| Het kale reisverslag van zwerven door Engeland in 2002 | ||||||||
| TERUG NAARHOMEPAGE NAAR FOTOPAGINA I NAAR FOTOPAGINA II |
||||||||
| Dinsdag 23 juli 2002, ergens voorbij Hadleigh, Engeland, log 283/283 Benzine 84352/11,761/13,53 � Goed, nog geen twee uur in Good Old E. en de lucht is somber, ik zit achter een volwassen pint, en ik heb geen idee waar ik nu precies zit. We zijn weer op weg. De dag begon met verslapen (hee Spoolers, ben je daar?). A1 lezend in "Arthur" van Hubert Lampo was het gisteravond ineens 2 uur, en dat betekende dus soepel in slaap vallen en vanmorgen om half elf wakker schrikken. later dan gepland. Snel alles op de motor, en toen even rustig een peuk roken en rondkijken of ik niks vergeten was. Om 10 over 11 draaide ik de weg op. Grijs weer, af en toe wat druppels op het vizier, niet het beste begin, maar goed, we gaan per slot van rekening naar Engeland. De reis naar Hoek van Holland verliep voorspoedig. Druk, maar geen files en lekker doorrijden. Vlak voor Tilburg heb ik mijn eerste pauze gepakt. Het zag er zo dreigend uit dat ik ook mijn nieuwe regenbroek maar eens heb aangetrokken. Toch wel heel erg geel! Achter Breda werd het opletten; daar begint een ferme wegenknoop. Ik heb nog een tweede pauze gepakt, voornamelijk om eens goed op de kaart te kijken, maar in feite was het heel simpel; A 16, en dan A 20, haven 911 aanhouden. Tijdens de kaart-kijk-pauze heb ik ook mijn eerste foto gemaakt; Ogenbomen. Is wel wat voor als ik op de mythisch/magische toer ga deze reis. Uiteindelijk was ik na 220 kilometer bij de haven, even na 2 uur. Tijd voor rondhangen dus, en kletsen met Engelsen op weg naar huis. De Engelse bouwvak begint pas de volgende week, deze eerste week zou de drukte nog moeten meevallen, zo wordt me verteld. De bootreis zelf was taai. 4 uur is toch lang, er is maar een beperkt aantal echt gemakkelijke stoelen, het kleine buitendek heeft helemaal geen stoelen, en het schip bevat alle lelijke klatergoud dat blijkbaar op een ferry thuishoort. Door de stevige tegenwind (7 Bft) was de aankomst later dan gepland. Pluspunt van de reis: bij het naderen van de kust brak de lucht. Het werd zowaar blauw en zonnig. De vaart werd wat rustiger, en ik besloot een frietje naar binnen te slaan voor aankomst. Door mijn wat haastige vertrek was er niets van broodjes smeren gekomen, en ik had nog niet meer dan 3 choco-liga�s gegeten. Helaas kwam met de kust ook weer bewolking in zicht, maar het was toch heel wat beter dan grauw Nederland. Om half 8 Engelse tijd lagen we afgemeerd, en daarna ging alles snel en soepel. De hele rij draaide de A 120 op, de Engelsen begonnen als gekken in te halen, en binnen de kortste keren bleef er een Nederlandse colonne over. Gemakkelijk rijden en even wennen aan anders in de spiegels kijken en over de andere schouder kijken, toen de autoweg begon had ik voldoende vertrouwen om langs de caravans te blazen en alleen op pad te gaan. Mijn plan was helder; bij Colchester rechts af richting Ipswitch, en dan bij East Bergholt de grote weg af. Daar moest ergens een camping zijn. De camping was er, maar alleen voor caravans. No motorbikes, no tents... Tijd voor plan B: Sudbury, en van daaruit terug richting Colchester. Als ik eerder een camping tegenkwam zou ik die pakken. Het werd donkerder en donkerder, deels door oprukkende wolken, deels door de vallende avond. Maar het was wel degelijk heerlijk rijden, en ik had alle vertrouwen in een succesvolle afloop. Kleine slingerende wegen, zacht golvend landschap, het was mooi. De oplossing kwam perfect getimed, ineens was daar rechts een schitterende pub, en links een bordje "camping 250 yards". 6 pond en een visitekaartje afgeven, en om 5 over 9 stond te tent in de avondschemering. Tijd voor een wandeling van 250 yards... En daar zit ik dan. Een volwassen pint van 2 pond voor me, het verslag van vandaag bijna rond, de vakantie is begonnen. Morgen proberen een rustige ochtend te maken, met een goed ontbijt en alles weer eens rustig inpakken. Op dit moment zit de rugzak naar mijn idee wat vol, dat kan best anders. Woensdag 24 juli 2002, Salisbury, log 380/663 Benzine 84591/11,851/8,88� en 84826/9,831/7,46 � En weer een camping van 6 pond in nergenshuizen, dit keer zelfs geen pub in de buurt. Nu weet ik wel iets beter waar ik zit, officieel is dit camping Salisbury, maar ik zit nog onder Coombe Bisset, richting Rockbourne en dan linksaf een paar een eind de grindweg af. Joechei! Vandaag begon vroeg, heel vroeg. Na wat regen vannacht werd ik vanmorgen wakker van het licht. Het wordt hier vroeger licht dan thuis. Zelfs na broodjes eten, thee drinken en wat met de bagage stoeien was het pas half 7 toen ik de weg opdraaide. Het was een schitterend begin van de dag. Wegtrekkende bewolking, zon, mooi landschap, het was heerlijk rijden. Via kleine wegen naar Sudbury, daar heb ik getankt en 100 pond ingeslagen, en toen op naar Bury St. Edmunds om daar de grote weg op te draaien. En daarmee begon het grote opschieten. Langs Cambridge en Bedford naar het westen, totdat ik voorbij Milton Keynes de M 40 opdraaide. Daar begon de reis naar het zuiden. Net achter Oxford afslag Swindon, en een paar kilometer verderop kon ik de kleine wegen op. De A 338, om precies te zijn. En hier begon het echte vakantie-reizen. Golvend landschap, weidse velden, smalle wegen tussen heggen, het was heerlijk. Enige minpuntje; de zon was weer verdwenen. In Wantage werd nog eens getankt, en nadat ik Hungerford als te druk en te toeristisch had verworpen was het rond een uur of 1 tijd voor koffie in een pub in Shalbourne. Dit is het wel. Jammer dat ik geen pint met Banger Mashers aandurf, zoals de andere gasten. Maar om met een pint in de buik nog op de motor te kruipen... Na deze echte middagpauze ging het verder richting Salisbury, tot ik de A 303 op kon, richting Amesbury. Stonehenge! De keien doken toch nog onverwacht op, na een heuveltop, groot en onverwacht dichtbij. Ik heb al het nodige gelezen over hoe Stonehenge er tegenwoordig bijligt, dus het werd geen teleurstelling. Goed, het ligt ingeklemd tussen een drukke weg en een zijweg (de A 303 en de A 360). En het is er stervensdruk. Maar het was toch niet zo erg als ik gedacht had, met mijn neus tegen het kippengaas van een Heras-hekwerk een beetje staren. Er is een buitenhek, en toegang tot het omheinde terrein via een entree -kosten �4,40- en een tunnel onder de weg door. Op het terrein zelf zijn op een bescheiden manier paden aangegeven waar je op moet blijven, en er loopt wat bewaking rond om te voorkomen dat een soevenierjager meet een of meer van die beroemde keien aan de haal gaat. De vorm van Stonehenge is een icoon geworden, je herkent het niet alleen, het is zelfs echt bekend in je hoofd, als een dorp waar je een tijdje niet meer was. De grootste staande stenen waren een stuk groter dan ik verwacht had, en het doet minder hunnebedderig aan dan ik dacht. De stenen zijn volledig bewerkt en in model gehouwen. Dit is meer moderne landschapskunst dan primitief gedoe. Kijkend door de zoeker van de camera waren er af en toe nauwelijks mensen te zien, ik zou hier toch wel eens even alleen willen staan. Ik heb kaarten gekocht met de bedoeling die morgen te schrijven en te posten. En ik heb toen ik vertrok even een rondje gereden om te kijken of ik morgen in alle vroegte misschien wat foto�s uit de verte zou kunnen maken. Ik heb wel wat plekken gezien, maar ik kan niet echt vroeg van deze camping af vanwege een gesloten hek (tot 8 uur of zo), en dan moet het weer ook fotogenieker zijn dan vandaag. En anders misschien op de terugweg, ik wil sowieso deze weg ook min of meer terug volgen. Na Stonehenge ben ik via de A 303 nog een stukje doorgereden, om daarna via de A 36 richting Wilton te rijden. Van daaruit begon wat serieus zwerven binnendoor, eens kijken hoe dat hier bevalt. Prima dus, ik ben naar Broad Chalk en terug gereden, en toen vanuit Coombe Bisset dus hierheen. Geen Fish & Chips Shop gezien, dus ik heb me hier op de camping aan mijn laatste blikje smooked kippers uit Noorwegen begeven. Er is hier weinig te doen, of ik moet aan de praat met de bewoners van 7 Nederlandse tenten die hier op het tentenveld staan (buiten mij staan er 8 tenten...). Vanavond vroeg plat dan maar? (wat later) Gisteravond had ik nog een veld nagenoeg alleen, nu is dat wel heel erg anders; niet alleen een hoop Ollanders, maar ook nog eens speelse Ollanders. Na voetbal en jeux de boulle zit nu een stel te dobbelen in een plastic bak (rammel, rammel), en de rest is losgebarsten in woeste samenzang: "schipper mag ik overvaren". Het gebruik van een ANWB campinggids heeft zo zijn nadelen, ik snak naar Noorse eenzaamheid... Donderdag 25 juli 2002, Ergens tussen Liskeard en Bodmin langs de A 