Als ik de stoel waar 'k op zit netjes afsta
aan een aldernde vrouw of meneer,
Mama, vindt U dat fijn? Zalt U trots op me zijn?
Mama, toen zegt U mij dat een keer!
En stel dat ik, terwijl ik m'n plicht doe,
fouten maak, die men mij niet vergeeft,
Doe ik U dan verdriet? Straft U mij dan of niet?
Hoe dan ook, ik bedank U beleefd.
Zo groeit het besef dat ik fouten zal maken,
ook als ik het niet zo bedoel,
En hoe ouder ik word des te minder het deugt wat ik voel.
Zit ik t'huis met een glas limonade,
terwijl buiten de wereld vergaat
Op tv, in de krant staat de wereld in brand
En de redding komt altijd te laat.
Niets aan doen, niets van zeggen en niet kijken
Niets van vinden, niets schreeuwen of slaan
Niet te veel van gedacht, niet te veel van verwacht
Niets is harder dan pijn, niets is zoeter dan wijn
Niets zo groot of het is voor een ander te klein
Niets is nog niet gezegt, niets is niet uitgedegt, niets gedaan!