Behalve uitzenden wordt in Dalet ook gemonteerd.
Er wordt steeds meer van radiojournalisten gevraagd om hun
montages zèlf te doen.
Eenvoudige montages zijn goed te doen in Dalet en daarvoor heeft het
systeem speciale applicaties, die Dalet surfer genoemd heeft.
Deze applicaties zijn er in verschillende vormen, maar meestal wordt
gebruik gemaakt van de enkele surfer (waarmee eenvoudige knippen zijn te
maken, maar geen crossen), een surfer2 (waarmee ook nog crossen zijn te maken)
en een surfer4 (waarmee je op 4 sporen uitgebreidere montages kunt maken).
Deze montages gebeuren in het MPEG 1 layer 2 formaat, kortweg mpeg2
genoemd. Dat betekent dat de
digitale audioinformatie wordt gereduceerd, zodat er minder opslagruimte nodig is en
het vervoer over een computernetwerk minder problematisch is.
Sinds de
invoering van Dalet versie 5.1 is het ook mogelijk om mp3 (MPEG 1 layer 3)
te gebruiken en zelfs ongecomprimeerde audio
(wavefiles). Het mooie is dat je deze verschillende audioformaten
tegelijkertijd kunt gebruiken in surfer4, mits de samplerate gelijk is. Over het
algemeen wordt daarvoor 48 kHz gebruikt, de DAT-standaard, in
tegenstelling tot 44.1 kHz, de CD-standaard.
In een netwerk moet je met ongecomprimeerde audio
oppassen, hoewel Yorin FM wèl
met Dalet en ongecomprimeerde audio werkt. Daarmee zenden ze natuurlijk
niet uit in CD-kwaliteit, maar in FM-kwaliteit.
Ook de MiniDisc werkt met audiocompressie. Er wordt echter een eigen
compressie-methode gebruikt die Sony ATRAC
noemt.