Dakhla is een van de vijf oases die we tegenkomen op onze route en bestaat uit meerdere kleine dorpjes: het typische beeld met palmbomen en groene velden. We houden halt in een van de dorpjes en worden naar goede gewoonte uitgenodigd door een dorpeling die ons behalve bananen, appelsienen en thee ook nog trakteert op een gratisch rondleiding in zijn dorp. Hij toont ons wat oude overblijfselen, doet ons rondgeleide in het lokale schooltje, toont ons een paar boomgaarden en neemt ons mee naar een hot spring. Laat je nooit wijsmaken dat ze in Egypte niet vriendelijk meer zijn. El Qasr, een klein stadje in dezelfde oase, bezoeken we op eigen houtje. Het is vooral beroemd om de oude dorpskern, vol huisjes van klei die nog perfect bewaard zijn dankzij het totaal gebrek aan regen. Tegen de avond besluiten we ons tentje op te slaan in de zandduinen iets buiten de Oase maar�
Enkele honderden meters verder duikt Daffy plots met een wiel het zand in. We springen de auto uit en het rechter voorwiel blijkt volledig in het zand verdwenen te zijn. Bovendien staan we op een helling en neigt de auto wel erg veel naar links. We beseffen het onmiddelijk: we are in big shit! (sorry voor de taal, maar je had het moeten zien). Met volle moed beginnen we aan onze eerste recovery. We verzamelen al het meegesleurde speelgoed: zandladders, highlift jack, schop, touwen, � en bladeren snel het gepaste hoofdstukje in ons boek �Sahara Overland� door (1). Als we de auto willen opkrikken komt hij helemaal scheef te staan en dreigt hij van de krik te kantelen. Op dit moment beslissen we hulp te zoeken. Freija blijft bij Daffy, Jeroen trekt de oase in op zoek naar hulp. De eerste persoon die we tegenkomen is de kameeldrijver die we een half uurtje geleden stoer toewuifden. De goeie man (Mahmoud) haalt omiddelijk al zijn survival skills boven. Samen rukken we enkele struikjes los die we richting Daffy slepen en proberen onder en voor de wielen te leggen (ipv de zandladders waarvan een het reeds had begeven). Na een half uurtje graven, duwen, trekken en zweten zitten we nog dieper vast dan we al waren en� begint het aardig donker te worden. Samen met Mahmoud trekt Jeroen opnieuw richting de Oase. Een ezelskar brent hun tot bij het huisje van Jesper waar een antieke tractor voor de deur staat. Met de tractor tuffen we richting de woestijn waar we na enig zoekwerk (ondertussen is het pikdonker) Freija en Daffy terugvinden. Even leek het erop dat ook de tractor zich zou vast rijden maar een kwartiertje later rijdt Daffy opnieuw, de tractor volgend naar Jespers huis waar we door het hele dorp worden verwelkomd en getracteerd worden op een feestelijke maaltijd - bestaande uit een grote kom melk met stukjes brood en veel suiker waar iedereen uit lepelt; halawa (een lokaal alternatief voor choco), kaas, ei en aubergine. De familie Jesper is helemaal weg van ons. In het arabisch proberen ze ons uit te leggen dat we zeker moeten blijven slapen; Freija krijgt een plaatsje in bed bij de grootmoeder, Jeroen mag zelf met meneer Jesper onder de wol. Met veel moeite leggen we uit dat we dat eigenlijk niet zo een goed idee vinden� en zijn blij als we enkele uurtjes later de daktent kunnen openklappen. We hebben ons lesje geleerd!!!
De woestijnweg brengt ons via de laatste oase Karga tot bij Luxor. De Nijlvallei vormt een schril contrast met de woestijn en de politie vraagt hier aan elke controlepost achter stylos (Pen? Pen for police station?). Hier blijven we een paar dagen om de klassiekers te bezoeken alvorens � in verplicht konvooi - richting Aswan te rijden en van daaruit de boot te nemen richting Sudan. Incha�allah!
(1) Voor de kenners: op pagina 161 (Sahara Overland) vind je een foto van een broertje van Daffy in exact dezelfde positie |