is van een crimineel feit. Dit klopt natuurlijk niet helemaal, omdat er ook mensen zijn die op een jaar tijd meer dan één keer slachtoffer zijn en er ook mensen zijn die op 9 jaar tijd geen enkele keer slachtoffer zijn; verder omdat er dan ook criminelen zelf zouden zijn die slachtoffer zijn van andere criminelen, maar ook omdat er heel wat feiten zijn die niet worden aangegeven bij de politie daar nogal wat mensen vinden dat dit toch geen zin heeft of uit schrik voor represailles. Met statistieken moet men voorzichtig zijn.
Het gerecht kan het aantal processen dat wordt aangespannen al lang niet meer bijhouden. Het aantal overnames van bedrijven is eveneens indrukwekkend. Godsdienstconflicten zijn nooit veraf; men heeft nog altijd niet uitgemaakt welke godsdienst gelijk heeft en welke god de enige echte is. De reclame-industrie probeert ons talrijke producten op te dringen door het creëren van schijnbehoeftes. Dit zijn allemaal vormen van agressie. Merkwaardig is dat ook in de natuur de agressie lijkt toe te nemen: meer overstromingen, vulkaanuitbarstingen, orkanen enz.
Ook in onze gezondheid stellen we veel agressie vast. De aanvallers in de vorm van bacteriën, virussen, schimmels, parasieten, enz. zijn niet meer te tellen. Elk jaar worden miljoenen mensen getroffen door infecties. Maar ook ontstekingen en allergieën nemen steeds maar toe. De toename van reumatische en allergische kwalen, infecties, chronische pijnklachten en kanker noodzaakt tot bezinning omtrent het thema dat eronder verborgen ligt nl agressie.
Er worden allerlei verklaringen naar voren geschoven voor de toenemende agressie in de samenleving vanuit de sociologie, psychologie, pedagogiek, demografie (overbevolking), geschiedenis, godsdienst, genetica, biologie, psychiatrie, farmacologie, filosofie, communi-catieleer, economie, mythologie, astrologie, jurisdictie, spiritualiteit enz. Voor wie het interesseert, beschrijft dr. Dahlke in zijn boek ‘Agressie als uitdaging’ allerlei verklaringen van agressie vanuit deze disciplines.
Agressie kan ook uitbesteed worden aan instituties zoals de politie, het leger, de VN, buitenwippers, lijfwachten, advocaten enz.
Ook al worden we er elke dag mee geconfronteerd, met al deze vormen en uitingen van agressie willen we liever niets te maken hebben, we willen er niets van weten. Dit is jammer, omdat we daarmee onszelf de kans ontnemen agressie een plaats te geven of het te overwinnen.
Agressie wordt te eng gezien. De psychoanalyticus Friedrich Hacker definieert agressie als ‘een in het innerlijk van de mens zetelende dispositie en energie die oorspronkelijk tot uiting komt in activiteit, maar later in de meest uiteenlopende individuele en collectieve, sociaal aangeleerde en maatschappelijk overgedragen vormen van de drang zich te laten gelden, soms zelfs tot wreedheid toe.’ (Dahlke, p.28)
Kortom: alle geweld is agressief maar niet alle agressiviteit is geweld. Geweld is altijd eenvoudig, maar de alternatieven zijn altijd complex en veeleisend.
Agressie komt van het latijn aggredi, dat aanpakken betekent. Het had oorspronkelijk een neutrale betekenis, maar is nu vrijwel volledig negatief.
De jonge knoppen aan de takken die in de lente openbarsten, de zaadjes die scheuten krijgen en zich doorheen de aarde boren, het vogeltje dat met zijn snavel de eierschaal stukpikt: het zijn neutrale vormen van agressie, niet goed of niet slecht. Met een mes kan men brood snijden maar ook iemand doden, met vuur kan men een woning verwarmen maar ook verwoesten.
Rüdiger Dalhke bespreekt in zijn boek ‘Agressie als uitdaging; zin en betekenis van infectie, allergie, reuma, pijn, hyperactiviteit’ beide kanten van agressie.
