Het oedipuscomplex
Van de mythe van Oedipus is algemeen bekend dat hij onbewust zijn vader doodde en dat hij al even onbewust met zijn moeder trouwde. Daarom koos Freud deze naam voor iets wat hij in zijn behandelkamer ontdekte over het menselijk onderbewustzijn.
Freud ziet de Oedipale fase bij het kind ontstaan rond de leeftijd van drie tot vijf jaar. Dit is tevens wat hij noemt de fallische fase, de fase waarin de fallus central gaat staan in de beleving. Voor de jongen is dit de penis, voor het meisje de clitoris (de vagina heeft het meisje volgens Freud dan nog niet ontdekt) maar zij ontdekt ook de penis van haar broertje en papa.
Het is gelijktijdig de fase waarin het Boven-Ik (Ueber-Ich)  zich vormt, het geweten dat begint met het internaliseren van de ouderlijke autoriteit, voor de jongen vooral de vader - de fase dus ook waarin schuldgevoel kan ontstaan.
Centrale begrippen bij Freud zijn de castratieangst bij jongen en meisje en de penisnijd bij het meisje. Vanuit de castratieangst gaat de jongen zijn vader ontzien en vanuit de penisnijd gaat het meisje aandacht aan vader schenken. Na een periode vooral aan de moeder gehecht te zijn geweest, komt nu de vaderfiguur meer in beeld.
 Voor de jongen betekent dit een ambivalent (dubbel) gevoel t.o.v. de vader: rivaliteit en angst enerzijds, bewondering en bescherming anderzijds. De jongen wil zijn moeder graag een baby geven. De jongen lost deze ambivalentie op door zich met zijn vader te identificeren en hem na te gaan volgen. Zo wordt hij man.
 Voor het meisje betekent het grote aandacht voor de vader; zij zou ook wel een penis willen hebben en wil best een baby van hem krijgen of de moeder ook een baby geven. Voor het jonge meisje is dit in de beleving hetzelfde. Het meisje wordt ambivalent t.o.v. de moeder: zij neemt wat afstand, maar is ook bang haar te verliezen. Het meisje lost deze ambivalentie op door zich met moeder te identificeren en haar na te gaan volgen. Zo wordt het meisje vrouw.
 
 Wat algemeen bekend geworden is,  in het dagelijkse leven, is het verschijnsel - of de veronderstelling - dat kleine jongens verliefd worden op hun moeder: mama's kleine prinsje of riddertje. Ze willen later met haar trouwen.  Meisjes worden verliefd op hun vader en willen met hem trouwen en hem een baby geven: papa's kleine meisje.  Ouders glimlachen hierom, ze zijn immers al met elkaar getrouwd, dat ziet dat kind toch ook wel. Ja, de kinderen zien dit inderdaad. Voor de jongen wordt moeder de begeerde persoon en vader de concurrent of rivaal die hij anderzijds niet wil verliezen. Voor het meisje wordt de vader de begeerde persoon en moeder de concurrent of rivaal die zij anderzijds niet wil verliezen.
Positieve oplossing :
De positieve oplossing die de jongen moet uitvinden is dan dat hij zijn vader na gaat doen. Hij wil net zo'n grote sterke man worden als papa, want daar ziet mama kennelijk wel iets in. Het meisje moet uitvinden dat de oplossing is dat zij net als mama gaat worden; dan zal papa wel veel van haar houden.
Zo begint de jongen zijn toch naar het man-zijn. In de loop van die tocht krijgt hij wel in de gaten dat hij zelf een partner moet zoeken en dat doet hij dan ook maar - al lijkt die partner bij veel mensen qua persoonlijkheid en type opvallend veel op de moeder.
Zo begint het meisje haar ontwikkelingsweg naar het vrouw-zijn. Zij snapt na een tijdje ook wel dat zij niet met papa kan trouwen en zelf een man moet zoeken. Dit doet zij dan ook en vaak lijkt die qua type wel op haar vader.
Negatieve oplossing :
De 'negatieve' oplossing werkt precies andersom. De jongen wil zijn moeder een plezier doen en gaat haar navolgen en niet zijn vader. Hij blijft haar trouw en kan moeilijk zonder haar. Vader zet hij op een zijspoor als onbelangrijk, in elk geval niet een persoon met wie hij zich wil identificeren.
Het meisje wil de vader een plezier doen en gaat hem navolgen. Ze wil groot, sterk en stoer zijn, zoals vader in haar ogen is. Ze blijft hem trouw. Mama komt op een zijspoor te staan; ze mag er zijn want er moet eten op tafel komen, maar zich identificeren met haar - nee, dat nou weer niet, dat gaat te ver.
We zien als essentie van het negatieve Oedipuscomplex (bij de man) dat de jongen niet concurreert of strijdt met de vader, maar zich aan hem onderwerpt en er van af ziet om zijn moeder actief "als een klein riddertje" te benaderen. Hij identificeert zich passief met de moeder. Als de onderwerping aan de vader een seksuele beleving kent, zien we hier de passieve en masochistische homoseksualiteit ontstaan.
Omdat de onderwerping aan de vader niet van harte is maar een afweermiddel, kunnen latere autoriteitsconflicten optreden op school en op het werk. Ook kan hier het Don Giovanni type ontstaan: de man die zich eigenlijk identificeert met vrouwen maar die dit hardnekkig verbergt en daarom supermannelijk gaat doen. Omdat het een rol is en niet echt gevoed is van binnenuit, kan hij geen echte relatie met een vrouw aan en dus is er steeds weer een nieuwe 'verovering' nodig, want hij kan ook niet zonder. (Kuiper 1972, p. 136 ev.)
Het 'negatieve' Oedipus complex wordt kennelijk door verschillende auteurs verschillend uitgelegd.
Resten van het Oedipale verlangen blijven in het onbewuste leven voortbestaan en hebben zo ongemerkt hun invloed, zoals uit de genoemde voorbeelden van Kuiper hierboven blijkt. Mensen komen bijvoorbeeld moeilijk los van hun ouders en worden zo niet echt zelfstandig, niet een eigen persoon.
Dit is het Oedipus-complex zoals dit algemeen bekend is geworden. De meeste mensen spreken pas van een complex als het kind geen oplossing heeft gevonden of de 'negatieve' oplossing heeft gekozen. Dan ziet men namelijk  een probleem verschijnen. Wie goed, positief door de Oedipale fase is heen gekomen, heeft geen probleem en dus ook geen complex. Het hele gebeuren blijft onbewust.
 
