| Het Portaal van Immortus | ||||||||||||||
| HOME | ||||||||||||||
| Hoofdstuk 1 Yoshiro Het was een mooie, warme ochtend, en langzaam maar zeker begon ik op te staan en keek naar buiten. Vandaag was de dag! Vandaag zou ik eindelijk weer terug gaan naar mijn schooltje: Zweinstein! De Hogeschool voor Hekserij en Hocus Pocus. Na een veelbewogen eerste jaar, was het voor mij tijd om terug te keren naar de school waar ik vorig jaar zo veel beleefd had. En ik had wat beleefd! Vorig jaar nog had ik oog in oog gestaan met mijn doodgewaande broer, Ravada. Ravada was een zeer begaafde elementist, wat wil zeggen dat hij de krachten bezat om de elementen der aarde naar zijn hand te zetten. Ravada was een aerokinetische elementist geweest, met de kracht om windvlagen en tornado�s moeiteloos naar zijn hand te zetten. Tijdens zijn grote zoektocht naar macht, was hij echter alle macht kwijt geraakt toen zijn meester, Hij Die Niet Genoemd Mag Worden, hem had bedrogen en had opgesloten in een sterk magisch voorwerp, genaamd de staf van Rutaan. Met mijn eigen, nog zeer latente elementistische krachten, was ik erin geslaagd om Ravada te verslaan. Ravada maakte namelijk de grote fout om mijn vriendin, Bianca aan te vallen. De woede die daardoor door mijn aderen begon te stromen, maakte dat ik een superieure elementist werd, wat blijkbaar een grote toename in kracht tot gevolg had. Met mijn heilige vuur (had ik dat nog niet verteld? Ik ben een pyrokinetische, vuurbesturende elementist), had ik Ravada weten te verslaan. Ravada werd gedood en dat was het eind van het verhaal. Ravada had echter wel iets bereikt: Bianca had haar ware krachten moeten tonen, om te voorkomen dat ik gedood werd. Bianca bleek een echte engel te zijn, met enorme krachten. Ze mocht haar krachten niet tonen aan stervelingen, maar ze deed het uit liefde om mij te redden. Nu was ze haar krachten kwijt, en was ze, net als ik, een gewoon mens tussen de mensen. Het enige dat ons er nog aan herinnerde dat ze een engel was geweest, was de magische ring, die wij beiden droegen als teken van onze trouw aan elkaar. De ring straalde constant een helder soort licht uit, en Bianca had me verteld dat dat pure engelenkracht was, verzegeld in een ring. Het was de laatste engelenkracht die ze had gehad, en die had ze gebruikt om ons voor eeuwig aan elkaar te binden�. �Waar zit je aan te denken, Yorokei?� , vroeg een hoog stemmetje in mijn oor. Het was Tatl, een klein feetje dat vorig jaar bij mij �in dienst� was getreden. Tatl en ik hadden een hoop meegemaakt, en waren vrienden geworden in plaats van dienaar en meester. �Niks, Tatl�.ik verlang gewoon terug naar school. Ik mis mijn vrienden�. �Ik mis Tael ook�, zei Tatl. Tael was de broer van Tatl, en hij was de dienaar van een van mijn beste vrienden op Zweinstein, Geldsior Sikkel. Een kobold die in het begin een tikkeltje maf was geweest, maar aardig was bijgetrokken de laatste tijd. Zowel ik als Tatl verheugden ons erop om al onze vrienden terug te zien. �Moeten we Yoshiro niet wakker maken, Yorokei?� �Laten we dat maar doen.