|
|
De Alfa 6 moest uit Roermond komen. Een heel eind rijden als je weet waar ik woon. Er moest binnen twee dagen een transport geregeld worden. Een auto ambulance was redelijk vlot gevonden. Deze stond alleen in de buurt van Zwolle. Pakken dacht ik. Is even omrijden maar wat maakt dat uit. Een trekauto was ook nog even lastig. Hoewel, op het werk hadden ze een hele mooie Fiat Ducato. Een 2.8 TDi, beresterk ding en lekker zwaar om een aanhanggewicht van toch wel 2000 kilo te trekken. Al met al de perfecte combinatie. Een hele dag heerlijk gereden. |
|
|
Op een vroege koude maar hele zonnige zterdagmorgen moest de Alfa gedemonteerd gaan worden. Hij stond tijdelijk achterin een klein weilandje van een bevriende Alfa dealer in de buurt. De wagen moest gestart worden om al rijdend op eigen kracht de werkplaats binnen te rijden. Wat er toen gebeurde en wat ik hoorde deed mij gelijk denken aan de thriller en het gelijknamige boek van Stephen King, Christine. Een film wat gaat over een jongen die verliefd wordt of eigenlijk bezten raakt door een 1957 Plymouth. Een auto met duivelse krachten. Op een gegeven moment komt de wagen terug van een wraakzuchtige rit. Al rookend en smeulend van verbrande delen roffeld de V8 de garage binnen om daar z'n (voor dat moment) laatste snikken te slaan. Zo klonk de Alfa 6 nou ook. Omdat de auto was ontdaan van z'n raamrubbers rammelde deze alle ramen tegen de carrosserie. Daarbij lipe de V6 op 3 a 4 soms 5 cilinders in een kadans zoals een rottige V8 zou kunnen lopen. Uiteindelijk stond ie op de brug om daar z'n laatste slagen de maken. De ramen rammelde in koor en de motor liepnog steeds op 3,4,5,4,3,5,4,3,4 cilinders. De kontaktsleutel werd teruggedraaid en de lampjes doofde langzaam............ |
|
|