Agressie in een positieve, constructieve betekenis of invulling: snel en moedig denken, problemen het hoofd bieden, een polemiek voeren, onze grenzen verleggen, moedig nieuwe wegen inslaan, assertiviteit, geldingsdrang, voor jezelf opkomen, je kans grijpen, beslissingen nemen, verantwoordelijkheid nemen, voor zijn ideeën knokken, moed, bereidheid tot het aangaan van uitdagingen; het immuunsysteem, het leger, civiele bescherming, diplomatie, opbouwen, creativiteit, gevechtssporten, sport, supporteren, schaakspel, chirurgie, videogames, vrijen, actiefilms, politieseries, circus, voetbal, journalistiek, advocaat, politiek, ondernemer,...
In een negatieve, destructieve betekenis of invulling: wreedheid, geweld, doden, slaan, vernietigen, verkrachting, oorlog, knokploeg, hooliganisme, paparazzi, fysieke mishandeling, terrorisme enz.
Om één en ander duidelijk te maken, geef ik een voorbeeld:
“Aan het voetbal hebben we veel te danken. Als al die duizenden liefhebbers-supporters niet eens per week in de gelegenheid waren stoom af te blazen, zou het er met onze samenleving veel slechter voorstaan. We mogen er bijna dankaar voor zijn dat de supporters zich meestal vrijwillig binnen de betonnen muren van een stadion uitleven door zich de longen uit het lijf te brullen. Als zij al die energie op hun werk of thuis in het gezin kwijt moesten, zou het daar niet best zijn gesteld met de lieve vrede. Vanwege deze ontladingsmogelijkheid verdient stadionbezoek dan ook verre de voorkeur boven het volgen van een wedstrijd op de buis.” (p.71)
De psycholooog Stoklossa gaat ervan uit dat jongens nog altijd in onze cultuur worden opgevoed tot soldaat. Hij doet dit aan de hand van overstelpende wetenschappelijke gegevens. Het komt erop neer dat de cultuur via allerlei vaak onbewuste mechanismen de jongen tracht op te voeden tot het mannelijk ideaal van flink, hard en zelfstandig zijn, niet hun zwakkere zijde tonen, geen fouten en teleurstellingen toegeven, hard werken enz.
Jongens of mannen die niet aan dit ideaal kunnen of willen beantwoorden worden dan bestempeld met woorden als “halve-zachte, geitenwollensokkendrager, warme-doucher, parachutegebruiker, eitje, brilzitplasser, sokkenverschoner, groenlichtpassant, crèmesmeerder, schaduwparkeerder, houdbaarheidsdatum-fetisjist, filterroker, condoomgebruiker, buffetwachter, excuseerder, huisvuilsorteerder, onderbroekverschoner, op-tijd-komer, na-drie-biertjes-kotser, dankje-zegger, eendenvoerder, bloempjesplukker, vrouwenbegrijper, levensplanner, moederskindje, slappe lul, angsthaas, oud wijf, zwakkeling, doetje, onbenul, huilebalk.” (Dalhke, p.88).
Hieruit kan men afleiden – en dit blijkt ook uit wetenschappelijke studies – dat de echte man meer ziek is en vroeger overlijdt dan de halve-zachte houdbaarheidsdatum-fetisjist.
Voor wie het intereseert, kan ik aanbevelen de volledige beschrijving van de echte man in het boek van Dalhke te lezen. Het is werkelijk een prachtige karikatuur.
De overheid houdt niet van agressie. Ze heeft het liefst dat u braaf doet wat ze van u verlangt. Alles staat in het teken van de heilige koe van de 24-uurs-economie, het consumptie- en productieapparaat. Winst primeert op gezondheid. Als u op een of andere manier protesteert en dreigt van het ‘goede pad’ af te wijken, mobiliseert ze haar handlangers om u terug op het goede pad te krijgen: VDAB-consulenten, RVA-inspecteurs, belastinginspecteurs, psychologen, pedagogen, psychiaters, dokters om uw symptomen te onderdrukken, gerechtsdeurwaarders, politie, pastoors, arbeidsinspecteurs, medisch adviseurs, wetenschapslui, reclasseringsamb-tenaars, straathoekwerkers, sociaal assistenten van het OCMW, de molen van de bureaucratie, enz. Gelukkig zijn er in een democratie ook manieren om uw protest uit te drukken bvb via betogingen en manifestaties, lezersbrieven, de vrijheid van meningsuiting, kunstvormen, internet, verkiezingen, kafka.be enz. Dit geeft enigszins hoop en ruimte op verandering.
Er zijn ook subtiele mechanismen om uw protest te onderdrukken bvb door het toelaten van drugs zoals koffie, tabak, witte suiker, alcohol om u te versuffen.
