Door de ogen van de niftgezint |
Soms denk ik, en als ik te lang denk ben ik moegedacht. Ik weet niet wat de waarde is van alle gedenk, misschien geen enkele. Deze woorden wil ik op het internet zetten in een poging mijn gedachten te ordenen en aansluiting te vinden bij gelijkgestemde zielen. Wat ik schrijf is niets aan niets toegevoegd, zoals ooit ook ik aan deze wereld werd toegevoegd.
Mensen die zeggen dat ze je vrienden zijn, zijn niet je vrienden. In een van mijn lievelingsfilms zegt een vader tegen zijn zoon op diens eerste schooldag: 'Watch out about choosing your pals, don't let them choose you'.
Het Zijn is als reizen met een trein, doorheen landschappen die voor het
oog voorbijglijden. Vrijheid ligt buiten de trein, waarvan de reisweg beperkt
blijft tot de weg die de sporen maken.
Alle wetenschap is te herleiden tot het vangen van vlinders met een schepnet
of het opsnuiven van de geur van de omgeving vanuit het raampje van de wagon.
Alle inzichten zijn impressies van landschappen die steeds veranderen.
Mijn lievelingsfilm is Il bel Antonio met Marcello Mastroiani.
Ik was er helemaal weg van, omdat het onthulde hoe ik me vanbinnen
voelde. Het was alsof iemand een grote vis gevangen had in de diepe vijver
van mijn ziel. Het is een film over de onmogelijkheid van echte liefde.
Het verhaal gaat over een mooie jongeman die na zijn studies in de grote stad
terugkeert naar zijn geboortedorp om er te trouwen. Tijdens zijn studies
heeft hij de beest uitgehangen en vele vrouwen gehad. Speciaal voor hem
wordt het mooiste meisje van het dorp uitgekozen om met hem te trouwen. Dit
gebeurt volgens de lokale traditie van gearrangeerde huwelijken in
landelijke streken van Italië. Ze trouwen en hij is zo verliefd op
haar dat hij niet anders doet dan haar te knuffelen en te bewonderen. Maar
de huwelijksdaad kan hij niet voltrekken omdat hij te verliefd is.
Daarom wordt het huwelijk nietig verklaard en het meisje hertrouwt met een
oude rijkaard.
Ook ik was eens verliefd. Wat me in het bijzonder aantrok waren de
krulletjesharen van het meisje. Ze had speciale krulletjes zoals je die bij
niemand anders eigenlijk ziet. Als ik haar zag had ik een gevoel van
herkenning, alhoewel ik dat idee dadelijk van me af zette omdat het compleet
belachelijk leek.
Ruime tijd later zag ik films die mijn schoonbroer had gemaakt toen ik nog
een kind was. Op een van die films kon ik mijn grootmoeder zien toen ze
veel jonger was. Ze had precies dezelfde krullen! Misschien dat de persoon
die we onwillekeurig zoeken in het leven iets meedraagt van ons eigen
verleden. Met dat meisje is het niks geworden, ze haatte me echt. Mijn
verleden haat me en de toekomst ook.
Soms bevind ik mij tussen mensen die maar wat staan te praten. Ik probeer hun gesprekken te volgen, zonder me er evenwel veel in te mengen. Ik ben te traag om te reageren op wat ze zeggen. Keer op keer sta ik ervan versteld hoe mensen gesprekken aan elkaar kunnen breien. Ik heb dat nooit gekund. Ik probeer heel hard om iets te verzinnen dat interessant zou zijn, en dan geef ik op. Omdat ik aanvoel dat niets echt interessant is en dat alles berust op het feit dat niets aan niets wordt toegevoegd. Dus zeg ik niets. Een zeepbel in mijn hoofd implodeert en wat overblijft zijn de gruzelementen van verdrongen ideeën.
