![]() |
![]() |
![]() |
| Crossing Africa |
| Oost Afrika |
| From to |
| Tanzania Safari-land Voor de derde keer al laten we Nairobi achter ons, deze keer richting zuiden naar het Amboselli National Park, met de bedoeling niet meer terug te keren. Dit park is vooral bekend voor zijn grote kuddes olifanten en zijn machtig panorama met de Kilimanjaro die overal bovenuit schoudert en vroeg in de ochtend zijn wit kopke laat zien. Terwijl we het park naderen krijgt Freija dezelfde symptomen als Jeroen toen we een paar weken eerder de Masai Mara binnenreden � we dopen het maar de �safari-ziekte� en gaan ervan uit dat het wel snel zal beteren (de ene reageert natuurlijk ook gewoon wat koeler dan de andere nietwaar). We kunnen toch weer niet terugkeren zonder het park te bezoeken. Rond 16.00u rijden we het park binnen op zoek naar de public camp site. De eerste kilometers � langs het half uitgedroogde Amboselli meer - worden we verwelkomd door een grote kudde zebra�s, gnou�s en hertjes allerlei. De Kili zit jammer genoeg verstopt achter de wolken, maar het is toch al een goed begin. Na heel wat zoeken en op aanwijzing van enkele Masai komen we juist voor het donker toch terecht en parkeren daffy onder een grote boom vol apen (bleek de volgende morgen eigenlijk het apentoilet te zijn � de geur hangt nog altijd in de tent). De volgende morgen krijgen we Amboselli op zijn best. Na enkele honderden meter zien we de eerste olifanten, iets verder een kudde van wel 50 pracht exemplaren. Ook wij gaan voor de clich� foto met de olifanten en de Kili (die deze keer wel van de partij is) op de achtergrond en schieten zo bijna een half filmpje op. We zien verder ook nog veel hyena�s, jackhalzen, struisvogels, nijlpaarden, buffels en allerlei ander (on)gedierte (twee leeuwen die naar verluid ergens op uitkijk lagen hebben we niet gevonden - zo blijven er nog genoeg redenen over voor een volgende safari). Jeroen probeert nog een Masai, die zijn koeien liet grazen aan de rand van het park, de stuipen op het lijf te jagen door te beweren dat er een leeuw in de buurt loopt. Maar de Masai reageert behoorlijk koel, die mannen zijn niet bang te krijgen. Tegen de middag zijn we �uitgeschoten� en besluiten nog dezelfde dag verder te rijden richting Tanzania. De grensovergang Kenya � Tanzania gaat vlotjes. We nemen een transitvisum voor Tanzania, wat onze tijd beperkt tot 14 dagen. We hebben namelijk op de kaart gezien dat we nog heel wat kilometers hebben af te leggen voor oktober� Aangekomen in Arusha wordt het een belgische avond. We ontmoeten Jef in Masai camp en gaan vlaams stoofvlees eten (jammer genoeg zonder frietjes) in ViaVia Caf� - waar deze avond een optreden is en meer landgenoten zich aan de toog genesteld hebben. Op de camping zelf staat ook de nederlandse landrover die dezelfde route volgt en gedurende de hele reis ongeveer twee weken voor ons was. De bestuurder � Juriaan - wacht hier op zijn broer die hem binnen enkele weken zal vergezellen voor de rest van het traject. Dit moet zowat de eerste keer zijn dat we zoveel reizigers samen zien � ook al draait het toerisme hier ook niet echt op volle toeren, Tanzania profiteert toch duidelijk van het negatief reisadvies voor Kenya. In de Ngorongoro krater schijnt de grootste concentratie wildlife ter wereld bijeen te leven. Dit zou onder andere te maken hebben met een uitzonderlijk micro klimaat; iedere morgen is de krater vol mist waardoor het er altijd vochtig is. Als je boven komt ligt de krater plots voor jou � het zicht is echt wel spectaculair. We trakteren onszelf op een avondje in een sjieke lodge (de primitieve publieke camping in het park vraagt 20 US per persoon wat � na enig onderhandelen � ongeveer overeenkwam met de prijs voor een nacht - inclusief ontbijt en avondeten - in de lodge er vlak naast) en genieten van een warm bad, het overvloedige buffet, maar vooral van het magisch uitzicht over de krater. Door de verrekijker zien we onze eerste neushoorn. De volgende morgen dalen we � door het misttappijt � in de krater af en volgen de safari auto�s op zoek naar al die beestjes; naast veel klassiekers (zebra�s, gnou�s, hertjes) zien we opnieuw olifanten, hyena, een neushoorn op enkele honderden meters en� een koppel leeuwen op enkele meters van de weg! Bij deze kunnen we met een gerust hartje safari-land voor eventjes achter ons laten. Terug in Arusha (Masai Camp) eindigen we deze geslaagde dag met een �sisha tufah�, dit dankzij Wouter � een belg die hier vorig jaar voorbijkwam, enkele weken bleef plakken en een �sisha� (ter herinnering: waterpijp uit het Midden- Oosten en Jeroen�s favourite bezigheid) achterliet als geschenk. Bedankt Wouter, �t heeft gesmaakt!!! De 650 km tussen Arusha en Dar Es Salam rijden we op 1 dag; record afstand sinds Duitsland en dit bleek een beetje te ambitieus� want die avond raken we verdwaald in de pikdonkere straten van Dar. De camping vinden we niet en besluiten een nachtje door te brengen in de YWCA (vrouwelijke versie van de YMCA, maar evenveel voorbije glorie). Op de vraag of we er ook iets konden eten kregen we het opbeurend antwoord van de typische sloffende Afrikaanse Big Mama achter de receptie: Yes, if you want, but I don�t know whether you will like it. Wel, we hebben vooral rijst gegeten, de bonen die erbij hoorden waren nog platter dan die in Soedan. Het enige voordeel van deze plaats is dat we hier Daffy kunnen achterlaten tijdens ons verblijf op Zanzibar� |