Kathmandu (Nepal), 13 november 2001
Vandaag hebben we het bloedovergoten Dakshinkali bezocht. Op deze plek in
de vallei van Kathmandu, staat er een tempel die gewijd is aan Kali, een bloeddorstige
hindoeistische godin. Vooral op zaterdag maar ook op dinsdag worden er ter harer
ere dieren geofferd. Vandaag konden we zo meemaken hoe een geitje werd geofferd.
Anja durfde eigenlijk niet kijken maar ik heb toch al mijn mannelijke moed tesamen
geraapt en gekeken: mijn hart bonsde in mijn keel net voor het zou gebeuren.
Maar op het moment dat het mes door de keel van het dier ging, was ik opeens
niet meer zo zenuwachtig: net als bij de lijkenverbranding een paar dagen geleden,
had ik de indruk dat het hier om een redelijk normale daad ging. Het beestje
heeft trouwens niet geleden want het ging allemaal heel snel. Er was een echte
'proffessional' aan het werk. De persoon die het geitje had meegebracht zei
me: "this is Nepali culture". En natuurlijk heeft hij gelijk.
In Belgie zou ik zo'n offer wel erg vinden maar in de context van dit land lijkt
het helemaal niet meer zo erg. Bij ons worden er trouwens ook dieren geslacht
maar dat gebeurt allemaal meer achter slot en grendel. We zien enkel het beest
in de wei en het verpakte stukje vlees in de beenhouwerij. De tussenstappen
zien we niet. Ik ben dus ergens wel blij dat ik eens een beest heb zien dood
doen. Als ik nu vlees eet, zal ik misschien meer beseffen dat een dier is gestorven
ter wille van mijn smaakpapillen.
Maar nu genoeg moreel gezwets.
Ons bezoek aan Dakshinkali is een goeie gelegenheid om eens iets te vertellen
over de vervoersmogelijkheden in Nepal. We gingen er heen met de lokale bus.
Ik schat het bouwjaar ergens in de jaren vijftig maar het rijdt en dat blijft
het belangrijkste. Deze bussen zijn trouwens spotgoedkoop: we betaalden ongeveer
zes frank en we zaten twee uur op de bus! Nadeel is wel dat hij veel stopt om
mensen op te pikken of af te zetten.
Naar Pokhara reden we met een 'tourist bus'. Die zijn iets comfortabeler maar
bereiken nog altijd niet het comfort van bij ons, niet dat dat moet natuurlijk.
We betaalden plus/minus 150 frank voor een rit van 7 uur en hij stopt slechts
twee keer, voor het ontbijt en voor de lunch.
En dan kunnen we nog iets zeggen over het vervoer in Kathmandu zelf. We verplaatsen
ons vooral tussen ons guesthouse, in een buiten wijk van Kathmandu, en Thamel,
de toeristische buurt. In het begin namen we vaak de taxi maar dat is relatief
duur: 50 rupees of 30 frank.
Tegenwoordig nemen we vaker de 'Safa Tempo'. Dat is een soort kruising tussen
een scooter en een minibusje. Dat kost slechts 12 rupees voor hetzelfde traject.
Ze rijden bovendien op elektriciteit en wij als 'groene mensen' vinden dat natuurlijk
belangrijk.
Er zijn namelijk ook gewone tempo's die een vieselijke rook uitbraken en die
nemen we principieel niet. Je ziet, we hebben genoeg keuze om ons te verplaatsen.