Ubud (Bali), 23juni 2002
We waren al een keertje in Singapore maar toen zagen we niet veel meer dan de luchthaven en het hotel. Deze keer hadden we meer geluk want we konden logeren bij Belgische vrienden met residentie in Singapore. We trokken tevens wat meer tijd uit voor een bezoek aan de stad. Onze indruk was er 1 van georganiseerdheid en steriliteit ten koste van echtheid en gezelligheid. Maar het moet er wel goed wonen zijn en vele mooie Zuidoost-Aziatische bestemmingen liggen op een steenworp.
Vanuit Singapore vlogen wij bijvoorbeeld op Bali. (Om naar daar een steen te werpen moet je wel veel spieren hebben, maar kom). Vanuit de lucht hadden we mooie zichten op de vulkanen van Oost-Java. Eens in Bali aangekomen trokken we, via een tussenstop in het toeristische Kuta-beach, meteen door naar Ubud. Dat is het culturele centrum van Bali. Na twee dagen zijn we al flink geintroduceerd in het culturele leven hier. De dag van aankomst zaten we al gehuld in een sarong in de tempel vlakbij ons guesthouse. Tijdens de viering werd er muziek gespeeld en traditioneel gedanst. De tweede dag gingen we dan naar een museum dat een overzicht geeft van de gevarieerde lokale schilderkunst. En 's avonds woonden we dan een typische Balinese dansvoorstelling bij. Dat was tegen betaling en er zaten enkel toeristen in het publiek. Het niveau van de muziek en de dansen lag wel een stuk hoger dan de vorige avond. Het ging dan ook om een gezelschap met internationale faam.
We huurden ook eens een mountain bike voor een dag en toerden in de omgeving van Ubud. De heuvelachtige rit was behoorklijk warm en zweterig maar ze bracht ons langs terras rijstvelden, een bos vol apen, twee musea en hindoe-tempels. Aan een tempel was er een viering bezig waarvoor we even stopten. In feite is de Balinese cultuur nog 'very much alive' zoals onze engelstalige medemens dat zo mooi kan zeggen. Wij hadden eigenlijk een veel toeristischer en verdorvener Bali verwacht maar je krijgt de indruk dat de Balinezen niet geplooid hebben voor het toerisme. Akkoord, er zijn veel toeristen en winkeltjes en restaurants maar er zijn ook veel Balinezen en zij houden hun gebruiken in ere, zelfs de jongeren. De kledij van de vrouwen is een streling voor het oog alsook om hen te zien wandelen naar de tempel met een ganse stapel offergaven op hun hoofd. Bali is het Azie dat ik kende voor ik er kwam.
"Afdingen" was de naam van het spel de volgende dag. We kochten een aantal souvenirs en gingen daarvoor zelfs naar een ander stadje. Dat onderhandelen ligt nog altijd niet in onze aard. We doen ons best maar ik heb niet het gevoel dat we er bijster goed in zijn. "Bargain like a bastard" raadde een Canadees ons aan die we ontmoetten in Indie. Maar bij ons is het waarschijnlijk meer "bargain like a butterfly" of zoiets: hard proberen maar te mild zijn en geen gewicht in de schaal kunnen leggen. Sowieso betalen we naar Europese norm een goeie prijs maar feit blijft dat je nooit weet of je nu echt een koopje hebt gedaan of niet. Ze kunnen je in de zak zetten waar je bij staat. Maar het is een leuke bezigheid en het gaat nooit om enorme bedragen. Na het onderhandelen kan er meestal een glimlach en een vriendelijk woord vanaf. We kunnen dit bericht dus eindigen met de volgende gemeenplaats: eind goed, al goed!