Het uitbreken van de eerste wereldoorlog in 1914 schudt Freuds leven grondig dooreen. Het aantal analysanten daalt drastisch en enkele jeugdige analytici vertrekken naar het front… Dit alles leidt bij Freud tot een zeker isolement, maar ook tot de doorbraak van nieuwe theorieën.  Deze theorieën bundelt hij samen onder de titel "metapsychologie".  Hij werkt zijn verdringingstheorie verder uit, alsook zijn theorie over driften en het onbewuste.  In 1914 schrijft hij in zijn essay "Papers on technique" hoe de herhalingen van de vroege kindertijd zichtbaar worden tijdens de analyse, en meer bepaald tijdens de overdracht. Het is de bedoeling van de psychoanalyse deze herhalingen te doorwerken zodat de analysant ze niet meer nodig heeft, maar als een afgesloten deel van het verleden kan beschouwen.  Het doel van de analyse is het onbewuste bewust maken.
In de winterperiode van de jaren 1915-1916 en 1916-1917 geeft hij colleges aan de universiteit van Wenen, die hij later publiceert. 
Freud begint ook steeds meer na te denken over de dood en meer bepaald zijn eigen dood, als gevolg van de veelvuldige operaties die hij ondergaat ter behandeling van het kankergezwel aan zijn verhemelte. Freud spreekt openlijk over zijn angst voor de dood.
In 1936 stelt hij zich de vraag wat het betekent een analyse te beëindigen… het is niet omdat de sessies tussen analysant en analyticus stoppen dat alle onbewuste conflicten opgelost zijn. Deze stelling brengt Freud bij zijn werk "Eindige en Oneindige analyse" (1937).  In 1938 verhuist hij naar Londen waar hij tot zijn dood in 1939 zijn ideeën verder aanpaste en uitwerkte.
 
 
Drie belangrijke analyses in een notendop :
 
De rattenman (Ernst Lanzer 1878-1914) is een jonge advokaat die sterke dwanggedachten heeft in verband met ratten, folteringen en afstraffingen.  Zijn dwangneurotische gedachten en handelingen komen voort uit zijn ambivalente gevoelens met betrekking tot seksualiteit en zijn vader.
 
De wolvenman (Sergei Pankejeff  1887-1979) is een welgesteld Russisch aristocraat die compulsies en angsten vertoont, voortvloeiend uit zijn seksuele ontwikkeling op heel jeugdige leeftijd.  Een belangrijke droom uit zijn kinderjaren wordt door Freud geanalyseerd en toont zijn trauma's en angsten aan.
 
Dora (Ida Bauer  1882-1945) vertoont diverse hysterische symptomen zoals een nerveuze hoest, depressie, antisociaal gedrag…
Bij deze analysante bestudeert Freud het begrip overdracht in detail, doch Dora verlaat de therapie voortijd en verwerpt Freud en zijn ideeën.
 
 
Beknopt overzicht van Freud's theorie
 
Het onbewuste
Het uitgangspunt van de dieptepsychologie is dat de menselijke geest te vergelijken  is met een ijsberg: 1/10 deel ligt boven water
(is bewust), en 9/10 deel ligt onder water, is onbewust. Freud en zijn navolgers
stellen dat het overgrote deel van wat zich in de mens afspeelt onbewust is. We zijn ons er niet van bewust wat de eigenlijke drijfveren zijn van ons gedrag,
waarom we ons gedragen zoals we ons gedragen. Bij de meeste mensen lijkt dat
niet  tot onoverkomelijke problemen te leiden. Er zijn echter mensen die
'geestesziek' zijn. Zij kunnen geholpen worden door zich te uiten,  liggend op
de divan, terwijl de arts/therapeut bij het hoofd zit en allerlei suggesties
geeft. De therapeut wil hiermee het uiten van de emoties stimuleren, zodat de
onbewuste inhouden naar buiten komen en inzicht ontstaat in onze onbewuste
drijfveren. 
 
Driften en verlangens
De techniek die Freud aanvankelijk gebruikte was de hypnose; later werd dit de Freie Aussage: als je vrijuit zegt wat er in je opkomt komen de verdrongen
driften, wensen en fantasieën vanzelf uit het onbewuste te voor schijn. Ook in
dromen komt ons onbewuste tot uiting. Freud meende dat het onbewuste vooral seksueel geladen was; latere dieptepsychologen, o.a. Adler en Jung, zagen in dat het onbewuste veel breder is. Tegenwoordig wordt ook wel gezegd dat het in wezen instinctieve energie betreft. Die driften, die verlangens, die instinctieve energieën zoeken lustbevrediging. Zoals wanneer je trek hebt en je in een etalage  heerlijke gebakjes ziet liggen: het water loopt je in de mond. Maar die ruit zit er voor, je kunt er niet bij. Dat is dan een frustratie,  een
belemmering die je tegenhoudt waardoor je je hongerdrift niet kunt bevredigen.
Freud zegt dat de kunst van het menszijn is om zijn driften enerzijds niet te
onderdrukken, maar anderzijds ook om ze niet vrijuit uit te leven. In het
laatste geval zouden de mensen worden als wilde dieren. Wat dan? Het gaat er om onze driften te kanaliseren, d.w.z.: ze 'netjes' te uiten, beschaafd, sociaal
acceptabel. Freud noemt dat sublimatie: het omzetten van de libido (de seksuele driftenergie) in hogere geestelijke energie.
 
