Les 1: Glijden
Als je voor het eerst gaat boarden, bereidt je dan maar eerst voor op een hoop blauwe plekken en 1 a 2 saaie dagen. Je leert namelijk te glijden. Hierbij moet je onderscheid maken tussen kanten en het daadwerkelijke glijden.

Kanten:

Ook wel rutschen genoemd. Dit wordt je het eerst aangeleerd bij de les, omdat je daarmee altijd veilig beneden komt als je het eenmaal kunt. Het houdt in dat je op je back- of frontside staat en je je gewicht zo verdeelt dat je:
     (A  blijft staan
     (B  de snelheid waarmee je naar beneden glijdt kunt regelen
Dit klinkt erg simpel maar het is wel even wennen. het is belangrijk dat je door je knieen gaat bij het glijden en je je armen uitgespreid naast je houdt (denk aan het lopen op de evenwichtsbalk). Ook moet je er voor zorgen dat je gewicht op je voorste been staat, wat je bereikt door je voorste knie wat mee te buigen dan de achterste.

Je kunt 2 richtingen op:
     (A  recht naar beneden, dus met je board dwars op de glijrichting. Zo leer je te remmen en dit leer je dan ook het eerst. Als je iets naar voren leunt (met je hele gewicht, het meer gewicht op je voorste been zetten komt straks) ga je sneller, leun je iets naar achter dan rem je. Bij de backside is dat precies andersom. Dit komt door het principe dat je harder gaat als een groter gedeelte van je board de sneeuw raakt.
     (B  naar opzij, je gaat dus in de richting die je nose opwijst. Hierbij kun je behalve door het eerdergenoemde, ook je snelheid bepalen door de hoek die je maakt met de piste aan te passen, met andere woorden in hoeverre je nose naar het dal wijst. Als je meer op je voorste been leunt draait je nose verder richting dal en ga je sneller.

Glijden:

Dit doe je op je
base, blijvoorbeel als 'aanloop' voor een sprong. Je leerst het vaak wel gelijk, maar doet er nog niet meteen zoveel mee.
Les 2: bochtjes

Index
Hosted by www.Geocities.ws

1