� Yoshiro is mijn jongere broertje, een jaartje jonger maar dan ik. En dit jaar mocht ook hij naar Zweinstein toe. De hele vakantie lang had hij zich erop verheugd. Niet alleen hij, maar ook ik. Mijn broertje en ik mochten dan wel eens de nodige twisten en meningsverschillen hebben, maar over het algemeen konden we goed met elkaar overweg. Er waren alleen een paar dingen waarvan ik het nut niet helemaal in zag. Zo was ik een keer om vijf uur �s ochtends uit mijn slaap gewekt, omdat meneer dacht dat het geluid uit zijn magisch versterkte gitaar beter zou klinken bij volle maan! Wat Yoshiro nu helemaal zag in al die Hard-Rock muziek van hem wist ik niet, maar ik wist dat hij van binnen een topgozer was, en daarom vergaf ik hem telkens weer voor zijn malle escapades. Deze ochtend lag het echter anders. Yoshiro besteedde zijn ochtend deze keer aan zijn andere favoriete activiteit: luieren. En dat terwijl we vroeg in de ochtend op de Zweinstein express zouden moeten zitten! Ik pakte snel een van mijn ochtendgewaden uit de kleerklast, en rende de trap af, naar de zevende verdieping waar Yoshiro sliep. Had ik dat trouwens nog niet verteld? Ons huis , Morgenstond genaamd, bestond uit vijftien verdiepingen en had vele geheime kamers. Mijn vader zegt altijd dat hij het van een seniele oude tovenaar heeft overgenomen, die overal spoken zag. Morgenstond was een vreemd huis om in te wonen, maar het was zeker wel cool. De kamer van mijn broertje was, zoals altijd, een enorme rotzooi. Hij lag met zijn mond halfopen en zijn nieuwe toverstaf, die we gisteren hadden gekocht nog in zijn hand te slapen. �Yoshiro�wakker worden, mafketel! Vandaag is de dag!� �Pazzop Ravada�ik krijg je wel! POW! BAF! ZAP!� �WAKKER WORDEN, YOSHIRO!� Dat deed het �m. Yoshiro viel uit zijn bed op de grond, en kroop onder zijn lakens door. Plotseling stak hij zijn verwarde kop tussen de lakens uit, en keek omhoog naar mij. �Oh! Hey Yorokei! Is�t al zover?� �Nee! Het is 1 april, nou goed? Kom op, sta op en kleed je aan! We hebben nog een hele dag voor de boeg!� �Hee, Yoro�.hoe is Zweinstein?� �Het is gaaf, Yoshiro. You�ll love it!� �Krijg ik dan ook zo�n gave kracht? Ik bedoel, die elementistische gaven van je en zo? Het lijkt me echt tof om dingen in de brand te steken en zo!� Ik wist dat Yoshiro ook gaven had. De zeldzame elementistische krachten waren aan ons gegeven, door een offer van onze voorouder, Vegeta Tokisado. We zouden ermee de aarde beschermen. Ook wist ik dat de gaven die wij hadden gehad wind, vuur en elektriciteit hadden gekregen. Onze broer, Ravada bezat de kracht over wind, ik over vuur, en Yoshiro�..hij zou de krachten over elektriciteit moeten hebben, volgens de legende. Maar in overleg met mijn ouders had ik dat Yoshiro nog niet verteld. Yoshiro was�.er misschien nog niet klaar voor. Hij was altijd wat roekeloos, en daarom zou hij wel eens kunnen gaan opscheppen over zijn krachten. We hadden redelijke zekerheid erover dat hij krachten bezat, maar we hadden het hem nog niet verteld. Omdat de krachten die Yoshiro had, misschien wel eens te gevaarlijk konden zijn om zomaar mee te gaan spelen. Even later zat ik lekker te genieten van een ommeletje met kaas, dat mijn moeder voor me had klaargemaakt. Ik had mijn eerste hap nog niet mijn mond ingestoken, of Yoshiro kwam half aangekleed naar beneden gerend. Zijn zwarte longsleeve, die hem veel te groot was, stak duidelijk af tegen zijn knalgele shirt met daarop de Witte Wieven, een band waarvan Yoshiro al sinds tijden een grote fan van was. Hij pakte het krentenbrood en begon er een plak van af te snijden die minstens 5 centimeter dik was. Een dikke klont margarine werd op de plak krentenbrood gesmeerd en Yoshiro deed zijn mond wagenwijd open. Hij keek mij aan, de blik in mijn ogen goed uitleggend: �Okee, het is wat veel�.maar wie gezond wil blijven moet veel eten! Eet smakelijk, Yorokei!