38, log 317/980 Benzine 85004/8,121/6� en 85267/12,311/8,97� We schieten weer ouderwets op, morgen bereik ik Tinagel Castle, min of meer het voorgenomen keerpunt van deze reis. Vanaf dan moeten we dus gaan boemelen om twee weken een beetje zinvol te vullen. En vandaag heb ik zoveel verschillende indrukken opgedaan dat ik ondertussen wel al het gevoel heb een week onderweg te zijn. Ik was op tijd wakker om de eerste beetjes zon te zien, net onder de wolken door. Dat was snel afgelopen, massief grijs nam rap over. Ik heb wat brood gegeten, heel stil ingepakt en de motor van het veldje afgeduwd; alles was nog in diepe rust. Achteraf gezien had ik ook snel en in alle vroegte kunnen vertrekken, er was een paadje langs het gesloten hek. Niet dat ik denk dat het veel verschil had gemaakt, het ochtendverkeer begint hier wel heel erg vroeg. Dat was me gisteren ook al opgevallen, blijkbaar begint het leven hier al om 6 uur of zo. Het was half acht toen ik de weg opdraaide en me in de spits van Salisbury wierp. Geen probleem, met een snelle blik op de kathedraal -en hoge puntige toren op een lage kerk- en wat opletten zeilde ik soepel door de stad. Over golvende heuvels ging het naar Amisbury, en terug naar Stonehenge. Ik heb mijn foto�s uit de verte, maar het weer was even grijs en saai als gisteren. Misschien is dit wel hoe het echt moet zijn. Na de foto�s ging het via een andere weg als gisteren terug naar Wilton, waar ik even voor 9 uur aankwam. Motor langs een muurtje, en even door het dorp wandelen. Postzegels en brood kopen, en gewoon wat rondneuzen. Het was mooi, niet spectaculair maar gewoon echt en gemoedelijk. Ru�ne van een kerk midden in het dorp, een stadhuis dat van achteren als een bouwval uitziet, hier leeft het verleden echt. Bij vertrek heb ik getankt, en toen begon het binnendoor slingeren over de A 30. Tal van dorpjes die niet op mijn kaart staan, en op gegeven moment een omweg om Old Wardour Castle te bekijken. Dat werd echt minuscule weggetjes volgen, schitterend zolang je niemand tegenkomt. Het kasteel zelf was wat minder, een fraaie ru�ne op een veel te keurig keurig gazon, met kaartjes kopen om op het terrein te komen. Toch maar niet. Terug op de grote weg -die dan net wel twee auto�s breed is- was het aangenaam rijden. Tot nu toe lijkt heel Engeland uit golvend weide- en akkerland te bestaan. In Yeovil was ik voor het eerst even de weg kwijt, normaal valt het door steden rijden hier best wel mee. Maar de A 30 dook uiteindelijk vanzelf weer op. Wat verderop was het weer tijd voor koffie in een pub, en eens goed op de kaart kijken. Vandaag Dartmore? Moet kunnen. Dus ging het maar door langs de A 30, door Chard, en bij Honiton werd de A 30 zowaar weer een autoweg. Raar dat hetzelfde wegnummer op de ene plek nauwelijks 2 auto�s breed is, en op een andere plek 4-baans opschieten biedt. Overigens werd de naam ook al snel M 5. Ik ben even van de autoweg afgegaan voor een echt chauffeurs etentje; chips & sausage in een soort van bouwkeet. Geen gefrituurde kookworst dit keer, maar twee kleine braadworstjes met een bijsmaakje. Dat staat in de maag! Grappig accent hebben ze hier trouwens, daarbij klink zelfs ik nog beschaafd Engels. Nujce biujk jukud theuh, wujju fum? Het was geen incidenteel spraakgebrek, zo spraken ze allemaal hier, daar heb ik speciaal op gelet. De weg liep soepel rondom Exeter, en toen veranderde het landschap. Ineens waren de glooiende heuvels een stuk steiler, alsof Engeland hier een beetje opgefrommeld is. Mooi. Het weer veranderde overigens ook, het egale grijs werd nu vervangen door dunne plekken tussen heel wat dreigendere wolken. Hoewel het er naar regen uitzag was ik eigenlijk nogal blij met de verandering, dit leek tenminste op echt weer, vergeleken met dat wezenloze grijs. Voorbij Newton Abbot ben ik van de grote weg af gegaan. Ik zat even klem tussen Buckfast en Buckfastleigh, daar liet mijn kaart echt iets minder dan de werkelijkheid zien. Maar met een stukje terugrijden richting Ashburton werd de goede weg gevonden, een smalle weg Dartmoor in (de B 3357). Een hele smalle weg, auto-breed, met inhaalplaatsen. En geen zicht, dus het werd kalm aan sukkelen. Mijn eerste kennismaking met Dartmoor was indirect, een schitterende oude brug over de Dart. Diep onder de smalle brug inktzwart, traag stromend water. En toen begon het echt. Omhoog, even weer diep omlaag voor het plaatsje Dartmeet, en toen weer hard omhoog. Ik ben er nu achter dat "high up on the moor" hier letterlijk genomen moet worden; Dartmoor ligt hoog, het is min of meer een Engelse variant op de Noorse Barre Vlaktes. Maar dan wel een stuk groener! Mijn eerste indruk was absoluut verbazing, het was lang niet zo doods en grauw als ik in mijn fantasie had gedacht. Ik ken Dartmoor van een Sherlock Holmes verhaal, The Hound of de Baskervilles, waarin Dartmoor als de meest desolate plek op aarde wordt. beschreven. Maar mijn eerste indruk was vooral overweldigend groen. Er waren genoeg parkeerhavens, en ik heb bij bijna elke parkeerhaven wel een tijdje staan kijken. Wat op het eerste gezicht een perfect gazon lijkt is een kort gevreten mengeling van mos, gras en heide. Het wordt kort gehouden door pony�s en schapen, overal in grote getale aanwezig. Op dat gazon groeien magere struikjes en complete velden varens, en langs de gestapelde stenen muurtjes staan wat moeizame bomen. Het sombere weer en de lage bewolking speelden mee in het beeld, en langzaam zag ik wel wat van dat desolate Dartmoor uit de verhalen opduiken. Bij verder rijden kwam ik boerderijen tegen, midden in de moors. Langzaam werd het beeld somberder. Al dat groen is een flinterdun jasje over grauwe, bruingrijze stenen. Op elke heuveltop breken de stenen door het groen, en alles, maar dan ook echt alles is van die grauwe steen opgetrokken. Gebouwen, gestapelde stenen muren, alles is even verweerd en kleurloos. Het sterkst kwam dat beeld naar voren bij Princetown, met Dartmoor Prison. Reusachtige gebouwen, een paar schoorstenen, een muur, dit is een regelrechte terugblik op een verleden dat voorbij zou moeten zijn. Maar nog steeds in gebruik... Ik heb lang staan twijfelen over daarboven kamperen. Ik stond op een plek waar lage muurtjes en armtierige bomen wat beschutting boden. Maar ik weet vrij zeker dat op zo�n plek niet gekampeerd mag worden. En sedert ik boven was viel er een hele fijne druilregen, of was het gewoon een wat grover soort mist?. De verte beloofde meer regen voor de avond en nacht. Toch maar niet dus. Voort dan maar. Het was ondertussen een uur of vijf, en ik zag op de kaart heel wat campings voor me uit liggen. Tavistock, Gulworthy, Callington. Maar al die plaatsen kwamen en verdwenen weer achter me, ik had nog lol aan het rijden. Ik volgde de A 390, en vlak voor Liskeard besloot ik pas dat het mooi geweest was. Nog langer doorgaan was de goden verzoeken, dit moest wel in regen eindigen. Dus op zoek naar een tankstation en een camping, wat er ook als eerste kwam. Het tankstation kwam in Liskeard, en de camping niet ver daarna. 9 Pond, de duurste camping tot nu toe, maar ook in mijn campinggids staan in deze omgeving geen goedkope campings. Niet te lang in deze buurt blijven? Wat doe ik morgen? De dame van de camping vertelde dat het morgenochtend zou regenen. Eindelijk eens rustig aan doen? Eitje bakken en zo? Tinagel is iets van 50 km van hier, daar kom ik gemakkelijk. De vraag is of ik daar in de buurt -aan zee- ook wil kamperen. Vrijdag 26 juli 2002, Tintagel, log 92/1072 Zere voeten! Ik twijfelde over sandalen meenemen, ik heb ze meegenomen, en ik ben er blij mee! Mijn voetjes liggen nu lekker in de zeewind af te koelen. Aahhh, Tintagel, We�re knights of the round table, we dance whenever able... De vroege morgen bracht miezerregen en weer geen weer. Ik heb nog liever echte stortbuien, dat kan wel zwaar zijn, maar het is tenminste mooi om te zien. Uitslapen dus, of tenminste tot bijna 7 uur. Eindelijk het gebakken eitje met ham, rustig thee zetten en in alle rust inpakken. Af en toe liet zich wel wat zon zien, maar het doorschemerend blauw was even donker als het grijs waar de regen uit viel. Uiteindelijk kon ik wel droog inpakken, en om 9 uur draaide ik de weg op. Even richting Bodmin, en toen rechtsaf, de A 30 op, dwars door Bodminmoor. Weer even heuvel op, en dat was het dan. Bodminmoor: verzamelplaats van steen kringen en Arthur�s speelgrond. Of zoiets... Toch veel landbouwgrond en boerderijen, maar ook her en der de ruige vegetatie. Bij Bolventor -een tor is vermoedelijk een heuveltop- heb ik de grote weg verlaten. Het eerste stuk, richting St Cleer, was een holle weg langs een stroompje, de Fowey. Hoge bermen en struiken, en flinke stukken tussen dichte bomenwallen door. Mooi! Toen er ergens