Skiën
Skikleding en accessoires


De skikleding moet de skiër warm houden en niet belemmeren in diens bewegingen. Ze moet goede, sterke ritssluitingen hebben. wind- en waterdicht zijn en gemaakt van een antislipmateriaal. De belangrijkste onderdelen van de skikleding zijn jack en broek of een uit ��n stuk gemaakt pak (overall).

De kleren moeten tenminste in drie lagen gedragen worden. De eerste laag moet in staat zijn vocht van het lichaam af te voeren en daarom gemaakt zijn van een natuurlijk vezel. De tweede laag moet het vocht kunnen absorberen en de derde, buitenste laag bescherming bieden tegen de wind maar toch het lichaam laten 'ademen'.

Het gewicht van iedere laag verschilt slechts weinig. Op een warme dag zijn skibroek, skitrui en een mouwloos jack (bodywarmer) waarschijnlijk al voldoende; op een koude dag is een een-delig pak met een mouwloos jack of een dikke skitrui, een skibroek en een skijack noodzakelijk.

Jack of anorak moeten lang genoeg zijn om het gehele bovenlijf tot de nierstreek te bedekken, met nauwsluitende manchetten, boord en kraag. Een hoogsluitende kraag is prettig als het koud is. Grote zakken (bij voorkeur met een bovenopening en een stevige sluiting, bijvoorbeeld een rits), waar alles wat tijdens een skidag nodig is, ingestopt kan worden, zijn erg praktisch.

De meest prettig zittende broeken zijn de op werkbroeken lijkende salopettes. Er zijn twee soorten: de een is gemaakt van katoen of soortgelijk materiaal met een gewatteerde warme voering; de andere van een dunner elastisch materiaal. Gewatteerde salopettes zijn vrij warm. relatief goedkoop en daarom ideaal voor beginnende skiërs. De elastische salopettes zijn vrijwel hetzelfde als die welke door wedstrijdskiërs gedragen worden. Ze hebben dikwijls nylon hoezen (gammaschen) onder aan de pijpen, die voorkomen dat er sneeuw in de schoenen komt. Bij beide typen moeten de broeken vooral aan de achterzijde vrij hoog zijn en aan de broek vastzittende schouderbanden hebben.

Eendelige pakken zijn warm, omdat ze geheel gevoerd zijn met een warme voering. Sommige modellen bestaan uit twee delen - een jack en een broek - die met een ritssluiting in de taille aaneen te sluiten zijn. De skikleding wordt gecompleteerd door warme sokken, een muts, goede skihandschoenen en sneeuw- of zonnebrillen.

Skihandschoenen en hoofddeksels

Goede bescherming van hoofd en handen is belangrijk, omdat via deze lichaamsdelen de meeste warmte verloren gaat. Het is belangrijk altijd een muts (of pet) te dragen of minstens mee te nemen, omdat de temperatuur in de bergen zeer snel kan veranderen. Er zijn verschillende soorten hoofdbedekking: wollen mutsen, gewatteerde petten, bontmutsen, hoofdbanden enz. Het belangrijkste is dat iedere soort muts of pet groot genoeg moet zijn om voorhoofd, nek en oren te bedekken. Een pet met klep is erg praktisch als het sneeuwt. Ook goede skihandschoenen of -wanten zijn belangrijk.

Niet alleen om de handen warm en droog te houden, maar ook om ze bij een val te beschermen tegen verwondingen. Wanten zijn warmer - en daarom zeer geschikt voor kinderen - maar handschoenen geven handen en vingers meer bewegingsvrijheid. Zowel wanten als handschoenen worden van diverse materialen gemaakt, maar leer is het best (en het duurst). Dat beide waterdicht en speciaal voor het skiën ontworpen moeten zijn, spreekt vanzelf. Gewone handschoenen zijn daarom niet geschikt.

Skisokken en gammaschen

Op een skivakantie dient men op zijn minst twee paar warme, prettig zittende skisokken mee te nemen. Wollen sokken met een katoenen (badstof)voering zijn het beste. Verkeerde sokken kunnen problemen opleveren wat betreft de pasvorm van de skischoenen.

Als men gauw koude voeten heeft, is het prettig zijden binnensokken te dragen. Nylon gammaschen houden de onderkant van de broek droog en houden de sneeuw uit de skischoenen. Ze worden over de voeten aangetrokken of met een rits aan de broek bevestigd.

Sneeuw- en zonnebrillen

Deze worden om twee redenen gedragen: ten eerste om de ogen te beschermen tegen de weerkaatsing van het zonlicht op de sneeuw; vervolgens om het zicht te verbeteren bij bewolkt weer.

Zonnebrillen voor fraai weer moeten zeer donkere glazen hebben en de ogen geheel bedekken. Sneeuwbrillen worden gedragen als het licht of het weer slecht is. Ze zijn verkrijgbaar met glas in verschillende kleur: geel of roze glas voor slecht licht, donker glas voor helder licht en goudbruin of groen universeel glas.





Hosted by www.Geocities.ws

1