� �Oh nee! Je waagt het niet meneertje!� Ma kwam aanlopen en griste de boterham uit de handen van Yoshiro. Die keek wanhopig naar de boterham waar hij nog steeds geen hap van had kunnen nemen. �Ma! Ik heb honger!� �Heb je je tas al ingepakt? Je moet straks weg! En je heb niet eens de tijd genomen om fatsoenlijk die gel in je haar te doen! Moet je je handen zien!� Yoshiro stak zijn handen demostrerend uit en je zag nog steeds dikke, roze klodders gel aan zijn handen zitten. Yoshiro maakte er altijd stekels mee in zijn haar, maar ondanks het feit dat hij �Viktor Vichie�s Zelfinsmerende Zalfgelei� gebruikte, smeerde hij er altijd teveel in en vergat hij, als hij weer eens duf was, zijn handen goed te wassen na het inbrengen van de dikke gel. �Je broer is al bijna klaar en ik stel voor dat jij nu als de bliksem ervoor gaat zorgen dat je je tas hebt ingepakt en netjes en verzorgd eruit ziet! Tenslotte moet je de Collectebus zien te halen, en als je daar niet op tijd voor komt, vergeet dan maar dat je op tijd op het perron bent!� �Okee ma�� �Ik pak het wel voor je in! En schiet nu op!� Yoshiro speerde zich naar boven en ma keek hem nors na. Ze was altijd nogal strikt wat dat soort dingen betrof, maar tot haar grote teleurstelling trok Yoshiro daar niet altijd evenveel van aan. Yoshiro was nu eenmaal, net als pa, een warbol. Tot een ieders verbazing, waaronder de mijne, kwam Yoshiro nog geen tien minuten later weer naar beneden gelopen. Zijn shirt zat nu wat minder raar om zijn lichaam heen en aan de enorme koffer onder zijn arm te zien, maakte ik op dat hij ook zijn spullen gepakt had. �Ik dacht, waarom nemen we niet een collectebusje eerder? Tenslotte willen we niet dat de Zweinsteinexpress zonder ons vertrekt, of wel Yorokei?� Wat was er ineens met het warhoofd genaamd Yoshiro gebeurd? Het leek wel alsof hij daadwerkelijk erg graag naar Zweinstein toe wilde, en het niet wilde missen. Geen wonder. Zweinstein zou waarschijnlijk het grootste avontuur van zijn leven worden. Trots omhelste mijn moeder hem, en gaf hem zijn laatste afscheidszoen. Ze keek hem nog heel even bezorgelijk aan. �Weet je zeker dat je je zult redden, Yoshiro?� �Jahaa, mam�..maar we missen de Collectebus alsnog als we nu niet vertrekken. Yoro?� �Mijn spullen staan al beneden�.wacht, dan pak ik ze even.� Ik pakte mijn spullen bij elkaar en keek nog even door mijn huis heen. Ik zou het weer een hele tijd niet zien. Maar Zweinstein was een prachtalternatief voor mijn huis. Ik had het het vorige jaar daar ontzettend naar mijn zin gehad, ondanks mijn problemen, en ik zag geen reden waarom dit jaar verstoord zou moeten worden. En dus namen ik en Yoshiro afscheid van mijn moeder. Pa, die moest werken bij de MOS (Magische Omroep Stichting), hadden we gisteravond al gedag gezegd. En zo stapten we in in de Collectebus, en reden richting Londen. Na een veelbewogen rit, waarbij Yoshiro en ik onze ogen hadden uitgekeken naar alle geheimzinnige passagiers die de Collectebus betraden, kwamen we aan in Londen. Het was erg druk op King�s Cross Station. Yoshiro graaide in een van zijn broekzakken en haalde een stukje perkament tevoorschijn. Het was de brief die wij aan het begin van het nieuwe schooljaar hadden gehad. �Eens kijken hoor�.de Zweinsteinexpress vertrekt hier om 11 uur Yorokei.