Hoe kon ik weten dat er plaats was in m'n hart
Het grootste deel hield ik voor jou apart
Niets liet vermoeden dat iets anders zoude zijn
Witte wolken, nee, geen enkele was grijs!
Tot op die avond ik kwam thuis, en daar zat hij
Hij gaf z'n hand, ik hoorde amper hoe je zei
iets over vriendschap, vroeger, naar Italië op reis
Hij bleef logeren voor onbepaalde tijd.
Hoe kon ik dit weerstaan? Ik ben ook maar een vrouw
En z'n hese stem heeft ook dat warme, zwoele.
|: Mannen... mannen... tedere mannen... allebei* :|
We woonden klein, de slaapkamer was groot,
toch was ik stomverbaasd toen jij ons bed aanbood
Hoe zou ik slapen zo de hele nacht naast hem?
Hij was jouw vriend, die ik voordien nooit had gekend.
'k Snapte naar adem, want ik voelde plots* zijn hand
heel zacht op zoek naar m'n lichaam
Toen hij me kuste kon ik dat ook niet weerstaan
En in het maanlicht za ik hoe jij liet begaan.
In jou blik las ik oprechte liefde - zeg me wat moet ik nu doen?
"Laat je gaan", hoorde ik je fluisteren met die warme zwoele.
|: |: Mannen... mannen... tedere mannen... allebei :| :|
*Manchmal drückt sich das Niederländische kürzer aus als das Deutsche:
"alle beide" = "allebei"
"plötzlich" = "plots"
(Bei Gelegenheit werde ich diese Liste auffüllen, auch mit Wörtern, die nicht in diesem Text vorkommen.)