Bravenet.com

 
 
 
Jacques-Marie Emile Lacan wordt op 13 april 1901 geboren in een welstellende familie in Parijs.  Als kind is hij reeds heel eigenwijs en tiranniek. Hij neemt tegenover zijn zeven jaar jongere broer de vaderrol op. Op veertienjarige leeftijd ontdekt hij het werk van Spinoza, wat hij gepassioneerd bestudeert.  Op 17-jarige leeftijd verwerpt hij het ideaal van het familiale leven en keert de christelijke waarden de rug toe, omdat religie een belemmering betekent voor zijn innerlijke vrijheid.  Op 20-jarige leeftijd leest hij de Duitse versie van Nietzsche.  Zijn jongere broer treedt in het klooster, wat Lacan niet kan verteren.  Zijn zus Madeleine verhuist na haar huwelijk naar Indochine.  De drie kinderen verbreken elk op hun eigen manier de band met hun familie.
Lacan vat medicijnstudies aan en gaat zich toeleggen op de psychiatrische praktijk.
Daar waar Freud en Breuer zich vooral toespitsen op de hysterie, gaat Lacan zich eerder in de psychose interesseren. Hij maakt dan ook maar ��n praktijkgeval bekend in verband met hysterie bij een oorlogsgetraumatiseerde.  In 1931 publiceert hij een tekst over psychose, nl."structures des psychoses parano�aques" en stelt twee gevallen voor van "folies simultan�es". 
Lacan gaat in analyse bij Rudolf Loewenstein, reeds van in het begin is het contact tussen beide mannen moeilijk. Loewenstein beweert dat Lacan niet analyseerbaar is en Lacan vindt zijn analyticus niet intelligent genoeg om hem te analyseren.  Dank zij de steun van Edouard Pichon krijgt Lacan toch de titel van analyticus.  De vier eerste jaren van zijn analyse (1932-1936) publiceert hij geen noemenswaardige werken en deelt hij zijn intiem leven met twee ma�tressen. In 1933 schrijft hij een artikel over een gruwelijke moord, nl. "la crime des soeurs Papin". Deze misdaad kadert goed in de theorie van Lacan, daar we er de volgende gegevens terugvinden : vrouwelijke homoseksualiteit, moord zonder motief, delirium, sociale spanning, zelfbestraffing, parano�a,�
Zoals elk beginnend analyticus gaat hij als controle in analyse bij een ervaren analyticus, nl. Charles Odier. Dit situeert zich in de jaren 1935-1937.
Op priv�-vlak blijft Lacan nog steeds de vrijgevochten, capricieuse en ontrouwe man, zelfs de geboorte van zijn dochter Caroline verandert hier niets aan, hij houdt er nog steeds een ma�tresse op na !
Met zijn tekst over het spiegelstadium op het congres in Marienbad (1938) maakt hij zijn grote entr�e in de wereld van de psychoanalyse.  Hij sticht in 1964 "l'�cole Freudienne de Paris",die in de marge staat van de "International Psycho-Analytic Association" , en de wereld van de psychoanalyse in Frankrijk domineert.  Lacan stuit omwille van zijn theatrale en lawaaierige manier van lesgeven op veel tegenstand, doch na zijn overlijden in 1981 beginnen zijn theorie�n zich te verspreiden en hun plaats te vinden in het psychoanalytisch denkkader.  De invloed van zijn werk groeit nog steeds en is vooral te zien in zijn voorgestelde slogan "Retour � Freud", zijn idee�n over het spiegelstadium en het belang van de taal.
Hij hecht, net als Freud, veel belang aan het verschil in sekse. Daar waar Freud zich de vraag stelt : "Was will das Weib ?" zal Lacan zeggen : "La femme n'existe pas, elle n'existe que de la barr�". Hij legt uit dat "de universele vrouw" niet bestaat de universele man bestaat echter wel, door het begrip oervader.  Het  bestaan van de oervader geeft aan dat alle andere mannen, buiten de oervader zelf, onderworpen zijn aan de fallische functie, en zodoende de castratieangst.  Daaruit kan met afleiden dat "de" man (universele man) onderworpen is aan de fallische functie, daar waar vrouwen (in het algemeen, want "de" universele vrouw bestaat niet) niet volledig onderworpen zijn aan de fallische functie.  Deze stelling brengt ons bij de welgekende formules die Lacan in het leven riep, nl. "les formules de la sexuation".
 
