![]() |
![]() |
![]() |
| Crossing Africa |
| Oost Afrika |
| From to |
| Terug naar de beschaving � door een andere wereld Van Addis naar Nairobi, 7 mei Nadat we ons vorig verslagje verstuurd hadden vanuit de British Council in Addis contacteerden we Tom, van wie we de contact gegevens hadden gekregen van Jeroens ouders. Tom werkt al drie jaar in Addis voor de Europese Unie rond de onderwijspolitiek. Blijkbaar was het voor hem ook interessant nog eens andere Belgen te ontmoeten, want hij kwam ons een uurtje later opzoeken op Belair camping. Bovendien kregen we al snel ook gezelschap van Chantal en Eddy, een ander Belgisch koppel die ook in Belair verbleven. Toevallig hadden zij ook al contact gehad met Tom via e-mail. Met onze vijven trokken we naar het viewpoint caf� � een naar ons doen luxueuze bar - waar we naar goede Belgische gewoonte een paar pintjes dronken. En dat was nog maar het begin, want toen we terug kwamen op de camping was Edo daar � de Antwerpenaar die we eerder in Damascus en Aswan hadden ontmoet, en die net als wij naar het zuiden van ethiopie wou trekken. Na onze zoveelste injera (ethiopische nationale dish) en nog wat pintjes besloten we om samen te reizen voor onze resterende tijd in Ethiopie. Zo sloten we een echte Belgische dag af. In twee dagen reden we van Addis naar Konso. Onderweg doen we nog een korte tussenstop in Arba Minch, waar je voor een halve dollar injera met fish goulash kan eten � heerlijk. Arba Minch is eigenlijk het vertrekpunt voor alle tours naar de Omo Valley. De Omo Valley is in het zuiden van Ethiopie en vooral beroemd omwille van de traditionele stammen die er leven. Asfaltwegen zijn er niet, en de weg bestaat essentieel uit een smal modderpad en kruist regelmatig kleine en grote rivieren. Bruggen zijn er nauwelijks, en degene die er zijn, zijn vaak weggespoeld. Ook nu blijft het regenen, wat in de praktijk betekent dat de wegen nog meer veranderen in modderpoelen en dat het water in de rivieren elke dag wat dieper komt te staan. Dat wordt in elk geval spannend. We kopen hout langs de kant van de weg zodat we de komende dagen in elk geval kunnen koken (ons gasvuurtje doet het nog steeds niet) � en maken de eerste avond in Konso alvast een kampvuurtje en koken op de wok. Onze eerste etappe is naar Turmi, het centrum van de Hamer mensen. De Hamer zijn een traditionele stam, hun haar oker gekleurd, de vrouwen veelal naakt met enkele dierenvellen rond zich, de mannen meestal een kort rokje aan. Sommige krijgers hebben allerlei kleuren in hun haar, wat erop duidt dat ze in de laatste 12 maanden een wild dier of een vijand hebben gedood. Naarmate we Turmi naderen geloven we onze ogen niet. We hadden nooit durven dromen dat zo iets nog bestaat. Ondanks de toeristen, die toch regelmatig langskomen (al is dat niet in het regenseizoen), leven deze mensen nog zoals honderden jaar geleden. Graaf � noemt Edo dat. De volgende dag is het markt in Demeka, een dorpje op een dertigtal kilometers van Turmi. Het heeft echter hard geregend die nacht en als we opstaan is het onmogelijk te vertrekken; het water in de rivier komt tot aan onze knieen. Maar een paar uur later zakt het water langzaam weg en net voor de middag waagt de eerste 4x4 zich erdoor. Als zij dat kunnen moeten wij dat ook kunnen: het lukt. Een tiental kilometer voor de markt geven we een lift aan een Hamer krijger. Wel koel zo een blote vent in je auto, met enkel een kort rokje aan (vaak te kort voor de welgeschapen Afrikaanse man), een