Met protest en alternatieven wordt vaak geen rekening gehouden of ze worden zolang mogelijk van de baan geschoven. De chemische landbouw wordt al decennia gesubsidieerd, pas recent kunnen bioboeren ook subsidie krijgen. De petroleumnijverheid wordt op handen gedragen; pas onder het dreigend opraken van de olie over 20 jaar worden alternatieven iets meer gestimuleerd. De overbevolking wordt vooralsnog niet als een probleem beschouwd.
Ook de overheid is zelf agressief en duwt graag zaken door de strot van de burger: inplanting van GSM-masten, kappen van bomen zonder vergunning, amalgaamvulllingen, de zorgverzekering, de milieuheffing, overdreven belastingen om haar complexe staatstructuur te bekostigen enz.
Heeft u er al eens bij stilgestaan dat de vroegere partijen die elkaar bestreden zoals de CD&V, VLD, SPa nu samen in de meerderheid zitten onder druk van het Vlaams Belang? Waarom koos men vroeger voor het tegenwerkingsmodel en nu voor het samenwerkingsmodel tussen de klassieke partijen?
Ik verwijs in dit verband ook naar de tekst op de website ‘De overheid maakt u ziek’.
Het komt erop neer dat de overheid via allerlei soms subtiele mechanismen uw vaak gerechtvaardigde agressie en protest tracht te onderdrukken en te neutraliseren, alles in het belang van het voortbestaan van de samenleving zoals ze is. Ondertussen wordt de bevolking steeds zieker. Als het aantal mensen met chronische aandoeningen en werkonbekwamen zo blijft toenemen, ligt over 20 jaar misschien de hele economie plat, omdat er te weinig mensen zijn die in staat zullen zijn om te gaan werken... Misschien een doemscenario, getuigend van pessimisme, maar als bewust levende mensen kunnen we onze ogen niet sluiten zoals de overheid doet.
Hooggevoeligen weten door hun gevoeligheid en zachtheid al te vaak geen raad met agressie, terwijl het een biologisch mechanisme is dat tot ons instinct behoort en in elk van ons aanwezig is. Door het te ontkennen of negeren, kunnen allerlei problemen ontstaan in het dagelijks leven die zich uiten bvb als een gebrek aan zelfvertrouwen, verlegenheid, de kat uit de boom kijken, zich terugtrekken, maar soms ook tot plotse woedeaanvallen, scheldpartijen enz.
Dalhke schrijft dat het interessant zou zijn eens na te gaan hoeveel mensen onder de pacifisten er zijn die aan allergie of infectieziekte lijden. Het agressieprincipe moet immers ergens zijn uitlaatklep vinden, als men het niet wil erkennen.
Het is vooral verkeerd agressie te onderdrukken, te verdringen. Het moet geuit worden, liefst op een aanvaardbare, constructieve manier, zonder naar het laagste niveau te zakken nl fysiek geweld. Het komt erop aan agressie de plaats te geven die het toekomt.
Zo kunnen we bvb. beter meningsverschillen en conflicten uitspreken dan onder de mat schuiven.
We kunnen stellen dat hooggevoeligen te weinig agressief zijn, dit in de positieve betekenis, en dat dit het risico inhoudt op het ontstaan van bepaalde ziektes, zoals we verder zullen bespreken.
Agressie kunnen we zien als een vorm van stress. Zoals we weten is het noodzakelijk, als we door één of andere aanleiding stress hebben, daar ook daadwerkelijk iets mee te doen: vechten of vluchten. Het lichaam is er immers klaar voor, door de stijging van het adrenaline en noradrena-linegehalte, de gestegen hartslagfrequentie en hartbeschermende cholesterol, de activatie van het sympathisch zenuwstelsel. Als men niet reageert op de stress, gaat zich dit tegen het lichaam keren en creëert men, bij het voortdurend onder stress staan, hoge bloeddruk, angina pectoris, hartinfarct e.a.
Een andere manier waarop agressie een uitlaatklep vindt, is in allerlei ziektes.