De menselijke psyche
Hoe ziet nu het mensbeeld van de dieptepsychologie er uit? De menselijke psyche
(geest) bestaat volgens Freud uit drie gebieden:
a. het Es, d.w.z. het onbewuste; het Es is het lustprincipe: wil alleen maar van
alles heel graag, en is onbevredigbaar. Als je het ene hebt wil het Es alweer
het volgende.
b. het Über-ich (dit is het geweten, de waarden en normen, wat wel en niet mag); dit nemen we in eerste instantie over van onze ouders: we identificeren ons met hun waarden een normen;
c. het Ich, d.w.z. ons ik, dat de beslissingen neemt; het Ich bemiddelt tussen
wat het Es graag wil, en wat het Über-ich toelaat.
 Het Es kan ons aanzetten tot lustbevrediging. Het Über-ich je zal herinneren
aan je morele principes, zal je zeggen: “Dat kun je niet maken”. Je moet dan een afweging maken. Het Ich weegt de voor- en nadelen af, maakt de balans op, maakt een kosten – baten analyse. Wat geeft de doorslag: de lustbevrediging op korte termijn of de morele principes.
Zo is volgens Freud het hele leven een schipperen tussen het Es en het Über-ich.  Van belang is om de driften (het Es) niet te onderdrukken maar zodanig te
kanaliseren dat ons gedrag acceptabel is voor de sociale omgeving en onszelf.
Het "Es" is een onbewust mechanisme dat op twee soorten energie werkt, nl. Eros (seksuele driften) en Thanatos (woede, doodsdrift).  Het "Ich" probeert deze twee energieën in bedwang te houden. Op deze manier functioneren vele mensen in het dagelijkse leven.  Doch als het "Ich" deze energieën niet in bedwang kan houden, kan het "Es" aan de macht komen. Dit gebeurt onder andere tijdens de slaap.  Om deze reden worden dromen door Freud beschouwd als belangrijke informatiebron voor onderliggende menselijke wensen en behoeften.  Soms is het "Ich" zo sterk dat mensen hun onderliggende wensen verdringen, dit komt door de weerstands- en verdringingsmechanismen.  Het "Über-Ich" tenslotte is het beeld dat de mens heeft over zijn ideale zelf.  Hierin liggen de normen en waarden die o.a. door omgeving worden meegegeven tijdens de opvoeding.  Het "Über-Ich" is de grote tegenstander van het "Es" en verwerpt de seksuele en agressieve energie.  Het "Ich" bemiddelt tussen beiden, het lustprincipe wordt vervangen door het realiteitsprincipe.
 
Ontwikkelingsfasen
Ook op vlak van de menselijke ontwikkeling had Freud een belangrijke theorie.  Hij zegt dat problemen die zich voordoen bij een volwassene, vaak ontstaan zijn tijdens de kindertijd, als één of meerdere ontwikkelingsfasen niet correct wordt doorlopen.  De verschillende fasen in de ontwikkeling van het kind worden later door zijn dochter Anna in detail bestudeerd.  We kunnen ze indelen in : orale fase, anale fase, fallische fase, oedipale fase, latente fase en genitale fase.  Indien het kind problemen ondervindt bij het doormaken van één of meerdere fasen van de ontwikkeling zal dit op latere leeftijd een reeks symptomen kunnen veroorzaken, daar de symptomen een "herhaling" zijn van trauma's in het verleden.

Freud onderscheidt de volgende fasen in de ontwikkeling van seksuele
driftenergie:
 
