Delhi (India), 21 november 2001
Delhi, wat kan ik zeggen? Het is zeker niet in 1 woord te vatten. Het begon
al toen we met het vliegtuig de hoofdstad van India naderden. Terwijl we daalden
leek het alsof we door de wolken vlogen maar het rare was dat je bleef de zon
zien. Je voelde het vliegtuig alsmaar meer zakken, je kon niets zien door de
'wolken' maar toch bleef er zonlicht binnevallen door het raampje.
Toen we de luchthaven uit gingen zagen we de oorzaak van dit rare fenomeen:
die 'wolken' waren natuurlijk geen echte wolken maar het was gewoon een dikke
sluier smog die over de stad hing. De zon kan er slechts met een zekere moeite
doorheen schijnen. Je voelt het ook aan je longen. In onze reisgids wordt een
dagje Delhi vergeleken met het roken van een pakje sigaretten, twee pakjes als
je je in het drukke verkeer waagt! We kunnen dat goed geloven.
Vanmorgen hebben we ons dan uit het hotel in Paharganj gewaagd. Door alle straffe
verhalen over India waren we klaar voor alles. Maar niets van dat alles: we
werden gerust gelaten, niemand probeerde ons iets te verkopen of aan te bieden,
zelfs het verkeer en het toeteren viel heel goed te verdragen. We zeiden tegen
elkaar: dat valt reuze mee. Maar een paar uur later dachten we: we moeten hier
zo snel mogelijk weg! Wat is er dan gebeurd in die paar uren? We weten het zelf
niet goed. De stad neemt je langzaam aan in zijn macht en voor je het weet sta
je te snauwen tegen mensen die het eigenlijk helemaal niet slecht bedoelen met
je. En dan moet je beseffen en beslissen dat je daar weg moet, in het belang
van anderen en jezelf.
Vannacht nemen we dus een bus naar Rishikesh, een hindoe heilige plaats aan
de Ganges. Daar is het heel rustig, naar het schijnt. De Beatles gingen er heen
in de jaren zestig om iets mee te pikken van de oosterse wijsheid. Na een paar
dagen komen we dan terug naar Delhi. Wie weet zijn we er tegen dan al meer voor
te vinden. Wordt vervolgd...