“Via ziektebeelden kunnen we niet alleen de eigen problemen met het agressieprincipe thuisbrengen op een uitgesproken concreet niveau, maar zullen we ook veel minder moeite hebben met het doorzien van onze eigen projecties. Door middel van de interpretatie van ziektebeelden laten alle mogelijke, in het lichaam afgedaalde mentale en psychische problemen en conflicten zich doorzien. De problemen die met het agressieprincipe verband houden, nemen een bijzonder grote plaats in.” (p.132)
We zijn op aarde om te leren en het leven is een nooit eindigende leerschool. We kunnen op alle mogelijke niveau’s leren en altijd weer zelf kiezen. Als we ons echter afsluiten voor een bepaalde les, zullen we die tegen wil en dank alsnog moeten leren. Ik verwijs hier ook naar de tekst over het omgaan met lichamelijke klachten.
Het immuunsysteem verdedigt ons tegen aanvallen van vijandelijke micro-organismen. Hoewel er ook nuttige en ongevaarlijke zijn, zijn er ontelbare gevaarlijke. Bij elke handdruk worden er zo’n 36 miljoen micro-organismen uitgewisseld en bij elke kus op de wang zo’n 50 miljoen. Het is onrealistisch te proberen deze uit te schakelen. De huid is een belangrijke barrière en ons lichaam zal zijn huid altijd zo duur mogelijk verkopen. De juiste huidverzorging is belangrijk, waarbij de beschermende lipidenfilm niet mag vernietigd worden, maar ook niet zomaar naar immuunsysteemonderdrukkende middelen grijpen. Antibiotica kunnen het leven redden, maar de problemen als gevolg van het massaal antibioticagebruik zijn intussen bekend. Koortswerende middelen kunnen ook beter pas gebruikt worden boven 40°C; bij elke graad Celsius verdubbelt immers de kracht van het immuunsysteem. Het is intussen ook bewezen dat immunisatie en vaccinatie het lichaam niet versterken, maar verzwakken. Dalhke en anderen leggen ook een hypothetisch verband met onderdrukkende remedies en de massale stijging van allergieën.
Ook de inwendige holten zoals mond, keel, darmen enz. kan men een handje helpen zich te verdedigen tegen indringers bvb door het gebruik van zuren (komboecha, zuurkool, yoghurt, appelazijn, Molkosan enz), of door natuurlijke antibiotica zoals knoflook, ajuin, tuinkers, waterkers, radijs, tijm, kruidnagel, oregano, kamille, citroenmelisse enz. Er bestaan ook talrijke fytotherapeutische preparaten en supplementen die nuttig kunnen zijn. Ook een gezonde voeding met veel rauwkost versterkt het immuunsysteem, evenals regelmatige lichaamsbeweging en zuiveringskuren om afvalstoffen extra te verwijderen. Ook homeopathische inentingen met hoge potenties bieden geen absolute, maar wel een goede en ongevaarlijke bescherming. Voor HG kunnen we zeker aanraden een sport te kiezen waarbij men een ander of anderen moet bekampen bvb tennis, karate, volleybal enz om agressie alvast een plaats te geven op een sociaal aanvaarde manier.
Hoewel de klassieke geneeskunde eerder het immuunsysteem bij zijn strijd tegen infecties in de rug aanvalt door koortswerende middelen, antibiotica, immunisatie, vaccinatie, cortisone e.a. en de natuurgeneeskunde het zelfgenezende mechanisme ondersteunt en versterkt, mogen we niet de psychisch-mentale component vergeten:
“Wie zich door het leven laat prikkelen, uitdagingen aanneemt en zijn levensworsteling vrijwillig en bewust aangaat, zal zijn immuunsysteem versterken en daardoor zijn lichaamsgrenzen met succes tegen uiterlijke vijanden kunnen verdedigen. Wie noodzakelijke gevechten in zijn leven uit de weg gaat, moet erop rekenen dat zijn immuunsysteem verzwakt en zijn grenzen – alnaargelang het verdrongen probleem – openstelt voor bepaalde ziektekiemen, waardoor deze conflicten plaatsvervangend op het fysieke strijdtoneel moeten worden uitgevochten.” (p.156)
Elders hebben we ook reeds het verband gelegd tussen het immuunsysteem en eigenwaarde.
“Een infectie is het symbool van een in het lichaam afgedaalde conflictsituatie, een strijd tussen innerlijke eisen en eisen van buitenaf.” (p.155)
Als wij in het bewustzijn ruimte geven voor deze strijd of dit conflict, hoeft dit niet af te dalen in een lichamelijk strijdtoneel. Wie zaken uit de weg gaat of verdringt, heeft een hogere kans vatbaar te worden voor een infectie of allergie.
