| De laatste jaren is het assortiment slasoorten
enorm uitgebreid. Sla is er in uiteenlopende vormen in talloze rode en
groene tinten of combinaties ervan. Sla is tegenwoordig het hele jaar verkrijgbaar
en wordt voor een deel in eigen land geteeld en voor een groot deel geïmporteerd
uit Frankrijk (vooral bijzondere soorten), Spanje, Italië, België
en Israël. Slasoorten zijn het langst houdbaar bij 0ºC.
De meeste slasoorten kunnen worden ingedeeld
in 2 groepen. De lactuca sativa, met oa kropsla en ijsbergsla, heeft een
wat zoetere smaak, terwijl de cichorium intybus slasoorten bevat die wat
bitter smaken, zoals bijv. witlof. Daarnaast zullen hieronder nog de veldsla
en rucolasla aan de orde komen.
1. Lactuca sativa
Kropsla
Kropsla is de gecultiveerde versie van
de sla die vroeger in Zuid-Europa, Klein-Azië en Noord-Afrika in het
wild voorkwam. Het sap van deze wilde sla werd in de oudheid door de Grieken
als geneesmiddel gebruikt. In de 15e eeuw werd kropsla voor het eerst in
Engeland verbouwd en verspreidde zich vandaaruit over de rest van Europa.
De bladeren zitten los in de krop en zijn
groen, groot en hebben een zachte smaak. In het midden van de krop zitten
de bladeren kompacter en zijn ze lichtgeel. Kropsla wordt rauw in salades
verwerkt.
IJsbergsla
IJsbergsla of ijssla is een andere versie
van de wilde sla, die in de 18e eeuw voor het eerst in Frankrijk werd verbouwd.
In 1894 werd de sla geïntroduceerd in de Verenigde Staten onder de
naam "Iceberg", naar de firma die de sla importeerde. De slasoort werd
erg populair in de VS en het waren de Amerikaanse troepen die er na WO2
voor zorgden dat de sla ook in Europa meer bekend raakte.
IJsbergsla vormt een dichte krop. De bladeren
zijn lichtgroen van kleur. De bladeren zijn stevig, knapperig en iets doorzichtig,
zodat het lijkt alsof ze bevroren zijn. De smaak is pittiger en geuriger
dan die van kropsla. Er bestaat ook rode ijsbergsla. IJsbergsla is enorm
populair geworden en heeft de plaats ingenomen van kropsla. Een variant
op ijsbergsla is crispsla. Crispsla vormt een open krop met krullerige
en
knapperige bladeren.
IJsbergsla wordt over het algemeen rauw
in salades verwerkt, maar kan ook kort gekookt en warm geserveerd worden.
Batavia
Batavia is een oude slasoort en eigenlijk
de voorvader van de ijsbergsla. Batavia lijkt qua vorm op kropsla. Het
blad is sterk gebobbeld en heeft een gegolfde vorm. Hij is er in lichtgroen
en roodbruine tinten. De bladstructuur lijkt op die van ijsbergsla maar
mist het knapperige. De smaak is neutraal.
Lollo rosso en lollo bionda
Lollo rosso en lollo bionda vormen een
losse krop. Deze slasoorten hebben sterk gekroesd blad. Lollo rossa is
de rode variant en lollo bionda de groene. De smaak is neutraal.
Eikenbladsla
Eikenbladsla vormt een zeer losse krop.
De bladeren zijn sterk ingesneden en hebben iets weg van een eikenblad.
Eikenbladsla heeft meestal een roodbruine kleur, er bestaat echter ook
een groene variant. Het blad is mals en zacht en heeft een licht nootachtige
smaak.
Romaanse sla
Romaanse sla wordt ook wel Romeinse sla
genoemd of romaine. Het is een oeroude slasoort die al door de oude Egyptenaren
werd verbouwd.
De sla behoort tot het type bindsla. De
sla groeit recht omhoog. Door het dichtbinden van de bladeren aan de top
bleekt het hart en blijft dit zacht. De bladeren zijn vrij groot, langwerpig,
grof van structuur en donkergroen.
De buitenste bladeren zijn vrij stug en
kunnen goed worden gestoofd. In Zuid-Europese landen , zoals Italie en
Spanje, wordt deze sla veel gegeten. Gestoofde Romaanse sla heeft iets
weg van spinazie en andijvie en kan ook zo worden bereid. Rauwe Romaanse
sla smaakt iets wranger dan kropsla en wordt gebruikt voor de Amerikaanse
"Caesar Salad".
2. Cichorium intybus
Andijvie
Andijvie hoort tot de bittere slasoorten.
De bladeren zijn vrij breed in een losse krop en lichtgroen van kleur.
De bladeren zijn wat ronden dan die van de frissee. Andijvie kan rauw in
salades worden verwerkt.