In niets kan ik geloven, al heb ik het geprobeerd, maar het zit
echt niet in me. Mensen ruilen de waarheid in voor troost, om de onzekerheid,
die ontstaat door onbeantwoorde levensvragen, toe te dekken. Sommige
levensvragen zullen mettertijd worden opgelost, andere zullen nog lang
onbeantwoord blijven, zoniet is er geen evolutie meer.
Een uitdaging voor religies is weten om te gaan met lijden. Sommige stellen
het lijden voor als een straf. De zwakte hiervan is dat strijdbare mensen hun
straf niet aanvaarden omdat ze onrechtvaardig is. Andere stellen het
lijden voor als een beproeving, zodat het voor wie geleden heeft zin
krijgt. Maar er is zoveel lijden in de wereld dat volkomen zinloos is en waar
niemand iets aan heeft. Ik moet dan denken aan een kind in de derde wereld
dat op een landmijn is getrapt en daarbij beide ledematen heeft verloren.
Welke zin heeft zo een beproeving?
Op een keer rond kerstmis ging ik de trap op met in mijn armen de mand met
kleine Fons in. Midden op de trap, terwijl ik langs de leuning naar beneden
keek, kwam het idee in me op wat er zou gebeuren als ik de mand met inhoud en
al naar beneden zou laten vallen. Fons zou het zeker niet overleefd hebben.
Ik herinner me dat voorval omdat het me een geweldige schrik voor mezelf
bezorgde. Ik kon maar niet begrijpen dat zo iets in me op gekomen was.
Fons betekende alles voor mij en het idee om hem te laten vallen moest
voortkomen uit een zeer donkere kracht in mezelf, dacht ik.
Jaren later besef ik dat ik zoveel van hem hield, dat ik hem tegen alles wou
beschermen, mezelf inbegrepen. Door het idee in me op te laten komen om de
mand te laten vallen, wou ik het gevaar komende van in mezelf testen.
In mijn jeugd ging ik vaak spelen bij een vriendje in de straat. Zijn
ouders hadden een boerderij. Ik denk dat dat voor een kind de fijnste plaats
is om te spelen. Overal lag landbouwtuig en er was altijd wel iets te beleven.
In de zomer gingen we elke dag mee om de koeien van de wei naar de stal
brengen. Sommige weiden in het broek lagen wel twee kilometer van de
boerderij. Om ervoor te zorgen dat de koeien onderweg geen tuintjes van
mensen vernielden, ging er altijd iemand vooruit om koorden te spannen aan de
opritten van de huizen. Die koorden werden als de koeien gepasseerd waren
weer losgehangen. In ons gehucht kon je dan ook zien welke de routes van de
koeien waren aan de loshangende koorden langs de opritten.
Schommelen was ons lange leven. Het gaf me een licht gevoel in de buik en
ik voelde de zachte wrijving van de lucht alsof ik kon vliegen. Als ik na
uren schommelen van de schommel stapte, zakte ik door mijn benen omdat mijn
spieren door het schommelen te slap geworden waren. Een kop verse koeiemelk
sterkte me weer aan.
Dromen interesseren me enorm. Niet omdat ik geloof dat ze voorspellend
kunnen zijn, maar omdat je er veel van kan leren. Soms droomde ik dat ik kon
vliegen. De tinteling in mijn buik als ik over het landschap onder me keek was
zalig. Ik vloog dan over ons huis, over de dennen en de paardenwei. Het is
merkwaardig hoe je bewustzijn beelden bij je kan oproepen, die je nog nooit
echt gezien hebt, want ik heb nog nooit zo vlak over de toppen van de
bomen gevlogen.
Later heb ik eens horen vertellen dat het menselijk verstand verhalen kan
verzinnen, zonder dat dit als een fantasie wordt ervaren. We kunnen als het
ware een fictieve film in ons verstand draaien, zonder ooit de indruk te
hebben dat het verzonnen is. Dit verklaart mogelijk de vele verhalen van
abductees en mensen met een vorig leven. Waarom ons verstand
soms zomaar dingen verzint, is me niet geheel duidelijk. Dromen waarin je
vliegt symboliseren naar het schijnt een verlangen naar vrijheid.