Golitha Falls stond aangegeven heb ik de motor maar eens aan de kant gezet om te gaan wandelen. Nog steeds langs de Fowey, met een bordje dat uitlegt dat deze stroom al in de Doomsday books genoemd wordt. Het werd zwerven door een donker woud, een ander woord kan ik er echt niet aan geven. Zwaar onder het mos, soms over een en al wortels of losse stenen strompelend, richting de grote ruis. De waterval zelf was meer een stijle stroomversnelling dan een waterval, maar wel mooi zo in het schemergroen. De wandeling had mijn regenbroek aan de binnenkant natter gemaakt dan de buitenkant, tijd om die toch maar uit te trekken dus. Weer op de motor ging het verder over kleine wegen, noord-westwaarts, op zoek naar oude stenen. Hier werd het landschap toch minder vriendelijk. Lage struiken, varens en mos, in alle richtingen. Ik liet mijn motor eens even achter onder de hoede van de Lonestone, om wat verlaten gebouwen en steenkringen te fotograferen. Nog geen 100 meter verder was ik mijn motor al volledig kwijt, door alle golven en begroeiing kijk je hier niet ver. Ineens snap ik hoe je behoorlijk de weg kwijt kan zijn hier, zeker als het zicht wat beperkt is door mist. Nu had ik wat ruines en een oude schoorsteen in de verte om me op te ori�nteren. Wat verderop langs de weg waren de meest spectaculaire steenkringen van dit gebied, tijd voor de volgende wandeling. De Hurlers heten ze. Toch wel heel wat meer dan die vermadeleide "Hill O Many Stanes" in Schotland, moet ik zeggen. Een woest en leeg land met wat verlaten resten van gebouwen, en steenkringen. In beide gevallen vraag ik me af wat mensen heeft bezielt om dat op deze plek te bouwen? Er is hier echt niets! Ja, koper en tin, in de grond. Brons dus. Cornwall is het land van de oude mijnen... A1 met al heeft Bodminmoor meer indruk op me gemaakt dan Dartmoor. Na een wat langere pauze op een picknickbank (jawel!) bij de Hurlers ging het verder. Ik had voor mezelf een route uitgezet over kleine wegen, door North Hill, Altarnun en uiteindelijk Boscastle, en dat werd een groot succes. Kleine holle wegen, nog kleinere holle wegen, een stukje autoweg, en meer holle wegen. "Wat heb je van Cornwall gezien?" "Voornamelijk berm met onkruid. En veel hoge heggen. Wel mooi hoor." Je ziet hier maar af en toe landschap, de Engelsen hebben duidelijk een andere manier van reizen en landschap beleven. Of zijn die bermen nog steeds op ruiterhoogte soms? Men is meer gericht op dorpen en pubs, onderweg stoppen lijkt hier minder gebruikelijk. Door de hoge bermen en heggen zie je weinig van omringend landschap, het is vaak niet meer dan een korte blik op de verte door een hek of vanaf een heuveltop. Parkeerhavens zijn plekken voor een korte noodstop, niet voor eens even lekker pauzeren. Langsrazend verkeer, geen picknickbanken, alweer geen uitzicht, ook al staat er soms wel een wagentje met versnaperingen. Aan rustige wegen liggen geen parkeerhavens. De picknickbanken bij de Hurlers waren de 2e picknickbanken die ik gezien heb. Tussen Alarnun en de A 39 ging ik over een vreemde vlakte. Overal betonbanen, betonplaten, wat restanten van betonnen gebouwen. Een oud vliegveld? Daarvoor zag het er eigenlijk wat willekeurig uit. Net voorbij de A 39 -die kruiste mijn kleine wegen, ik heb er maar 50 meter op gereden- reed ik mijn volgende tijdperk in. Waren de voornaamste bezienswaardigheden van deze reis tot nu toe enkele duizenden jaren oud, nu kwam ik aan in de 6e eeuw. Tijd voor Koning Arthur. Ik reed al meteen langs een Koning Arthur museum, midden in nergenshuizen, omdat daar zijn grafsteen rondslingerde. Of tenminste, iets wat daar eventueel heel misschien voor kon doorgaan... "LATINI IC IACIT FILIUS MAonleesbaarRI". Hetgeen zich blijkbaar laat vertalen als: (deze steen) is van Latinus, hier ligt de zoon van ???. Als dat er tenminste staan. De steen is gedateerd aan de hand van "geheime runenachtige tekens", het zogenaamde Ocham alfabet. Ik begrijp dat het moeilijk is om zinnig naar monumenten te verwijzen als we het hebben over een brits/romeinse krijgsheer van 1500 jaar geleden, maar hier is blijkbaar alles wat ouder is dan 1000 jaar blijkbaar wel door Arthur bewoond, beslapen of bevingerd. Of hij is er wel langs gekomen. Dat het eventueel een hunebed uit de prehistorie is -op Bodminmoor staat iets dat Arthur�s Bed wordt genoemd- maakt in feite niet uit. Het museum was vooral aandoenlijk; geen artefacten uit de tijd of een echt overzicht, maar verzamelde posters en prenten, allemaal gewoon drukwerk, bijeengebracht in een wat groot uitgevallen tuinhuisje. De vriendelijke dame op leeftijd die de kaartjes verkocht (2,50 pond) zat met potlood wapens te tekenen op triplex schilden. Binnenkort in onze souvenirshop... De teksten waren wat beter, en vooral een simpel gekopieerd pamfletje zet zaken even keurig op een rij. Arthur, Keltisch krijgsheer die de Saksische bezetting van dit deel van Engeland een generatie heeft uitgesteld. Vermoedelijk zo succesvol omdat hij een van de eerste bereden groepen ridders achter zich had. Men neemt aan dat Arthur�s laatste slag misschien hier aan de oever van de Camel heeft plaats gevonden. De rondwandeling over het slagveld stelt niet veel meer voor dat her en der een paaltje met een bord en wat tekst uit de diverse Arthur--vertellingen. En eindigt natuurlijk bij de fameuze steen... Vlak voor Boscastle kreeg ik een eerste blik op de zee, kort, maar schitterend. Geen kans om te stoppen voor een foto, maar dit is een fraaie kust. Ik was van plan om zo dicht mogelijk bij Tintagel kamp te maken, en daar 2 nachten te blijven als de prijs niet te gek was. Dat geeft tijd van leven; morgen of overmorgen kan ik ook nog kijken of er soms wat fraais van deze kust te maken is. Vanuit Boscastle reed ik dus over de kustweg naar Tintagel. Geen probleem het dorp te vinden, maar toen... Wow, toerisme! Een niet eens zo kleine plaats, de hoofdstraat een aaneenschakeling van souvenirwinkels. Zandvoort in het kwadraat. Tsjokvol vakantie vierende Engelsen, korte broek, T-shirt, kippenvel en genieten maar. Ik ben er met motor en al ingedoken, en met succes. Dat "dicht bij Tintagel" mag wel gelukt heten; ik zit op de camping tussen het stadje en de kust met het kasteel... Dichter bij Tentagel kamperen betekent mijn tent opzetten in de hoofdstraat. En dat voor 7,50 pond per dag? Viel me werkelijk mee. Om half vijf had ik mijn tent staan. Ik heb mijn voeten nog een keer lief aangekeken, en samen zijn we de stad in gegaan. Boodschappen doen, een frietje met cola, en een boekje over het dorp scoren om te kijken wat ik morgen ga doen... (later) Het lijkt moeilijk te geloven, maar na een tour du camping moet ik concluderen dat deze enorme camping geen Nederlanders bevat. Zaterdag 27 juli 2002, Tintagel, log 0/1072 Kwart voor 11 in de ochtend, en voor mijn gevoel heb ik er al een dag opzitten. Of in elk geval voor het gevoel van mijn voeten en knie�n... Ik ben rond half 7 vanmorgen aan een wandeling over de Cliffs begonnen. Niet dat het een mooie zonsopgang was of zo, het zag er voornamelijk uit alsof het wel eens minder zou kunnen worden. Dus regenjas en warm hemd in de rugzak, en de fototas, en zo uitgerust over het hekje de velden in. Public Footpath� Avontuurlijk wandelen, vooral met wat hoogtevrees! In het totaal heb ik helemaal niet ver gelopen, misschien 3 mijl, maar met het bergop-bergaf wandelen was het toch ferm aanpakken. Ik ben eerst naar Willapark Cliff gelopen, ten noorden van Tintagel. Van daaraf had ik uitzicht op de steile rotsen van Barras Nose en The Island, waarop de ruines van Tintagel Castle moesten zijn. En hier was het geluk met mij; heel even brak de lucht, een vale zon speelde over de rotsen voor me, het was mooi. Ineens viel me op hoe het pad af en toe over diepe scheuren in de grond liep, scheuren die parallel liepen met de rand van het cliff. En ineens werd me duidelijk wat dat half verborgen bordje "cliffs subdue ahead" te betekenen had. Eens zal het cliff verder afbrokkelen, en dan vermoedelijk langs die scheuren die ik zag. En ik stond aan de verkeerde kant... De wandeling over het coastpath naar de ru�ne was mooi en indrukwekkend. En ondanks het op en afgaand pad, ondanks de oneven rotsen waar ik overheen moest strompelen, ondanks dat alles viel het wandelen langs dit stuk best mee. Ik had al snel een aangenaam wandeltempo waarin het goed te doen was. Later, op een gewoon weggetje bergop richting Tinagel, zou ik me helemaal te barsten lopen. Zit bergop lopen, net als bergop fietsen, vooral tussen de oren? Op het nauwelijks zichtbare voetpad kon ik rustig aan doen en had ik nergens last van, op het echte pad wilde ik weer gewoon doorlopen. De ru�ne kwam dichterbij en werd even erg spectaculair, hoog op scherpe rotsen. Jammer dat