� �Ik weet niet of het zo�n goed idee was om zo vroeg die Collectebus te nemen, Yoshiro�.tenslotte is het nu�.kijk eens even op je horloge, het mijne zit in mijn koffer.� �Het is nu 9 uur. Dat betekent dat we nog twee uurtjes hebben voordat de trein vertrekt. Wat zullen we gaan doen? We kunnen een potje knalpokeren of zo.� �Nee, daar heb ik geen zin in. Geen spelletjes. Ik kan niet wachten om Bianca en Christian weer te zien.� �In dat geval kunnen we natuurlijk altijd even rondlopen op de Wegisweg.� �Weet je hoe je daar moet komen dan?� �Ja hoor! Ik ben een keer met pa meegeweest toen hij een consumententest over toverstokken moest doen op de Wegisweg. Ik denk dat ik wel weet hoe ik er moet komen.� �Weet je het heel zeker?� �Superzeker.� �Super-de-super-zeker?� �Nou ja�.een beetje minder zeker dan.� Ik bekeek het perron nog een keer. Nog geen hond te zien op het vorig jaar nog zo drukke perron, zelfs geen driekoppige hond of een ander bizar wezen zoals je ze hier wel vaker tegen het lijf liep. Zinloos om hier rond te blijven hangen, besloot ik. En dus gingen ik en Yoshiro op weg naar de Wegisweg. De straten van het bescheiden Londen waren op zich het al waard om te zien. Allemaal kleine, vervallen pandjes, oude koffiehuisjes maar ook grote warenhuizen sierden de straten van wat zich de hoofdstad van Engeland noemde. Niet zozeer een stad zoals waar ik was geboren, Tokio, ook al kon ik me daar niet meer veel van herinneren. We waren al op mijn zesde verhuisd naar Londen, toen mijn vader bij de MOS kon gaan werken, en sindsdien woonden we in Engeland. Even later kwamen we aan bij een klein cafeetje, met de naam: �de Lekke Ketel�. Yoshiro gebaarde me om naar binnen te gaan. Ik geloofde mijn ogen niet! De hele zaak zat vol met heksen en tovenaars, en dat in een dreuzelhoofdstad als Londen. Yoshiro zag mijn verbaasde gezicht blijkbaar, en zei dat het cafe niet te zien was voor dreuzels door een zeer sterke waanzichtsspreuk. Dat verklaarde een hoop. Yoshiro liep naar achteren, in het cafe, tot we bij een stenen muur aankwamen. Hij pakte een stok en begon in zichzelf te mompelen. �Hoe was het ook alweer.....oh ja!� Yoshiro tikte enkele van de stenen aan met zijn stok, en de muur ging open. En daar was het dan, de plaats waar ik al zoveel van gehoord had, maar nog nooit in heel mijn tovenaarsleven geweest was. Yoshiro grijnsde breed. �Welkom, Yorokei, op de Wegisweg!� Allerlei toverwinkels waarvan ik alleen maar kon dromen bevonden zich op de Wegisweg. Zwerkbalshops, Tovertoverballenverkoop en zoveel meer....om maar te zwijgen over het aantal heksen en tovenaars dat er rondliep! Voor het eerst besefte ik van wat voor soort volk ik deel uitmaakte! Ik mocht dan al mijn leven lang een tovenaarskind zijn geweest, voor het eerst in mijn leven was ik me er zo bewust van. Yoshiro had zijn portie kijken echter wel gehad en rende snel een winkeltje in. Ik keek op het uithangbord en zag de naam van het winkeltje erop staan; Marvelo�s Magische Stripspeciaalshop! Dat was inderdaad typisch een winkeltje voor Yoshiro. Yoshiro was namelijk gek op strips, alles trok zijn aandacht, maar het waren vooral de strips uit ons thuisland japan, de Anime strips die hem trokken. Ikzelf kon ook altijd wel een leuk nummer van Martin Mummels, de domme dreuzel waarderen, en dus volgde ik