Op een dag in de winter gingen mijn vader en ik naar een veld om er een
omheining voor de paarden rond te maken. Fons was er ook bij. Hij speelde een
beetje met een nichtje van mij. Zijn aandacht werd volledig door haar in
beslag genomen. Ik dacht toen dat hij als alle anderen was, en slechts
aandacht had voor degene die met hem bezig was. Na zekere tijd ging ik terug
naar huis, zonder iets tegen Fons te zeggen. Toen ik thuis aankwam, was hij
opeens vlak achter me. Hij was me ondanks alles gevolgd en dat greep me erg aan.
Iemand die er tegen alle verwachtingen in voor je is, is belangrijk.
Op een dag was mijn grootvader ons komen bezoeken. Met de fiets was hij
door het broek vanuit Paal naar Laeren gereden. Toen hij 's avonds
naar huis wilde gaan, waren ze thuis toch een beetje ongerust om de oude
man - hij was al rond de negentig - alleen te laten vertrekken. Ik ben dan met
hem meegereden naar Paal, waar hij inwoonde op de boerderij van zijn zoon.
Toen we bij de boerderij aankwamen, stopte ik om om te draaien. Hij wou dat
ik mee zou binnengaan. Heel even twijfelde ik, en we bleven, met de fietsen
in de hand, voor de boerderij staan.
Gedurende de hele rit had ik met hem willen praten over de dood van Fons,
maar ik vond de woorden niet. Op een of andere manier leek hij me de
enige aan wie ik mijn verdriet wou vertellen. Misschien omdat oude
mensen iets wijs over zich hebben. Toen we daar stonden kon ik niets beters
bedenken dan 'ik moet nog studeren'. We namen afscheid en ik fietste terug
naar huis.
Soms als ik 's avonds tv zat te kijken, werd ik Fons' ogen gewaar die me
in het donker aankeken vanuit de andere kant van de kamer. Hij wou me op
zijn manier wou duidelijk maken dat ik de buitendeur moest openen, zodat hij
op een van zijn nachtelijke uitstapjes kon vertrekken. Hij kon daar lang
blijven staan, me voortdurend aanstarend. Vaak draaide hij ook
zijn hoofd schuin om nog meer aandrang in zijn houding te leggen.
Als het hem allemaal te lang duurde, ging hij zelfs naar de buitendeur om met
zijn poot tegen een balletje te slaan dat als sleutelhanger aan het slot
hing. Dan hoorde ik het geklop van het balletje op de deur, en stond op om
hem uit te laten.
Op een van zijn uitstapjes bleef hij veel langer weg dan anders. Ik was die
avond heel moe en wou gaan slapen. Maar telkens ik ging kijken aan de deur,
was hij er nog niet. Binnen in mij borrelde toen een ergernis op
die met de minuut sterker werd. Ik nam me voor om hem eens goed de les te
spellen als hij zou thuiskomen. Toen ik een laatste keer ging kijken aan de
deur, kwam hij aangewandeld door de nacht. De lichtbruine pootjes en de witte
vlek op zijn borst markeerden hem in de duisternis. Op onverklaarbare wijze
verdween meteen alle ergernis in me, om plaats te maken voor een stil geluk.
Ik bracht hem naar zijn nest en zat even langs hem neer. Daarna ging ik
slapen.
Iemand die het negatieve uit je kan verdrijven, is belangrijk.
Het schijnt dat alle menselijke gevoelens eigenlijk biochemische
processen zijn, die wel een zekere wispelturigheid, beïnvloed door
omgevingsfactoren, in zich kunnen dragen, maar tegelijk aan wetten gebonden
zijn. Bij verliefdheid bijvoorbeeld, kiest ons onderbewustzijn onze partner,
rekening houdend met de optimale overlevingskansen van onze genen. Het is bij
voorkeur iemand die niet dezelfde kenmerken heeft als ons, omdat diversiteit
in de genen de overlevingskansen van het nageslacht vergroot.