Als we ons bewust worden van de boodschap verborgen in de lichaamstaal - en in dit stuk gaat het vooral over agressie - kunnen we leren de strijd te voeren op bewustzijnsniveau. Het gaat er nl. om een probleem, een onderwerp onder ogen durven te zien, aan te pakken, een beslissing te nemen en uit te voeren, enz., zoals hierboven onder de constructieve betekenis van agressie beschreven. Als we deze gewoonte aankweken, kunnen we zelfs preventief werken zodat de strijd zich niet hoeft te vertalen in een ziekte. Het komt er op aan het thema in ons leven vorm te geven en te integreren.
Dit sluit uiteraard klassieke geneeskundige behandeling niet uit. Bovendien mag men niet alle patiënten met een gelijkaardig ziektebeeld over dezelfde kam scheren. Het is ook zo dat een betekenis twee kanten uit kan; bvb teveel eisen van anderen ofwel van zichzelf, van een ander profiteren, iemand uitzuigen ofwel zich laten uitzuigen.
Men moet het ziektebeeld individualiseren. Zo zijn vragen die kunnen gesteld worden bvb.:
Men mag aan de interpretaties die men in de boeken van Dalhke vindt, hoe hard of confronterend ze soms ook zijn, geen waardeoordeel toekennen. Er mag van schuld, afkeuring, oordeel geen sprake zijn; dit hindert het leerproces en brengt ons nergens.
“Symptomen betekenen niet dat we iets verkeerds hebben gedaan en daarvoor met symptomen worden bestraft; ze duiden er alleen op dat het ons aan iets ontbreekt, iets dat we via het beeld van de symptomen kunnen opsporen en integreren.”
De organen die getroffen zijn in de ziekte, kunnen ons helpen de betekenis te begrijpen. Zo heeft de blaas te maken met loslaten, stoom afblazen, achterhaalde en overbodig geworden zaken loslaten. De maag met verteren, verwerken. De longen met uitwisseling, communicatie, spraak.
Men kan de betekenis van organen opzoeken in het boek ‘Ziekte als symbool’ van Dahlke.
Ook volkse uitdrukkingen kunnen ons behulpzaam zijn zoals: iets moeilijk kunnen verkroppen, wat ligt er op de lever, het is in de keel blijven steken, hij is met zijn hoofd tegen de muur gelopen, hij wil het niet horen, hij keert de wereld de rug toe, het laat haar koud, iets niet kunnen slikken, het werd hem te heet onder de voeten, iemand te dicht op de nek zitten enz.
We hebben elders reeds aandacht besteed aan de interpretatie van verkoudheid en reuma. We wijden hier nog even uit over allergie, kanker en auto-immuunziekten.
Allergie
“bij allergiepatiënten betreft het slechts vermeende vijanden, de allergenen. Omdat de bestrijding ervan het eigen systeem meer schade doet dan de objectief onschuldige allergenen zelf, (...) houdt dit in dat van de allergiepatiënt niet alleen moed wordt verlangd, maar ook een waarachtig diepe transformatie van de psyche.” En verder: “De allergielijder is iemand die zijn agressie heeft opgekropt, maar zich niet van die situatie bewust is. (...) Kennelijk draait het om zoveel angst, dat er op het eigen territorium geen vreemde ‘lichamen’ kunnen worden geduld.” (p.207)
Ik verwijs hier ook naar de teksten over afwijzing in de kinderjaren, eigenwaarde, bindingsangst. Allergie kan een uiting zijn van onderdrukte agressie, van afwijzing (allergie = afwijzing van stoffen), niet accepteren van de aarde, zichzelf niet graag zien, enz.
De laatste decennia is het aantal mensen dat aan allergie lijdt, massaal toegenomen. Als men in aanmerking neemt dat het gaat om een strijd tegen onschuldige stoffen die helemaal niets van de patiënt willen in tegenstelling tot bvb bacteriën, dan moet er een gigantisch probleem achter schuilgaan. Dit probleem heeft zeer veel te maken met de agressie in onze samenleving en in ons dagelijks leven en de manieren waarop dit onderdrukt wordt.
Gezien de hevige, massale, groteske reactie op een allergeen lijkt het alsof de persoon tot de tanden gewapend met het volledige wapenarsenaal erop los slaat. De strijd is irrationeel, onzinnig, op niets gebaseerd; de reactie is ongepast.
