Bangkok (Thailand), 12 februari 2002
De voorbije dagen lijken wel een hectische opeenstapeling van gebeurtenissen.
Laat ik ze even voor u en voor mezelf op een rijtje zetten.
Het begon, geloof ik, eergisterenmorgen vroeg met een koude douche en een pannenkoek
met banaan in Muang Khong, Laos. Daarna volgde een anderhalf uur durende boottocht
op de wakker wordende Mekong. Bestemming was Don Det en Don Kon. Dat moet 1
van de mooiste plekjes zijn in Laos. Het zijn eilandjes die prachtige natuur
en een goeie kwak 'easy life' herbergen. Bij aankomst zagen we wat resten van
een spoorweg die nog door de Fransen was aangelegd tijdens hun koloniaal avontuur
in Indochina. Next stop was de kleine waterval die voor ons toch niet zo klein
was. Hup hup hup, verder wandelen naar de andere kant van het eiland. Daar lag
een klein en wankel bootje klaar voor ons. We vaarden door een een bijzonder
mooi mangrove gebied en kwamen uiteindelijk uit bij een verbreding van de Mekong,
motoren af en wachten. Anja zag ze het eerst. Ik heb het over de zoetwater dolfijnen
die er in snel afnemende getallen voorlopig nog altijd rondzwemmen. We zagen
er verschillende en vele keren. Dat was indrukwekkend en we hadden er het stille
ronddobberen in de hete zon voor over. Maar mooie liedjes duren niet lang en
na een poosje werden de motoren weer aangezet. Wij werden iets verder afgezet,
meer bepaald aan de Cambodiaanse grens. Daar stond een tuk-tuk ons op te wachten
en we werden prompt naar de volgende stopplek gebracht: de grote watervallen.
Wauw, wat een natuurkracht! Dit hadden we nog niet eerder gezien. Vlug nog even
tijd om te lunchen met de bulderende bassen van het water op de achtergrond.
Dan weer de tuk-tuk in, een stuk stroomopwaarts waar de bootman van 's ochtends
ons opwachtte om ons trouw en veilig terug te brengen naar Muang Khong. Daar
hadden we toch even de tijd voor een douche en een welverdiend avondmaal. En
dan nog de 'grande finale': de verbranding van de hoofdmonnik aan de plaatselijke
tempel. Hij was ondertussen al een maand dood en zijn lichaam werd bewaard in
een kist waarrond een houten constructie was gebouwd. Dat ging allemaal in langwerpige
dansende vlammen op. De crematie ging trouwens gepaard met drie dagen feest
in het dorp: filmvoorstellingen, vogelpiek kraampjes (30 identieke stalletjes
op een rij), een weinig succesvolle live band en heel wat drink- en eetgelegenheden.
Dat was 1 dag, nu volgt nog de rest. De volgende dag was zo mogelijk nog drukker. Het begon weer met het gebiep van de wekker, nu al om halfzes. Eerst een bootje naar de andere kant van de rivier, vervolgens een open bus naar Pakse, dan nog een kleinere maar vollere tuk-tuk naar de Thaise grens. Onze laatste 'Kip' (munt in Laos) erdoor gedraaid en de formaliteiten ondergaan aan de Lao en Thaise zijde van de grens. Dan weer een open bus richting Ubon Ratchathani in Thailand. Halverwege overgestapt op een gewone bus met keiharde Thaise techno muziek, welkom terug in de beschaving! Eenmaal aangekomen in Ubon Ratchathani kochten we tickets voor comfortabele zitplaatsen op de nachttrein naar Bangkok en gingen snel iets eten en wat inkopen doen. 17h20 was het startschot voor het begin van deze slapeloze rit. Bij aankomst in Bangkok namen we afscheid van vier Franse mensen waarmee we deze twee chaotische dagen hebben beleefd. Kort even voorstellen: Laurent ('leader' van de 'gang' en altruistisch ingesteld), Corinne (zijn vriendin, mooi en Corsicaans), Alexandre (een onuitputtelijke bron van ironische opmerkingen) en Nicolas (heen en weer hollend naar het toilet met spijsverteringsproblemen). We hebben onze kennis van de Franse taal weer een beetje op peil kunnen brengen. Na het afscheid wandelden we naar de rivier waar we nog wachtten op de eerste express boot. En tenslotte namen we die boot terug naar ons vertrouwde 'Bamboo Guesthouse'in Bangkok, eindelijk een douche en een bed.