De analyticus :
 
Freud zegt dat de analyticus in eerste instantie moet luisteren naar de klachten van zijn pati�nt om een beeld te krijgen van diens levensgeschiedenis.  Analyse is nodig om na te gaan in hoeverre de klachten herhalingen zijn van vroegere gebeurtenissen en hoe dit patroon van herhalingen is ontstaan.  Een neutrale houding van de psychoanalyticus is noodzakelijk, doch 100% objectief luisteren kan niemand, vanaf het eerste ogenblik ontstaan ongewild allerlei indrukken over de analysant.  In het luisteren naar de analysant zitten twee aspecten, nl. doelbewust letten op bepaalde problemen, klachten en symptomen maar ook ongedwongen luisteren naar de analysant. 
Freud zegt dat de analyticus in eerste instantie moet luisteren naar de klachten van zijn pati�nt om een beeld te krijgen van diens levensgeschiedenis.  Analyse is nodig om na te gaan in hoeverre de klachten herhalingen zijn van vroegere gebeurtenissen en hoe dit patroon van herhalingen is ontstaan.  Een neutrale houding van de psychoanalyticus is noodzakelijk, doch 100% objectief luisteren kan niemand, vanaf het eerste ogenblik ontstaan ongewild allerlei indrukken over de analysant.  In het luisteren naar de analysant zitten twee aspecten, nl. doelbewust letten op bepaalde problemen, klachten en symptomen maar ook ongedwongen luisteren naar de analysant. 
 
Enkele citaten van Freud :
 
       "In der analytischen Behandlung geht nichts anderes vor als ein Austausch von Worten zwischen dem Analysierten und dem Artz"  S. Freud

"qui veut devenir biographe s'engage au mensonge, � la dissimulation, � l'hypocrisie, et m�me � la dissimulation de son incompr�hension, car la verit� biographique n'est pas accessible, et le f�t-elle, on ne pourrait pas s'en servir"

S. Freud  1936

 
hier gebeurde het allemaal...
 
 
mijn droom.......... deze bibliotheek
 
maar de grote wijsheid zat niet in deze boeken,
wel...
in het hoofd van deze man !
 
 

 

 

                                                 
Bronnen :
Peter GAY : Sigmund Freud, zijn leven en werk
Elisabeth YOUNG-BRUEHL : Anna Freud, een  biografie
BREUER en FREUD : �tudes sur l'hyst�rie
diverse teksten van internet
 
                                                     copyright hilde freud/lacan 2002
Yahoo! GeoCities
Hosted by www.Geocities.ws

1