Maar wat praat ik nog over stervelingen? Aanschouw heel de hemel en wie maar wil, mag mij mijn eigen naam verwijtend voor de voeten werpen, als men ook maar een god aantreft die niet onvriendelijk en verachtelijk zou zijn als hij niet door mijn macht bemind werd gemaakt. Waarom immers behoudt Bacchus altijd zijn jeugd en zijn haren? Natuurlijk omdat hij gek en dronken is, zijn hele leven wijdt aan drinkgelagen, dansfeesten, reidansen en uitgelatenheid en ieder contact met Pallus vermijdt. Kortom, hij stelt het zo weinig op prijs om voor verstandig te worden gehouden dat hij het zelfs prettig vindt om onder spot en grappen vereerd te worden. En hij stoot zich niet aan het gezegde dat hem de bijnaam 'gek' verleent, met name: 'Zo gek als Morychos'. Die naam Morychos verklaren ze voorts hieruit dat uitgelaten boeren hem, als hij op de stoep van de tempel zat, met most en verse vijgen plachten in te smeren.
Trouwens, hoe wordt hij niet gehoond door de Oude komedie? 'O wat een domme god,' zeggen ze, 'hij verdient het wel om uit een dij geboren te worden.' Maar wie zou niet liever deze domoor en dwaas zijn, altijd vrolijk, altijd jeugdig, altijd alleen amusement en plezier bezorgend, liever dan die sluwe Jupiter voor wie elk bang is, of Pan die door zijn onstuimig optreden alles en iedereen ergert, of Vulcanus die onder de as zit en door het werk in zijn smederij altijd vuil is, of zelfs Pallas, geducht door haar Gorgo-hoofd en haar lans en altijd zuur kijkend.
Waarom blijft Cupido altijd een kind? Waarom? Welnu, natuurlijk omdat hij een praatjesmaker is en nooit iets zinnigs doet of denkt! Waarom behoudt de gulden Venus altijd haar jeugdig figuur? Natuurlijk omdat ze met mij verwant is; daarom vertoont haar gelaat ook de kleur van mijn vader en om die reden heet zij bij Homerus 'gulden Aphrodite'. In de tweede plaats glimlacht zij voortdurend, als we tenminste de dichters of hun concurrenten, de beeldhouwers, mogen geloven.
Welke godheid hebben de Romeinen ooit met meer vroomheid geeerd dan Flora, de moeder van alle lusten? Trouwens, als men bij Homerus en de andere dichters de levenswandel van die serieuze goden wat nauwkeuriger zou nagaan, zal men tot de conclusie komen dat ook bij hen alles vol zotheid is. Ik behoef u niet eens aan de daden der anderen te herinneren daar u immers voldoende op de hoogte bent van de liefdesavonturen en slippertjes van de bliksemslingerende Jupiter zelf, en wel weet hoe die strenge Diana die vergeten is dat ze een vrouw is en enkel maar op jacht gaat, ondertussen hopeloos verliefd wordt op Endymion. Ik zou echter liever willen dat ze hun daden hoorden van Momus van wie zij ze vroeger nogal eens te horen kregen. Maar onlangs hebben ze hem samen met Ate naar beneden op aarde gegooid omdat hij met zijn wijsheid de gelukzaligheid der goden hinderlijk verstoorde. En geen mens verleent de balling gastvrijheid, want er is natuurlijk voor niemand plaats aan de vorstenhoven, waar niettemin mijn dienares Kolakia de eerste viool speelt die met Momus even goed kan opschieten als wolven met een lam.
En nu hij uit de weg is geruimd, kunnen de goden weer veel vrijer en prettiger onzin uithalen en inderdaad, zoals Homerus zegt, gemakkelijker leven, nu er immers geen censor meer is. Welke grappen haalt immers die vijgehouten Priapus niet uit? Welke streken haalt Mercurius niet uit met zijn dieverijen en voor-de-gek-houderijen? Ja, zelfs Vulcanus hangt bij de maaltijden der goden vaak de pias uit en vrolijkt het drinkende gezelschap op, nu eens door zijn gehinkepoot, dan weer door zijn spot of zijn geestige opmerkingen. En dan die oude snoeper van een Silenus die de charleston pleegt te dansen en samen met Polyphemus op schetterende muziek huppelt terwijl de nimfen een can-can uitvoeren. De saters met hun bokkepoten voeren kluchten op, Pan maakt met een dwaas liedje iedereen aan het lachen; Pan die ze nog liever horen dan de muzen zelf, vooral wanneer ze geleidelijk onder invloed van de nectar beginnen te komen.
Moet ik verder nog vermelden wat de goden als ze behoorlijk beschonken zijn, na het drinkgelag doen?! Dat zijn verdorie zulke gekke dingen dat ik er zelf soms om moet lachen. Maar... het is in dezen beter Harpocrates te gedenken opdat niet per ongeluk een spionerende god ook ons afluistert als wij dingen vertellen die zelfs Momus niet ongestraft heeft uitgesproken.
[Erasmus]