mitraillette op zijn schoot, zijn benen met witte kalk versierd, en zijn haar rood geverfd (deze moet dus iets of iemand hebben gedood het laatste jaar, maar een conversatie is niet echt modgelijk). Hijzelf is trouwens al even opgewonden, het is misschien wel de eerste keer dat hij in een auto zit. Telkens we andere mensen van zijn stam voorbijrijden zwaait hij uitbundig, luid lachend en roepend. Alleen �. die reuk! Later leren we dat de reuk die altijd gepaard gaat met de Hamer mensen, afkomstig is van het vet dat ze over hun haar en lichaam doen om zich te kleuren � hetzelfde vet waarmee ze hier koken trouwens. De markt is surrealistisch. Er zijn enkele honderden van deze mensen, allemaal Hamer en Bena (verwante stam). Opvallend is hoe weinig er te koop is op de markt: behalve levende dieren, vet, enkele kruiden en kleursel voor in hun haar, vinden we enkel een paar bananen en twee papayas. Het lijkt dan ook meer een bijeenkomst te zijn dan een markt. We lopen er enkele uren rond met onze ogen en mond wagenwijd open. We proberen ook het lokale Tej bier (van honing gemaakt). Tegen het einde van de markt ontmoeten we Tefere, de chauffeur van Greenland Tours die de voorbije twee weken mijn ouders had rondgetoerd en nu op weg is met twee Italiaanse toeristen. We spreken die avond af in Turmi. Maar zo makkelijk blijkt dat niet te zijn. Wij willen net een wandelingetje maken naar een naburig dorpje, als iemand ons komt zeggen dat Tefere vast zit in een rivier tussen Demeka en Turmi � en of wij misschien kunnen helpen. We rijden hen tegemoet en met een paar sleepkoorden, en het duwwerk van een paar tiental omstaanders slagen we erin hem uit het zand van de rivier te trekken. Zo hebben we ook onze eerste heldendaad verricht. We vieren het die avond met een paar glaasjes Araki � de lokale sterke drank, en puur vergif als je het ons vraagt. Maar dan, morgen is het pasen � de orthodoxe pasen, dat wil zeggen een week later dan pasen thuis. Pasen vieren we vooral door lui te zijn, te eten en te drinken � op zijn ethiopisch dus. Om negen uur, net na ons ontbijt, worden we in ons �stamcafe/restaurant� getrakteerd op Doro Wat, zijnde injera met kip, het traditionele paasgerecht. Dit is de eerste keer dat we vlees eten in Ethiopie, want de vasten is hier nog een stuk strikter dan bij ons. De rest van de dag spenderen we aan de koffieceremonie, lokaal/huis gebrouwen bier (Tella) en een wandeling naar een dorpje in de buurt � een luilekker zondag dus. Op maandag, onze derde dag in Turmi, is het daar ook markt, en het spektakel dat we hadden gezien in Demeka herhaalt zich. Het heeft opnieuw hard geregend, maar gelukkig kunnen we te voet naar de markt, en we steken de rivier dan maar over op onze blote voeten. Tefere maakt die dag een uitstap naar Omorate, een dorpje in het noorden waar nog een andere stam woont. Als hij tegen donker niet terug is begint iedereen zich zorgen te maken: zit hij weer vast in de rivier? �s Morgens wordt de zoekactie geregeld. We gaan na of we hem moeten tegemoet rijden of er nog een andere auto in die richting plant te gaan. Maar tegen tien uur zien we de auto aankomen. Ze zaten inderdaad vast, niet in een rivier deze keer, maar gewoon in de modder midden op de weg. Samen met de twee italiaanse toeristen en de gids hebben ze de nacht in de auto doorgebracht � en het is al geleden van de ochtend ervoor dat ze iets te eten hadden. En zeggen dat die mensen veel geld betalen voor twee weekjes hard verdiende vakantie�. |