het weer nu niet meer mee wilde doen. Onder, aan de voet van het cliff, braken heldergroene golven in diepe holen. De restanten van het kasteel hadden dezelfde kleur, dezelfde verweerde huid als de omringende rotsen, alleen een rechte lijn of een ritme in steen liet zien dat dit geen blote rots was. De ru�ne stamt uit 1233-1237, toen Richard, Earl of Cornwall, de versterking liet bouwen. Was hier eerder een burcht? Mogelijk, in lokale verhalen was hier altijd al een strongpoint van de koningen van Cornwall, en Arthur kan een van hen geweest zijn. Wie zal het zeggen? De schrijven van The National Trust -zeg maar monumentenzorg- die het boekje over Tintagel schreef in elk geval niet. Die lijkt zich eigenlijk vooral te ergeren aan al dat Arthur gedoe. In het hele boekje is zeggen en schrijven 1 paragraaf aan Arthur gewijd. Niet helemaal onbegrijpelijk. In het dorp ligt The Old Postoffice, een naam die de het gebouw in feite nogal tekort doet. Het is een uit de 14e en 15e eeuw stammend gebouwtje, geheel onaangeroerd. Krom, grijs en scheef, en schitterend. En als ik het goed begrijp zag heel Tintagel er ongeveer zo uit voordat het toerisme toesloeg. Nu is het hele dorp een aaneenschakeling van souvenirwinkeltjes. En dat toerisme komt dan voornamelijk op Arthur af. Het dorp heette zelfs niet Tintagel, dat was de naam van dit hele gebied. Het dorp heette Trevena. Alle verhalen ontrent Arthurs geboortekasteel stammen uit de 19e eeuw, toen kunstenaars als Turner, Stephen Hawker (componist van Quest of the Sangraal) en Tennyson Tintagel bezochten en er een waas van ridderromantiek omheen weefden. Vandaar ook dat het enorme Camelot Hotel nogal modern aandoet... Uiteindelijk kwam ik bij het de ru�ne aan. Doordat ik te vroeg was hoefde ik nog geen 3,5 pond te betalen om binnen te komen, en ik ben blij toe; van binnen is het kasteel dood gerestaureerd. Wat stenen vloeren die in cement liggen, muren die met cement verankerd zijn, kippengaas om rotsen op hun plek te houden, het deed allemaal nogal kunstmatig aan. Na een vrij kort rondhangen op het kasteel ben ik vertrokken, terug naar Tintagel. Daarbij kwam ik dus dat pad tegen waar ik me helemaal lam op liep. Later zou ik ontdekken dat er om die reden vanaf, 11 uur een busje onafgebroken tussen het dorp en de ru�ne heen en weer reed. Het dorp zelf is in feite niet veel meer dan een hoofdstraat van misschien 2 kilometer, met een stuk of 4 zijstraatjes en een bocht. Ik heb weer wat boodschappen gedaan en ben toen terug gegaan naar de tent. Ik zat nauwelijks, of de motregen werd even echte regen. Het zou vandaag moeten opklaren, met een mooie avond, maar op dit moment ziet het daar niet naar uit. (later) Het is nog niet echt opgeklaard, integendeel, ik ben zelfs nat terug gekomen van mijn avondwandeling. Ik zag een streepje goud-geel over zee, en gokte dat dat de grote opklaring was. Met misschien wel even wat mooi licht... Misgegokt. En wat heb ik vandaag verder gedaan? Nadat ik het eerste stuk had geschreven heb ik White�s Arthur gepakt, en ik ben gaan zitten lezen. En wat later ben ik gaan liggen lezen. Om half drie werd ik wakker, een serieus middagdutje verder. Ik ben eens de stad in gewandeld, heb me weer een frietje en cola soldaat gemaakt, en rond een uur of 7 heb ik dus mijn 2e cliff walk gemaakt. En verder? Een rustige avond, Ik hen een tijdje staan kletsen met de motorrijdende buren. De witte K-100 is net gekocht, door iemand die dus fantieke chopperrijder was. En blij, en trots! En ik heb weer een uitnodiging voor een motorrijders treffen, komend weekend, net boven Plymouth, Ik denk het niet, dan wordt de boot halen weer een race. Morgen weer eens alles opnieuw inpakken, en dan op naar Dartmoor. Van daaruit zie ik wel weer verder. Ik merk dat, als ik op de kaart kijk, ik nu al zit te rekenen met de boot naar Nederland in het achterhoofd. Waar maak ik me druk over! Zondag 28 juli 2002, Crickhowel (wales), log 439/1511 Benzine 85461/8,9/6,76� en 85680/9,341/6,91� Dit worden Noorse dagen! Vanmorgen om 20 voor 9 de camping af, vanavond om kwart over 8 de camping op; dik 11 en een half uur in het zadel. En geen enkele pauze langer dan nodig voor een peuk of een bammetje! Maar vandaag was dan ook een topdag, niet voor foto�s, maar wel om te rijden. Toen ik wakker werd, was er nog geen zon. Er was wel een scherpe lijn met landinwaarts bewolking, en zeewaarts strak blauwe lucht. De wind kwam van zee... Tegen de tijd dat ik mijn thee en ontbijt voor elkaar had was de lijn zover opgeschoven dat ik in de zon zat, en niet zo�n beetje ook; bakken! Alles weer eens netjes helemaal opnieuw inpakken, handel aan de motor hangen, een kort afscheid Patric en vriendin, en wegwezen. De reis begon richting Camelford, geld tappen. De ponden vliegen er onbeschoft hard doorheen, 110 pond in nog geen 6 dagen. Dat gaat zeer doen als ik thuis kom! Maar het was stralend weer, en nu zat ik er even niet mee. Ik was van plan om een 2e ronde Dartmoor te gaan doen. Launceston, daar van de grote weg af, Okehampton, en toen over hele kleine wegen richting Chagford. Op de grotere wegen was het goed druk. Het begin van de Engelse vakantie, of gewoon een mooie zondag? Op de kleinste wegen was geen kip. Gelukkige maar, want het waren wegen van nauwelijks een auto breed, met inhammen voor de tegenliggers. Niet echt handig als je zelf niet over een achteruit beschikt. Maar het ging goed. Vanuit Chagford ging het richting Two Bridges, maar eenmaal terug op de normale B-wegen bleek het stampedruk weer te zijn. Bovendien was het noorden van Dartmoor meer landbouwgebied dan woeste grond, met hier en daar hooguit wat grote varenvelden. Geleidelijk aan werden die varenvelden wel groter, maar onder een strak blauwe lucht en in de zon zag het een en ander er voornamelijk uit alsof ik tussen eindeloze, golvende knolraapvelden reed. Niet echt indrukwekkend dus. Tezamen met de eindeloze stoet bussen en auto�s maakte dit dat deze hernieuwde kennismaking met Dartmoor maar matig kon bevallen. Weg dus, dan maar naar het noorden! Bij Dartmeet ging ik weer van de B-weg af, een kleinere weg zonder nummer op. Een weggetje met een maximale doorrij-breedte van 1 meter 70. Uitgestorven dus. Die maximale breedte bleek hem vooral in een bepaald bruggetje te zitten, vlak voor Widecombe-in-the-Moor. Het plaatsje zelf, weer zo�n ��n straat geval, was onbeschoft druk, van uit de andere kant werden de toeristen met busladingen aangevoerd. Door dus, weg van hier, Cornwall loopt vol! Vanaf een hoog punt ten noorden van het dorp kon ik een laatste blik op Dartmoor werpen, met het dorp als klein stukje mensengebied tussen de in de verte verdwijnende varenvelden. Via Moretonheampstead en Exeter begon ik aan een binnendoortocht naar de noordkust van dit schiereiland. Ik wist nog niet hoever ik vandaag wilde gaan, maar de komende dagen stond Wales op het programma, dat was wel al duidelijk. Over de A 369 ging het langs Tiverton omhoog, bijna recht naar het noorden. Weinig aantrekkelijke plekken voor een pauze, maar schitterend rijden. Weinig verkeer, veel bos en een heerlijk slingerende weg. Uren en kilometers vlogen voorbij. Ineens was het gedaan met die rust.Ik zat in Dunster, en ineens was het weer vol op Valkenburg om me heen. Overal auto�s, overal wandelende mensen. Het was ondertussen 5 uur, en ik heb midden tussen al dat toeristisch geweld heerlijk bammetjes zitten eten onder een Yarn-Market, een �garen-markt. Een veelhoekig gebouwtje met een schitterend dak en geen echte muren, dat ooit gebouwd is voor de handel in borduurwerk, klein naaiwerk en dergelijke. Nadat ik me op die manier voor de avond gesterkt had begon ik aan het mindere deel van vandaag. In colonne over de kustweg A 39 richting Bridgewater, daar de M 5 autoweg op, op naar Bristol. De weg was 3 stroken vol met terugkerende dagjesmensen (dat hoop ik tenminste, ander blijkt Wales straks ook vol te zijn). Bij Bristol kon ik de M 49 op, de grote Tolbrug over de Severn over. Wales ontving me vriendelijk, motoren hoefden geen tol te betalen. Vaarwel duur Engeland, is Wales goedkoper? Via de M 4 ging het richting Newport, en daar begon ik weer omhoog te rijden, eerst over de A 4042, en na Abergavenny over de A 40. Ik denk dat de vermoeidheid me parten begon te spelen, maar de 2-talige verkeersborden en wegwijzers helpen ook niet; ik reed meer op de gok dan met zekerheid naar deze camping toe. Maar het is gelukt! En nu? Ik ben onder de douche geweest, ik heb schone kleertjes aan, en ondertussen is het zo donker dat ik niet meer zie wat ik typ. Het is wel mooi geweest voor vandaag. Ik zit midden in het dorp, er is hier vast wel een pub... (later) En of er een pub was. Schitterend, het schijnt bij pubs een soort van sport te zijn om die dingen zo vol mogelijk te krijgen met snuisterijen. Deze had onder andere als tafeltjes de onderstellen van oude trap-naaimachines staan, compleet met trapstel. En ik begin de smaak van pinten te pakken te krijgen! Na zo�n avond als vanavond voel ik er veel voor om voor de derde ronde van mijn vakantie -Duxford- terug naar de eerste camping te rijden, en me daar maar meteen voor een dag of 4 te nestelen. 