a. orale fase (0 tot anderhalf jaar); het kind is aangewezen op zuigen,
borstvoeding; ook steekt het allerlei voorwerpen in de mond; de mond is het
lustorgaan, vandaar orale fase;
b. anale fase (anderhalf tot 3 jaar); dat is de fase van het zindelijk worden;
het kind smeert alles graag onder de poep als het de kans krijgt; de anus is het
lustorgaan;
c. fallische fase (3 tot 5 jaar); de fallus (geslachtsorgaan; fallus is penis)
is het lustorgaan; het kind speelt graag met de geslachtsorganen;
 d. oedipale fase (5 tot 7 jaar); in deze fase vindt gaat de jongen zich richten
op de moeder, en het meisje op de vader; de ouder van dezelfde sekse is de
concurrent, daarmee is er een haat-liefdeverhouding. Om dit op te lossen
identificeert het kind zich met de ouder van dezelfde sekse, d.w.z.: de jongen
wil net zo zijn als zijn vader, dan kan hij ook zijn moeder krijgen als liefdesobject. Het meisje wil net zo zijn als de moeder, dan kan zij ook de
vader krijgen als liefdesobject. De vader en de moeder moeten dat proces wel
toestaan, zij moeten wel accepteren dat het kind van dezelfde sekse ook een band wil met de ouder van de andere sekse. Als de moeder niet wil dat de dochter een relatie met de vader aangaat kan dat inhouden dat die dochter een belemmering ondervindt in het aangaan van een relatie met haar vader en met het aangaan van intieme relaties met jongens/mannen. Ditzelfde geldt wanneer de vader belemmert dat zijn zoon een relatie aangaat met de moeder: de zoon kan dan moeilijkheden ondervinden in het aangaan van relaties met meisjes /vrouwen.
e. latentiefase (7 tot 12 jaar); in deze fase komt de seksualiteit tot rust, en
kunnen er 'correcties' plaatsvinden van wat niet goed ging;
f. genitale fase (12 tot 18 jaar); de ontluiking van de volwassen seksualiteit;
wat in vorige fasen niet goed is gegaan werkt door tot in de volwassenheid.

In de opvoeding gaat het er om kinderen zo ongestoord mogelijk de
ontwikkelingsfasen te laten doorlopen. D.w.z.: enerzijds niet helemaal vrij
laten (dan leren ze geen grenzen kennen en hun driften niet 'omvormen' tot
acceptabel gedrag), en ze anderzijds ook niet te onderdrukken. Te vrij laten
heeft tot gevolg een bepaalde kwetsbaarheid: kinderen leren dan niet om vroeg met weerstanden en frustraties om te gaan; later moeten ze dat dan alsnog leren, en dat is veel moeilijker omdat er een al een gewenning is aan 'alles mag'.
Als er pas later grenzen worden gesteld lijken de op zich redelijke grenzen een
bedreiging van de 'alles-mocht-toch' gewoonte. Onderdrukking daarentegen leidt tot verdringing, en verdringing betekent dat de naar het onbewuste energie verdrongen energie er nog steeds is, maar dan onbewust; m.a.w.: het beïnvloedt ons onbewust, we hebben er geen greep meer op. Opvoed'kunst' is dus: het Es van het kind zodanig begeleiden dat het zich kan en mag uiten, echter dit wel kanaliseren, opdat het kind grenzen aan zichzelf leert stellen. Vanuit dat grenzen stellen ontwikkelt zich op ongeveer 6-jarige leeftijd het Über-ich, nl. het geweten. Belangrijk is dat ouders niet de moeilijkheden bij kinderen weg halen door zelf alles op te lossen: kinderen moeten hun eigen systeem
ontwikkelen van omgaan met hun driften en geweten. Steun bieden en kanaliseren is belangrijk, maar kinderen moeten toch door het leven heen dit ervaren. Als kinderen te beschermd worden opgevoed worden ze niet 'gehard' genoeg, en blijft er een kwetsbaarheid in de strijd tussen de eisen van de binnenwereld (de strijd tussen Es en Über-ich) en de eisen van de buitenwereld (handhaving in de struggle for life: weerbaarheid in de contacten met leeftijdgenoten, vrienden en vriendinnen, de eisen van school en maatschappij, enz.). Je moet door de pijn van het leven heen, ook al als kind. Zij het dat de opvoeder wel voor een warme voedingsbodem als basis voor deze strijd dient te zorgen, op grond waarvan die 'harding' kan plaatsvinden.

 Dromen
Volgens Freud komt het onbewuste in onze dromen tot uiting, niet rechtstreeks,
maar in een vermomde (symbolische) vorm. Al dromend verwerken we de dagelijkse gebeurtenissen. Je zou kunnen zeggen: dromen is goed voor onze psychische hygiëne. Freud gaat er van uit dat onze dromen uiteindelijk altijd over onze onbewuste seksuele driften gaan. Onze onbewuste verlangens kunnen in directe beelden voorkomen, zoals op bijgaande afbeelding. Maar deze wensen en verlangens kunnen ook versluierd in onze dromen aanwezig zijn. Voorwerpen die in onze dromen voorkomen hebben volgens Freud een symbolische betekenis, het zijn symbolen van seksueel geladen inhouden. Als bijvoorbeeld in een droom een kerktoren voorkomt kan dat duiden op het mannelijk geslachtsorgaan. Een grot zou duiden op het vrouwelijk geslachtsorgaan. De kunst om de betekenis van dromen te ontsluieren noemt Freud de kunst van de Traumdeutung, de droomduiding.
Jung heeft het gebied van het dromen en het onbewuste verder uitgewerkt en
verbreed door het begrip ‘collectief onbewuste’ te introduceren.
 
om verder te gaan druk hier

 

 
Yahoo! GeoCities
Hosted by www.Geocities.ws

1