![]() |
![]() |
![]() |
| Crossing Africa |
| Noord Afrika |
| From to |
| �7 jaar jonger in Ethiopie� (vanuit Addis Ababba, April 20, 2003 � of 1995 in Ethiopische jaartelling) Over Ethiopie hadden we onderweg reeds veel � en vooral erg tegenstrijdige - geruchten gehoord: sommigen vonden het een verschrikkelijke ervaring om voortdurend �getreiterd� te worden door bedelende, you-you-you-you roepende of stenen gooiende kinderen� anderen vonden Ethiopie en haar inwoners het hoogtepunt van hun trans-afrika reis. Vanaf de eerste kilometers in Ethiopie worden wij overwelmd door prachtige natuur. Een redelijke goede weg slingert tussen groene bergen. Wat ook onmiddelijke opvalt, in grote tegenstelling tot Sudan, is dat echt overal immens veel mensen (meestal met zwarte paraplu in de hand en een stok in de nek) en dieren zijn. Niet verwonderlijk: er wonen naar schatting 65 miljoen mensen in ethiopie, tegenover 16 in Sudan, terwijl Sudan veel groter is. Ethiopie is trouwens het dichtsbevolkte land van Afrika. Overal wuiven kinderen en de you-you-you-you of hello lijken ons goed bedoeld. Ook volwassenen verwelkomen ons met een oprechte glimlach. Aangekomen in Gondar (de eerste stad in Ethiopie) worden we echter ook dadelijk geconfronteerd met de grote armoede van dit land; bedelende kinderen en volwassenen� We kamperen naast het Terara hotel en haasten ons naar de bar voor de eerste biertjes in veel te lange tijd. We hebben nog een viertal dagen voordat Gilbert & Lutje (alias papa & mama De Corte) aankomen en besluiten daarvan te profiteren om enkele dagen in de Simien mountains te gaan wandelen. De weg van Gondar naar Debark vreet onze banden kapot en na vier uren schudden komen we in een pletsende regen aan in Simien Park Hotel. Daar raken we aan de praat met een koppel poolse toeristen en hun gids. Later komen ook twee splinternieuwe Toyota Landcruisers van de VN opgereden. De twee zwitserse VN medewerkers vertellen ons hoe triest de situatie momenteel is in een groot deel van het land (met 11 miljoen mensen op continue basis afhankelijk van voedselhulp) en zien de toekomst nog meer pessimistisch. Ethiopie is een behoorlijk groen land, en de situatie is daarom op het eerste zicht moeilijk te begrijpen. De grootste boosdoeners zijn wellicht overbevolking en een totaal gebrek aan infrastructuur, waardoor droogtes en tegenslagen niet kunnen opgevangen worden. Een gemiddelde landbouwer kan amper genoeg verbouwen om zijn (vaak groot) gezin voor 6 maanden van eten te voorzien � in geval van droogtes is dit nog minder. De volgende morgen is het schitterend weer en we haasten ons naar de national park office om onze verplichte scout (met kalashnikov) op te halen. Enkele uurtje later rijden we het park binnen en worden verwelkomd door een grote groep baboons. We laten Daffy achter in het Sancaber kamp en vertrekken te voet verder, gevolgd door onze pakezel � of beter pakpaard. De trip brengt ons door prachtige landschappen, met behoorlijk wat steile klimmen � we zijn blij dat we niet zelf onze pakken moeten dragen. Tegen 4 uur belanden we, tegelijk met de twee polen die twee uur voor ons waren vertrokken, in Gich kamp, op 3600 meter hoogte. We zijn blijkbaar niet de enige die gezweet hebben. We kunnen ook wat hout kopen van een paar lokale jongens, zodat we zelf kunnen koken. De volgende dag doen we een uitstap vanuit het kamp naar twee uitzichtspunten � een relatief rustige dag met veel tijd om te genieten van de omgeving. We hebben geluk en zien een ibex, een met uitsterven bedreigd soort hert dat bijna enkel nog hier kan gezien worden. �s Avonds zijn er nieuwe gasten in het kamp. We raken aan de praat met Dawid, die TDS travel heeft opgericht en ook een guesthouse runt in Addis. Hij belooft ons twee gratis nachten en we noteren alvast het adres. De volgende ochtend vertrekken we vroeg terug naar Sancaber kamp, waar we Daffy oppikken en terug rijden naar Gondar. In Gondar horen we dat Edo intussen ook weer is aangekomen. We vinden hem in een hotelletje op de piazza en komen ook Lionnel en Laurence terug tegen � de twee fransen die we al een paar keer hadden tegengekomen in Sudan. We eten fasting injera - het typische ethiopische gerecht dat bestaat uit een soort grote ietwat zure pannenkoek met daarop een combinatie van groeten, want het is vasten en dus vind je niet veel vlees hier. Aangezien wij onze injera nooit volledig opkrijgen geven we de overschot aan een paar straatkinderen, die er erg blij mee zijn. In 10 seconden is alles op. Na nog een heleboel pintjes, krijgen we de astronomische rekening van 1.5 USD per persoon gepresenteerd! Het toont wel de tegenstellingen van dit land nogmaals aan. �s Avonds bezoeken we ook nog een lokale discotheek, waar iedereen de fameuze schouderdans danst. Het toont vooral aan hoeveel ritme de afrikanen hebben. Wij proberen ook wat met onze schouders te schudden, maar het is geen zicht. De volgende morgen is het zondag, en dus worden we om 5 uur gewekt � niet door het gezang van de moskee deze keer, maar door het gezang van de orhtodoxe kerk. Het verschil met de moskee is dat het langer duurt; ze hielden ons wakker tot na 7 uur, waarna we maar zijn opgestaan. Na een hapje en sapje in de lokale patisserie vertrekken we tegen de middag naar Bahir Dar. Opnieuw is het afzien op de ethiopische wegen. Er is een nieuwe weg in aanleg, maar die is niet af dus rijden we de hele tijd op de sporen ernaast. In Bahir Dar installeren we ons naast het Tana Hotel aan het meer, waar mijn ouders twee dagen later normaal ook zullen aankomen. In afwachting houden we het rustig, en genieten van de vele restaurantjes en bars. Jeroen speelt ook ping pong met de lokale kampioen. Vader en moeder De Corte zijn op hun afspraak � we vinden ze �s avonds in de bar. Ze hebben er een zware trip opzitten vanuit Addis, met al een eerste platteband en een paar uur vertraging. Het is leuk om bij te babbelen, en bovendien hebben ze een hele voorraad eten meegezeuld vanuit belgenland. We eindigen de dag met een pintje naast de tent en een goed muziekje op de achtergrond. De volgende dag brengt de chauffeur van onze ouders ons naar de Blue Nile Falls. Er is misschien niet echt veel water, maar was wel de moeite waard en leverde ons een mooie wandeling op. In de namiddag doen we het rustig aan, zodat Gilbert en Lutje kunnen wennen aan ons ritme, en we wandelen wat rond in het stadje. We bewonderen ook de pelikanen die er in massas aanwezig zijn. We nemen nog een slaapmutske in het lokale studentencafe, en hebben er een interessante discussie over de oorlog. |