![]() |
![]() |
![]() |
| Crossing Africa |
| Oost Afrika |
| From to |
| Kenya � Uganda � Kenya (Nairobi, 8 Juni 2003) Exodus uit Nairobi Ook al voelen we ons wat onwennig in het �moderne� Nairobi, we kunnen het wel gebruiken om onszelf weer wat te organiseren: we herstellen ons gasvuur, trakteren daffy op een nieuwe uitlaat, kopen twee nieuwe stoelen (nadat we door de oude zijn doorgezakt) e-mailen, wisselen geld in de bank, etc. Verder hebben we een full-time bezigheid met te luisteren naar de verhalen van Kris; een Belg die al vier jaar op zijn motor de wereld rondreist (en zo ongeveer 260,000 km op de teller van zijn Pan European heeft staan!) en nu terug op weg naar huis is. Hij beleefde de grote aardbeving in Turkije, een staatsgreep in Pakistan, mocht de Dalai Lama ontmoeten, kreeg een persoonlijke escorte door Sao Paulo van het lokale equivalent van de Hell�s Angels en kwam zowat overal in de wereld in de krant. Na drie dagen vertrekken we richting Masai Mara; het beroemdste natuurpark in Kenya. Het is een mooie rit met een paar spectaculaire zichten op de Rift Valley. Al van ver voor het park worden we verwelkomd door honderden zebras en Thompson gazelle. Wat verder zien we de eerste giraffen en een groep struisvogels. Jeroen voelt zich echter niet in zijn nopjes en heeft barstende koppijn. Freija denkt eerst dat hij wat aandacht nodig heeft, maar tegen de tijd dat we op de campsite aankomen blijkt hij meer dan 39 graden koorts te hebben. Die nacht stijgt de koorts zelfs nog iets meer en begint hij te ijlen (je moest weten wat hij nu allemaal verteld heeft in zijn dromen!). De volgende morgen rijden we terug naar Nairobi voor een malaria test. Het ziekenhuis oogt wat Europees - al een eerste geruststelling - en de malariatest is negatief. De hele namiddag doen ze allerlei andere testen. Op het einde van de dag zitten beide armen vol gaten maar weten we alleen wat het niet is. We houden dan maar drie dagen platte rust en geleidelijk aan verbetert het. In een tweede poging om Nairobi te verlaten rijden we naar de grens met Uganda in Malaba. Daar willen ze ons 40USD roadtax aansmeren. We voelen er weinig voor want uiteindelijk rijden we Kanya toch buiten, en moeten ze zelf maar zorgen dat de grenspost in Moyale de juiste bedragen aanrekent. Met een smoes dat we geld moeten gaan halen in de bank maken we rechtsomkeer en rijden naar de volgende grenspost in Suam. We hadden gehoord dat ze daar veel minder streng zijn en een rit door de bergen lijkt ons wel wat (Mount Elgon). We bereiden ons voor op een mooie rit en een ommetje van een paar uur. Het wordt vooral een dolle rit, en een ommetje van drie dagen� In Suam worden we verwelkomd door een heuse wolkbreuk. Geen sprake van roadtax hier, maar volgens de Keniaanse autoriteiten is de weg in Uganda onberijdbaar. We steken toch de grens over zodat we kunnen informeren aan de Uganda kant. Naar Ugandese normen is de weg blijkbaar wel berijdbaar, althans voor een 4x4. In elk geval gaan we er een nachtje over slapen, in de hoop dat de regen intussen ophoudt en de weg de dag erna iets beter is. We slingeren ons een weg naar de guesthouse van het Nationaal Park (een voorsmaakje van wat het woord �onberijdbaar� betekent) en worden er goed ontvangen door de gastvrouw die bovendien een oogje heeft op Jeroen. De weergoden zijn met ons en om negen uur stopt het met regenen. De volgende ochtend komen we zelfs wakker in de zon en we besluiten het erop te wagen. Om de dag kort samen te vatten: 7 uur en 60 km slingeren over de spekgladde weg, 5 keer opgehouden door andere autos en vrachtwagens die vastzaten in de modder en de weg versperden, 1 ingezakte brug over, door 1 rivier (maar dat kennen we nu al van in het zuiden van Ethiopie), 1 keer zelf serieus vast en de hele tijd ons hart vasthouden of we het zouden halen door de modderpoel. Maar we slingerden er ons door. Het moment om ons vast te rijden was trouwens slecht gekozen. Een paar venten waren bezig grote rotsblokken van de weg te halen (over het hele parkoer waren delen van de flank van de berg naar beneden gekomen door de hevige regenval) en vroegen geld om ons door te laten. Wij waren niet van plan te betalen en hadden bovendien nog geen lokaal geld, wat hun niet aanstond. We duwden dan maar zelf de stenen van de weg. Nog half in de achteruitkijkspiegel kijkend reed Freija zich 100 meter verder serieus vast in de modder. Veel hulp moesten we niet verwachten van onze nieuwe vriendjes. Na een goed uur graven met de schop, handen en voeten, werden we er met hulp van een andere 4x4 uitgetrokken. Maar vanaf dan krijgen we er wel pas echt pret in en genieten we volop van het unieke landschap, met constant Mount Elgon op de achtergrond. Net voor zonsondergang bereiken we Sipi, een dorpje aan de voet van de bergen, met volgens de boekjes de meest romatische watervallen van Uganda. In elk geval is het een super mooie plaats waar we wat bekomen van de rit. Balans van de dag: platte band, vervrongen deur, kapotte camera en zowel wij als Daffy van kop tot teen onder de modder. En dat dit allemaal begonnen was voor die 40 USD roadtax! Een weekje later lezen we in de krant dat de �grensweg tussen Suam en Kapchorwa� volledig is afgesloten voor alle verkeer wegens ingestortte bruggen, rotsblokken op de weg en overvolle rivieren. �t Kan verkeren! De volgende ochtend maken we een wandeling in de omgeving van de Sipi Falls. Het landschap is enorm groen, met overal waar je kijken kan bananenplatages (die overal in Uganda het landschap domineren) en bergachtig. We rijden verder met het idee eventueel terug te komen tegen het einde van het regenseizoen om Mount Elgon te beklimmen. |