6 pond was beschaafd, de pub was te bewandelen... Maandag 29 juli 2002, Castell Y Bere, log 232/1743 Benzine 85873/8,621/6,63� Was gisteren een dag van Noorse uren in het zadel, vandaag was een dag van Noorse schoonheid... Ik heb een keurige ochtend gemaakt, kompleet met gebakken eieren en al, en toch draaide ik rond half negen de weg op. Het was grijzig, met lage bewolking, mist op de heuveltoppen maar ook met af en toe een dun zonnetje. En zeker niet koud. Brecon (Aberhondu) was het eerste doel. Een mooie rit, over een kleine weg, met zo�n karakteristiek kanaal hier en daar. Na Brecon ging het verder over kleinere wegen. Een auto breed, maar aangenaam uitgestorven. Via Upper Chapel kwam ik bij Builth Wells, en over een wat grotere weg uiteindelijk bij Beulah. Daar was een tankstation annex dorpswinkel annex pub, en op de bankjes buiten zaten twee in woest leer gehulde motorrijders. Na tanken ben ik er maar eens even bij gaan zitten. Een bejaard echtpaar, dat hier in de buurt woonde en vandaag het aangename weer aangreep om eens even te toeren met de kleine motoren; de Yamaha terreinmotor voor hem, en de antieke Moto Morini voor haar. Dit najaar gingen ze naar Roemeni�, naar de Hoge Tatra, maar daarvoor gebruikten ze grotere motoren, een Norton en een BMW... Ik werd uitbundig gecomplimenteerd met de tot nu toe gevolgde route. Als ik geen probleem met kleine wegen had dan hadden ze nog wel een paar tips voor me... Bij Llanwrtyd Wells rechtsaf, bij Abergwesyn links aanhouden, en ergens ook nog even linksaf naar Llyn Brianne. Daar gewoon omdraaien en terug rijden, en dan door naar Tregaron. En voor verderop hadden ze ook nog wel wat tips. Het spijt me dat ik geen foto van die twee gemakt heb, ze hebben me de beste dag van deze reis bezorgd. Het was schitterend. Minimale weg, eerst door bossen, en geleidelijk aan open berglandschap in. Hier lijkt Wales op een wat vriendelijkere versie van de binnenlanden van Noorwegen. De bergen zijn wat groener, en de rots breekt maar wat minder vaak door de aarde, maar verder... Geweldig! Diepe dalen, weidse uitzichten. Hier en daar een klein meer of een groot waterreservoir. Meestal groene vertes, gras en mos, en wat heideachtigs. Soms lag er een bos als een plak dik vilt door een dal en op de hellingen, dan weer was er een stuk kaal waar recentelijk gekapt was. Er wordt hier op grote schaal bosbouw bedreven. In Tregaron heb ik koffie gedronken bij een pub. Dat duurde wat langer dan gepland, er zat ene Daisy die ook even een praatje wilde maken. Nadat we afscheid genomen hadden ben ik doorgegaan op de adviezen van het motorstel. Weer heftig bergop, en weer over groene hoge passen, nu met een enorm stuwmeer om de zaak te verlevendigen. Weer een geweldig stuk Wales gezien... Dit is werkelijk een schitterend gebied, en in feite heb ik het nu alleen maar doorkruist, er zijn hier nog wel heel wat meer kleine wegen om over rond te dwalen. Uiteindelijk kwam ik bij Tal-Y-Bont weer in de bewoonde wereld. Kustweg, langs een zeearm die even Wales inliep (Dovey Dyfi). Het bleef Noors, alsof je langs een net iets wijder fjord landinwaarts reed. Bij Machynleth kon ik de andere oever op, en weer terug richting zee. Dit bracht me door twee heuse kustplaatsen, Aberdovey en Tywyn, waar het wel druk was. In de binnenlanden ben ik nauwelijks iemand tegen gekomen. Bij Bryncrug kon ik weer via een smal dal de binnenlanden in. Ik had op de kaart een camping bij een ru�ne gezien, dat leek me wel wat. Helaas, de ru�ne lag verborgen in een plak bos, en de camping lag kilometers verderop. Een boer die een paar velden vol kampeerders er op na houdt. Geen pub, geen friet, maar ook maar 3 pond; zal ik de rest van de vakantie dan maar hier uitzitten? De enige manier om hier geld kwijt te raken is het aan de bl�rende schapen voeren... En ik schijn definitief in Ollander vrij gebied te zijn, de hele dag niet een gezien. Dinsdag 30 juli 2002, Comberton, log 418 /2161 Benzine 86065/9,03/6,77� en 86326/10,55/8,12� Op de vlucht voor de regen, met matig succes... Vandaag begon met fijne miezer die snel uitgroeide tot een volwassen druil. Wat gedaan? Mijn oude kampeerwijsheid is op naar het oosten tot je ergens over bergen komt, dan wordt het wel beter. Dus heb ik ingepakt en ben ik op zoek naar beter weer gegaan, oostwaarts. Even na 8 uur reed ik van de camping af. Het eerste stuk ging door gestage regen even naar het noorden en toen via de grote weg naar Machynlleth. Daar heb ik getankt, en toen ging het binnendoor naar Llanidloes. Vermoedelijk was het een schitterende rit, alleen zag ik er niks van omdat de rit omhoog ging, en daarmee ook al snel de wolken in. 100 meter zicht is niet echt handig voor weidse vergezichten en mooie bergpassen. Eenmaal over de top leek de truc te werken, de mist werd dunner, het regende niet of nauwelijks, en ik kreeg nog even een glimp te zijn van wat ik gemist heb. Na Llanidloes ging het even omlaag, richting Rhayader, en daar kon ik de A 44 op, richting Llandrindod-Wells en Leominster. De grote trek naar het oosten was begonnen. Het bleef droog maar somber. En het werd ook nog klam en warm. Worcerster, Evesham, en zo verder, tot ik uiteindelijk bij Chipping Norton de A 44 kon verlaten. Hier begon een stukje binnendoor, langs Deddington, Anyo en Croughton richting Buckingham. In die laatste plaats werd weer eens benzine gescoord, en vanaf Buckinham zat ik op bekende weg, de A 421. Hier ben ik 7 dagen geleden mijn zwerftocht begonnen. Ten zuidwesten van Bedford, bij Cardinton, staan twee enorme hangaars waar de grote Engelse zeppelins gehuisvest waren. Ik wilde er eigenlijk langs rijden, voor foto�s. Maar hier gingen verschillende dingen niet helemaal volgens plan. Om te beginnen is mijn kaart niet gedetailleerd genoeg om te zien hoe ik daar moet komen. Verder zaten zowel de autoweg rondom Bedford als alle kleine wegen daaromheen vol met zeer haastige Engelsen die graag naar huis wilden (het was ongeveer half 6) En tenslotte barste er een gigantische hoosbui los. Ik heb de zoektocht opgegeven en ben weer de A 421 op gevlucht, daar waren tenminste genoeg rijbanen en reed iedereen in elk geval dezelfde kant op. Geleerd: rotondes zijn geen remedie tegen files, ik heb zeker een half uur van rotonde naar rotonde gestrompeld. Gelukkig viel er een gigantische hoosbui, dus ik vond het niet eens zo erg dat er af en toe stapvoets gereden werd. Vlak voor Cambridge ben ik weer van de grote weg afgegaan, tijd voor de speurtocht naar een kleine plaats met camping, en hopelijk een pub op lopen afstand. Het begon met de A 1198 richting Caxton, en toen de B 1046 door Kingston naar Comberton. Het dorp en de camping waren snel gevonden. Helaas, geen pub op echte wandelafstand, we zitten toch wel wat buiten het dorp. Voor vanavond red ik me wel met het laatste beetje rum, en morgen haal ik wel wat blikken bier. Overigens heb ik geen pub nodig voor de aanspraak, ik ben weer in Ollanderland. Schuin tegenover me een stel ietwat bijbelse dames uit Amersfoort en Groningen, en naast me een echtpaar fanatieke vliegtuigspotters uit Reuver. Ik had de tent nog niet staan, of ik moet al daar aan de koffie en hier aan het bier. Dat laatste heb ik maar even gelaten omdat ik niets terug kan aabieden, maar ik heb er wel een hele tijd zitten kletsen. Al met al was het 9 uur geweest voordat ik uiteindelijk voor mijn eigen tent zat. Ik denk dat ik rond een uur of 7 hier was. De stortbuis was net over, ik kon mijn tentje droog bouwen. Ik heb voor een nacht betaald, 6 pond, maar ik denk dat ik hier wel een aantal nachten ga blijven. Terug naar de hangaars, Duxford, Cambridge... Genoeg te doen, het 2e deel van mijn vakantie is begonnen. Geen zwerven meer, maar kijken. Woensdag 31 juli 2002, Comberton, log 84/2245 En dat was een eerste dag Duxford. Een schitterende dag, en ik ga ook zeker nog een 2e dag, in feite heb ik pas 2 hangaars echt bekeken. Morgen? Ik wil nu eigenlijk wel een rustdag waarbij ik helemaal niets doe, alleen lezen, hangen en de reis eens nalopen. Vannacht heeft het de hele nacht hard geregend en geonweerd. Ook vanmorgen regende het stug door, ik ben met erg donker weer en stromende regen hier vertrokken. Spijkerbroek onder de regenbroek, vandaag werd immers vooral een wandeldag. Eerst ben ik naar Royston gereden, om geld te scoren. Daarbij gebeurde me iets nieuws; de automaat