Is er wel iets waar we zeker van kunnen zijn dat we het zelf willen, en wat
zijn zelf en willen dan wel in deze? Ik twijfel of voelen echt
van in mezelf komt, en geen louter biochemische reactie is. Ik mis de
zekerheid dat er een echt ik bestaat.
Toen ik nog in Diepenbeek studeerde, was er elk jaar een reeks van
rock-concerten die op dezelfde avond in verschillende cafes in het centrum
van het dorp plaatsvonden. We gingen dan van het ene cafe naar het andere, om
van de sfeer te genieten.
Op een keer kreeg ik op straat van een meisje van een bevriende studentenclub
een bloem, met de wortel er nog aan, waarschijnlijk uit een tuintje in de
buurt geplukt. Misschien deed ze dat als grap, of omdat ze te zat was, of een
mengeling van beide. In een cafe kocht ik een glas water om de bloem in te
zetten. Ik heb ze de rest van de week op mijn kamer gezet en later meegegeven
aan mijn moeder, die ze thuis uitgeplant heeft. Het was een van de fijnste
geschenken die iemand me ooit gegeven heeft, een herinnering die verder
groeide in mijn schaduw voor de zon.
Is het leven slechts een droom, waarvan de dood het ontwaken is? Hoe kun
je dat bewijzen terwijl je nog droomt? Je wordt je toch pas bewust dat je
gedroomd hebt bij het ontwaken. Zijn alle personen rondom mij slechts
figuranten in mijn droom? Hebben alle gebeurtenissen in mijn leven
slechts de waarde van een droom, waardeloos geworden bij het ontwaken?
Een vriend zei me dat je jezelf niet kunt zien in een droom. We hebben daar
een avond lang over gediscussieerd, en ik moest toegeven dat ik me niet kon
herinneren dat ik mezelf ooit gezien had in een droom. Hij verbond daar een
speciale betekenis aan, maar ik geloofde hem niet. Niettemin bleef het idee
in mijn hoofd spoken, en in een van mijn volgende dromen keek ik mezelf
recht in de ogen. Het was vreemd, maar tegelijk zo echt, alsof ik de
realiteit droomde.
In sommige landen is individuele vrijheid ondergeschikt aan het welzijn
van de gemeenschap, in andere is individuele vrijheid belangrijker. In een
vrij land zijn behalve jezelf ook je tegenstanders vrij.
In een democratie ligt de macht bij het volk, dat een tijdelijk mandaat geeft
aan zijn verkozenen om het land te besturen. Er moet genoeg objectieve
informatie beschikbaar zijn voor de bevolking om te oordelen. Nochtans
verkozen de mensen de terrorist Barabas boven Jezus.
Een persoon kan boven
een massa staan, maar een massa kan nooit boven een persoon staan.
Soms voelde ik me zo gelukkig dat ik dat moment voor altijd in mijn hoofd wilde bewaren. Misschien omdat echt geluk in mijn leven onnatuurlijk aanvoelt en ik bang ben om het te verliezen. Dan sloot ik mijn ogen even en probeerde in mijn hoofd een foto te maken van dat moment van geluk. Al de foto's in mijn hoofd zijn door de tijd heen met weemoed overschilderd.
In een kast thuis liggen de medailles die ik verdiende met judo toen ik
jong was. Geen enkele van die medailles heeft nog echt betekenis voor mij.
Geluk dat afgedwongen werd is me niets meer waard. Het meest waardevol zijn
de momenten van onverwacht en onverdiend geluk; de warmte van een lentezon
die aan kracht wint, een licht briesje in de herfst of een toevallige
ontmoeting.