De filosofische aanleg van Lacan en het belang van taal
 
Lacan wijst in zijn psychoanalytische theorie een centrale rol toe aan de taal daar deze de mens oproept tot de orde van zijn cultuur. In taal formuleert hij ook zijn verlangens en verwachtingen.  Taal is zijn regel. In taal tracht hij zijn verschil duidelijk te maken.  Regel en verschil horen bijeen, zozeer zelfs dat het onderscheid vaak weg valt te redeneren : de uitzondering bevestigt de regel.  Voor Lacan is het interpersoonlijke van dit taalgebeuren uitermate belangrijk : zijn psychoanalyse is sterk relationeel gekleurd.  Bovendien heeft zij een antropologische dimensie : het gaat Lacan om de positie van de mens ten opzichte van de taal en de cultuur en ten opzichte van de ander.   Zijn theorie heeft bijzondere consequenties voor de therapeutische praktijk en voor de theorie van de psychose.
We zien dat hij de fundamentele begrippen en gedachten van Freud kritisch her-denkt met de nadruk op de taal.  Door zijn interesse in de taal is hij bij de literatuurwetenschappers een belangrijk bestudeerd persoon.
Lacan is ook heel filosofisch aangelegd en verwijst vaak naar Aristoteles, Descartes, Spinoza, Hegel, Heidegger, enz.
Samen met Foucault, Derrida en Lyotard wordt hij gerekend tot de belangrijkste representanten van de stroming in Franse filosofie die de antisubjectfilosofie genoemd wordt. Deze filosofie is een reactie op het traditionele eenheidsdenken.
Kortom het idee van de mens als subject van de geschiedenis vormt een misvatting. De taal is in het werk van deze filosofen een belangrijk aanknopingspunt. De verschillen tussen deze filosofen spitsen zich vervolgens vooral toe op een viertal aspecten: het samenvallen van de taal en het vertoog (Foucault), de plaats die het individuele spreken kent ten opzichte van de taal (Lacan), het verschil tussen spreken en schrijven (Derrida) en de kwestie van de pragmatiek van de verhalende kennis en de zelflegitimatie van de wetenschappelijke kennis (Lyotard).
Lacan zegt dat de mens een "parl�tre" is (een door taal bepaald wezen), een wezen dat spreekt, "�a parle" ! De mens is geen oorspronkelijk subject, maar wordt in en door de taal gevormd. De taal bevat de menselijke code. Kenmerk van het wezen is dat het spreekt.  Niet het menselijk subject maar de taal vormt het ordenend principe in het denken.
Freud plaatst het `ik' in een benarde positie tussen Es en �ber-Ich.  Lacan radicaliseert het model van Freud en brengt het buiten het bereik van allerlei analoge interpretaties. Hij stelt dat het ontstaan van het `ik' samenvalt met de toegang tot de taal. Het is de taal waaraan het sprekend subject zijn identiteit ontleent en waaraan het tegelijk ondergeschikt is.   Freud hecht veel belang aan de taal, zijn analyse wordt ook 'talking-cure' genoemd, doch hij legt niet de nadruk op taal als basis voor het ontstaan van het ik.
Lacan legt de menselijke situatie uit aan de hand van het verschil tussen behoefte, vraag en verlangen. De redenering van Lacan is even eenvoudig als revolutionair (Lacan 1966). Er is geen menselijke behoefte mogelijk die - om vervuld te worden - zonder een andere mens kan. Daarom formeert de behoefte een vraag aan een andere mens. In deze vraag verschijnt de behoefte opnieuw. Echter niet als zichzelf maar bemiddeld in de taal. Dat is de reden waarom wij moeten leren spreken en waarom de taal boven ons moet staan. Boven ons wil zeggen dat de taal symbolisch moet zijn: de taal moet de kwaliteit hebben iets (de behoefte) naar een ander niveau (vraag) te tillen. Daarmee komt een systeem op gang dat niemand bezit en dat juist daardoor vrij, voor iedereen bruikbaar is. In principe leert de mens al vroeg (als kind) de taal te hanteren. Het kunnen hanteren van de taal verschaft het kind zijn `andere-ik'. Het kind krijgt een naam en daarmee zijn 'buitenkant' toebedeeld. `Ik' (1e persoon, de binnenkant) ben tegelijk ook `zij/hij' (3e persoon, de buitenkant). De 1e persoon en 3e persoon zijn dezelfden maar toch ook niet: daar zit het spreken (de taal) tussen.
Om deze reden noemt Lacan het spreken een vorm van vervreemding, maar het is nu juist deze vervreemding die recht doet aan het oorspronkelijke model van Freud. De taal vormt de scheiding tussen de 1e en 3e persoon. Om te spreken is het `ik' gespleten. De taal vormt zowel de scheiding binnen het subject als de verbinding tussen subjecten onderling. Lacan situeert hier het derde element: het verlangen. De scheiding die het spreken `betekent', vormt het verlangen naar volledig begrip. Het betreft het verlangen naar de situatie waarin de taal opgeheven zou zijn en de behoefte met zichzelf en ieder ander zou samenvallen. Maar zo werkt het niet. In het feit dat de mens spreekt, wordt steeds opnieuw het verlangen geboren. Het verlangen is een eeuwig verglijdend verlangen. Het spreekt.
Ook het onbewuste gaat Lacan verbinden aan de taal, zo o.a. de droom. Hij zegt dat men de droom kan verwoorden (men herinnert zich een droom en vertelt deze, geeft er woorden aan), daardoor moet er ergens een link bestaan tussen het onbewuste en de taal. "L'inconscient est structur� comme un langage".  Lacan heeft het over de dialectiek van het spreken, over de betekenaar die het subject voorstelt voor een andere betekenaar, over de scandering van het verlangen in het spreken, een ontwikkeling die rond 1970 zijn neerslag vindt in de discourstheorie.
 
