In België bracht de wereldtentoonstelling van Antwerpen (1894) de prentkaart in de belangstelling. 

Vanaf 1902 begon men eerst in England, en wat later ook in onze streken, de linker helft van de adreszijde voor briefwisseling te benutten. Stilaan kwam zo de ganse keerzijde van de kaart vrij voor illustratie. Tevens werd voorkomen dat er over het plaatje heen geschreven moest worden. Dergelijke prentkaarten mochten aanvankelijk enkel in het binnenland gebruikt worden en uitzonderlijk ook in de buurlanden, tot het zesde congres van de U.P.U. te Rome in 1906 het algemeen gebruik ervan toestond.

De bloeiperiode van de prentkaart waren de decennia rond de eeuwwisseling. Ook prentkaarten verzamelen werd een echte rage, die haar hoogtepunt kende in de periode 189O-1910.

De prentkaart zou de 1ste Wereldoorlog overleven en een nazomer kennen in de twintiger jaren. Toen kwamen andere illustatiemedia op de markt, zoals magazines en film. 

Enkele jaren voor de 2de Wereldoorlog, hoofdzakelijk doordat het betaald verlof werd ingevoerd en zo het volkstoerisme ontstond, werden er opnieuw tal van prentkaarten verstuurd.  Vanaf dan werd de "aanzichtkaarten" populair.

<vorige     volgende>

 

Hosted by www.Geocities.ws

1