gaf geld, maar trok dat weer in omdat ik het niet snel genoeg pakte, binnen 30 seconden of zo. Godver, worden me nu ineens 50 pond door de neus geboord? Binnen navragen; als het goed is dan is daarmee de hele actie geanuleerd, maar ik heb in elk geval een meldingformulier meegekregen waarmee ik het via mijn eigen bank moet kunnen terughalen als er iets mis is gegaan. Dit wordt geen goedkope vakantie, ik heb tot nu toe 250 pond opgenomen, en ik had al 50 euro op de boot gewisseld... Na het bankavontuur ging het verder richting Duxford. Het museum werd snel gevonden, en de motor kon ik ook mooi kwijt. Om 10 over 10 stond ik aan de deur... 8 pond entree, geen plek voor een helm of jas kwijtraken. Dat hebben Duitse musea dan toch beter voor elkaar met hun kluisjes en zo. Men is er ook wel wat vriendelijker. Hier kwam de vriendelijkheid vooral van de werkende vrijwilligers. In de radioshack werd ik met open armen ontvangen, de goede man raakte niet uitverteld! Ook bij de woondemonstratie was men razend enthousiast, er stond een prefab noodwoning van na de oorlog, compleet ingericht. Niet gek, ik schat 9x9 meter, ik zo me daar wel thuis kunnen voelen... Maar ik kwam voor wat anders: deze reis ging vooral om de SR-71, de Blackbird... Bij de ingang van Duxford stond al een bord: het Amerikaanse luchtvaart museum was wegens verbouwing in juli en augustus beperkt toegankelijk of geheel gesloten... Nonde! Welke zot bedenkt nu zoiets voor midden in een vakantieperiode? Engelsen dus. Het museum was toen ik aankwam nog maar net open, het vervoer over het terrein liep nog niet. Ik kon een kleine mijl door de regen sjokken, met groeiende spanning. Ha, de deur was open. De vloer, waar de meeste vliegtuigen op stonden was niet toegankelijk, maar de er omheen lopende galerij wel. En laat de Blackbird nu pal naast deze galerij staan! Schitterend. Groot, maar dat wist ik al, en zwart, dat wist ik ook al. Behoorlijk verweerd; de stencils her en der nauwelijks leesbaar, toch golvende beplating, wat me nogal verbaasde. De neus heeft een eigen, afwijkende vorm, is ook wat dikker dan de rest van het toestel suggereert. De eigenaardige golf in het uiteinde van de vleugels, die Geert en mij nogal verbaasde in het model, is duidelijk wel juist. Alle klinknagels blijken trouwens in werkelijkheid keurig verzonken kruiskopschroeven te zijn. Aan het plafond van de hal hing de U-2, de voorloper van de Blackbird. Die staat ook op de nominatie voor modelbouw. Dat toestel oogde wat kleiner en massiever dan ik gedacht had, ik dacht dat het een iel toestel met overdreven spanwijdte zou zijn, maar dat liep aardig los. Elegant. Minder elegant was de B-52, die de hal zo ongeveer van voor tot achter vulde. De rest van de toestellen was als het ware hier en daar neergezet om de open ruimte rondom dat gevaarte te vullen. Wat een joekel! Wat me echt verbaasde was de gegolfde beplating van de B-52, die zag er uit als wassen en watergolven! Wat viel me in die hal verder op? Vooral de F111, een jachtbommenwerper die veel groter was dan ik gedacht had. De A-10 die toch wel heel erg lomp is. Overal rekken voor wapens en antennes. Na de Amerikaanse hal ben ik eerst maar eens naar de winkel gegaan. AAAH! Ik heb een schitterend boek gezien, van X-1 tot X-45, 30 pond... Dik 110 ouderwetse guldens. Is het me dat waard? De helft van die modellen boeit me niet, en op internet vind ik ook bergen informatie. Ik twijfel nog. Om mezelf te weerhouden heb ik een elk geval een ander boekje gekocht, over de ontwikkeling van het fighter tactics. Geen plaatjes, maar een beschrijving van de eerste losvliegende toestellen die over een oorlog vlogen, via de grote luchtslagen naar de straaljagers die weer alleen of in heel kleine groepjes over de oorlog vliegen. Full Circle heet het dan ook, van ene Johnnie Johnson. Na lang hangen in die winkel ben ik koffie gaan drinken, en toen heb ik wat van die kleinere eerdergenoemde zaken bezocht. De tweede hangaar die ik bezocht ging over de Battle of Brittain. Heel fraai, al miste ik hier wel de nodige Duitse toestellen. Alleen een Me 109. Maar wel fraai: brandweerwagens, airraid-shelters, een mobiele werkplaats en ga zo maar door. De hal bevat ook een lanceerinrichting voor de V-1, waarbij buiten een groter stuk rail met een replica staat. Daar heb ik nu wel een goede foto van, als ik mijn V-1 nog eens van wat extra�s wil voorzien. De rest van de hal, een dikke helft, geeft weer wat er verder allemaal op Brits straaljagergebied is geweest. Verbijsterend: de Vampire had een triplex romp! Ik heb buiten lang zitten twijfelen, zou ik eens een poging wagen om hier mijn luchtdoop te ondergaan? Op zich een waardige gelegenheid, per slot van rekening draait deze vakantie half om vliegen! Maar 25 pond? Binnen ligt een boek dat ik dan misschien wel liever heb... Na alles wat ik vandaag bekeken heb kan ik wel zeggen waar mijn voorkeur voor vliegtuigen ligt; de laatste propeller vliegtuigen en de eerste straaljagers. Strak en helder van vorm, zonder draden en stutten zoals daarvoor, en zonder antennes en bobbels en uitsteeksels zoals daarna. Op weg naar huis heb ik bij de Spar een volledig assortiment Engels bier ingeslagen. Draft Lager en Bitter, Stout en natuurlijk een Guinnes Draft. Testing, testing... Donderdag 1 augustus 2002, Comberton, log 0/2245 Rustdag dag. Regen, heel veel regen, de hele ochtend. Ik heb veel zitten lezen, wat gegeten, thee gezet, en zo kreeg het weer tijd om bij te trekken. Vanmiddag werd het droog en tegen een uur of 3 kwam er zelfs wat zon bij. A1 met al lijkt het een herhaling van gisteren te worden. En ik zit ondertussen heftig te plannen, wat ga ik de komende dagen doen? In grote lijnen heb ik nog 3 dingen te doen, en 4 dagen. Morgen nog een rustdag? Daar zit ik eerlijk gezegd niet op te wachten, vandaag was aangenaam, maar ondertussen ben ik wel uitgezeten. Morgen verplaatsen naar de laatste camping, nog eens naar Duxford of naar Hannants. Wat zal het worden? Ik heb vanmiddag een paar uur zitten kletsen met een echtpaar uit Groningen. Hij met een eigen transportbedrijf, zij in het middelbaar onderwijs. Ik begin me hier sowieso een beetje de praatpaal van het veld te voelen, bij aankomst de twee dames, gisteravond de hele avond bij het stel uit Reuver gezeten, nu weer bij dit stel. Ik wordt overal uitgenodigd voor koffie, wat is dat deze vakantie? Tijd ook om de vakantie weer eens een beetje op een rijtje te zetten. Hoe was Engeland deze keer? Het is een goede vakantie geworden, ik heb veel gezien en meegemaakt. Ouden stenen, Arthuur, Dartmoor en Bodminmoor, de zwarte kust van Cornwall, de woeste hoogten van Wales. En nu dan een schitterend museum in etappes. Maar het is ook een dure vakantie geworden, als ik me inhoud red ik het misschien net met 280 pond... Engeland lijkt niet echt ingericht voor zwerven. Weinig aangename plekken voor een stop, weinig picknickbanken. In feite lijkt Engeland meer op beschaafd reizen ingericht; Bed & Breakfast, lunch en avondeten in pubs, hier en daar eens wat door een stad of dorp zwerven. Grote wegen zijn niet echt leuk, druk en er wordt vrij wild gereden. De kleine wegen zijn goed voor veel motorrij-plezier, maar van het landschap genieten is beperkt. Veel weilanden en akkers over glooiende heuvels, vaak min of meer verborgen achter hoge heggen. Om te reizen vind ik Duitsland aangenamer, al met al. Hier zal ik voornamelijk terugkomen als ik dingen wil zien. Musea, en misschien steden. Ik heb weer de hele avond met Roos en Ger uit Reuver zitten kletsen. Ik ben een tip rijker als ik hier in Engeland nog bij een vliegveld wil gaan spotten; misschien is dat wat voor de dag die ik over heb. Als het mooi weer is... Vrijdag 2 augustus 2002, Polstead (de camping waar ik ook de eerste nacht was), log 210/2455 Benzine 86556/10,56/8,02� Een korte dag met schitterend reisweer. Zon, warm maar niet zo benauwd als de afgelopen dagen. Ik ben op de vermoedelijk laatste camping van deze reis aangekomen. Van hieruit zal het iets van anderhalf uur naar de haven zijn, dat kan makkelijk. Ik was weer vroeg wakker, en heb heel rustig alles opgeruimd en ingepakt. Uiteindelijk reed ik om kwart voor 9 weg, zonnetje, wat schaapjeswolken hoog in de lucht. Om te beginnen heb ik getankt, en toen ben ik even terug gereden om te kijken of ik dichter bij de zeppelin-hangaars in Cardindot kon komen. Dat is gelukt, maar eigenlijk zijn die dingen gewoon te groot voor op een foto. Bovendien was het streng verboden gebied: "no unautherised personel beyond this point"... In de verte kwamen wat lieden uit iets wachthokje-achtigs, dus ik ben maar snel weer verdwenen. Verder was vandaag eigenlijk een bekende rit. Langs drukke wegen via Cambridge en Bury St. Edmunds naar Sudbury. Daar heb