Strand |
Op een strand ontmoette hij een hond. Naar de naam van de hond of het
strand moet je niet vragen. Zulke dingen heeft hij me nooit verteld.
Hij vertelde van de hond, die hem vroeg: "Wacht je ook?"
"Waarom zou ik wachten?", antwoordde hij, "En op wie dan wel?"
"Iedereen wacht toch op iemand", zei de hond toen, "Nu, op wie wacht je dan?"
Hij aarzelde even, om dan aan de hond te antwoorden: "Ik weet het niet. Ik
geloof dat ik er nooit echt over nagedacht heb."
"Je wéét dus niet echt op wie je wacht?"
"Nee."
"Maar geloof me, je wachtte, net als ik, al een hele tijd. Alleen ging jouw
wachten onopvallend voorbij. Je was je er immers niet van bewust."
"Ja, zo is het", zei de man toen.
"Heb ik dan niets gemist in al die tijd?", vroeg hij de hond.
"Nee. Het was, tot vandaag, je lot dat je er niets van zou merken."
"Maar nu dat ik het wel weet, grijpt het me erg aan. Stel je voor, iemand
anders wacht misschien al even lang op mij!"
"Misschien. Maar evengoed weet die ander het ook pas van vandaag, dat iemand
op hem wacht."
"Maar hij kan het evengoed niét weten!", riep de man verontrust.
"Bedaar", zei de hond, "Tot dusver heb je nog niets verkeerd gedaan. Je
volgde gewoon de weg die het lot voor je uitgekozen had. Het is niet erg dat
je niet weet op wie of wat je precies wacht, zolang je maar naar het wachten
handelt. Aan alle wachten komt nu eenmaal een einde."
"Meen je dat?", vroeg hij de hond, "Op wie wacht jij dan?"
"Ik wacht op iemand die van mij houdt. En ik weet, dat die ergens ook op mij
wacht. We zullen elkaar weerzien."
"Ik hoop het", zei de man, en hij wandelde verder.