| Naar
Kubu Island
Het is nog donker als we opstaan want om half 7 is ontbijt en we zitten in de kookploeg
vandaag. Vannacht hebben er weer hyena's door het kamp gelopen, getuige Peter en de sporen
in het zand. We rijden dan in een goed uur naar de grens met Botswana.

Een eenzame stempelpost aan beide zijden. De bus wordt
uitgeladen en alles wordt overgebracht naar een legertruck. We vervolgen daarmee onze weg
over de Botswana wegen: Asfalt en vrijwel kaarsrecht. Af en toe een verbreding van de weg,
bedoeld als airstrip. We zien aan de horizon een enkele olifant.

Vlak na de grensovergang is er even koffie. Hier spelen
kinderen met zelfgemaakte speelgoedautotjes waarin voor onze begrippen aleen afval is
verwerkt. Maar ze zijn er wel trots op.
Ook verschillende dorpjes met ronde hutten en zwaaiende mensen. Op de open truck zitten we
veel comfortabeler dan in de bus, maar er staat wel veel wind. Het Afrikaanse landschap,
veel geel grasland, trekt aan ons voorbij. We stoppen in Nata om te tanken en dan nog een
klein stukje asfalt en dan begint de rough road: grootste probleem is het terugslaan van
de acacia takken: grote stekels, maar met de kleine bolletjes als bloemknopjes zitten er
al aan. We komen een heel stuk langs een zoutpan en om 5 uur zijn we bij Kubu island, een
soort inham in een grote, vlakke zoutpan war tot aan de horizon, rondom ons heen, niets te
zien is.

We kamperen bij een grote baobab boom, waar ook een gele
pofadder blijkt te wonen, die echter snel in een gat in de boom verdwijnt.

We zetten de tent niet te ver van het kampvuur
af en niet te dicht bij graspollen en struikjes: je weet maar nooit. We koken vanavond met
Monique. Marcel heeft blijkbaar een vrije avond. Het wordt rijst met ham-groentenprut en
een fruitmarshmallows toetje toe. Afwassen gaat hier wat primitiever: geen stromend water,
maar hier wel een lamp die op de accu van de truck kan worden aangesloten. Na het eten nog
wat bij het kampvuur zitten, dan goed onderhouden wordt door Anton. Dan de zak weer in.
|