Krulandijvie of frisee
Krulandijvie of frisee is een andijviesoort.
De groente vormt een vrij open krop en heeft krullerig, sterk ingesneden
blad. Het hart van de krop is geel en de buitenste bladeren zijn lichtgroen.
De smaak van frisee is licht bitter en laat zich goed combineren met andere
slasoorten. Het is ook erg goed als garnering te gebruiken.
Witlof
Witlof stamt af van de wilde cichorei
(Cichorium intybus) die oorspronkelijk in het Middellandse Zee-gebied was
te vinden. Witlof werd rond 1850 bij toeval "ontdekt" in België en
wordt in 2 stadia gekweekt. Eerst wordt de wortel op de koude grond gekweekt.
Die wortel wordt vervolgens in een donkere kas gepoot, waardoor de bladeren
wit tot lichtgeel van kleur blijven. Witlof kan na ong. 3 weken worden
geoogst.
De bladeren van de witlof hebben een dikke
nerf en zijn sappig met een aangenaam bittere smaak. Door witlof in koud
water te weken verdwijnt een deel van de bittere smaak. De stam kan soms
erg bitter zijn en dient daarom weggesneden te worden.
Witlof kan rauw in salades worden verwerkt
of kort worden gekookt. Snijd de bladeren vlak voor het opdienen, aangezien
ze verkleuren. Het past goed bij kaas, speciaal groene-schimmelsoorten
en rauwe bladeren zijn lekker met een goede dipsaus.
Radicchio
Radicchio is familie van witlof maar wordt
meestal rauw gegeten. Het is een rond, klein, stevig kropje met wijnrode
bladeren met witte nerven. De structuur van het blad is stevig, knapperig
maar toch mals. De smaak is bitter. De slasoort laat zich goed met andere
soorten mengen, zowel vanwege de smaak als ook vanwege de mooie kleur.
Roodlof
Een variant op de gewone witlofstruikjes
is roodlof. Het is een kruising tussen radicchio en witlof. De struikjes
zijn wit met rode gevlamde bladeren. De smaak is licht bitter. Roodlof
is geschikt voor rauw gebruik.
Molsla
Molsla wordt in het Frans pissenlit genoemd
en is het blad van de paardebloem. De gekweekte soort heeft vrij brede
en lange bladeren. Ze groeien in een rozet en zijn donkergroen met witte
aders. In Frankrijk is het een geliefde slasoort. De smaak is erg bitter
en doet het uitstekend in combinatie met uitgebakken spekjes. Laat zich
ook goed met andere slasoorten combineren. Lekker met wat olijfolie, citroensap
en knoflook nadat het kort is gekookt.
3. Overige soorten
Veldsla
Veldsla, ook wel "ezelsoren" genoemd,
is een winter- en voorjaarsgroente die wild voorkomt in West-Europa, West-Azië
en Noord-Afrika. Het was al bekend bij de Oude Romeinen. Veldsla werd in
de 18e eeuw veel geteeld, maar verdween naar de achtergrond toen andere
slasoorten meer populair begonnen te worden.
De frisgroene blaadjes zijn lepelvormig,
2 tot 3 cm groot en groeien in kleine rozetjes. Bij aankoop zit het wortelvoetje
er nog aan. Andere veldslasoorten die niet zo goed verkrijgbaar zijn, zijn
het zogenaamde broeivet of Amsterdams vet, een soort met hele kleine blaadjes,
en de Italiaanse veldsla, een soort met lange, smalle blaadjes en een geelgroene
kleur. Veldsla heeft een zachte, nootachtige smaak, is goed te combineren
met andere slasoorten en mooi als garnering. Het kan ook warm worden gegeten:
kort gekookt, gestoomd of in de soep.
Roquette
Roquette is een echte Franse slasoort
en is hier nog niet zo bekend. De slasoort bestaat uit langwerpige blaadjes
met een steeltje eraan. De smaak is pittig en uitgesproken nootachtig.
Dit is de reden dat deze sla ook pindasla wordt genoemd. Roquette is naast
rauw gebruik in salades ook geschikt om te stoven.
Rucola
Rucola komt oorspronkelijk uit Italië.
De bladeren zijn lang en smal in een losse krop. De smaak is zeer karakteristiek
en doet in de verte aan radijsjes denken. Rucola wordt rauw gegeten en
laat zich goed met andere slasoorten mengen.
Voedingswaarde per 100 gram kropsla:
Kcal 14
Eiwit 1,4 gram
Vet 0,2 gram
Koolhydraten 1,5 gram
Vezels 1,2 gram
Vit C 9 mg
Calcium 65 mg
IJzer 0,7 mg
Bronnen:
Frukt
och Grönt
Smetsers
Frukt & Grönsaker, handbok från
Frukt & Grönt Främjandet |