| 2.2 Toelichting bevraging verstekkers Naast het nodige literatuuronderzoek voerde ik een marktonderzoek om de literaire grondslag van dit hoofdstuk aan de praktijk te toetsen. Het marktonderzoek vond plaats bij alle leden van de BBOB, die ongeveer 80% van alle erkende verstrekkers in Belgi� vertegenwoordigt. Dit was de enige bron om hun adressen te bekomen. Noch het Ministerie van Sociale Zaken, noch het RIZIV, konden de namen van de erkende verstrekkers vrijgeven . Er werd een schriftelijk enqu�teformulier opgestuurd naar de 59 leden van de BBOB. Daarnaast schreef ik naar zeven verstrekkers die niet aangesloten zijn maar die ik kende van de REVA-beurs. 22 verstrekkers stuurden mij hun formulieren ingevuld terug. Dat is 31.8 % van de steekproef. Daarnaast ontving ik 9 ingevulde formulieren van verstrekkers die werken voor een hulpmiddelenwinkel verbonden aan de Christelijke Mutualiteit, wat het totaal aantal deelnemers op 31 brengt. De omvang van de volledige populatie, dit is het totaal aantal erkende verstrekkers is niet te achterhalen, noch voor Belgi�, noch voor Vlaanderen. De cijfers worden niet vrijgegeven door de Erkenningcommissie van het RIZIV. Deze methode van marktonderzoek, de schriftelijke enqu�te, heeft als voordeel dat zij goedkoop en relatief snel afgehandeld kan worden. Molhotra (1996: p.210) stelt echter dat zij ook een erg lage responsgraad kent in vergelijking met andere marktonderzoekstechnieken. De responsgraad is het percentage van het totaal aantal gepoogde enqu�tes dat vervolledigd werd. Bij een willekeurig gekozen steekproef, zonder voorafgaandelijke verwittiging of herinnering achteraf zal de responsgraad volgens hem onder de 15% liggen. Mijn steekproef was echter niet zo willekeurig. Ik schreef alle leden van de BBOB aan. Zij hebben per definitie een hoge interesse in het onderwerp en bijgevolg een grotere motivatie om mee te werken. |