| 4.4.3 Concrete beleidssuggesties Doorheen deze paper werd het duidelijk dat de overheid een belangrijke rol speelt op de rolstoelmarkt. In dit laatste hoofdstuk werd tevens grondig geargumenteerd dat de overheid in de eerste plaats de rol van informatieverschaffing op zich zou moeten nemen en dat dit niet altijd voldoende gebeurt. Of dit moet gebeuren door de Vlaamse of de federale overheid maakt geen groot verschil. Daar het RIZIV als federale overheidsdienst de eerste instantie is waar wordt aangeklopt om financi�le tussenkomst te bekomen, lijkt het mij niet onverstandig dat de federale overheid deze taak op zich zou nemen. Het VLICHT bouwde eerder reeds een databank op met alle mogelijke hulpmiddelen die onder bepaalde voorwaarden voor terugbetaling in aanmerking komen. Daarnaast zou ook de informatie betreffende die voorwaarden en betreffende de erkende verstrekkers opgenomen moeten worden in de databank. Die databank moet vrij toegankelijk zijn voor alle pati�nten, die dan dus ook duidelijk van het bestaan ervan ge�nformeerd moeten worden. Ik denk dat de pati�nt best ge�nformeerd kan worden door de voorschrijvende, of eventueel de controlerende geneesheer. Het zijn beide verplichte schakels in de aankoopprocedure wil men voor terugbetaling in aanmerking komen. De arts, die zelf geen erkenning als verstrekker heeft, is objectiever en kan de consument vertrouwen met de complexe markt van hulpmiddelen. Hij doet dat nu al in enkele gevallen. Hij zou de rolstoelgebruiker kunnen informeren over en via de nieuwe databank. De consument krijgt dan de keuze of hij al of niet blijvend ge�nformeerd wil worden. Consumenten die dat willen worden toegevoegd aan de databank en ontvangen periodiek informatie over de nieuwe tendensen en producten. Sommige rolstoelgebruikers vonden alle informatiethema�s uit het marktonderzoek onnodig en zullen zich dus niet inschrijven in de databank. De informatie kan best per post worden verstrekt. Het internet is dan wel een snellere methode maar dit is waarschijnlijk moeilijk voor de ouderen en zwaar gehandicapten, die een belangrijk deel uitmaken van de doelgroep. Om het informatiepakket samen te stellen kan de overheid een beroep doen op de mutualiteiten. Die bemiddelen nu reeds in de financi�le tussenkomst van de federale overheid en komen op de eerste plaats om het contact tussen de rolstoelgebruiker en -aanbieder. Daar zij zelf echter ook een hulpmiddelenwinkel hebben zijn zij niet volledig objectief. Zoals eerder reeds aangehaald, kan men moeilijk van de ene verstrekker verwachten dat hij de andere promoot. Men zou de BBOB, die 80% van de in Belgi� erkende verstrekkers vertegenwoordigt, kunnen aanspreken en/of de VZW Medica Orthoshop die als pati�ntenvereniging een kwaliteitslabel en een deontologische code voor de aangesloten verstrekkers organiseert. Of men kan opnieuw een onafhankelijke organisatie uitbouwen die deze rol voor haar rekening neemt, zoals het VLICHT dat vroeger deed voor het Vlaamse lands-gedeelte. Eventueel kunnen hier vertegenwoordigers van de verschillende actoren aan mee-werken. Dan krijgen zowel consumenten, verstrekkers, producenten als overheden inspraak. Een andere weg naar meer transparantie zou reclamevrijheid kunnen zijn. Concurrerende producenten en verstrekkers zullen consumenten voor zich trachten te winnen door hen beter in te lichten over hun aanbod, net zoals dat voor andere consumptiegoederen gebeurt. En om de aanbieders in contact te brengen met potenti�le klanten kan de hierboven ge-noemde databank worden gebruikt. De consumenten zouden kunnen aangeven of zij reclame en informatie wensen te ontvangen en de databank wordt dan toegankelijk voor alle erkende verstrekkers. Op die manier moeten er geen drastische veranderingen worden gemaakt in de bestaande wetgeving. Het nadeel is dat het voor de producenten nog steeds niet wordt vergemakkelijkt rechtstreeks met de consumenten te communiceren. Zij moeten nog altijd de verstrekkers inschakelen. Deze laatsten zullen dan ook de producenten die hen de beste stimuli aanbieden meer vernoemen en promoten. Daar de markt nu reeds een sterke business-to-business ori�ntatie heeft lijkt mij dat niet bezwaarlijk. Het voordeel is tevens dat er meer doelgroepspecificatie zal ontstaan. Meer concurrentie en de hoge kosten van informatieverstrekking op zich, zullen de verstrekkers uitnodigen zich sterker te profileren en te specialiseren zodat de consument enkel die informatie ontvangt die relevant is voor zijn persoonlijke situatie. |