Toen ik verliefd was op een meisje, ging ik soms naar het cafe in de hoop
haar te zien. Als ze er was, zoog ik enkele ogenblikken lang haar beeld in me
op, om het de rest van de avond te herkauwen, zonder haar nog verder aan te
kijken. Van de mooie dingen in het leven wil ik enkel de herinnering in me
opnemen. Schoonheid zelf willen bezitten is als het willen bezitten van een
zeepbel die danst in de lucht, een regenboog van kleuren die uiteenspat bij
het vastgrijpen.
In een droom wandelde ik over het plein van een rockfestival. Languit in het
gras lagen twee reuzen. Hun gelaat was kwaadaardig en ze waren zo groot dat ik
niet zonder omwegen aan hen voorbij kon. Toen ik dan toch over de benen van
een van hen sprong, struikelde ik. Daarna zette ik vlug mijn weg weer verder,
in de hoop dat de reuzen me niet opgemerkt hadden. Maar ze achtervolgden me
en brachten me telkens opnieuw ten val. Ontsnappen lukte me niet.
Op een gegeven moment was ik het pesten zo beu, dat ik me omdraaide naar de
gemeenste van de reuzen en besloot te vechten, hoewel ik het hopeloze van de
situatie aanvoelde. Dat ik me verzette maakte de reus nog kwader, en hij
stortte zich op mij. Terwijl ik steeds harder terugvocht, gebeurde er iets
vreemds: de reus werd kleiner en kleiner.
Angsten lijken groter wanneer je ze probeert te ontlopen.
Een vriend vertelde me het verhaal van de man met de treintjes. Die man
ging elke dag naar een werk dat hij haatte, leefde in een samenleving waarin
hij zijn draai niet kon vinden, om dan 's avonds echt te leven als hij
op zijn zolder met zijn treintjes bezig kon zijn. Dat was het enige dat hem
echt gelukkig kon maken.
Het was een verhaal over hoe je gelukkig kan zijn in een ongelukkige wereld
door je eigen wereld te creëren. Ik heb het geprobeerd, maar het werd een
mislukking. Ik bleef tot de ochtend met de treintjes spelen en vergat naar
mijn werk te gaan.
Als een slecht iemand zijn val kent, zeggen mensen wel eens dat hij zijn
verdiende straf krijgt. Alsof er ergens een opperrechter zit die een oordeel
velt over iedereen. Ik geloof dat niet. De natuur kent geen goed of slecht.
Een slecht iemand zal niet neergebliksemd worden, een goed iemand kan ook
pech hebben. Wat uiteindelijk voor de val van de slechterik zorgt, is dat
beetje goed dat nog in hem aanwezig is, en hem fouten doet maken.
Omgekeerd is er een beetje slecht in zelfs de meest goede mens, dat
ook hem fouten zal doen maken.
Het lijkt alsof het kwade in de mens terecht gekomen is door evolutie.
Waren alle mensen voor de volle honderd procent goed, dan zou dit een zwak
punt gevormd hebben, waardoor de soort waarschijnlijk zou zijn uitgeroeid.
Misschien heeft de natuur ons met een kleine dosis van het kwaad
geïnjecteerd, zoals men ook een zieke een kleine hoeveelheid antistoffen
toedient, en is het aan ons om immuun te worden aan de ziekte. Zonder
tegenstander is er geen overwinning.
Vaak wordt gezegd dat mensen in onderontwikkelde landen gelukkiger zijn
dan mensen in geïndustrialiseerde landen, omdat ze nog eenvoudig leven. Daar
zit iets in. Het doet me terugdenken aan de tijd dat ik nog in Sinterklaas
geloofde, en elke 6 december een speciale dag was voor mij. Nu is het een dag
als elke andere en voelt het alsof ik iets verloren heb.
Mettertijd zullen mensen meer de waarheid der dingen ontdekken en vrijer
zijn, maar op het eerste gezicht minder gelukkig. De waarheid demystifieert.
