Crossing  Africa
Back
Photo album
Oost Afrika
From                       to
Deel2: Kenya � Uganda � Kenya (Nairobi, 8 Juni 2003)

Uganda: het land van meren, rivieren en � gorilla�s

De volgende halte is Kampala, een best wel aangename stad, een paar maatjes kleiner dan Nairobi. We logeren in �Backpackers� en laten onze camera uit elkaar halen door een typische Afrikaanse �bush mechanic� (ook al zit die dan in een donker kamertje in de hoofdstad). Voorlopig lijkt die weer te werken, maar het valt afwachten tot we de fotos zien. Het weer is ook eens stuk beter, en voor het eerst sinds lang gaan we een week zonder regen tegemoet. We boeken van hieruit ook een dagje rafting in Jinja, aan de bron van de Nijl. De campsite langs een kleine waterval in de Nijl -1 van de rapids - is een prachtig plaatsje dat we niet rap zullen vergeten� We hebben intussen ook besloten dat we elkaar zullen trakteren op de gorilla tracking. Een kostelijke affaire, maar Uganda is een van de enige plaatsen in de wereld waar je een uurtje met de gorillas kan doorbrengen, en we hebben nog niemand tegengekomen die niet onder de indruk was van de ervaring.

De dag van de rafting krijgen we eerst wat safety instructies en ze doen de boot al eens omkantelen om te oefenen. Dit is zeker een van de beste lokaties in de wereld voor rafting. De eerste rapid is graad vier, en al meteen kantelt er een boot van de concurrentie. Wij houden ons de hele dag overeind, doorheen de 4 eerste grade 5 rapids. De laatste rapid is eigenlijk een grade 6, en dus niet voor groentjes zoals wij. We moeten de boot uit het water halen en planten hem aan de zijkant van de rapid. Vanaf hier is het weer een grade 5, �the bad place� genoemd. En de naam is niet gestolen. Je hebt 95% kans om te kapseizen, en dat doen we dan ook. De stroming sleurt je een eind mee, en is zo sterk dat Freija haar broek verliest. Gelukkig hebben de redders goede ogen en wordt de broek terug opgevist. Het was in elk geval een geslaagde dag met de meest spectaculaire rafting die we al gedaan hebben. Bovendien is het een mooi landschap en kan je regelmatig wat zwemmen in de pools tussen de rapids in. Nadien gratis pintjes om de schok wat te verwerken, en een heerlijke Tilapia vis. Een perfecte dag. �t Is eens wat anders: georganiseerd avontuur.

Het is dan tijd om het wat rustiger aan te doen. Via Kampala rijden we door naar Lake Nkurubu. Dit is een van de vele kratermeren in de buurt van Fort Portal. We zijn opnieuw de enige kampeerders en genieten van dit prachtig plekje. Ons enige gezelschap zijn ontelbare vogels, verschillende soorten apen (we spenderen een paar uur in het bekijken van de black & white colombus monkeys, zien velvet monkeys, red tail monkeys, � - gaan nog expert worden) en een heel legioen kikkers die ons �s avonds trakteren op een oorverdovend orkest. Het is bovendien een van de weinige bilharzia-vrije meren in Afrika, dus kan je er ook in zwemmen, al is Jeroen wat bang van de hippo die de hele tijd aan zijn voeten kietelt.

De volgende halte is de Ruboni campsite, aan de voet van de Rwenzori Mountains. Deze bergketen vormt de grens met Congo, en als wij er aankomen heeft het een blauwe schijn. Trekking hier is wat boven ons budget (ongeveer 500 USD voor een permit), maar de bergen zijn er wel heel spectaculair uit. De volgende ochtend doen we een kort wandelingetje in de buurt en maken ons gereed om te vertrekken. Alle waarschuwingslichtjes in Daffy gaan branden, het lijkt wel een rijdende kerstboom. We kijken een paar dingen na, maar alles lijkt in orde en we rijden dan maar verder. De weg loopt dwars door het Queen Elisabeth National Park en we zien onze eerste olifanten.

Zo belanden we aan het Bunyoni Lake, een prachtig meer, tussen de heuvels. Opnieuw heel veel watervogels, houten canoes op het meer, mooie zonsodergang,� Uganda is vol mooie plekjes zoals deze, en bovendien heel relaxed om rond te trekken. Toen we in Kenya binnenkwamen mistten we wat het ruige van het noorden, maar in Uganda voelden we ons weer helemaal thuis en waren we snel gewoon aan de mooiere campsites, iets wat je in het noorden dan weer niet hebt.

De dag voor de gorilla tracking spreken we af om samen met David en Claudia, een Zwitsers koppel dat met de motor op weg is van noord naar zuid, richting Bwindi te rijden. Daffy start echter wat moeizamer die ochtend. Alle waarschuwingslampjes branden ook nog steeds en we krijgen een vermoeden dat het wat met de batterij te maken heeft. We gaan naar een lokale �garage� (al is dat een groot woord) en er springen onmiddellijk tien man onder de motorkap. De diagnose is snel gemaakt: de dynamo is defect. Ze halen hem eruit, vijzen hem helemaal open en ontdekken een klein onderdeel (de metaal borsteltjes � voor de ingewijden) dat versleten is. De garagist springt op zijn fiets en komt een half uurtje later terug met een nieuwe borsteltje. Mits wat vijlwerk past dit perfect. Op minder dan twee uur is de klus geklaard, en dat is een hele opluchting want we willen vooral de gorillas niet missen. De tocht tot Bwindi park is iets langer dan 3 uur, en we worden het al wat gewoon, maar de weg slingert zich weer door groene heuvels en ongerepte bosgebieden.

De dag van de tracking is het verzamelen geblazen om 7u 30. We krijgen een korte briefing en wat uitleg over de groep gorillas die we gaan bezoeken � ze hebben allemaal een naam en worden herkend op basis van de graveringen in hun neus. Aangezien ze de andere kant van het park zitten moeten we een uurtje met de auto rijden. Van daaruit trekken we het regenwoud in. Vroeg in de ochtend zijn er al een paar rangers vertrokken om ze terug te vinden. Wat ze doen is eerst naar de plaats gaan waar ze de dag ervoor gesignaleerd zijn en van daaruit de sporen volgen. We hebben geluk want ze zijn blijkbaar niet erg actief geweest de laatste 24 uur. Na ongeveer drie kwartier klauterwerk zegt de gids dat we dichtbij zijn. We laten onze rugzak en stokken achter en lopen nog 5 minuten verder. Het eerste wat we zien is de silverback hoog in een boom die ons bekogelt met alles wat hij kan vinden daarboven. Iets verder zien we een tweede gorilla en na goed rondkijken blijken we er midden in te zitten. We zien er ongeveer tien, sommige op enkele meters, andere hoog in de boom, twee kleintjes, etc. Ook de silverback komt nog naar beneden om eens te pronken. Ze trekken zich echt niets aan van die toeristen met hun cameras. Ze hebben echt wel wat menselijke trekjes en poses (een peutert de hele tijd in zijn neus� om het resultaat nadien smakelijk op te eten). In het algemeen zijn ze erg lui, maar als ze dan toch bewegen zijn ze erg snel en luidruchtig. Het is moeilijk te beschrijven, maar het is wel een unieke ervaring. Je weet niet waar eerst kijken. En voor je het weet is het uur om en moet je terugwandelen. We blijven die dag verder gewoon op de camping zodat we nog wat tijd hebben om na te genieten van de ervaring.
Klik hier om het laatste deel van dit verslag te lezen
Hosted by www.Geocities.ws

1