Doornstraat 290 - Sint-Andries
Hij werd geboren in Brugge op 25 april 1965. Zijn vader, Gerard
BUFFEL, is afkomstig uit Gits. Aanvankelijk werkte hij als beenhouwer,
later als chauffeur, bij het vleesbedrijf 'Menapia' uit Varsenare.
Zijn moeder woonde in 'het postje van Allemeersch' hoek Doornstraat
en Lange Molenstraat te Sint-Andries. Zij kregen samen vijf kinderen,
en wonen nu nog altijd in de Pastoriestraat 40.
In 1990 trouwde Marc Buffel met Karin RAES uit Knokke, bij wie
hij drie kinderen kreeg, een dochter en twee zonen, '1991, '1995
en '2000. Zij betrekken het afgelegen boswachtershuis van het
'domein 't Foreist' waar een paar dagen voor het einde van WO
II, op maar een paar honderd meter daarvandaan, een vreselijke
moordpartij gebeurde. Jan Schepens schreef hierover in 'Brugge
bezet' (Tielt, 1985):
"Er waren toen in Brugge en omgeving verschillende verzetsbewe-
gingen actief, waaronder het 'Geheim Leger', dat ongeveer zeshonderd
leden telde. De Duitse bezetter trad bij elke 'vijandelijke daad
uiteraard handhandig op, en na de oorlog moesten er dertig doden
betreurd worden. Zes mensen kwamen om, vlak voor de bevrijding
van de stad.
Onder hen, boswachter Théophile PIETERS, echtgenoot van Maria
Broucke, en hun zoon van vijftien Julien PIETERS, alsook Jacques
van DELFT, een Nederlander die op het kasteel ’t Foreist’ woonde.
Zij werden op 4 september 1944 neergeschoten door de Duitsers
die zij betrapt hadden, bezig met het verbranden van documenten.
Brussel was toen al bevrijd op 3 september, en Brugge zou op 12
september aan de beurt komen."
Veel moet hier niet aan toegevoegd worden. We verwijzen trouwens
naar de gedenksteen aan de Coppietersdreef.
Marc Buffel deed l.o. in de Akkerstraat te Sint-Andries, nu Sint-Lodewijkscollege,
Koude-Keukenstraat 10. Hierna volgde hij in Brugge, m.o. aan het
SFX-Instituut en lessen sierkunsten aan de Academie voor Schone
Kunsten, waar hij zijn tekenkundige vaardigheid ontwikkelde, grafiek
en schilderkunst leerde kennen en waarderen, als middelen om zijn
gevoelens tot uitdrukking te brengen. Aan het SintLucas Paviljoen
te Antwerpen volgde hij in het hoger kunstonderwijs, illustratie-grafische
vormgeving.
Na zijn studies werd hij lid van de ‘Stichting 'Drukwerk in de
Marge van Amsterdam', bezig met handzetsel-handdrukwerk. In 1993
liep hij stage bij meester drukker Theo Vandenbroucke in Nethen
bij Overijse, voor afdrukken etsen. Hij kwam in Brugge aan de
bak als tekenaar bij 'Kunstatelier Slabbinck' en als ontwerper/lay-out
bij 'Papuros § E.M.P' Voor gefijkaardig werk kon hij terecht bij
'Maes Mattress Ticking' in Zwevegem. Nu werkt hij bij een broer
van hem, die tuinarchitect is.
In zijn schaarse vrije tijd bouwt Marc Buffel gestaag aan een
eigen oeuvre. Tot zijn realisaties, maar dan van het betere soort,
rekenen wij: de ontwerpen voor affiches in binnen- en buitenland,
boeken- en publiciteitsillustraties, en het artisanale gelegenheidsdrukwerk.
Op enkele tentoonstellingen kwam hij naar buiten met eigen, vooral
grafisch werk 'Gulden Spoor', Kortrijk – ‘Buchmesse’, Frankfurt
- 'Private Press', Oxford - 'Paarden op een Rij', Knokke - 'Musée
vivant du Cheval 1989', Chantilly - 'Tentoonstelling eigen werk
2001', Burgcentrum Gent. Hij houdt heel veel van paardrijden en
van wandelen in de natuur, en dat zie je bij nader toezien zelfs
in de keuze van zijn exposities, en uiteraard in zijn werken zelf.
Over het geheel van dit oeuvre wilde hij het volgende kwijt:
'Mijn schetsen en ontwerpen, tekeningen, etsen en iflustraties,
de grafische vormgeving, het gelegenheidsdrukwerk, en nog zoveel
meer zou ikzelf niet op de eerste plaats kunst noemen, omdat ik
mij in grote mate afhankelijk voel van mijn ambachtelijk vermogen.
Als anderen dat wel kunst noemen, kan ik daar begrip voor opbrengen.
De kern van dit alles ligt in mijn visie op de natuur, op de
wisselwerking tussen die natuur en mijn eigen persoonlijk denken.
Ik probeer dan ook mezelf te uiten, maar dan rekening houdend
met de gewoonste dingen rondom mij, dingen die de moeite waard
zijn om bij stil te staan. Het resultaat ligt op dit ogenblik
in twaalf etsen opgesloten, in de 'reeks Meetkerke', waarin de
paarden, de bomen, de afsluitingen en een beek, en met wat nog
rest van oneindige einders, prominent aanwezig zijn.'
Ondertussen gaat Marc Buffel verrassend goed verder met houtsneden
(1), 'zijn' lijnen en vlakken gesneden in palm- of kersenhout,
met etsen (2) : tekenen in een plaat bedekt met een laag vernis
van hars en was, waarna de vrijgekomen lijnen door een zuur in
die plaat ingebeten worden, die géinkt en afgedrukt wordt, en
tenslotte met de typo (3) of het loodzetsel, een natuurlijk gegroeid
procédé dat vroeger algemeen toegepast werd in drukkerijen. De
combinatie van deze drie technieken levert verrassend subtiele
schakeringen op, zowel in ldeur als in zwartmat, en zijn van een
ongelooflijke dieptewerking. De eindproducten zijn zowel kleine
als grotere stukken grafische kunst.
Er kwam geen einde aan het tonen van: zeefdrukken, schilderijen
op hout en op karton, waarin illustratieve en kalligrafische elementen
een niet te vervangen rol spelen. De resultaten zijn verbluffend
mooi.
We zijn door de smalle bosweg, waar drie mensen zinloos vermoord
werden, teruggereden naar de Gistelse Steenweg. We hebben een
boeiend man leren kennen, die lak heeft aan veel gepraat over
ismen en zo'n dingen meer. Marc Buffel, een integer kunstenaar?
'Ik voel mij geen kunstenaar,' had hij aarzelend gezegd, 'maar
toch'.
Robert De Laere
naar
top