Daar het gaat om onschuldige stoffen, valt te begrijpen dat het in de diepte gaat om een projectie en een verschuiving, om onbewuste motieven. Als men allergisch is voor de kat, heeft de arme kat nochtans niets kwaads in de zin; het probleem ligt niet bij de kat maar bij degene die allergisch is voor de kat. Als advies krijgt men te horen dat men het allergeen moet vermijden. De agressie gaat niet uit van het allergeen, maar van de patiënt zelf. Allergiëen komen vaak tot uiting op grensvlakken (de huid, de slijmvliezen) zodat ook het thema grenzen trekken om de hoek komt kijken.
De symptomen wijzen alleszins op agressie: jeuk, niezen, snuiten, hoesten, krabben, diarree, kuchen, heesheid, krampen, uitslag enz. Men kan onderliggend ook soms de boodschap zien van ‘laat me gerust, laat me alleen’.
Een andere opvallendheid is dat er bij allergie wordt gestreden tegen vuiligheid in de breedste zin van het woord, inclusief (voor sommigen) seksualiteit in de enge en brede zin. We denken aan de huisstofmijt, rook, wasmiddelen, parfum, gluten, melk, eieren, pollen, de poes, het paard, kleurstoffen, onedele metalen, aardbeien, kersen, banaan enz.
De relatie tussen vuil en vruchtbaarheid lijkt op het eerste zicht vreemd, maar onbewust kan alles wat met vruchtbaarheid en voortplanting te maken heeft, aangevoeld worden als smerig. We denken niet alleen aan slijmerige, glibberige en vochtige zaken, maar ook aan uitdrukkingen zoals vuile moppen, ranzige opmerkingen, onbevlekte ontvangenis... Eén en ander gaat terug op de historische afkeuring van het seksuele in de mediterrane godsdiensten. Zo moest de katholieke kerk steeds op het smalle koord balanseren: aan de ene kant afkeuren omdat de geslachtsdrift sterker is dan het geloof en om te trachten de monogamie en bij uitbreiding de maatschappij in stand te houden, en aan de andere kant toelaten om zoveel mogelijk katholiekskes te kweken. Ja, niet alleen aan het voetbal, maar ook aan de Kerk hebben we veel te danken...
Agressie en erotiek liggen dicht bij elkaar. In de mythologie is Amor een kind van de oorlogsgod Mars, die hij verwekt heeft bij zijn tegenspeelster de liefdesgodin Venus. We denken aan het vuur van de begeerte, in brand staan voor iemand, zijn liefdespijlen afschieten, iemand veroveren, iemand met de ogen verslinden, kreten, liefdesbeten, zweepjes enz.
Wat deze psychologische ondergrond van allergieën betreft, is “een moedig ervaren, vitale erotiek de ideale therapie” (p. 219) zonder schaamte, schuldgevoelens, angst, afkeer enz.
Ook eten en agressie liggen dicht bij elkaar. Het brood snijden, de soep mixen, sap persen, bijten, graan malen, deeg kneden, een koe slachten, enz. Zodoende kunnen we bij voedselallergieën een link leggen met agressie. Een klein aantal mensen zijn aan zoveel voedingsmiddelen allergisch, dat het nauwelijks iets anders kan betekenen dan dat het leven zelf wordt bestreden, dat men zich onbewust aan het leven wil onttrekken, een langzame zelfmoordpoging, een agressie die zich tegen het eigen leven richt. Voedsel is immers onderdeel van de aarde, vertegenwoordt symbolisch de aarde. Zie ook de tekst rond aardingsangst ‘Zeg maar JA tegen jezelf’.
In zijn boek besteed Dahlke ook aandacht aan astma, neurodermities, Quincke-oedeem, netelroos als specifieke ziektebeelden bij allergie.
Auto-immuunziekten
Waar bij allergie het lichaam reageert tegen een onschuldige stof van buitenaf, reageert het bij auto-immuunziekten tegen onschuldige eigen cellen en weefsels in het binnenste. Het gaat hier om een verdere escalatie van de agressie-problematiek. We dienen te zoeken naar de psychologische betekenis van het getroffen orgaan of weefsel, en te onderzoeken waarom dit van ons lichaam vervreemd is geraakt en waarom we onszelf buiten dit psychologisch thema hebben gezet. Men zal dus moeten de problemen hieromtrent terug in het bewustzijn moeten brengen en actief aanpakken. In militaire bewoordingen zijn de soldaten begonnen op hun eigen landgenoten te schieten; het komt erop aan het leger terug te verzoenen met het eigen land.