Jacques Lacan heeft  psychoanalytici het oeuvre van Freud leren lezen als een parcours waarin  Freud stap voor stap antwoord heeft gezocht op de vragen die zich  aandienden in de psychoanalytische kuur. Zo heeft Freud zich bij voorbeeld slechts moeizaam kunnen ontdoen van de theorie van de seksuele verleiding.
Eerst was het de verleiding door de vader. ("Ik geloof mijn hysterica niet meer." Brief aan Flieb van 21 Sept. 1887) Later, met de ontdekking van het  zogeheten preoedipale (tussen 1925 en 1932), werd het verleiding door de moeder. Pas in zijn laatste en postuum gepubliceerde geschriften is Freud       uitgekomen bij de Ichspaltung. Het menselijk wezen is een gedeeld subject.
Onder het motto "terug naar Freud" heeft de Franse psychiater en psychoanalyticus Jacques Lacan met zijn onderwijs een grondige vernieuwing  van de theorie en de praktijk van de psychoanalyse bewerkstelligd, die de  �schoolboeken - psychoanalyse� op zijn grondvesten heeft doen daveren. In 1953 is hij begonnen met zijn seminaries en heeft deze voortgezet tot aan het einde van zijn leven.
De subversieve dimensie van Freuds ontdekking van het onbewuste, die na Freud aan het dichtslippen was, heeft hij opnieuw geopend. Wat onaf gebleven was bij Freud, heeft hij verder uitgewerkt.
In eerste instantie heeft hij de psychoanalyse voorzien van zijn fundamentele noties zoals het verlangen, het subject, de betekenaar, het spreken, de fallus en de waarheid. Hiertoe maakte hij gebruik van de meest recente ontwikkelingen in het domein van de lingu�stiek en de culturele antropologie die vanaf de jaren twintig het landschap van de humane wetenschappen grondig hebben gewijzigd. De mens is niet zoals een dier dat zich progressief aanpast aan zijn omgeving. Onze omgeving, de wereld, de anderen bestaan doordat ze voor ons betekenis krijgen. Dit maakt dat de mens een uitzonderlijke verhouding heeft met zichzelf, met zijn verlangen, zijn angst en genot.
Logisch dat Lacan zich eveneens bediend heeft van onze rijke filosofische traditie, vanaf de Grieken tot de modernen. Niet aflatend baseerde hij zich op de bevindingen uit de psychoanalytische praktijk voor wat deze kliniek ons reveleert aangaande het wezen van de mens. Bijdragen van vooraanstaande psychoanalytici zoals M. Klein of D. Winnicott werden  verhelderend herwerkt.
Zijn bekommernis �n stoutmoedigheid waren de psychoanalyse rationeel en wetenschappelijk te gronden, ingaand tegen een  mystificeren van het menselijk lot of een obscurantisme. Zijn boek   "Ecrits" (1966) werd vermaard tot buiten de grenzen van de psychoanalytische kringen.
 In 1964 heeft zijn onderwijs en de vernieuwing op het vlak van de praktijk die erin besloten lag, geleid tot een schisma met de gevestigde psychoanalytische instanties.
 Tegen zijn wil in werd Lacan ge�xcommuniceerd zoals hij zelf zijn uitsluiting heeft genoemd. In een antwoord hierop stichtte hij zijn eigen School: eerst de �cole Freudienne de Paris die later de �cole de la Cause Freudienne zal worden.
Zijn verder onderwijs, Freud voorbij en kapitaal voor de psychoanalyse, is buiten de Lacaniaanse kringen veel minder gekend.
I.p.v. terug te vallen op het koppel overdracht-tegenoverdracht, comfortabel voor de analyticus, zal Lacan de analytische relatie herdenken vanuit het verlangen van de analyticus om zo het onbewuste te openen. "Wo Es war, soll Ich werden", schreef Freud. De analytische act wordt de voorwaarde om een reductie te bewerkstelligen van het genot dat besloten ligt in het symptoom. Dit genot staat haaks op het aangename, op de lust. De vragen die hij in die periode behandeld heeft i.v.m. het re�le dat aan het werk is binnen de     psychoanalytische ervaring en toegespitst werden op het meer-genieten en de consistentie van het symptoom, zijn meer dan actueel. De analyticus kan niet vanuit een welwillende neutraliteit langs de lijn gaan staan.
 
 
 
 
om verder te gaan : druk hier
 
 
 
                                      copyright hilde freud/lacan 2002

 

Hosted by www.Geocities.ws

1