editie 109 - 5 maart 2001 - 28e jaargang
Marc Buffel, begaafd illustrator en graficus  

inhoudstafel van editie 109

 

Marc Buffel
Marc Buffel, 1986

 

 

Man met tulband
Man met tulband, droge naald

 

 

 

De drie koningen
De drie koningen, houtsnede

 

Doornstraat 290 - Sint-Andries

Hij werd geboren in Brugge op 25 april 1965. Zijn vader, Gerard BUFFEL, is afkomstig uit Gits. Aanvankelijk werkte hij als beenhouwer, later als chauffeur, bij het vleesbedrijf 'Menapia' uit Varsenare. Zijn moeder woonde in 'het postje van Allemeersch' hoek Doornstraat en Lange Molenstraat te Sint-Andries. Zij kregen samen vijf kinderen, en wonen nu nog altijd in de Pastoriestraat 40.

In 1990 trouwde Marc Buffel met Karin RAES uit Knokke, bij wie hij drie kinderen kreeg, een dochter en twee zonen, '1991, '1995 en '2000. Zij betrekken het afgelegen boswachtershuis van het 'domein 't Foreist' waar een paar dagen voor het einde van WO II, op maar een paar honderd meter daarvandaan, een vreselijke moordpartij gebeurde. Jan Schepens schreef hierover in 'Brugge bezet' (Tielt, 1985):

"Er waren toen in Brugge en omgeving verschillende verzetsbewe- gingen actief, waaronder het 'Geheim Leger', dat ongeveer zeshonderd leden telde. De Duitse bezetter trad bij elke 'vijandelijke daad uiteraard handhandig op, en na de oorlog moesten er dertig doden betreurd worden. Zes mensen kwamen om, vlak voor de bevrijding van de stad.

Onder hen, boswachter Théophile PIETERS, echtgenoot van Maria Broucke, en hun zoon van vijftien Julien PIETERS, alsook Jacques van DELFT, een Nederlander die op het kasteel ’t Foreist’ woonde.

Zij werden op 4 september 1944 neergeschoten door de Duitsers die zij betrapt hadden, bezig met het verbranden van documenten. Brussel was toen al bevrijd op 3 september, en Brugge zou op 12 september aan de beurt komen."

Veel moet hier niet aan toegevoegd worden. We verwijzen trouwens naar de gedenksteen aan de Coppietersdreef.

Marc Buffel deed l.o. in de Akkerstraat te Sint-Andries, nu Sint-Lodewijkscollege, Koude-Keukenstraat 10. Hierna volgde hij in Brugge, m.o. aan het SFX-Instituut en lessen sierkunsten aan de Academie voor Schone Kunsten, waar hij zijn tekenkundige vaardigheid ontwikkelde, grafiek en schilderkunst leerde kennen en waarderen, als middelen om zijn gevoelens tot uitdrukking te brengen. Aan het SintLucas Paviljoen te Antwerpen volgde hij in het hoger kunstonderwijs, illustratie-grafische vormgeving.

Na zijn studies werd hij lid van de ‘Stichting 'Drukwerk in de Marge van Amsterdam', bezig met handzetsel-handdrukwerk. In 1993 liep hij stage bij meester drukker Theo Vandenbroucke in Nethen bij Overijse, voor afdrukken etsen. Hij kwam in Brugge aan de bak als tekenaar bij 'Kunstatelier Slabbinck' en als ontwerper/lay-out bij 'Papuros § E.M.P' Voor gefijkaardig werk kon hij terecht bij 'Maes Mattress Ticking' in Zwevegem. Nu werkt hij bij een broer van hem, die tuinarchitect is.

In zijn schaarse vrije tijd bouwt Marc Buffel gestaag aan een eigen oeuvre. Tot zijn realisaties, maar dan van het betere soort, rekenen wij: de ontwerpen voor affiches in binnen- en buitenland, boeken- en publiciteitsillustraties, en het artisanale gelegenheidsdrukwerk.

Op enkele tentoonstellingen kwam hij naar buiten met eigen, vooral grafisch werk 'Gulden Spoor', Kortrijk – ‘Buchmesse’, Frankfurt - 'Private Press', Oxford - 'Paarden op een Rij', Knokke - 'Musée vivant du Cheval 1989', Chantilly - 'Tentoonstelling eigen werk 2001', Burgcentrum Gent. Hij houdt heel veel van paardrijden en van wandelen in de natuur, en dat zie je bij nader toezien zelfs in de keuze van zijn exposities, en uiteraard in zijn werken zelf. Over het geheel van dit oeuvre wilde hij het volgende kwijt:

'Mijn schetsen en ontwerpen, tekeningen, etsen en iflustraties, de grafische vormgeving, het gelegenheidsdrukwerk, en nog zoveel meer zou ikzelf niet op de eerste plaats kunst noemen, omdat ik mij in grote mate afhankelijk voel van mijn ambachtelijk vermogen. Als anderen dat wel kunst noemen, kan ik daar begrip voor opbrengen.

De kern van dit alles ligt in mijn visie op de natuur, op de wisselwerking tussen die natuur en mijn eigen persoonlijk denken. Ik probeer dan ook mezelf te uiten, maar dan rekening houdend met de gewoonste dingen rondom mij, dingen die de moeite waard zijn om bij stil te staan. Het resultaat ligt op dit ogenblik in twaalf etsen opgesloten, in de 'reeks Meetkerke', waarin de paarden, de bomen, de afsluitingen en een beek, en met wat nog rest van oneindige einders, prominent aanwezig zijn.'

Ondertussen gaat Marc Buffel verrassend goed verder met houtsneden (1), 'zijn' lijnen en vlakken gesneden in palm- of kersenhout, met etsen (2) : tekenen in een plaat bedekt met een laag vernis van hars en was, waarna de vrijgekomen lijnen door een zuur in die plaat ingebeten worden, die géinkt en afgedrukt wordt, en tenslotte met de typo (3) of het loodzetsel, een natuurlijk gegroeid procédé dat vroeger algemeen toegepast werd in drukkerijen. De combinatie van deze drie technieken levert verrassend subtiele schakeringen op, zowel in ldeur als in zwartmat, en zijn van een ongelooflijke dieptewerking. De eindproducten zijn zowel kleine als grotere stukken grafische kunst.

Er kwam geen einde aan het tonen van: zeefdrukken, schilderijen op hout en op karton, waarin illustratieve en kalligrafische elementen een niet te vervangen rol spelen. De resultaten zijn verbluffend mooi.

We zijn door de smalle bosweg, waar drie mensen zinloos vermoord werden, teruggereden naar de Gistelse Steenweg. We hebben een boeiend man leren kennen, die lak heeft aan veel gepraat over ismen en zo'n dingen meer. Marc Buffel, een integer kunstenaar? 'Ik voel mij geen kunstenaar,' had hij aarzelend gezegd, 'maar toch'.

Robert De Laere

naar top

 
     
Hosted by www.Geocities.ws

1