Yoshiro naar binnen. Het was gigantisch. Kolossaal. Alsof je een bibliotheek vol stripfanaten binnenstapte. De winkel leek uit drie verdiepingen te bestaan, een onder-, midden- en bovenverdieping, wij bevonden ons nu op de middelste verdieping. Je kon zo naar de andere verdiepingen kijken. Op de verdieping waar we nu stonden, lagen vooral grappige strips. Verbazingwekkend was om te zien dat hiervan veel strips ook echte dreuzelstrips waren, zoals Donald Duck en Dirkjan. Blijkbaar hadden wij tovenaars niet genoeg fantasie om dat soort dingen te bedenken, of geen talent om ze te tekenen. Op de onderste verdieping speelden vele tovenaars kaartspelen, waaronder spelen die ze deden met tovenaarskaarten maar ook met wederom dreuzelspelen, zoals magic en een vreemd spel waarbij op de achterkant de initialen HP te lezen waren. De kaarten werden ook verhandeld en geruild, zo leek het. Yoshiro was echter al doorgerend naar de bovenste verdieping, met de harde actie strips en ook Anime. Ik zag Spiderman, Wolverine en Spawn veel bekijks trekken, maar ook de dure geimporteerde japanse Anime trokken veel aandacht. De aandacht van Yoshiro in het bijzonder. Hij had alweer een strip gepakt en begon rap te bladeren en te lezen. Hij toonde mij een strip. �Kijk Yorokei! De bundels van Akira! Die zijn alleen wat duur....80 Galjoenen per stuk...nou ja, sparen dan maar....Gelukkig zijn ze hier eindelijk ook tot bezinning gekomen wat Dragonball betreft...het is geen geweldige vertaling, maar hij is goedkoop. Ik denk dat ik dat nieuwe nummer even meeneem om door te lezen in de express....heb jij nog 3 Sikkels? Ik heb alleen nog wat losse Knoeten in mijn jaszak...� Plotseling werd het nummer waar Yoshiro blijkbaar zijn zinnen op had gezet ruw voor hem weggegrist en meegenomen. Een meisje met een klein postuur en een rood leren jack aan liep langs de rekken, en werkte ze systematisch af. �Dragonball 16.....check....nu alleen nog Bubblegum Crisis 12 en ik ben er weer voor deze week geloof ik.� �Ahem!� Yoshiro had het meisje op haar schouders getikt, dat nu achterom keek en hem verdwaasd bekker. Yoshiro nam adem �Sorry, maar die wilde ik net meenemen!� �Dit is de laatste en die heb ik gepakt! Hij is van mij!� �Lekker is dat zeg! Ik heb een lange reis voor de boeg met de Zweinsteinexpress en jij kaapt mijn enige kans op wat te lezen tijdens de reis weg!� �Dat zie je goed. Trouwens....� Het meisje trok haar mouw op om op haar horloge te kijken. Ineens kwam er een geschokte uitdrukking op haar gezicht. �Dat is waar ook! Ik moet weg! Ik heb geen tijd meer om dit af te rekenen! Hier, neem jij maar!� Het meisje gaf de strip aan Yoshiro en rende snel naar de uitgang van de winkel. Ze rende alsof haar leven ervan af hing.. Ik stond nogal verbaasd te kijken maar Yoshiro interesseerde het niet. Met zijn gloednieuwe aanwinst in zijn handen, liep hij rechtstreeks naar de kassa�s om af te gaan rekenen. Een kleine kabouter met een lange, grijze baard, zocht vermoeid naar de moeilijk te vinden prijs op het boekje en rekende het af. �Domme dreuzelboekjes altijd�, mompelde de kabouter. �Hoe noemen ze die dingen? Streepjescodes? Ammehoela! Geef mij maar magische spreukanalysators�! �Eh....ja�, zei Yoshiro terug. �Spreukanalysators....� �Het is zo verdomde lastig om de prijzen erop te vinden.....Maar ik vind ze wel....reken daar maar op! Dat wordt dan drie Sikkels, beste jongeman!