ik even wat gewandeld en boodschappen gedaan, maar zo�n plaats is toch echt drukker dan ik leuk vindt. Weg dus, met als gevolg dat ik om even na 1 uur al de camping opreed. Een rustige middag met wat lezen dus. Hoewel? het waait eigenlijk best wel. Ik heb mijn vertrouwde reis-sleetje bij me... Vliegeren! Ik heb me best wel een tijdje staan amuseren. Zwaar turbulentie wind, een weg dichtbij, dus laag vliegeren, blauwe lucht en witte cumulus als achtergrond, het is toch wel mooi eigenlijk. Meteen zit ik weer te denken over een vliegertas die eigenlijk elke vakantie mee zo moeten kunnen. Maar hoeveel troep wil ik wel niet meeslepen? Ooit eens ben ik opgehouden met kamperen omdat ik steeds minder kampeerspullen en steeds meer doespullen meenam. En op deze plek had ik vermoedelijk niets ander durven oplaten... Maar ik moet komende winter toch eens over een nieuwe vliegertas nadenken, het stof heb ik immers al. Volgend jaar toch veel vlieger-kamperen? Ik ben er gisteren in dat bescheiden zonnetje overigens wel in geslaagd om mijn benen te verbranden, net mijn knie�n en die delen die omhoog gedraaid zijn als ik in kleermakerszit zit. Nog even verder piekerend over Engeland. A1 met al valt het links rijden wel mee. Rotondes zijn op zichzelf geen probleem, je wordt keurig de goede kant op gestuurd. Mijn grootste probleem is het kijken. Je kijkt structureel op de verkeerde plaats, of geeft een verkeerd gewicht aan wat je ziet. Auto van rechts op een rotonde? O ja, STOPPEN! Of in bochten bij tegemoetkomend verkeer; Die bestuurder kijkt op de kaart, HIJ ZIET DE HELE BOCHT NIET! Oh nee, dat is de bijrijder... In deze streken is het verkeer opvallend Nederlands van aard: druk, dicht op elkaar rijden, zinloos inhalen, haastig en structureel boven de maximumsnelheid. (later) Ik moet toch even speciaal melding maken van mijn avondeten, dat smaakte wel heel erg goed! Ze hebben hier blikken witte bonen in tomatensaus met worst. En men is daarbij zeker niet zuinig met de worst, ik telde 8 korte dikke worstjes. Samen met een paar sneden bruinbrood begint dat een echte maaltijd te worden, in plaats van vulling. (later, in de de pub) Darts is hier een teamsport, 2 tegen 2. Werkt schitterend. En geruststellend: hier lukt het eindigen met dubbels ook maar moeizaam. Zaterdag 3 augustus 2002, Polshead, log 253/2708 Benzine 86763/9,681/7,25� en 8699219,571/7,17� Een grauwe dag met veel wolken en regen, en het bezoek aan de tempel der modelbouw, Hannants in Lowestoft. Vandaag begon met regen, en met uitslapen naar de maatstaven van deze vakantie; pas om half 8 op! Wat broodjes eten, en toen heb ik me in leer en regenbroek gehesen, en ik ben op weg gegaan. Sudbury, tanken, Bury St. Edmunt, en toen de A 143 richting Diss en Great Yarmouth op. Het regende niet of nauwelijks, het landshap was vertrouwd Engels, ik begin daar nu echt wel aan te wennen. Lage heuvels, landbouwgrond en bosjes. Het was nog een hele rit. Vlak voor Beccels wordt er van weg gewisseld, de A 146 op om in Lowestoft te komen. Oulton Broad is een haven die landinwaarts loopt als een kanaal, met voornamelijk jachtjes. En de eerste echte weg achter die haven rechtsaf is Harbourroad. Tadaa! Daar stond de grote groene loods van Hannants. Het was weer eens een Engelse ervaring. In feite is het een magazijn, van waaruit normaal goederen verspreidt worden, maar waar dus ook direct gekocht kan worden. Vergelijkbaar met Heinrichs of PipeDan dus. Maar waar die twee laatsten in dit magazijn een sfeervolle winkel hebben ingericht, loop je hier zo een opslagloods in. Met wat triplex is er een kantoorgedeelte afgezet, en een hoek voor klein grut, en de rest bestaat uit eindeloze magazijnrekken met dozen, een antieke personenbus, twee in losse onderdelen liggende Harrier jets (echte!) en rondwandelend personeel dat je niet ziet staan. Ik kreeg meer en sneller hulp van andere klanten. Zoals te verwachten werd ik volslagen overdonderd door alles wat er lag. Zag ik modellen die ik wilde hebben? Ja hoor, eindeloos veel! Wat wel weer eens pijnlijk duidelijk werd is hoeveel schitterend experimenteel spul er in 1:72 te krijgen is, en hoeveel materiaal voor diorama�s op die schaal. Maar ook in 1:48 kan ik nog jaren vooruit! Uiteindelijk heb ik me beperkt tot de detailsets die ik thuis al had uitgezocht. Maar goed ook, zonder de fabriekscodes had ik me helemaal lens gezocht. Het wachten wordt nu op de bestelling die nog via Geert moet komen, voor de Starfighter.. A1 met al heb ik er wel een paar uur stukgeslagen. De terugreis werd in toenemende mate een regenrit. In Sudburry heb ik nog maar eens 50 pond gescoord, getankt en boodschappen gedaan, en rond een uur of 4 was ik terug op de camping. Ik had me in de stad ook een frietje gegeten, dus vanavond geen koken. Ik was eigenlijk moe, en ik ben rond een uur of 7 al richting pub gegaan. Vanavond lig ik er vroeg in. En de komende dagen? Ik ga morgen nog eens naar Duxford. En maandag denk ik dat ik mijn boeltje op tijd inpak, en eens kijk of ik een dag eerder met de boot meekan. Zondag 4 augustus 2002, Polstead, log 148/2856 Goed, als ik morgen naar huis kan, dan moest ik maar gaan, beter dan vandaag wordt het niet. Wat ik vandaag heb gezien, gehoord en beleefd! Maar laat ik vooraan beginnen. Vooraan is gisteravond. Ik was naar de pub geweest om een pint te pakken en mijn verslag te schrijven. Toen ik terug wilde regende het. Hard. Zo hard dat op de korte wandeling mijn broek en hoed doorweekt werden. Het inspuiten van de jas is overigens wel een succes geweest, het water parelt er weer keurig vanaf. Eenmaal terug bij de tent werd al snel duidelijk dat ik de goede keuze had gemaakt, ik had nog staan twijfelen over een 2e pint en de bui uitzitten. Dat zou niet gelukt zijn. De harde regen werd nog wat harder, en het werd een volwassen onweer dat tot diep in de nacht heeft geduurd. Noodweer, en het onweer ging maar door, bliksem van de ene wolk naar de andere, zo fel dat ik het dwars door de tent kon zien. Donder die van de ene naar de andere kant rommelde, en weer terug. Op zo�n moment heb ik toch diep respect voor mijn tentje dat dit alles zonder lekken en problemen doorstaat. Vanmorgen was de lucht gebroken, en toen ik even na 8 uur de camping afreed was het droog en zag het er zo goed uit dat de nog even in de koffer mocht blijven. Op die manier was de klamme spijkerbroek van gisteravond zo droog. Even wat fris, maar het was lekker rijden en mooi. De reis ging naar Sudbury, en net boven Sudbury van de grote weg af, de A 1092 op bij Long Melford. Daar heb ik even een stop gemaakt, ik was vroeg genoeg, en er stond een fraaie kerk met een hospitaal uit de 16e eeuw. De reis ging verder via Clare, langs Haverhill over de A 1307, en vlak voor Duxford kwam ik heel even op de A 11 en toen kon ik via de A 505 rechtstreeks nar Duxford. Daar aangekomen bleek er heel wat meer loos dan afgelopen woensdag. Hoewel het nog geen 10 uur was, reden de auto�s al af en aan. De reden werd snel duidelijk, er was vandaag een meeting voor militaire voertuigen. Daar ben ik verder niet wezen kijken, vandaag stonden om te beginnen de andere hallen op het programma. Allereerst de grote hal waar je binnenkomt. Verbazingwekkend waar ik de vor�ge keer langsgelopen ben zonder iets te zien! Een Short Sutherland vliegboot, enorm en indrukwekkend. Een van de prototypes Concorde, toch wel wat strakker dan de Tupolev in Sinsheim. En verder? Een Vulcan bommenwerper, enorm gevaarte. Een TSR, waarvan ik dacht dat er geen meer over was. Dat is zo�n schitterend project van een "vliegtuig van de toekomst" uit de jaren �60, nooit verder dan prototypes gekomen omdat het te duur werd. Groot en vreemd. De volgende hal op mijn programma bevatte van alles en nog wat Voornamelijk in verband met vliegdekschepen en de zee. Jagers, een reddingsboot en wat minionderzee�rs. Maar voor dat ik goed en wel binnen was klonk er buit een enorm geraas in de lucht. "That�s a Merlin engine if ever I heard one", riep een hoogbejaarde heer, en inderdaad, een Huricane draaide wat korte bochten over het veld, en zette het toestel in een beweging aan de grond. Geen tijd voor foto�s maken, ik had de verkeerde lens op de camera, En ik was volledig overdonderd door het geweld van dit toestel, en het kabaal. Schitterend! Wat moet het geweest zijn om als 20 jarige in zo�n toestel te klimmen en de lucht in te gaan? Ik snap dat de piloten van de Battle of Brittain zich onsterfelijk voelden... Jammer genoeg zat er veel regen -en naar later bleek ook onweer- in de lucht, de klaarstaande Spitfire is uiteindelijk niet de lucht in gegaan. Ik had ook die graag eens gehoord en gezien. Ik ben weer terug de hal in gegaan, maar aan de grond maakten de toestellen ineens minder indruk. Er stond wel een