Denkt u nu alstublieft niet dat een en ander bedacht is om met mijn talent te pronken zoals de grote massa der rectoren dat altijd doet. Want u kent dat wel: zij dragen een rede voor waar ze dertig volle jaren aan hebben gewerkt - en soms is zij nog van een ander ook - en dan bezweren ze niettemin dat ze die in drie dagen, spelenderwijs als het ware, hebben geschreven of gedicteerd. Ik heb daarentegen altijd maar het liefst gezegd wat me voor de mond kwam. Laat niemand voorts van mij verwachten dat ik, overeenkomstig de gewoonte van die doorsnee-rectoren, mijzelf door een definitie verduidelijk, en nog veel minder dat ik me daarna indeel. Het brengt allebei immers onheil aan, zowel het omschrijven van haar wier goddelijke macht zich zo ver uitstrekt als het in stukjes verdelen van haar die zo eendrachtig door heel de wereld wordt vereerd. Trouwens, waartoe dient het eigenlijk om door een definitie als het ware een afschaduwing, een beeld van mezelf te bieden terwijl u me van aangezicht tot aangezicht met eigen ogen persoonlijk kunt zien? Ik ben immers, zo u ziet, die ware schenkster van alle goeds die de Latijnen Stultitia en de Grieken Moria noemen.
[Erasmus]