Een tijdje geleden voelde ik me moe en legde me te rusten op mijn bed. Omdat
ik moeilijk de slaap kon vatten, zette ik de radio naast mijn bed aan, in
slaapmodus, wat betekent dat de muziek na ongeveer een uur uitvalt. Toen ik
enkele uren later weer wakker werd, hoorde ik de muziek nog spelen, en
wou ik de radio afzetten. Maar toen ik mijn ogen opende, zag ik dat de radio
helemaal niet meer speelde. Onmiddellijk stopte ook de muziek die ik hoorde in
mijn hoofd. Het was alsof mijn hersenen bij mijn ontwaken nog steeds dachten
dat er muziek moest spelen, en daarom zelf de muziek aanmaakten. Pas toen ik
geconstateerd had dat de radio niet meer aanstond, stopten ze daarmee.
Zou het kunnen dat de hersenen interpoleren wanneer er gaten of te
plotse overgangen in het bewustzijn aanwezig zijn die niet meer kunnen
verwerkt worden. Kan iemand waanzinnig worden als een plotse overgang tussen
twee verschillende bewustzijnstoestanden te groot is? Ik moet dan denken aan
die professor in The Fisher King die zijn grote liefde voor zijn ogen
ziet vermoord worden. Het ene moment zit hij samen met haar aan een tafeltje
voor een romantisch diner, het volgende moment wordt haar hoofd eraf
geschoten en vliegen haar hersenen over hem heen. Hij verliest er zijn
zinnen bij en raakt op de dool.
In een artikel over zelfbedrog las ik hoe deze eigenschap noodzakelijk is
voor het goed functioneren van een mens. Voor iemand die echt objectief staat
tegenover het leven, wordt het leven ondraaglijk, omdat hij zich bewust is
van de niettigheid van het bestaan en het machinale der dingen. Zo iemand zal
geen hoop hebben die verder reikt dan de objectieve omstandigheden aangeven,
zal in niets geloven en op niemand verliefd zijn.
Om zelfbedrog te verklaren, wordt gesteld dat een individu uit meerdere
ik-en bestaat die elk hun cognitieve circuits hebben. Geen centrale ik dus,
die als een opperrechter beslissingen neemt, maar parallelle processen
die in een soort survival of the fittest-wedren met elkaar strijden.
Wanneer je bijvoorbeeld voortdurend te laat komt, kan je ene ik je horloge
iets vooruitzetten, zonder dat je andere ik dit beseft. Daardoor ga je dan
wel op tijd zijn.
Voor creatieve mensen is zelfbedrog nodig om zich helemaal over te geven
aan de fantasie en er ontvankelijker voor te zijn. Depressieve mensen
daarentegen blijken realistischer te zijn en beter in staat om objectieve
kennis op te doen dan opgewekte mensen, omdat ze minder vatbaar zijn voor
zelfbedrog. Vandaar misschien dat vele kunstenaars getormenteerde geesten
zijn, die de beide houdingen in zich proberen te verenigen.
In mijn tweede jaar hogeschool was ik vice-praeses van een overkoepelend
studentenorgaan van de studentenclubs. Op een overgangscantus vroeg een
praeses van een van de clubs of ik niet de volgende praeses wou zijn. Ik wou
niet, ik had dat niet nodig. Fons had elke ambitie in me weggenomen en door
een gevoel van saturatie vervangen.
Geluk is een gevoel van saturatie, van niets meer nodig te hebben.
Aan alle schrijven komt een einde, ook aan dit. Elke moeder schonk
tegelijk met het leven, ook de dood. En ondertussen blijf ik een
eenzaat tussen zovelen, achtergelaten als mier tussen de mieren. Verbitterd
dromend van een andere wereld, van handen die aanraken maar niet grijpen,
van ogen die kijken maar niet staren, van galop in draf.
Voorlopig nog dromend, moegestaard en langzaam bekomend, Danny.
- Hail the world -