� Terwijl Yoshiro afrekende, viel mijn oog op de prachtige versierde klok achter de kassa. Twee grote wijzers, bestaande uit stripfiguurtjes, gaven de tijd aan. Maar toen bedacht ik me ineens het meisje....dat waarschijnlijk op haar horloge had gekeken, en keek naar de klok....het was..... �Yoshiro! Idioot! Kijk nou eens! Het is al kwart voor elf!� �Doe niet absurd, Yorokei....kijk maar!� Yoshiro toonde mij zijn horloge, dat nu kwart voor tien weergaf. �Yoshiro....heb jij met zomertijd de klok een uurtje teruggezet?????� �Ehm.....nou misschien dat ik...� �Alsjeblieft, jongeman!� De kabouter gaf Yoshiro zijn strip en ging verder met zijn eigen bezigheden. �Trek conclusies, Yoshiro! Dat meisje rende weg toen jij het over de Zweinsteinexpress had....die klok staat op kwart voor elf...dat is een kwartier voordat de trein vertrekt, en dat meisje zal ook wel met de express meegaan.� �Dus?� �Toen het zomertijd werd ben je vergeten je horloge terug te zetten! We halen het nooit op tijd!� Yoshiro mompelde wat in zichzelf, combineerde de feiten en kwam tot de voor hem zeer heldere conclusie; �Oh ja! Je hebt gelijk!� �Volg me, Yoshiro! We hebben niet veel tijd meer!� En dus renden we als de wiedeweerga de Wegisweg uit. Met enige moeite vonden we de uitgang van de Wegisweg en ook de ingang van King�s Cross Station. Snel renden we door het grote drangrek heen dat tussen perron 9 en 10 in zat, en we arriveerden weer op perron 9 � . Tatl, die al vooruit was gevlogen, kwam haastig naar ons toe. �Yorokei! Kijk!� De rode stoomtrein begon te rijden. Langzaam kwam het kolossale gevaarte in beweging. We renden er achteraan, eigenlijk wetend dat we het nooit meer konden halen. �Yorokei, niet zo snel!� �Niet zeuren, Yoshiro! We mogen blij zijn als we het met dit tempo uberhaupt halen!� De achterste deur van de achterste wagon werd opgehouden door de conducteur, die naar ons schreeuwde boven het harde geluid uit dat de stoomtrein maakte. �SORRY!!!WE KUNNEN NU NIET MEER STOPPEN!� �Yorokei!?� Een jong gezicht stak door het raam. Een jong, bekend gezicht met twee puntoren en een lange, spitse neus. Het was Elysander Elfenbloed, prins van het elfenrijk Avalon en ook een leerling van Zweinstein. �Elysander! Doe iets! We missen de trein op dit tempo!� Elysander dacht na en richtte toen zijn toverstaf op de voorste wagon, op de wielen. �Yorokei, ik houd dit niet lang vol! Je moet opschieten zodra ik mijn spreuk gebruik, begrepen?� Elysander hief zijn toverstaf op, en riep: �IMPEDIMENTA!� De stremspreuk! Die liet dingen langzamer gaan! De trein begon langzamer te rijden. Niet veel, maar het MOEST genoeg zijn. �Klaar om te springen, Yoshiro?� �Ja! Ik denk het!� �Drie...twee...een...nu!� We sprongen de open deur binnen en botsten zo tegen de conducteur op, die nog steeds in de deuropening had staan wachten. We klommen overeind en hij keek ons verbaasd aan. �Maken jullie altijd zo�n spectaculaire entree, jongens?� Het was zover. Het had niet veel gescheeld, maar we hadden het gehaald. We waren op weg. Op weg naar onze bestemming, ons geliefde Zweinstein! |
||||||||||||||
| STAFF | ||||||||||||||
| TEKEN GASTENBOEK | ||||||||||||||
| BEKIJK GASTENBOEK | ||||||||||||||
| HOE DOE IK MEE? | ||||||||||||||
| BOEKEN | ||||||||||||||
| FORUM | ||||||||||||||
| SCHRIJFLESSEN | ||||||||||||||
| TIPS | ||||||||||||||
| DOWNLOADS | ||||||||||||||
| LINKS | ||||||||||||||