<BGSOUND SRC="http://www.geocities.com/deverbodenafdeling/Geminima.mid" LOOP=INFINITE>
Het Portaal van Immortus
HOME
Hoofdstuk 4


                                                
Het Raadsel van de vier tekens

Rustig zaten ik en Bianca samen op het bankje op de binnenplaats van de school, de plek waar we vorig jaar voor het eerst met elkaar gezoend hadden, en waar onze liefde voor het eerst opbloeide. Een magisch moment dat we beiden nooit zouden vergeten. Bianca had de gele envelop in haar handen, de envelop die ze had laten vallen toen ze overstuur de trein uit rende. Ze keek me aan, ze had tranen in haar ogen. Ik sloeg een arm om haar heen en streelde haar prachtige goudblonde haar.
�Houd me vast, Yorokei....en laat me nooit meer los..�
�Ik zal er altijd voor jou zijn Bianca.�
�Ik moet je vertellen wat er in deze brief staat, want het gaat jou ook aan, maar....�
�Maar wat? Je weet dat je me alles kunt vertellen.�
�Ja...ik weet het...maar het gaat jou ook zo�n pijn doen....net zoals het mij zoveel pijn heeft gedaan.�
Bianca opende de de envelop, alsof ze bang was dat hij zou ontploffen zo langzaam.  Ze haalde er een zwarte brief uit, ik kon niets lezen. Plotseling begon de brief aan me te trekken. Twee lange, zwarte armen kwamen vanuit de brief naar buiten en gristen mij zo de brief in. Bianca keek machteloos toe terwijl ik naar binnen werd getrokken. Ze huilde.
�Ik moest het je laten zien, maar ik zei je al: het zal ons vernietigen, Yorokei! Kijk in de toekomst en aanvaard ons lot!�
en toen werd ik opgezogen, diep de brief in....

Langzaam viel ik steeds dieper de ijzige kou in. Bianca�s stem galmde nog in mijn oren na.
�Het gaat jou zoveel pijn doen!�
Wat was er met die brief aan de hand? Hoe kon een simpele brief de relatie tussen mij en Bianca, die enorm intens was, vernietigen? Sterker nog, hoe kon een simpele brief mij een of andere vreemde wereld in trekken? Bezaten voorwerpen dat soort magische krachten? Ja, dat konden ze! Het was vorig jaar ook al gebeurd toen de staf van Rutaan mij in zich had opgenomen. Was dit net zoiets? Plotseling werden mijn armen stijf langs mijn lijf getrokken, en was het alsof ik aan touwtjes rechtop werd gezet. Ik lande stilletjes op een met mos begroeide grond, en keek om me heen.
�Ik moest het je laten zien, maar ik zei het je al: het zal ons vernietigen, Yorokei!�
Ik keek om me heen en nam de ruimte om me heen in me op. Het was een soort verlaten kasteel. Nou ja, van kasteel was al bijna geen sprake meer. De harnassen waren bedekt met spinnewebben, vele muurtjes waren afgebrokkeld en overbegroeid met mos, en de fakkels zagen er zo uit dat ze klaarblijkelijk al jarenlang niet meer gebrand hadden. Ik pakte een fakkel en stak hem met mijn elementistische krachten aan, zodat ik een beter zicht zou krijgen over de ruimte. Ineens kwam er een lichte, glanzende bol voor me vliegen.
�Tatl!�, riep ik. Het was mijn feetje Tatl, die voor me vloog. Hoe kwam zij hier nou? Ze was niet bij het gesprek tussen mij en Bianca geweest. Hoe kon ze hier zijn? Het kon me eigenlijk niet schelen. Ik was blij dat ik niet meer alleen in deze akelige, lege
ruimte stond. Tatl zweeg en vloog voor me uit. Ik besloot haar te volgen. Misschien bracht zij me wel weer in veiligheid. We liepen trappen op en trappen af, torens in en torens uit, tot we tenslotte in een soort grote troonzaal aankwamen. Tatl vloog voor me uit en bleef vliegen bij een muur waar verder niets stond.
�Wat is er Tatl? Is dit de uitgang?�
Plotseling verdween Tatl in een grote lichtflits. Ik was weer alleen.
�TATL?�, schreeuwde ik angstig. Ik moest me hier doorheen slaan. Ik keek naar iets dat me kon helpen. Plotseling zag ik iets op de muur staan.

