Femmes fatales in de klassieke oudheid
|
Lamia Over de godin Lamia bestaan uiteenlopende verhalen in de klassieke mythologie. Volgens sommige bronnen was ze een demon die kinderen vermoordde; volgens andere bronnen was ze een verleidster die van gedaante kon veranderen. In 1820 schreef John Keats een gedicht met de titel 'Lamia', wat het begin was van een stroom kunstwerken over haar. In het gedicht wordt verteld hoe Lucius verliefd wordt op Lamia, een onsterfelijke demon, die half slang, half vrouw was. Zij verleidt hem door de gedaante van een mooie vrouw aan te nemen. Maar vlak voor de huwelijksvoltrekking kijkt hij Lamia aan en ontdekt dat zij niet is wie ze zegt te zijn. Ze is niet meer de mooie vrouw op wie hij verliefd werd. Lucius schrikt zo erg, dat hij ter plekke sterft. Lamia is dus een mythische fatale verleidster, maar dat is ze op een andere manier dan Helena en Circe. Van Helena is het niet helemaal zeker of ze echt een fatale vrouw was en Circe gebruikt niet in de eerste plaats haar uiterlijk om haar zin te krijgen. Lamia is echter een monster in vrouwengedaante, die er plezier in schept een man te gronde te richten. Zelfs de Sirenen zijn niet zo meedogenloos; zij willen mannen alleen maar verleiden met hun mooie gezang.
Lamia, John William Waterhouse |
|