“De auto-immuunpatiënt heeft verleerd onderscheid te maken tussen wat lichaamseigen en wat lichaamsvreemd is. hij moet dus op de eerste plaats leren zijn eigen lichaam en alle bijbehorende structuren te herkennen als zijn eigendom. Dit is een taak op het niveau van het ego. In dit proces van zelfverwerkelijking moet hij leren wie hij is en wat allemaal deel uitmaakt van hemzelf en zijn onmiddellijk invloedssfeer en het geheel van zijn levenstaken. De als vreemd bestreden lichaamsstructuren zijn in overdrachtelike zin inderdaad niet zijn eigendom, aangezien hij de erdoor belichaamde problemen en taken nog niet beheerst. Dus moet hij deze eerst onder de knie krijgen; hij moet ze zich als het ware ‘eigen’ maken. Dan hoeft zijn afweer niet meer op het fysieke vlak duidelijk te maken hoe vreemd hem een bepaald lichaamsgebied of orgaan qua betekenis en symboliek is.’ (p.238)
Dalhke bespreekt hierbij specifieke ziektebeelden zoals lupus erythematodes, reuma, fibromyalgie, kanker, pijn waaronder hoofdpijn, nagelbijten, haar uittrekken.
Verder wordt in het boek uitvoerige aandacht besteed aan de ziektebeelden van het gebit, bij uitstek een gebied dat makkelijk met agressie in verband kan gebracht worden. Ook hyperactiviteit of ADHD bij kinderen komt uitvoerig aan bod.
We gaan nog even in op kanker.
Kanker
“De metamorfose van kankercellen is even radicaal als de transformatie in het innerlijk van de patiënt dient te zijn om kanker overbodig te maken. In de expressievorm van de cel dienen zich de beide fundamentele vragen aan die ieder van ons zich vroeg of laat moet stellen: ‘Waar kom ik vandaan?’ en ‘Waar ga ik heen?’. (...) Als mensen heel de complexe gedifferentieerdheid van hun leven naast zich neerleggen, weer tot zichzelf terugkeren, eenvoudig worden en genoeg hebben aan zichzelf, waardoor zij alle mogelijkheden en kansen van hun start in het leven hervinden, zijn spontane remissies, door de conventionele geneeskunde verlegen ‘wonderen’ genoemd, zeker mogelijk.” (p.101)
Reeds elders hebben we het immense belang vermeld van de roeping en het vormgeven van het leven hiernaar. Mensen die van hun roeping zijn afgeweken en bvb een beroep hebben gekozen omdat ze hiermee veel geld, prestige of macht kunnen verwerven, lopen een hogere kans om kanker te krijgen. Ze hebben wellicht door onwetendheid ivm de lichaamstaal hun lichamelijke symptomen die hen hierop wezen genegeerd of onderdrukt zodat het ultieme protest tegen de levenswijze zich in de vorm van kankercellen aandient. Het gaat hier uiteraard slechts om één van de mogelijke psychologische invalshoeken van kanker. Daarnaast zijn er nog andere elementen nodig om kanker te veroorzaken, zoals blootstelling aan een toxische stof en een verzwakt immuunsysteem.
Achter kanker kan men al te vaak een gehoorzame aanpassingsbereidheid ontdekken. Gehoorzamen aan bvb de ouders, de leerkrachten, de godsdienst, het leger, de firma, kortom aan de maatschappij. Reeds jong wordt de wil van het kind gebroken, zijn psychische ruimte ingenomen door anderen en zijn ziel overweldigd, alles in functie van het braaf meedraaien in het productie- en consumptieapparaat.
Dalhke pleit o.a. voor:
· Een resolute en radicale voorlichtingscampagne om de bevolking te helpen bewust te worden van de problematiek van agressie en van de verdringingsmechanismen omtrent geweld die maakt dat men de ogen sluit zelfs voor geweld van de buren en in eigen huis.
· Erkenning van en inzicht in de omstandigheden en voorwaarden die gewelddadigheid uitlokken zodat deze zo vroeg mogelijk kunnen worden geëlemineerd of zelfs voorkomen.
