| 4.4.2 Evaluatie van de huidige situatie Daar nergens meer dan 33% van de rolstoelgebruikers vindt dat zij voldoende informatie ontvangen over de informatiethema�s van het marktonderzoek, durf ik stellen dat de overheid niet slaagt in deze opzet. Naar mijn mening is de Belgische overheid goed geslaagd in het opzetten van een duidelijk kader maar faalt zij in de voorlichting van de consument. Rolstoelgebruikers hebben nauwelijks toegang tot informatie andere dan deze die hun dokter en verstrekker hen geven. Natuurlijk is er mond-tot-mond reclame maar persoonlijk kende ik voor mijn eigen ongeluk niet zoveel rolstoelgebruikers en ook nu, vijf jaar later, blijft dit aantal beperkt. Dit tekort aan informatie wordt deels opgevangen door enkele belangenorganisaties en VZW�s zoals het KVG, de VFG, Solival en het VLICHT. Maar ook van hun bestaan had ik persoonlijk nauwelijks horen spreken voor ik aan dit werk begon. Het is de taak van de overheid die bronnen van informatie toegankelijker te maken. Het VLICHT, Vlaams Informatiecentrum voor Handicap en Technologie, is een VZW met steun en medewerking van het VLAFO. Op de homepage (VLICHT 2002) is terug te vinden welke doelstelling het VLICHT sinds haar oprichting in 1989 nastreeft. Zij wil een permanent centrum voor informatie en communicatie over hulpmiddelen voor gehandi-capten opzetten en uitbouwen. Van het louter inventariseren van de beschikbare hulpmid-delen in Vlaanderen verbreedde haar opdracht meer en meer naar het gemotiveerd advies verlenen bij de keuze van een hulpmiddel. Op hun website is volgende stelling terug te vinden: �een goedgekozen hulpmiddel bevordert de integratie (van personen met een handicap), en om goed te kunnen kiezen is een marktoverzicht nodig.� Dat trachtte het VLICHT te bewerk-stelligen en hun informatie werd via een aantal magazines en publicaties verspreid. Helaas moet ik bekennen dat noch ikzelf, noch ��n van mijn rolstoelende vrienden en kennissen ooit van het VLICHT hadden gehoord. De informatie werd dus niet voldoende naar de markt gecommuniceerd. Op 31 december 2001 eindigden de activiteiten van VLICHT VZW, toen het voorstel tot Besluit van Vlaams Minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen werd goedge-keurd. De nieuwe regelgeving Individuele Materi�le Bijstand ging op 1 januari 2002 in voege. Het VLICHT geeft toe dat deze vernieuwing noodzakelijk was, omdat de oude regels niet altijd voldoende duidelijk waren en omdat zij de snelle innovatiestroom van de priv�-sector niet konden bijhouden. Het nieuwe beleid is echter (nog) niet meer consistent of transparant dan voorheen. Wie nu de rol van informatieverstrekker krijgt toegedeeld is niet gespecificeerd. De informatie over mijn persoonlijke hulpmiddelenkorf was bij verschillende instanties soms tegenstrijdig en zelden voldoende duidelijk. |
4.4 De rol van de overheid: informatieverstrekking 4.4.1 Conceptuele situering Eerder werd reeds gesteld dat zowel de federale als de Vlaamse overheid de rolstoelmarkt volledig vrij laten, en enkel bepaalde aspecten, waaronder prijs en distributie, reguleren. De gezondheidseconomie, waartoe de rolstoelmarkt behoort, wordt gekenmerkt door informatieasymmetrie tussen voorschrijvers, producenten en verstrekkers aan de ene kant en rolstoelgebruikers aan de andere. De markt kan enkel functioneren als de consument alle nodige informatie heeft. Als de overheid ingrijpt moet zij de consument dus ook van de nodige informatie voorzien. De taak van de overheid zou dus op de eerste plaats informatie verschaffen moeten zijn. Volgens Drucker (1993: p.156-158) kan de overheid de rol van het kindermeisje niet aan. In plaats van de effectieve �verzorging� als een plichtsbewust kindermeisje op zich te nemen moet de overheid volgens hem de sociale dimensie van de economie op nieuwe leest schoeien. Zo kunnen sociale noden gelenigd worden en begrippen als �burgerzin� en �gemeenschap�, die voor hem cruciaal zijn, nieuwe inhoud krijgen. De overheid zou geen dingen moeten doen of organiseren op sociaal vlak, zij moet een bepaald beleid voeren en een kader scheppen. Ook in de sociale sfeer moet zij toeleveranciers zoeken en de dienstensector uitbesteden, zodat naast de particuliere en openbare sector ook een volwaardige autonome sociale sector kan ontstaan . Deze sociale sector kan niet werken als de overheid haar bevolking hier niet over informeert. De markt moet transparanter worden zodat de vragers van deze sociale diensten weten wat, waar en hoe wordt aangeboden. Een aantal verstrekkers plaatsen zichzelf in die non-profit sector. De rolstoelmarktmarkt is een onderdeel van de gezondheidseconomie, zoals in 1.2. reeds besproken werd. Rolstoelen kunnen dus in deze sector geplaatst worden. |