Het was een grote, ronde cirkeltekening, op de muur. Was deze tekening....belangrijk....? Ik raakte hem met een vinger aan. Een koude rilling verspreidde zich door mijn lichaam. Ik bestudeerde de tekeningen en zag een hoop oude runen om de cirkel heen staan. Waarschijnlijk konden zij mij meer vertellen over dit teken, maar ik had daar nu niets aan. Had ik maar meer opgelet tijdens de lessen �het lezen van oude runen�. Maar toen zag ik nog iets...iets wat mij met nog veel meer vragen opzadelde. Rondom het teken, in allevier de windrichtingen, stonden de tekens van...
�Zweinstein!�
Het waren de vier afdelingstekens die rondom de cirkel stonden. In het noorden stond de slang, van Zwadderich. In het oosten stond de raaf, van Ravenklauw. De leeuw van Griffoendor stond in het zuiden, en de das van Huffelpuf in het westen. Wat hadden deze tekens te maken met Zweinstein? Was dit weer een van de veelbewaarde geheimen van onze school? En toen ik in het midden keek, zag ik nog een teken. Een bol met twee vleugetjes aan de zijkant....dat teken kende ik ergens van....maar waarvan? Ik pijnigde mijn hersens om het antwoord te vinden, maar het kwam niet. Het was alsof het teken mijn herrinering aan dat laatste teken probeerde te blokkeren. Ik wierp een laatste blik op het teken, mijzelf nog steeds afvragend wat het teken was en waar ik zelf was.
�Kijk in de toekomst en aanvaard ons lot!�

Ik besloot verder te lopen. Dit hielp mij niets. Hoe kon ik ooit nog uit deze vreemde wereld komen, hoe? Ik werd moedeloos en zakte neer op de grond. Misschien was dit maar een hallucinatie. Misschien ook niet. Maar ik zou het overwinnen.
�Yorokei.....alsjeblieft!�
Waar kwam die kille, duistere stem vandaan? Het kwam van ergens uit het kasteel. Iets in mij zei me dat het beter was om nu weg te rennen, ver weg van hier, en nooit meer terug te komen. Maar iets hield me tegen.
�Ik sterf! Je moet me helpen!�
Het was de weemoedigheid, de droevigheid in de stem van wie het ook mocht zijn. Ik begon te zoeken. Ik volgde de stemmen door het kasteel heen, maar ik kon nergens de bron vinden van de stemmen. Totdat ik ineens weer belandde in de grote hal met het teken. En toen, plotseling....lag het wezen daar! Onder het teken!
�Yorokei!�
Het wezen was meer een schim dan een echt mens. Het had wel de contouren van een mens, maar verder was het zwart. Alsof het een grote schaduw was. Het wezen had duidelijk pijn en kreunde onophoudelijk. Ik rende naar het wezen toe.
�Bedankt, Yorokei....ik wist dat ik op je kon rekenen!�
�Stil maar....wie....wat ben jij?�
�Ik ben een vriend...maar ik....NEE!!! AUW!�
Het wezen begon te kermen en te krijsen, alsof hij van binnenuit werd opgevreten. Hij greep naar zijn borst en ik greep hem beet.
�Rustig! Je moet rusten! Laat het gaan!�
�Hahahahaha.....Yorokei.......jonge dwaas!�
Het wezen had geen pijn meer en stond op. Zijn kille, kakelende gelach ging door de hele ruine heen en moest overal te horen zijn. Het was bijna alsof dit niet hetzelfde wezen was als daarnet, maar een heel ander iemand....een bijzonder kwaadaardig iemand. Hij liep naar voren en nog voordat ik er iets tegen kon doen, greep het wezen me met een ongelofelijke kracht bij mijn keel en tilde me van de grond, mijzelf wurgend.
�Jullie Tokisado�s.....ook allemaal even goed van vertrouwen....HA! Dwaas! Jij zal de eerste van jouw familie zijn die sterft als ik op volle kracht ben! Ga nu, Yorokei, maar onthoud een ding: De koning van het duister, De Shadow King, zal zeer spoedig terugkeren.......!�
Mijn lucht was op...ik voelde mijn luchtgat dichtgeknepen worden....ik viel flauw....Ik houd van je, Bianca...............
�HAHAHAHAHAHAHA!�
STAFF
TEKEN GASTENBOEK
BEKIJK GASTENBOEK
HOE DOE IK MEE?
BOEKEN
FORUM
SCHRIJFLESSEN
TIPS
DOWNLOADS
LINKS
Hosted by www.Geocities.ws

1