Corvair, indrukwekkend groot voor een eenmotorige jager, en erg elegant met de meeuwenvleugels. Uiteindelijk heb ik uren doorgebracht met van hal tot hal rondlopen. Het is een mooi museum, en ik zou willen dat je zoiets bij ons in de buurt had. Je kijkt beter naar vliegtuigen nadat je er een model van hebt gebouwd. Dat zou dus eigenlijk de volgorde moeten worden: een model bouwen, dan naar een museum om het ding in het echt te zien, en dan het model in nog eens bouwen, omdat je dan pas echt weet waar je op moet letten. Ik heb lang lopen twijfelen. Maar Engeland is duur, de overtocht is duur, ik denk niet dat ik hier nog vak terug kom. Dus? Ik vlieger. Ik bouw modelvliegtuigen. En van nu af aan, als iemand vraagt of ik ooit gevlogen heb, kan ik zeggen dat ik wel eens gevlogen heb. Met een De Havilland Dragon Rapides, een toestel uit 1930... YES! Het was perfect. De Dragon Rapides is een tweemotorige dubbeldekker met gesloten cabine en plaats voor 8 passagiers. Het toestel heeft een vast landingsgestel dat in vreemde, a�rodynamische motorgondels is verwerkt. Driehoekige raampjes, twee rijen stoelen die niet recht naast elkaar staan maar iets verspringen. Kaartje kopen voor de vlucht van half twee. Veiligheidsinstructie naast het gebouwtje: brandblusser zit naast de piloot, verbandtrommel achterin, zo gaat de veiligheidsriem om, zo gaat ie los, en in het dak zijn twee uitscheur-vlakken voor nooduitgang. Good Luck... Via een los trapje het toestel inklimmen, en naar boven klauteren naar je stoel. Het buizenstoeltje met leren lappen als zitting en rugleuning zit verrassend comfortabel, de armleuningen omsluiten me als een kuipstoeltje. Ruim uitzicht naar buiten voor iedereen, ik zit net aan de voorrand van de bakboordvleugel. De riem om. Als we allemaal zitten worstelt de piloot zich door het 20 cm brede gangpad naar de cockpit. Er hangen koptelefoons de we opzetten, maar die lijken niet te werken. Kuch, rammel, een motor loopt. Ratel kuch rammel, de tweede motor loopt. Het toestel trilt en siddert. Een vage geur van benzine en olie. Ineens brullen de motoren even, dan rollen we. Schuddend en rammelend rijden we over het grasveld naar het begin van de startbaan. Een draai, nog een draai, dan staan we tegen de wind in. Een ogenblik niets, dan razen de motoren opnieuw met volgas. Een seconde lijkt het alsof er niets gebeurd, dan springt het toestel vooruit. Je voelt de rugleuning van de stoel, na de eerste halve seconde versnelt het toestel sneller dan een sportauto. De vleugels zwiepen, alles trilt en schokt, de kracht is indrukwekkend. En dan, plotseling en onverwacht, rust. De motoren razen nog steeds op volgas, maar het toestel is stiller, rustiger. We vliegen! Ik voel het toestel niet omhoog gaan, het is meer alsof de aarde wegvalt. Ik heb geen last van hoogtevrees! De piloot gooit het toestel in een scherpe linkerbocht, nog voor het einde van de startbaan, zodat we over de grote hangaar waar je binnenkomt wegdraaien. Ver onder ons zie ik mijn motor staan. Dan wordt wat gas terug genomen, en hoewel het lawaaierig blijft, is er ook een zekere rust. Het uitzicht over de heuvels van Engeland is adembenemend. Daar ligt Cambridge. In de verte hangt een regenbui als een sluier over het land. Vlekken zonlicht over heuvels en akkers. Het vliegtuig zakt en stijgt al naar gelang de lucht zich gedraagt. Ik herken het gevoel van mijn vliegers. Het voelt natuurlijk aan, als een schip op de golven. De piloot morrelt aan een knop, hij probeert zijn zijraampje te sluiten. Regen! Het is de regen die ik zonet nog in de verte zag. We gaan zo hard dat de druppels van de ramen waaien, het uitzicht blijft schitterend. Uit de cockpit klinkt geschetter. De piloot roept wat, hij komt nauwelijks boven de motoren uit. Het bericht wordt van stoel naar stoel naar achteren doorgeschreeuwd: we maken nog een paar rondjes, er komt een jet binnen. Ik vraag me af welke mededeling achter is aangekomen; ik zat als 2e persoon en heb vermoedelijk wel een redelijke mededeling gehad. Het kwartiertje en een rondje over Duxford werd een klein half uur. Had er iemand bezwaar? Neu... Ik had, toen we opstegen, nog 10 foto�s op mijn rolletje, maar die waren weg voor ik het wist. Ik besloot van deze ervaring te genieten, dan maar weinig foto�s. Uiteindelijk draaiden we een laatste rondje over het veld, maakten weer een scherpe bocht, en vlogen op de landingsbaan aan. Er werd nu veel gas terug genomen, en het toestel begon harder te dansen op de luchtwervelingen. Dan een bons, en ineens is daar weer het rammelende rollen over de aarde. Zucht... Deze vakantie kan niet meer stuk. Na jaren van dromen heb ik gevlogen, echt gevlogen, in een echt vliegtuig. Geen moderne karakterloze perfectie, dit was Vliegen. Zo hoort een eerste keer vliegen te zijn. Geen voor dag en dauw opstaan en zenuwachtig gedoe op een enorme, onpersoonlijke luchthaven. Geen gepolijste gladde buis waar je rijen dik in zit. Ik ben een gelukkig mens. Later heb ik de jet gezien waar we op moesten wachten. En dat was ook nog eens een serieuze ervaring. Het ging om een vroege Sabre. Ik stond er 30 meter vanaf toen de motor gestart werd. Oorverdovend gehuil! Lang warmdraaien, en toen werd de laatste wielblok weg getrokken. Het gehuil werd nog eens zo hard, en toen reed het toestel recht op me af. Ik stond langs de taxibaan, het toestel kwam vlak langs me. Het gegil van de straalmotor ging door merg en been. Het toestel draaide af, ik stond er recht achter. Hete stinkende wind, en verrassend genoeg veel minder kabaal. Blijkbaar maakt de luchtinlaat meer kabaal dan de motor of de luchtuitlaat. In de verte draaide het toestel de startbaan op, het gehuil steeg verder. Een lange aanloop. Los! Meteen na het winnen van hoogte verdween het toestel in de regen die onze kant op kwam... Wat valt er na dit alles nog te vertellen?? Twee zware onweerbuien trokken over Duxford, en iedereen trok zich terug in de hallen, terwijl het buitengebeuren tot stilstand kwam. Ik vroeg me af hoe ik nog thuis moest komen, maar toen de donder wat verder weg was en de regen wat minder werd ben ik toch mar op de motor geklommen, Geleidelijk aan werd het weer beter, en vlak voor Sudbury reed ik zelfs een dun zonnetje in. Ik heb wat broodjes gegeten, ben onder de douche geweest, en nu zit ik met een 2e pint te schrijven. Ik zie wel wat ik morgen doe: ik heb te lezen en kan een rustdag houden. Maar als ik vroeg wakker ben en het weer doet mee, dan pak ik in, en ga eens kijken of ik soms een boot eerder naar huis kan. Na vandaag is elke poging tot vakantie in feite onzin, beter dan dit wordt het niet meer. Maandag 5 augustus 2002, Sittard, log 294/3150 Benzine 87220/9,73l/11,28 euro Vanmorgen begon traditiegetrouw vroeg, ik zal weinig problemen hebben om me weer aan de Nederlandse tijd aan te passen. Buiten was het klam en mistig. Ik heb niet echt lang zitten twijfelen. Een paar broodjes, alle bagage opnieuw inpakken, en om half 8 reed ik de camping af. De rit naar Harwich was korter dan verwacht, om half negen had ik al van een medewerker op de parkeerplaats te horen gekregen dat er nog plaats was, en dat ik wel meekon. 9,25 pond bijbetalen voor de maandag-reis, een kleine 2 uur geduld oefenen, en ik zat weer aan boord. Verwachte aankomsttijd half 4. Uiteindelijk stond ik om 15.28 op de kade. Ik had aan boord de regenbroek aangetrokken, er zaten druppels op de ramen van de boot, maar eenmaal buiten scheen er een dun zonnetje. Dat hield overigens niet lang stand. Bij het uitrijden van Hoek van Holland heb ik een laatste ronde benzine getankt, en toen ging het op grote vleugels naar huis. Breda, Tilburg, een korte pauze, onweer met gigantische stortbui bij Eindhoven, en ook een file. Nog eens even stoppen vlak voor Maasbracht, toen de zon weer doorbrak, en de laatste kilometers leken niets meer. Voor het eerst ben ik na een vakantie niet rechtstreeks naar huis gereden. Normaal kom ik midden op de dag thuis, of is hij zelf met vakantie, maar nu was het even na zes uur, en er was een goede kans� Eerst nog even bij Howard en Paquita langs. Thuis! Ik heb een tijdje over de vakantie gepraat, in vogelvlucht verteld wat ik zoal beleefd had. Dat doen we later met foto�s en al nog wel eens over. Van het thuisfront was weinig nieuws te melden. Uiteindelijk was het toen ik hier voor de deur van de motor stapte, en nu is het 10 over 9. Op de tent na zijn alle spullen uitgepakt en opgeborgen, en ik kan beginnen aan mijn eerste avond thuis na weg. Nou ja thuis. Ik heb nog een blik Engelse spaghetti, en een blik Guinness. Ik denk dat ik de overgang naar thuiskomst maar een beetje geleidelijk maak. Nog een keer kampeer-eten� |
||||||||
| TERUG NAARHOMEPAGE NAAR FOTOPAGINA I NAAR FOTOPAGINA II |
||||||||
|
||||||||