· De varianten van agressie op de verschillende niveaus in hun uiteenlopende verschijningsvormen doorzien, zodat we niet voor altijd gevangen blijven zitten in een vicieuze cirkel van agressie en projectie.
· Een levensschool. Hij kaart de gevaarlijke eenzijdige ontwikkeling van het verstand en van de linkerhersenhelft in het onderwijs aan en de verwaarlozing van het emotionele, het sociale en de ontwikkeling van de rechterhersenhelft. Een evenwichtiger en realistischer onderwijs kan zorgen voor een evenwichtigere persoonlijkheidsontwikkeling, een betere communicatie en inzicht in relevante psychologische mechanismen en onderwerpen zoals verlegenheid, agressie, omgaan met gevoelens, projectie, relatiebekwaamheid, eigenwaarde, pesten, enz. Dan spreken we nog niet eens over gezondheidsleer en voedingsleer als andere levensnoodzakelijke vakken. De school zou moeten een levensschool zijn, die voorbereidt op het leven en niet alleen op een beroep. Waarom bvb. niet de geschiedenis bespreken vanuit het projectieprincipe, ze staat er immers bol van, en dit dan op de hedendaagse tijd toepassen bvb ivm vreemdelingenhaat en op het eigen leven bvb in geval van een pestprobleem in de klas of op school? Zo zouden leerlingen tenminste nog iets aan het voor hen vaak saaie vak geschiedenis hebben. Dahlke beschrijft zeer uitvoerig de projectiemechanismen, zondebokpolitiek en volksbedrog die gebruikt werden in WO II en in allerlei oorlogen uit de geschiedenis daarna.
· Rituelen bieden een uitklaatklep voor onze instinctieve agressie. We denken hierbij aan sportwedstrijden tot Olympische Spelen toe waar landen elkaar sportief bekampen, aan vreedzame wedlopen op het vlak van wetenschap, technologie, ruimtevaart; aan humor en spel vb gezelschapsspelen waarbij de gezinsleden elkaar bekampen enz. Rituelen bieden een kanaal waarlangs agressie op een aanvaardbare manier kan geuit worden.
Uitsmijter: het kan ook zo:
La Tomatina; Uitzinnig tomatenfeest
Wat
60 jaar geleden begon als kattenkwaad van een groepje jongens is nu ’s werelds
grootste voedselgevecht. In 1944 vlogen de eerste tomaten door het stadje. Een
dag per jaar verandert het slaperige plaatsje Buñol in een vrolijk slagveld
waar men elkaar bekogelt met tomaten.
Volgens
een andere bron is La Tomatina ontstaan in de jaren '50. Toen was er een
festival in Bunol. Er kwamen muzikanten optreden. Een kijker was niet tevreden
met het spektakel. Hij gooide een tomaat naar het podium. Dat vonden de mensen
in Bunol blijkbaar heel leuk. Want sindsdien doen ze het elk jaar.
Wat
de oorsprong ook is, La Tomatina is ongetwijfeld het meest krankzinnige
festival van Spanje en misschien wel van heel Europa.
Dit
evenement trekt altijd veel toeristen. De Tomatina van 2003 vond plaats op 27
augustus. Dat jaar deden 38.000 mensen mee, en er werd 132 ton tomaten
gebruikt.
Op
de laatste woensdag van augustus om 11.00 begint dit gevecht en om 13.00 is het
afgelopen. Direct na afloop van het gevecht beginnen alle inwoners met de grote
schoonmaak. Wij adviseren u om op dinsdag te arriveren. De avond voor het
gevecht worden er grote pannen met heerlijke paella klaargemaakt boven grote
houtvuren.
Het
totale feestprogramma duurt meer dan een week en wordt opgedragen aan San Luís
Bertrán, de patroonheilige van het dorp. Rondom het tomatengevecht zijn er
kleurrijke processies en shows, concerten en talrijke andere evenementen.
Niemand
is veilig voor de duizenden tomatengooiers die elkaar en de kijkers, vooral
fotografen en toeristen, met rijpe tomaten bekogelen. Kledingadvies: zwembroek
en duikbril.
(Bron: http://www.spanjevakantieland.nl/bunol.htm)
Geraadpleegde literatuur:
Dahlke, R., Agressie als uitdaging, zin en betekenis van infectie, allergie, reuma, pijn, hyperactiviteit, Ankh-Hermes, Deventer, 2004