Pokhara, 28 oktober 2001
Gisteren hebben we de Bodhanath Stupa bezocht, ten oosten van Kathmandu. Deze
stupa staat middenin een wijk waar veel Tibetaanse uitwijkelingen leven, naar
het schijnt illegaal.
Deze boedhisten zorgen voor een levendige sfeer rond het enorme gebouw. Naar
verluid ligt er een stukje bot van de Boedha onder begraven. Het hoogtepunt
van die dag was ongetwijfeld onze aanwezigheid bij een boedhistische gebedsdienst,
als je het met die term mag benoemen, ten minste.
Na enig schroom te overwinnen en aangespoord te worden door jonge monniken,
durfden we het klooster te betreden. De Dienst was al bezig. Een andere monnik
wees ons een plaats aan waar we mochten zitten.
Er werd voornamelijk gezongen op een repititieve manier. De zang werd ondersteund
door trommels, cymbaaltjes en hoorns.
Het viel op dat het vooral jonge monniken waren die gehurkt naast elkaar zaten
voor het grote Boedha beeld. Op een gegeven moment kwam er een andere langs
met brood en thee. Ook wij werden bedeeld. We bleven ongeveer een klein half
uurtje maar het was er eentje om niet meer te vergeten.
Daarna konden we nog van op afstand meemaken hoe de ganse of toch zeker halve
Tibetaanse gemeenschap een aantal keer in wijzerszin rond de Stoepa liep.