|
Pak heel veel
zonnestraaltjes En doe alsof je ze
spaart Maak van je hart een doosje Waarin
je ze bewaart Want met heel veel
zonneschijn Ben je rijker dan met goud Je
zult dan heel gelukkig zijn Omdat ieder van
je houdt. |
 | |
|
 |
Als duiveltjes bidden Als
engeltjes vloeken Als katten en
muizen elkander bezoeken als water verandert
in wijn dan pas zal ik je vergeten
zijn
|
Dit album is me lief, wie
het steelt, die is een dief. Die moet zitten op
een latje met zeven spijkers in zijn
gatje; tot hij roept: Genade heer! Oo, wat
doet mijn gatje zeer!
|
|
Twee heldere oogjes Een
hartje van goud Een zuiver geweten Zorg
dat je dat houdt Wees lief en wees
aardig Dat maakt je bemind Want iedereen
houdt Van een vriendelijk
kind
|
 | |
 |
Ik ben niet als dichter geboren Rijmen
kan ik evenmin En om anderen na te
apen, Daarin heb ik ook geen zin Ik
schrijf geen vers en geen lied Ik schrijf
alleen, Vergeet mij niet |
| |
|
Assepoester en
Sneeuwwitje, Bulletje en
Bonestaak. Tovervrouwtje en
Doornroosje, Hans en Grietje en Klaas
Vaak. Piet de Smeerpoets en Klein
Duimpje, De familie Piggelmee. Zelfs Jan
Klaassen en Katrijntje, En de oude
Toverfee. Zingen in het
Sprookjeskoor: "Veel geluk en voorspoed
hoor!!" |
 |
Kleine mensen willen groot
zijn, Grote mensen vaak weer klein. Zou
het niet het beste wezen Altijd maar jezelf
te
zijn | |
 |
Als je iedere nieuwe dag Aanvangt met
een gulle lach Als je met een blij
gezicht Aan je werk denkt en je plicht Als
je zonder veel gepraat And'ren helpt met
woord en daad Als je steeds naar beter
streeft Heb je niet voor niets
geleefd
|
Wees vrolijk als de lente
en
zonnig als de Mei
dan
maak je je papa en mamma
Je
leven lang heel gelukkig en blij |
| |
|
Deze regel
kleine vlegel
schreef ik jou
Dat
je vaker
praatjesmaker
aan
me denken zou
Vooral later duivekater
als
we misschien elkander salamander
niet meer zien |
 | |
|
Ik
wens je al wat wenselijk is
Een
jongen die fatsoenlijk is
niet te groot en niet te
klein
Maar het moet een aardig ventje
zijn |
 |
|
Wees thuis een
zonnestraaltje
Op
school een aardig kind
Dan
word je vast en zeker
Door iedereen
bemind | |
 |
Neem een kop vol
opgeruimdheid
en een doosje vol goede
moed
Daarop twee lepels
zelfbeheersing
tegelijk gebruik is goed
En is bij dit
receptje
je genoegen niet
vervuld
Neem dan voor het
allerbeste
nog een poeder van
geduld | |
|
|
In dit hele kleine
boek, Kom ik even op bezoek. Niet zoals
alle andere mensen Om je van alles toe te
wensen, Maar om je even te laten
weten, Dat je mij nooit moet
vergeten! |
 |
Daar boven op de
bergen daar wonen zeven dwergen, maar
onder aan de vliet daar bloeit de
bloem vergeet mij
niet. | |
| |
| |